Wie vandaag door de Grotestraat van Kotem richting Boorsem rijdt, kan zich moeilijk voorstellen dat deze gewone dorpsweg in december 1993 veranderde in een waterstraat. Toch behoort het hoogwater van 1993 tot de gebeurtenissen die zich diep in het geheugen van de Maaslandse dorpen hebben vastgezet. Dagenlange regenval in het stroomgebied had de Maas doen aanzwellen. De rivier die hier al eeuwen het landschap bepaalde, trad buiten haar oevers en zocht opnieuw de laaggelegen gronden op die van nature tot haar overstromingsvlakte behoorden. Kotem lag bijzonder kwetsbaar. Dat is ook geografisch goed te begrijpen. De Grotestraat is de hoofdstraat van het gehucht; bovendien sluit ze rechtstreeks aan op de Grotestraat van Boorsem. Wat eeuwenlang een voordeel was — wonen dicht bij de vruchtbare Maasgronden — werd tijdens extreem hoogwater plots een bedreiging.
En toen kwam het water:
Eerst liepen de laagste gronden onder. Daarna kroop het Maaswater verder richting woningen en straten. In Kotem stond het uiteindelijk niet alleen op de weg: getuigen herinneren zich water in kelders, garages en zelfs woonkamers. Duizenden zandzakken werden gevuld om huizen en doorgangen te beschermen. Op een bepaald ogenblik was de toestand zo ernstig dat het leger werd ingezet. Kinderen uit Kotem werden met militaire voertuigen naar school gebracht omdat normaal verkeer door het overstroomde dorp nauwelijks nog mogelijk was. De foto van de Grotestraat vertelt dat verhaal zonder grote woorden. Auto's rijden voorzichtig door het water, de stoepen zijn nauwelijks nog van de rijweg te onderscheiden en aan de kant staat het bord Maasmechelen. Het lijkt bijna een rustig winterbeeld, maar voor de bewoners was dit allesbehalve gewoon. Achter iedere voordeur werd gekeken hoe hoog het water stond en of het nog verder zou stijgen. Het meest angstige moment kwam toen gevreesd werd dat de waterkeringen het zouden begeven en vervolgens werd het hele dorp geëvacueerd. Bewoners verlieten hun huizen en namen mee wat ze konden; zelfs dieren werden in veiligheid gebracht. Sommige gezinnen verbleven meerdere nachten elders. Ook Boorsem, waarvan Kotem historisch een gehucht is, lag midden in diezelfde bedreigde Maasvlakte. Het water hield immers geen rekening met dorpsgrenzen. De Grotestraat vormde letterlijk de verbinding tussen beide woonkernen en werd zo ook een stille getuige van dezelfde ramp. De overstroming van 1993 was bovendien geen alleenstaand voorval in de geschiedenis. De gemeente beschrijft hoe de Maas vroeger vrij door haar alluviale vlakte kronkelde en regelmatig haar bedding verplaatste. De mensen van Kotem en Boorsem leefden dus al generaties lang met de rivier. Maar in 1993 liet de Maas nog één keer op indrukwekkende wijze zien hoeveel ruimte zij kon opeisen. Voor kinderen was het misschien spannend om achter in een legervoertuig door het overstroomde dorp te rijden. Voor hun ouders was het iets heel anders: zandzakken vullen, meubels hoger zetten, kelders controleren en voortdurend naar het stijgende water kijken. En vooral die ene vraag bleef door het dorp gaan:
Hoe hoog zal de Maas nog komen?
Daarom zijn foto's zoals deze zoveel meer dan oude beelden. Ze bewaren een stukje collectief geheugen van Kotem en Boorsem in 1993: de Grotestraat onder water, auto's die stapvoets door de vloed reden en bewoners die machteloos moesten toezien hoe de Maas opnieuw bezit nam van haar oude overstromingsgebied.
De Maas gaf het Maasland zijn vruchtbare grond, zijn landschap en zijn geschiedenis. Maar in december 1993 herinnerde zij Kotem en Boorsem eraan dat een rivier nooit helemaal getemd is.
X

Geen opmerkingen:
Een reactie posten