vrijdag 10 juli 2026

DE MUSKUSRATTENVANGER LANGS DE ZIEPBEEK - EEN BIJNA VERGETEN BEROEP


Foto's ontworpen door Jp

Wie vandaag langs de kronkelende beken van het Maasland wandelt, kan zich moeilijk voorstellen dat hier ooit mannen dagelijks de strijd aangingen met een dier dat een ware plaag vormde voor onze waterlopen. De twee foto's brengen op indrukwekkende wijze het werk van een muskusrattenvanger in beeld, zoals men die in Belgisch Limburg tijdens het begin van de twintigste eeuw kon aantreffen. Op de eerste foto knielt de vanger aan de oever van een rustige beek, omgeven door karakteristieke knotwilgen die al generaties lang het landschap van de Ziepbeek, de Kikbeek en de vele Maasbeekjes bepalen. Zijn verweerde gezicht vertelt het verhaal van jarenlang werken in weer en wind. Gekleed in een dikke wollen trui, een leren waadbroek en stevige laarzen toont hij trots zijn vangst. Naast hem liggen verschillende muskusratten, terwijl enkele traditionele draadkooien en vallen bewijzen hoe arbeidsintensief dit beroep was. De tweede foto laat een andere zijde van hetzelfde vak zien. Hier staat de muskusrattenvanger naast zijn platte houten boot, waarmee hij dagelijks de waterlopen afvoer om vallen uit te zetten en te controleren. Zo'n boot was onmisbaar om moeilijk bereikbare oevers en rietkragen te bereiken. Op de voorgrond liggen verschillende gevangen dieren en een verzameling zorgvuldig vervaardigde vangkooien die telkens opnieuw werden gebruikt. De muskusrat (Ondatra zibethicus) is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Rond het begin van de twintigste eeuw werd het dier in Europa ingevoerd voor de bontindustrie. Toen dieren ontsnapten of werden vrijgelaten, verspreidden ze zich razendsnel over België, Nederland en Duitsland. Vanaf de jaren twintig werden ook de Limburgse waterlopen getroffen. Het gevaar schuilde niet zozeer in het dier zelf, maar in zijn uitgebreide gangenstelsels. Muskusratten graven lange tunnels in oevers, dijken en waterkeringen. Hierdoor konden oevers verzakken en ontstonden gevaarlijke instortingen. Vooral landbouwers hadden veel last van deze schade, omdat sloten dichtslibden en weilanden onder water kwamen te staan. Daarom werden in vrijwel iedere gemeente gespecialiseerde muskusrattenvangers aangesteld. Vaak werkten zij in opdracht van de provincie of de wateringen. Hun dagen begonnen nog voor zonsopgang. Te voet, per fiets of met een kleine boot trokken zij langs tientallen kilometers beek. Iedere val moest afzonderlijk worden gecontroleerd, schoongemaakt en opnieuw geplaatst. Het werk vergde veel ervaring, want een goede vanger kende de sporen, glijbanen en holen van de dieren als geen ander. De gebruikte vallen waren stevig gebouwd uit ijzerdraad of staal en werden zorgvuldig verborgen tussen riet, gras of onder overhangende oevers. Naast kooivallen werden ook andere vangmethoden toegepast, afhankelijk van de regelgeving en de periode. Het doel was steeds hetzelfde: de populatie onder controle houden om de waterlopen veilig te houden. De knotwilgen op beide foto's vormen een bijzonder herkenningspunt van het oude Maasland. Ze dienden niet alleen als houtleverancier, maar hielden ook de oevers stevig vast. Hun karakteristieke silhouetten bepalen vandaag nog steeds het uitzicht van de Ziepbeek en herinneren aan een landschap waarin mens en natuur voortdurend met elkaar verbonden waren. Deze beelden zijn daarom veel meer dan een portret van een man met zijn vangst. Ze tonen een beroep dat vandaag vrijwel verdwenen is, maar dat gedurende tientallen jaren een onmisbare schakel vormde in het beheer van onze Limburgse waterlopen. Achter iedere gevangen muskusrat schuilde uren werk, veel vakkennis en een diepe vertrouwdheid met het landschap. Het zijn foto's die een eerbetoon vormen aan de mannen die, vaak onopgemerkt en in alle stilte, waakten over de beken, grachten en dijken van ons Maasland. Dankzij hun dagelijkse inzet bleven de oevers stevig, de waterafvoer verzekerd en het karakteristieke beeklandschap van Belgisch Limburg behouden voor de generaties die volgden.



LANAKEN (TOEN LANAEKEN) - BRASSERIE DE PIETERSHEIM

Ingekleurde versie

Upscaled

Tot aan de Eerste Wereldoorlog telde Lanaken een vijftal brouwerijen. De oorspronkelijke banbrouwerij van de familie de Merode, gelegen binnen het domein van Pietersheim, werd vanaf het begin van de 19de eeuw geëxploiteerd door de familie de Caritat de Peruzzis. Met een speciaal daartoe uitgeruste bierkar, getrokken door twee stevige 'Brabanders', bevoorraden vader en zoon Vrancken uit de Waterstraat vele particulieren.

X



DRIEBANDEN IN DE JAREN TWINTIG

Ontworpen door Jp

Wie vandaag een oude biljartzaal binnenstapt, kan zich nauwelijks voorstellen hoe bijzonder een partij driebanden rond 1920 was. Het was geen spel voor haastige mensen, maar een sport waarin concentratie, inzicht en ervaring belangrijker waren dan kracht. Elke carambole was het resultaat van een doordachte berekening en een vaste hand. De foto ademt de sfeer van een authentiek biljartcafé uit het begin van de twintigste eeuw. De rechthoekige matchtafel, uitgevoerd volgens de officiële afmetingen van die tijd, vormt het middelpunt van de ruimte. Op het groene laken liggen slechts drie ivoren biljartballen: een witte, een gele en een rode. Kunststof bestond nog niet; de ballen werden vervaardigd uit zorgvuldig bewerkt olifantenivoor, wat iedere bal zijn eigen karakter gaf. De speler die zich over de tafel buigt, bereidt zich uiterst geconcentreerd voor op zijn stoot. Zijn houding verraadt jarenlange ervaring. De keu rust stevig maar ontspannen in zijn brughand, terwijl zijn blik onafgebroken op de speelbal gericht blijft. In driebanden volstaat het niet om de beide andere ballen te raken. De speelbal moet eerst minstens drie banden van de tafel raken voordat de tweede objectbal wordt aangespeeld. Juist daarin schuilt de moeilijkheid én de schoonheid van deze biljartdiscipline. Aan het tafeltje wacht zijn tegenstander geduldig op zijn beurt. Zijn keu staat recht naast hem, terwijl een pint bier en een eenvoudige asbak getuigen van de gemoedelijke cafésfeer waarin biljarten destijds werd gespeeld. Een wedstrijd werd niet alleen gespeeld om te winnen, maar ook om samen te genieten van een avond vol spanning, kameraadschap en wederzijds respect. Rond 1920 begon driebanden zich steeds sterker te ontwikkelen. Hoewel het spel al aan het einde van de negentiende eeuw zijn oorsprong vond, groeide het juist in de eerste decennia van de twintigste eeuw uit tot één van de meest prestigieuze vormen van carambolebiljart. België, Frankrijk en Nederland zouden later uitgroeien tot de absolute toplanden, waar vele grote kampioenen hun naam in de geschiedenis schreven. Ook in het Maasland werd het biljart een geliefde ontmoetingsplaats. In dorpscafés kwamen arbeiders, landbouwers, handelaars en notabelen samen na een lange werkdag. Men besprak het nieuws, vertelde verhalen, speelde een kaartspel en keek met bewondering naar de beste biljarters van het dorp. Een fraaie driebandencarambole leverde vaak spontaan applaus op, terwijl een gemiste kans aanleiding gaf tot een glimlach of een goedbedoelde opmerking van de toeschouwers. De kleding weerspiegelt eveneens de tijdsgeest. Vesten, witte hemden, stropdassen en zorgvuldig verzorgde snorren waren heel gewoon. Biljarten was een sport waarbij men zich netjes presenteerde, uit respect voor het spel en voor de tegenstander. Deze afbeelding brengt niet alleen een biljartwedstrijd in beeld, maar toont vooral een verdwenen wereld waarin rust, beleefdheid en vakmanschap centraal stonden. Het is een tijdsdocument dat herinnert aan de rijke cafécultuur van weleer, waar driebanden veel meer was dan een sport. Het was een kunstvorm waarin elke stoot getuigde van inzicht, precisie en eindeloos geduld. Een waardevolle herinnering aan een periode waarin een eenvoudige biljarttafel het hart vormde van het sociale leven en waarin het zachte tikken van de ivoren ballen het geluid was van ontspanning, vriendschap en sportieve eer.

X

MAASMECHELEN - DE VERLATEN STEENBAKKERIJ EYBEN LANGS DE ZUID-WILLEMSVAART


HET MELKMEISJE - EEN VERTROUWD BEELD UIT DE JAREN TWINTIG

Ontworpen door Jp

Ontworpen door Jp

Dergelijke taferelen in de jaren twintig waren in het Maasland en in vele Vlaamse dorpen dagelijkse werkelijkheid. Jonge vrouwen, vaak dochters van landbouwers, trokken in de vroege ochtend met een hondenkar vol blinkende melkbussen langs boerderijen en dorpswegen om verse melk aan huis te bezorgen. Vooral in België en Nederland waren hondenkarren jarenlang een vertrouwd onderdeel van het straatbeeld. De melk werd 's morgens onmiddellijk na het melken in grote aluminium of verzinkte melkbussen gegoten. Koelkasten bestonden nog nauwelijks, waardoor snelheid van groot belang was. Elke klant bracht zijn eigen melkkan of emmer naar buiten, waarna het melkmeisje de gewenste hoeveelheid zorgvuldig uitschonk. Zuivel hoorde tot de meest verse voedingsmiddelen van het gezin en werd dagelijks geleverd. Op de foto's zien we een jonge melkverkoopster op een eenvoudige houten hondenkar, voortgetrokken door twee krachtige honden. Dat was geen uitzonderlijk beeld. Hondenkarren werden gebruikt omdat zij goedkoper waren dan paarden en bijzonder geschikt waren voor korte afstanden tussen boerderij en dorp. De dieren moesten sterk, gehoorzaam en goed verzorgd zijn, want zij vormden letterlijk de motor van het dagelijkse bestaan. Naast het melkmeisje staat een veldwachter, een figuur die in elk dorp gezag uitstraalde. Zijn aanwezigheid is historisch geloofwaardig. Veldwachters hielden toezicht op de openbare orde, controleerden vergunningen en zagen ook toe op de kwaliteit van levensmiddelen. Melk werd regelmatig gecontroleerd omdat sommige venters de melk met water verdunden om meer winst te maken. Daarom kon een ontmoeting tussen een melkmeisje en een veldwachter heel gewoon zijn. De landelijke omgeving op de foto's ademt de sfeer van het interbellum. Afgeleefde bakstenen hoeves, onverharde wegen, houten afsluitingen en grote schaduwrijke bomen vormden het decor van het dagelijkse leven. Luxe was er nauwelijks, maar de gemeenschap leefde sterk met elkaar verbonden. Iedereen kende de melkverkoopster, de bakker, de smid en de veldwachter. Hun komst bracht niet alleen voedsel of toezicht, maar ook nieuws uit het dorp. Vanaf de jaren dertig veranderde dit vertrouwde beeld langzaam. Coöperatieve melkerijen namen steeds meer de verwerking van melk over, hygiënische voorschriften werden strenger en nieuwe technieken maakten pasteurisatie en gekoeld vervoer mogelijk. Daardoor verdwenen de melkmeisjes en hun hondenkarren geleidelijk uit het straatbeeld. Deze foto's brengen daarom veel meer in beeld dan een melkbezorging alleen. Ze vertellen het verhaal van een tijd waarin hard werken, eenvoud en vertrouwen centraal stonden. Het melkmeisje vertegenwoordigt een generatie vrouwen die, vaak nog vóór zonsopgang, een onmisbare bijdrage leverden aan het gezinsinkomen en aan de voedselvoorziening van het dorp. Samen met haar trouwe honden en de oude melkkar vormt zij een waardevol symbool van het landelijke Maasland zoals het honderd jaar geleden werkelijk geleefd werd.

X

donderdag 9 juli 2026

MAASMECHELEN - DE VERLATEN STEENBAKKERIJ EYBEN LANGS DE ZUID-WILLEMSVAART

Updated en ingekleurde versie

De stenen werden gebakken in een Ringoven en de fabriek besloeg een oppervlakte van een halve hectare. De activiteiten werden stilgelegd in 1983. Bij een openbare verkoop in 1984 kwamen de leegstaande gebouwen in het bezit van een expeditiebedrijf uit Maaseik. Heden is het gebouw verdwenen en is het er een Europees beschermd natuurgebied. Het gebied ligt in het uiterwaard en heeft zijn huidige vorm gekregen door de activiteiten van de voormalige steenfabriek. Daardoor zijn kleiputten ontstaan waardoor een afwisselend landschap is ontstaan. De poelen vormen een goede biotoop voor amfibieën. Later zijn er nog enkele poelen bijgegraven. Ook bevindt zich een hoogstamboomgaard in het gebied. 

X

SCHAFTEN TIJDENS DE KORENOOGST IN DE JAREN '20

Ontworpen door Jp

Wanneer de zon hoog aan de hemel stond en de hitte over de goudgele korenvelden trilde, werd het werk even stilgelegd. Dan brak het moment aan waar jong en oud naar uitkeek: het schaften. Op een bed van stro, beschut naast een opgetaste mijt, verzamelde de boerenfamilie zich voor een eenvoudige maar voedzame maaltijd. Het waren korte ogenblikken van rust, waarin niet alleen gegeten werd, maar ook verhalen werden gedeeld en nieuwe moed werd verzameld voor de lange namiddag. Op deze sfeervolle afbeelding zien we een tafereel dat jarenlang het dagelijkse leven in het Maasland bepaalde. De mannen hadden sinds de vroege ochtend met de zicht gewerkt om het rijpe graan te maaien. Achter hen staat de met stro geladen boerenwagen, getrokken door een trouw werkpaard. Boven op de wagen verdeelt een boer het koren zorgvuldig, zodat elke lading stevig en veilig naar de schuur kon worden gebracht. Elke handeling gebeurde met ervaring en vakmanschap, want niets mocht verloren gaan. Voor de hooimijt heeft de familie zich neergezet. Op een eenvoudige doek liggen dikke sneden boerenbrood, enkele ronde broden en een bescheiden voorraad voedsel. Brood vormde de basis van elke maaltijd. Vaak werd het gegeten met reuzel, hoeveboter, spek, kaas of stroop. Een gekookte aardappel of een ui hoorde er eveneens geregeld bij. Luxe was er nauwelijks, maar de producten waren vers en afkomstig van het eigen erf. De metalen melkbus op de voorgrond herinnert eraan hoe belangrijk melk was op een gemengd landbouwbedrijf. Koffie was dikwijls cichoreikoffie, geschonken uit een eenvoudige metalen koffiekan. De emaillen bekers gingen van hand tot hand en lessen de dorst na uren zwaar werk onder de brandende zomerzon. Opvallend is dat verschillende generaties samen aanwezig zijn. Grootouders, ouders en kinderen werkten allemaal mee zodra ze daartoe in staat waren. Zelfs de jongste kinderen kregen kleine taken: water halen, brood aangeven of korenschoven bijeenrapen. Tijdens het schaften leerden zij niet alleen het boerenleven kennen, maar ook de waarden die het platteland eeuwenlang hebben gedragen: samenwerken, respect voor ouderen en zorg voor elkaar. De verweerde gezichten en ruwe handen vertellen zonder woorden het verhaal van een leven vol arbeid. Elke rimpel, elke eeltplek en elke versleten kledingplooi getuigt van ontelbare dagen op het veld. Toch straalt de foto vooral warmte en verbondenheid uit. Ondanks het zware bestaan vonden deze mensen geluk in de eenvoud van het dagelijkse leven, omringd door familie en de vruchten van hun eigen arbeid. Dergelijke taferelen waren tot ver in de eerste helft van de twintigste eeuw een vertrouwd beeld in het Belgische Maasland. Pas met de komst van tractoren, maaidorsers en moderne landbouwmachines verdwenen de gezamenlijke schaftmomenten op het veld geleidelijk uit het landschap. Wat ooit een vanzelfsprekend onderdeel van het boerenbestaan was, leeft vandaag voort in oude foto's en in de herinneringen van hen die deze tijd nog hebben gekend.

ROND DE LEUVENSE STOOF - HET HART VAN HET VLAAMSE GEZIN

Ontworpen door Jp

Er was een tijd waarin het leven zich afspeelde rond één plaats in huis: de Leuvense stoof. Lang voordat centrale verwarming haar intrede deed, vormde deze robuuste gietijzeren kachel het kloppende hart van talloze woningen in Vlaanderen. Ze zorgde niet alleen voor warmte, maar ook voor licht, gezelligheid en het bereiden van de dagelijkse maaltijden. Op deze sfeervolle reconstructie zien we een ouder echtpaar dat samen plaatsneemt naast hun Leuvense stoof. Hun gezichten weerspiegelen een leven vol arbeid, eenvoud en tevredenheid. In dergelijke woonkamers speelde het dagelijkse leven zich af. Men begon er de dag met een kop koffie of cichorei, bakte er brood, warmde er de soep op en verzamelde er zich 's avonds na een lange werkdag. Op de stoof stonden meestal een geëmailleerde waterketel en koperen of gietijzeren kookpotten die voortdurend warm werden gehouden. Naast de kachel lagen houtblokken en kolen klaar om het vuur brandend te houden, terwijl een pook, kolenschop en asblik onmisbare hulpmiddelen waren voor het dagelijkse onderhoud. De warmte straalde langzaam door de kamer en zorgde voor een behaaglijke sfeer, zelfs tijdens de strengste winterdagen. De inrichting van zulke woningen was eenvoudig maar degelijk. Massief houten meubels, een tafel met een gebloemd tafelkleed, een wandklok, foto's van familieleden en religieuze voorwerpen bepaalden het interieur. Alles had zijn vaste plaats en werd met zorg onderhouden. Luxe was zeldzaam, maar orde, netheid en zuinigheid waren vanzelfsprekend. Voor veel ouderen roept de Leuvense stoof warme herinneringen op. Hier werden verhalen verteld, sokken gestopt, groenten geschild en kleding hersteld. Kinderen maakten er hun schoolwerk terwijl grootouders herinneringen ophaalden aan vroeger. Tijdens koude winteravonden luisterde men naar de radio of genoot men eenvoudig van elkaars gezelschap. De stoof bracht het gezin letterlijk en figuurlijk dichter bij elkaar. Vanaf de jaren vijftig en zestig verdwenen de Leuvense stoven geleidelijk uit de Vlaamse woningen. Olie-, gas- en later centrale verwarmingsinstallaties namen hun plaats in. Toch bleef de Leuvense stoof voor velen een symbool van huiselijkheid, eenvoud en verbondenheid. Vandaag zijn goed bewaarde exemplaren gegeerde erfgoedstukken. Ze herinneren aan een tijd waarin vakmanschap, duurzaamheid en familie centraal stonden. De Leuvense stoof was veel meer dan een verwarmingsbron; ze was het warme middelpunt van het dagelijkse leven en een stille getuige van generaties Vlaamse gezinnen.

SPELENDE KINDEREN LANGS DE MAAS

Ontworpen door Jp

Langs de oevers van de Maas speelde zich rond 1920 dagelijks een tafereel af dat vandaag haast ondenkbaar is. De rivier was niet alleen een belangrijke verkeersader voor de scheepvaart, maar ook een plaats waar het dagelijkse leven zich afspeelde. Kinderen brachten er uren door, ver weg van de drukte, zonder speelgoed of moderne voorzieningen. De natuur zelf bood alles wat nodig was voor een zorgeloze dag. Tussen het aangespoelde wrakhout bouwden jongens en meisjes hutten, dammetjes en kleine vlotten. Met stokken zochten ze naar kleine visjes, kikkers en rivierkreeftjes in het ondiepe water. De zandige oevers en kiezelbanken vormden hun speelterrein, terwijl de rijke begroeiing langs de rivier beschutting bood tegen de zomerzon. De Maas was destijds een levend landschap waar water, natuur en mens in harmonie samenkwamen. Op de achtergrond voer af en toe een vrachtschip of een eenvoudige houten boot voorbij. Deze schepen vervoerden steenkool, landbouwproducten, hout en bouwmaterialen tussen de dorpen langs de Maas en de grotere steden. Voor de kinderen was elke voorbijvarende schipper een bron van nieuwsgierigheid. Niet zelden werd er enthousiast gezwaaid, waarna de schipper vriendelijk teruggroette met een handgebaar of een korte stoot op de scheepshoorn. De oevers waren in die periode veel natuurlijker dan vandaag. Grote bomen, wilgen, populieren en dicht struikgewas bepaalden het landschap. Omgevallen bomen en aangespoeld wrakhout bleven vaak liggen en vormden een karakteristiek onderdeel van het rivierlandschap. Ze boden bovendien een schuilplaats voor vogels, vissen en andere dieren, waardoor de biodiversiteit langs de Maas bijzonder groot was. Voor de gezinnen uit de omliggende dorpen betekende de Maas veel meer dan alleen water. Ze voorzag in vis, drinkwater voor het vee, transportmogelijkheden en ontspanning. Tijdens warme zomerdagen kwamen gezinnen naar de rivier om de was te doen, water te halen of eenvoudigweg te genieten van de verkoeling. Kinderen groeiden er op met een diep respect voor de kracht en schoonheid van de rivier. Dit beeld herinnert ons aan een tijd waarin eenvoud de grootste rijkdom was. Zonder elektriciteit, televisie of digitale afleiding vonden kinderen avontuur in de natuur. Hun spel weerspiegelde de verbondenheid met het landschap waarin zij leefden. De Maas was hun speelplaats, hun ontdekkingstocht en een onmisbaar onderdeel van het dagelijks leven. Hoewel de rivier en haar omgeving in de afgelopen eeuw sterk veranderden door kanalisatie, industrialisatie en modernisering, blijven dergelijke historische taferelen een waardevolle herinnering aan het rijke verleden van het Maasland. Ze tonen hoe generaties kinderen opgroeiden aan een rivier die niet alleen het landschap vormde, maar ook het leven van duizenden mensen bepaalde.

EEN VISSER LANGS DE ZUID-WILLEMSVAART

Ontworpen door Jp

In de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog was de Zuid-Willemsvaart veel meer dan een scheepvaartkanaal. Voor de bewoners van het Maasland vormde zij een levensader waar gewerkt, gewandeld en gevist werd. Vooral in de vroege ochtend hing er een bijzondere rust langs het water. Enkel het gezang van vogels, het zachte klotsen van het kanaalwater en het geruis van de populieren doorbraken de stilte. Op deze foto zien we een visser die plaats heeft genomen op zijn gevlochten visserkorf, een onmisbaar hulpmiddel uit die tijd. De korf diende niet alleen om gevangen vis in te bewaren, maar ook als stevige zitplaats tijdens lange uren aan de waterkant. Naast hem ligt een groot sleepnet waarvan een deel nog in het kanaal hangt. Zulke netten werden gebruikt om paling, voorn, brasem en andere zoetwatervissen te vangen die destijds overvloedig voorkwamen in de Zuid-Willemsvaart. In zijn handen houdt hij een eenvoudige bamboe-vislijn, zoals vele sport- en beroepsvissers die in de jaren vijftig gebruikten. Moderne molens waren nog lang niet voor iedereen betaalbaar. Geduld en ervaring waren veel belangrijker dan dure uitrusting. De oudere vissers kenden elke bocht, elke diepe kuil en elke plaats waar de vis zich schuilhield. Achter de visser loopt het onverharde jaagpad dat vroeger diende voor de trekpaarden die binnenschepen voorttrokken. Hoewel deze manier van vervoer rond 1950 stilaan verdween door de opkomst van motorschepen, bleef het jaagpad een geliefde wandelroute voor buurtbewoners en fietsers. De hoge bomen langs het kanaal boden verkoeling tijdens warme zomerdagen en bepaalden jarenlang het vertrouwde landschap van de Zuid-Willemsvaart. Het kanaal zelf kende in die periode een druk verkeer van vrachtschepen geladen met steenkool, grind, bouwmaterialen, landbouwproducten en goederen voor de industrie in Belgisch en Nederlands Limburg. Terwijl de scheepvaart langzaam voorbijgleed, bleven de vissers onverstoorbaar aan de waterkant zitten. Ze hadden geleerd dat rust en geduld vaak rijkelijk werden beloond. Voor vele gezinnen uit het Maasland betekende vissen bovendien een welkome aanvulling op het dagelijkse voedsel. Wat vandaag vooral een ontspannende hobby is, was toen voor sommigen nog een praktische noodzaak. Elke gevangen paling of brasem vond zijn weg naar de keuken. Deze foto roept het beeld op van een tijd waarin het leven eenvoudiger leek. Geen verkeerslawaai, geen haast en geen mobiele telefoons. Enkel een man, zijn visnet, zijn hengel en het kalme water van de Zuid-Willemsvaart dat herinnert aan het dagelijkse leven van de gewone mensen die het Maasland hebben gemaakt tot wat het vandaag is.

X


REISDUIVEN OP WEG NAAR DE INKORVING - EEN VERTROUWD STRAATBEELD UIT HET MAASLAND VAN DE JAREN VIJFTIG

Ontworpen door Jp

Ontworpen door Jp

Er zijn foto's die veel meer vertellen dan wat je op het eerste gezicht ziet. Dit beeld brengt ons terug naar het Vlaanderen van omstreeks 1950, een tijd waarin de duivensport een onmisbaar onderdeel vormde van het dagelijkse leven. In haast elk dorp van Limburg, en zeker in de streek van Maasmechelen, Lanaken, Eisden, Mechelen-aan-de-Maas, Boorsem en Kotem, werden reisduiven met trots gekweekt en gespeeld. Op de foto zien we drie liefhebbers die hun zorgvuldig geselecteerde reisduiven in houten transportkorven naar de wagen brengen. De kofferklep staat open en is reeds gevuld met meerdere korven. Alles wijst erop dat de duiven onderweg zijn naar een lokaal inkorflokaal, waar ze zouden worden ingeschreven voor een wedstrijd. De houten korven zijn typerend voor die periode. Ze werden vervaardigd uit latwerk zodat de duiven voldoende frisse lucht kregen tijdens het vervoer. Kunststof transportmanden bestonden toen nog niet; hout was het vertrouwde materiaal dat iedere liefhebber gebruikte. Ook de wagen ademt de sfeer van de naoorlogse jaren. In die tijd bezat lang niet iedere duivenmelker een auto. Vaak werden de korven met de fiets, een bakfiets of zelfs met een handkar naar het lokaal gebracht. Wie over een personenwagen beschikte, kon meerdere liefhebbers tegelijk meenemen, waardoor gezamenlijk naar de inkorving rijden een vaste gewoonte werd. De kleding vertelt eveneens haar verhaal. De mannen dragen eenvoudige werkjassen en een platte pet, typische werkkledij van de jaren vijftig. De vrouw draagt een nette donkerblauwe jurk, zoals vele Vlaamse vrouwen die droegen wanneer zij hun echtgenoot hielpen bij het verzorgen of vervoeren van de duiven. De duivensport was immers vaak een echte familieaangelegenheid. Opvallend is de rustige dorpsstraat met haar bakstenen woningen en kasseibestrating. Zulke straatbeelden waren destijds heel gewoon in de Limburgse mijndorpen en landelijke gemeenten. Er reed weinig verkeer en de buren kenden elkaar. Wanneer een wagen met duiven vertrok, wist de hele straat vaak dat er een belangrijke vlucht op het programma stond. Na de Tweede Wereldoorlog kende de Belgische duivensport een ware bloeiperiode. België groeide uit tot één van de absolute toplanden in de internationale reisduivensport. Talrijke kampioensduiven uit Limburg verwierven faam tot ver buiten de landsgrenzen. Vooral de wedstrijden vanuit Quiévrain, Noyon, Orléans, Angoulême en Barcelona genoten groot aanzien. In de cafés en duivenlokalen werd na iedere vlucht druk nagepraat. Klokken werden gecontroleerd, aankomsttijden vergeleken en uitslagen besproken. Voor vele arbeiders uit de mijnen betekende de duivensport een geliefde ontspanning na een lange werkdag. De zorg voor de duiven bracht discipline, kameraadschap en vooral veel passie met zich mee.

X


woensdag 8 juli 2026

MANDENVLECHTER (STOKKEM 1957)

Ingekleurde versie

Upscaled

Een mandenvlechter aan het werk. In de Jekervallei en rond Stokkem bestond een bijzondere huisnijverheid: de strovlechterij en de korverij. In Stokkem werd zelfs een teen- en rietvlechtschool opgericht in 1923. De Maas die vlakbij lag, was een ideale voedingsbodem voor wilgen en wissen. Daaruit groeide het korversambacht en het rietvlechten.

X

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) - GEMEENTEHUIS / VREDEGERECHT 1905

Ingekleurde versie

Upscaled

Het huisje op de voorgrond werd later nog café (of dat het al was op de foto weet ik niet). Beetje verderop naast het gemeentehuis staan nog bomen en huisjes, later moesten deze plaats maken voor de meisjesschool en het klooster van de zusters van Maria Opdracht. Rechts de oprit tussen de heggen bij het witte huisje, dat al decennia geleden afgebroken is en vervangen door het gemeenteplein.

X

maandag 6 juli 2026

BIOSCOOP CLUB 115 IN MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS)

De kleine bioscoop waar film, vriendschap en gezelligheid samenkwamen 

Er zijn plaatsen die langzaam uit het straatbeeld verdwijnen, maar die in het geheugen van een hele generatie blijven voortleven. Club 115 in Mechelen-aan-de-Maas was zo'n plaats. Geen grote luxebioscoop met meerdere zalen, maar een gezellige buurtbioscoop waar filmliefhebbers jarenlang samenkwamen om de nieuwste avonturen, westerns, komedies en actiefilms te beleven. Voor vele inwoners van Maasmechelen was Club 115 veel meer dan een bioscoop. Het was een ontmoetingsplaats waar men vrienden tegenkwam, een praatje maakte en enkele uren kon ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen. De bioscoop was gevestigd aan de Koning Albertlaan 15 in Mechelen-aan-de-Maas. Volgens de historische gegevens op Cinema Belgica opende Club 115 vermoedelijk rond 1976 haar deuren en bleef de zaal actief tot ongeveer 1990. De bioscoop beschikte over een 35 mm-projectie en telde ongeveer 150 tot 158 zitplaatsen, afhankelijk van de periode. 

Een naam die iedereen kende De naam Club 115

 was jarenlang een begrip in de streek. Wie in de jaren zeventig of tachtig zei dat hij "naar de Club" ging, hoefde niets meer uit te leggen. Vooral jongeren uit Mechelen-aan-de-Maas, Eisden, Opgrimbie, Vucht, Boorsem, Leut en Maasmechelen vonden er hun weg. De bioscoop bood een gevarieerd programma aan met populaire films uit Europa en Amerika. Horrorfilms, avonturenfilms, kungfufilms en actiefilms trokken vaak volle zalen. 

Een ticket vol nostalgie 

Het afgebeelde toegangsticket vertelt vandaag een prachtig stukje lokale geschiedenis. Op het ticket lezen we onder meer: Club 115 – Mechelen a/Maas F.70 A Taks en btw inbegrepen Monti, Lier De vermelding Monti, Lier verwijst naar de drukkerij die deze bioscooptickets produceerde. Zulke voorgedrukte genummerde tickets waren destijds in vrijwel alle Belgische bioscopen in gebruik. De prijs van 70 Belgische frank roept meteen herinneringen op aan een tijd waarin een bioscoopbezoek nog betaalbaar was voor iedereen.

 De magie van 35 millimeter

 Zoals vrijwel alle bioscopen uit die periode werd ook Club 115 volledig analoog uitgebaat. Films arriveerden in zware metalen filmblikken en bestonden uit meerdere filmrollen van 35 mm. De projectiecabine was het kloppende hart van de bioscoop. De projectoren ratelden onafgebroken terwijl achteraan in de zaal het licht door de filmstrook scheen. Wanneer een filmrol bijna op zijn einde liep, moest de operateur perfect op tijd overschakelen naar de volgende projector. Dat was vakmanschap waar de bezoekers meestal niets van merkten.

 Leon Senden 

Historische gegevens vermelden dat Leon Senden in 1982 als directeur aan Club 115 verbonden was. Daarmee maakt hij deel uit van de geschiedenis van deze lokale bioscoop. 

Het einde van een tijdperk 

Zoals zoveel kleinere buurtbioscopen kreeg ook Club 115 het steeds moeilijker. De opkomst van videorecorders in de jaren tachtig veranderde het kijkgedrag ingrijpend. Mensen konden films thuis huren en bekijken wanneer ze wilden. Later kwamen ook de grotere bioscoopcomplexen met meerdere zalen en een ruimer filmaanbod. Rond 1990 verdwenen uiteindelijk de laatste filmvoorstellingen uit Club 115. Daarmee kwam een einde aan een bioscoop die gedurende bijna anderhalf decennium deel had uitgemaakt van het culturele leven in Mechelen-aan-de-Maas.

 Een stukje Maasmechelse filmgeschiedenis

 Vandaag bestaan nog slechts enkele tastbare herinneringen aan Club 115. Een oud toegangsticket, een advertentie of een vergeelde foto zijn voor verzamelaars en filmliefhebbers waardevolle documenten geworden. Ze herinneren aan een periode waarin een bioscoopavond een echt uitstapje was. Men trok zijn mooiste kleren aan, kocht een ticket aan het loket en nam plaats in een zaal waar het licht langzaam doofde en het witte doek tot leven kwam. Club 115 was misschien geen grote bioscoop, maar voor velen uit Maasmechelen en omgeving betekende ze een wereld vol avontuur, spanning en ontspanning. Want sommige bioscopen verdwijnen uit het straatbeeld, maar nooit uit het geheugen van de mensen die er ooit met verwondering naar het witte doek hebben gekeken.

X

CINÉ STUDIO MAASMECHELEN: DE BIOSCOOP DIE EEN NIEUW TIJDPERK INLUIDDE

De bioscoop Ciné Studio van eigenaar Senden opende de eerste keer zijn deuren op 25 september 1970 met de toen zeer succesvolle komische oorlogsfilm La grande vadrouille uit 1966 met o.a. Louis De Funes

MAASMECHELEN – Op vrijdag 25 september 1970 opende in Maasmechelen een nieuwe bladzijde in de plaatselijke filmgeschiedenis. Met de feestelijke opening van Ciné Studio kreeg de gemeente eindelijk een moderne bioscoop die helemaal beantwoordde aan de verwachtingen van het groeiende publiek. De advertentie waarmee de opening werd aangekondigd straalde ambitie en vertrouwen uit: Maasmechelen verdiende een cinema van niveau. De initiatiefnemers wilden meer bieden dan alleen films. Hun doel was een bioscoop waar de bezoekers zich echt thuis voelden. In de aankondiging werden drie belangrijke troeven naar voren geschoven: een aangenaam verwarmd interieur, comfortabele zetels en een onberispelijke filmprojectie. Voor die tijd waren dat moderne voorzieningen die een bioscoopbezoek aanzienlijk aangenamer maakten. Het nieuwe gebouw verrees aan de Koning Albertlaan en bood plaats aan ongeveer 200 bezoekers. De uitbaters omschreven hun cinema als een klein juweel waar men, tegen betaalbare toegangsprijzen, kon genieten van kwaliteitsfilms. Daarmee wilde Ciné Studio uitgroeien tot een vaste ontmoetingsplaats voor filmliefhebbers uit Maasmechelen en de omliggende gemeenten. Voor de openingsweek werd meteen een publieksvriendelijke film geprogrammeerd: "Een Reuze Boemel!', een Franse succesfilm met de originele titel "La Grande Vadrouille". De legendarische komieken Bourvil en Louis de Funès zorgden voor een aaneenschakeling van hilarische situaties tijdens een avontuurlijk verhaal dat zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog. De film was bovendien toegelaten voor kinderen, waardoor het een ideale keuze was voor het hele gezin. De vertoningen vonden plaats op vrijdag 25 september en zaterdag 26 september om 20.00 uur, terwijl er op zondag 27 september twee voorstellingen waren, om 15.00 uur en 20.00 uur. Daarnaast werd op woensdag 30 september om 14.00 uur een speciale kindervoorstelling georganiseerd, een traditie die jarenlang vele jonge filmliefhebbers naar de bioscoop zou lokken. De opening van Ciné Studio betekende veel meer dan de komst van een nieuwe ontspanningsgelegenheid. In een periode waarin televisie nog niet in elk huishouden aanwezig was, vormde de bioscoop hét centrum van amusement en sociaal contact. Families, vrienden en koppels verzamelden er wekelijks om samen de nieuwste films te ontdekken. Vandaag roept deze advertentie warme herinneringen op aan een tijd waarin een avondje cinema een echte belevenis was. De geur van vers gepoetste zalen, het zachte gezoem van de projectoren en het langzaam doven van de lichten maakten allemaal deel uit van een unieke bioscoopervaring. Ciné Studio Maasmechelen groeide uit tot een begrip en neemt nog altijd een bijzondere plaats in binnen het culturele erfgoed van de gemeente.

(Door Conaert Jp)

X

HET DOEK VIEL...DE TELOORGANG VAN DE BIOSCOPEN IN HET MAASLAND

Bioscoopkaartjes van Ciné Studio: Entree 30 frank, periode 1970-1975

Er was een tijd waarin een bioscoopbezoek een echte gebeurtenis was. Op zaterdagavond trokken gezinnen, verliefde koppels en groepen jongeren richting de filmzaal. De geur van vers gepofte popcorn bestond nog nauwelijks; het waren vooral sigarettenrook, het geratel van de 35 mm-projector en het zachte gezoem van de ventilatie die de sfeer bepaalden. Voor duizenden Maaslanders was de bioscoop jarenlang dé plaats waar men even kon ontsnappen aan de dagelijkse werkelijkheid. In het Maasland groeide de filmcultuur bijzonder sterk tijdens de jaren zestig en zeventig. Vooral in Maasmechelen bloeide het bioscoopleven. De Ciné Studio van de familie Senden werd een begrip en groeide uit tot een vaste ontmoetingsplaats voor jong en oud. Ook de vele buitenlandse mijnwerkers vonden er ontspanning. Italiaanse films, actiefilms, westerns en grote Hollywoodproducties lokten week na week volle zalen. De bioscoop was meer dan een gebouw; het was een sociaal trefpunt waar vriendschappen ontstonden en eerste liefdes begonnen. De gouden jaren duurden echter niet eeuwig. Vanaf de jaren tachtig veranderde het kijkgedrag langzaam maar zeker. Eerst verschenen de videorecorder en de videotheek, later kwamen kabeltelevisie, dvd's en uiteindelijk streamingdiensten. Films die vroeger maanden op zich lieten wachten, konden plots thuis bekeken worden vanuit de zetel. Voor veel kleinere bioscopen betekende dat het begin van een moeilijke strijd. Toch bleef de familie Senden geloven in de magie van het grote scherm. In 1993 opende in Lanaken de indrukwekkende Euroscoop, destijds een modern bioscoopcomplex dat bezoekers uit heel Belgisch en Nederlands Limburg aantrok. Luxezetels, meerdere filmzalen en een gezellige sfeer maakten van een filmavond opnieuw een belevenis. Vele Nederlanders staken zelfs de grens over om er films te bekijken. Maar ook deze moderne bioscopen kregen af te rekenen met steeds grotere uitdagingen. De coronapandemie bracht de sector zware klappen toe. Daarna bleef het publiek slechts langzaam terugkeren. De stijgende energieprijzen, hoge exploitatiekosten en de steeds grotere concurrentie van thuisentertainment maakten het moeilijk om rendabel te blijven. Zelfs succesvolle bioscopen moesten besparen en openingsdagen schrappen. In 2024 viel uiteindelijk ook voor Lanaken het doek. De voormalige Euroscoop sloot definitief haar deuren na dertig jaar. De Pathé Group besloot haar investeringen te concentreren in Genk en Maasmechelen, terwijl de bioscoop van Lanaken werd gesloten en te koop werd aangeboden. Daarmee verdween opnieuw een stukje cultureel erfgoed uit het Maasland. Toch leeft de herinnering voort. Wie vandaag oude bioscoopkaartjes, affiches of foto's bekijkt, voelt opnieuw iets van die unieke sfeer. De spanning wanneer het zaallicht langzaam doofde. Het geratel van de projector. Het rode fluwelen gordijn dat langzaam openging. Het applaus na een indrukwekkende film. Het zijn herinneringen die een generatie Maaslanders nooit meer zal vergeten. De geschiedenis van de bioscopen vertelt tegelijk het verhaal van een streek die voortdurend veranderde. Van de bloeiende mijnperiode, waarin duizenden gezinnen ontspanning vonden in de filmzaal, tot het digitale tijdperk waarin films met één druk op de knop beschikbaar zijn. De gebouwen verdwijnen misschien, maar de herinneringen blijven leven. Misschien is dat wel de grootste kracht van cinema: goede films verdwijnen nooit echt. Ze blijven voortbestaan in het geheugen van iedereen die ooit ademloos naar het witte doek heeft gekeken.

(Door Conaert Jp)

X

zondag 5 juli 2026

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) - STEENBAKKERIJ EYBEN


Aan de rand van Mechelen aan de Maas stond jarenlang een van de bekendste steenbakkerijen van de Maasvallei: de steenbakkerij Eyben. De foto toont een indrukwekkend industrieel landschap dat jarenlang het uitzicht van Maaswinkel bepaalde. De hoge schoorsteen, de lange droogloodsen en de grote stapels bakstenen herinneren aan een tijd waarin klei, vuur en vakmanschap het ritme van het dagelijks leven bepaalden. De steenbakkerij ontstond op een ideale plaats. Langs de Maas lagen dikke lagen Maasklei, een grondstof van uitstekende kwaliteit voor het bakken van bakstenen. De klei werd met de hand of later met eenvoudige machines uit de uiterwaarden gewonnen en naar de steenbakkerij gebracht. Daar werd ze gekneed, in houten vormen geperst en vervolgens gedurende enkele weken gedroogd voordat de stenen in de grote ovens verdwenen. Rond 1920 werd er een moderne ringoven gebouwd, die tientallen jaren in gebruik bleef. Op drukke werkdagen heerste hier een enorme bedrijvigheid. Paardenkarren reden af en aan met klei en afgewerkte stenen. Arbeiders, vaak afkomstig uit Mechelen aan de Maas, Leut, Vucht en de omliggende dorpen, werkten lange dagen in weer en wind. In de zomer begon men vaak al voor zonsopgang om de hitte voor te zijn. Het werk was zwaar, stoffig en warm, maar bood aan vele gezinnen een broodwinning in een periode waarin landbouw alleen niet voldoende inkomen opleverde. De karakteristieke hoge schoorsteen was jarenlang een herkenningspunt in de Maasvallei. Van ver zagen schippers op de Maas en inwoners uit de omliggende dorpen de rookpluimen opstijgen. De ovens brandden soms wekenlang onafgebroken om duizenden stenen gelijkmatig te bakken. De bakstenen uit Maaswinkel vonden hun weg naar woningen, boerderijen, kerken en fabrieken in Belgisch en Nederlands Limburg. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de bouwsector snel. Nieuwe productiemethoden, andere bouwmaterialen en schaalvergroting maakten het voor kleinere steenbakkerijen steeds moeilijker om te concurreren. Uiteindelijk werd de productie stopgezet en verdwenen de gebouwen geleidelijk uit het landschap. Wat ooit een bruisend industriecomplex was, werd later afgebroken. Vandaag is het voormalige terrein nauwelijks nog als steenbakkerij te herkennen. Waar vroeger klei werd afgegraven en stenen lagen te drogen, ontwikkelde zich een bijzonder natuurgebied. De oude kleiputten veranderden in poelen en moeraszones die vandaag een belangrijke leefomgeving vormen voor vogels, amfibieën en tal van andere dieren. Daarmee kreeg het gebied een nieuw leven, terwijl de geschiedenis van de steenbakkerij nog altijd voortleeft in oude foto's zoals deze. Deze foto is dan ook veel meer dan een afbeelding van een fabriek. Ze toont een belangrijk hoofdstuk uit de geschiedenis van Mechelen aan de Maas, waarin hard werk, vakmanschap en de rijkdom van de Maasgrond samenkwamen. De steenbakkerij Eyben vormde tientallen jaren een economische motor voor Maaswinkel en blijft een waardevolle herinnering aan het industriële verleden van de Maasvallei.

X

LANAKEN MARKT (KRUISPUNT NU STATIONSSTRAAT / KERKPLEIN)

Ingekleurde versie (Bij deze foto zijn mensen verwijderd of vervangen, ook fietsen en reclame op de gevel van het huis links weggelaten wegens slechte kwaliteit)

Originele

De huizen links zijn afgebroken, daar is nu het gemeentehuis. 

X

SMEERMAAS (TOEN SMEERMAES) - HOEVE DE BLAUWE GEIT LANGS DE MAAS

Ingekleurde versie (De omgeving is juist, de mensen zijn fictief)

Updated  (De omgeving is juist, de mensen zijn fictief)

Deze weg langs de Maas verbindt Smeermaas met Maastricht. De hoeve rechts ligt sedert 1938 op Nederlands grondgebied. In 1725 was het een herberg, waar op 31 januari de zogeheten 'vrede van de Blauwe Geit' werd gesloten. Dit pact stelde een einde aan een betwisting over rechtspraak tussen de graaf van Rekem en de hoogproost van Maastricht als heer van Maasmechelen. In de volksmond noemt men dit huis nog altijd 'De Blauwe Geit'.

X

zaterdag 4 juli 2026

vrijdag 3 juli 2026

TOEN DE HEMEL VOL VLEUGELS HING

Er was een tijd dat een duivenhok veel meer was dan een houten gebouw met een golfplaten dak. Het was het kloppende hart van een hobby die generaties lang duizenden mensen in het Maasland in haar ban hield. In bijna elk dorp kende men wel een duivenmelker. Van Kotem tot Boorsem, van Uikhoven tot Mechelen aan de Maas en verder: overal stonden achter de huizen eenvoudige hokken waar met liefde en toewijding kampioenen werden gekweekt. Op deze foto zien we een groep duivenliefhebbers die zwijgend naar de lucht kijkt. Hun ogen volgen de eerste stippen aan de horizon, die langzaam veranderen in een zwerm thuiskomende reisduiven. Niemand zegt een woord. Iedereen weet dat de komende minuten beslissend zijn. De spanning is bijna tastbaar. Welke duif zal als eerste over de klep schieten? Welke melker mag straks trots zijn overwinning vieren? De mannen dragen eenvoudige werkkleren, petten die al vele zomers en winters hebben meegemaakt en jassen waarin de geur van het dagelijkse boerenleven nog hangt. Hun handen verraden jarenlang hard werk op het land, maar tegelijk ook de zachtheid waarmee ze hun geliefde duiven verzorgden. Want een goede duivenmelker wist dat succes niet alleen afhing van snelheid, maar vooral van geduld, verzorging en een sterke band tussen mens en dier. Het duivenhok zelf straalt eenvoud uit. Verweerd hout, een roestig dak en open vlieggaten vertellen het verhaal van vele seizoenen. Hier werden jonge duiven grootgebracht, kampioenen gekweekt en teleurstellingen verwerkt. Achter elke plank en achter elk nestkastje schuilt een herinnering. Op zondagmorgen heerste er altijd een bijzondere sfeer. De klokken van de kerk luidden nog na, terwijl de eerste liefhebbers zich al verzamelden om de aankomst van hun gevleugelde atleten af te wachten. Wanneer de eerste duif als een pijl uit de lucht neerdaalde en rechtstreeks haar hok invloog, ging er een zucht van opluchting door de groep. Even later volgden de felicitaties, de discussies over wind en weer, en natuurlijk de eeuwige vraag: "Hoe heeft die van u gevlogen?" Duivensport was veel meer dan een wedstrijd. Ze bracht buren, vrienden en families samen. Er werden ervaringen uitgewisseld, jongen geruild en urenlang verhalen verteld over legendarische vluchten en uitzonderlijke kampioensduiven. De cafégesprekken na de inkorving of na de aankomst duurden vaak langer dan de wedstrijd zelf. Vandaag zijn zulke taferelen zeldzamer geworden. Veel oude duivenhokken verdwenen uit het dorpsbeeld, en met hen ook een stukje van het rijke verenigingsleven dat onze streek jarenlang kleur gaf. Toch leeft de herinnering voort in oude foto's zoals deze. Ze tonen niet alleen mannen die naar hun duiven kijken, maar vooral een tijd waarin kameraadschap, passie en eenvoud de mooiste prijzen waren. Deze foto is een eerbetoon aan al die duivenmelkers die met hart en ziel leefden voor het moment waarop hun duiven weer veilig uit de hemel neerstreken. Een prachtig stukje volkscultuur dat nooit vergeten mag worden.

X


MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) - BOSCHSTRAAT (NU JOSEPH SMEETSLAAN) 1919

Ingekleurde versie

Upscaled
Begin kruispunt Steenweg (nu Rijksweg) richting Boschstraat (nu Joseph Smeetslaan).

Deze foto is een bijzonder waardevol tijdsdocument van Mechelen-aan-de-Maas kort na de Eerste Wereldoorlog. Ze toont de toenmalige Boschstraat, die later werd hernoemd tot Joseph Smeetslaan. Rond 1919 was dit nog een rustige dorpsstraat waar het dagelijkse leven zich in een traag ritme afspeelde, lang voordat de mijnindustrie het dorp ingrijpend zou veranderen. Op de voorgrond staan twee jongens die trots voor de fotograaf poseren. Hun eenvoudige kleding, petten en hoge laarzen waren typerend voor kinderen uit een landbouwgemeenschap. In die tijd hielpen veel kinderen al van jongs af mee op de boerderij of in het huishouden. Hun ontspannen houding geeft de foto een menselijke en herkenbare uitstraling. De brede kasseiweg is nog vrijwel verlaten. Er is geen spoor van auto's; hooguit passeerden hier af en toe een paardenkar, een handkar of een fietser. De huizen langs de straat zijn opgetrokken in de karakteristieke donkere Maaslandse baksteen, met sobere maar verzorgde gevels. Ze weerspiegelen het landelijke karakter van Mechelen-aan-de-Maas aan het begin van de twintigste eeuw. De Boschstraat vormde het hart van het gehucht Boseinde. Dit deel van het dorp ontwikkelde zich langzamer dan de oude dorpskern aan de Maas, omdat de omliggende heidegronden minder vruchtbaar waren. Veel bewoners waren kleine landbouwers of landarbeiders die een bescheiden bestaan leidden. De bebouwing bestond daarom vooral uit langgerekte woningen en eenvoudige hoeven. Pas enkele jaren na deze opname zou alles veranderen. Vanaf 1922, met de opening van de steenkoolmijn van Eisden, groeide Mechelen-aan-de-Maas razendsnel uit van een rustig landbouwdorp tot een levendige mijnwerkersgemeente. Nieuwe woonwijken verschenen, de bevolking nam sterk toe en ook de Boschstraat veranderde geleidelijk in een belangrijke verkeersader. Uiteindelijk kreeg de straat de naam Joseph Smeetslaan ter ere van burgemeester Joseph Smeets, die van 1897 tot 1929 een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van het dorp.  Juist daarom is deze foto zo bijzonder. Ze toont een verdwenen wereld: het oude, landelijke Mechelen-aan-de-Maas van vlak na de oorlog, waar stilte, eenvoud en het boerenleven nog het straatbeeld bepaalden. De twee jongens lijken even stil te staan in de tijd en vormen vandaag een tastbare herinnering aan een dorp dat enkele jaren later voorgoed zou veranderen.

X

BREE VROEGER

Ingekleurde versie

Upscaled


GEKANTELD MILITAIR VOERTUIG OP DE JOSEPH SMEETSLAAN (NU JOZEF SMEETSLAAN) TE MAASMECHELEN 1959

 (Nummers of andere tekens die achter op de tank stonden waren onleesbaar bij de originele foto en zijn dus weggeUpscaledlaten).

n 1959 zorgde een spectaculair ongeval op de Joseph Smeetslaan in Maasmechelen voor heel wat belangstelling. Een zware tanktransport-oplegger kantelde en kwam dwars over de kasseiweg tot stilstand. Omwonenden en toevallige voorbijgangers verzamelden zich onmiddellijk rond de plaats van het ongeval vlak voor de gevel van Guill. Kuypers-Smits. De opname vormt vandaag een waardevol document van het straatbeeld, het vrachtverkeer en het dagelijks leven in het Maasmechelen van de jaren vijftig. De Joseph Smeetslaan groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot een belangrijke verkeersader in Maasmechelen, waardoor steeds meer zwaar verkeer door de gemeente reed.

X

donderdag 2 juli 2026

BOORSEM - KIEZELWASSERIJ GRAVELCO

Gedurende de ijstijden voerde de Maas onafgebroken grind, zand en keien uit de Ardennen mee. Wanneer het water rustiger werd, zette de Maas deze natuurlijke rijkdom af in de brede Maasvallei. Zo ontstonden de dikke grindlagen waarvoor Boorsem, Uikhoven, Kotem en de rest van het Maasland later bekend zouden worden. In de twintigste eeuw groeide de vraag naar bouwmaterialen enorm. Wegen, bruggen, woningen en later ook de autosnelwegen hadden miljoenen tonnen kwaliteitsgrind nodig. Dankzij de aanleg van de Zuid-Willemsvaart konden de Maasgrinden goedkoop per schip worden vervoerd. Dat maakte Boorsem tot een ideale vestigingsplaats voor grindwinning en verwerking. Gravelco ontwikkelde zich langs het kanaal tot een moderne grindwasserij. Het gewonnen materiaal werd niet zomaar afgevoerd. Eerst werd het zorgvuldig gewassen, gezeefd en gesorteerd in verschillende korrelgroottes. Via een indrukwekkend netwerk van transportbanden vonden de stenen hun weg naar hoge voorraadbergen, klaar voor verzending naar betoncentrales, wegenbouwers en aannemers in binnen- en buitenland. Voor veel inwoners van Boorsem betekende Gravelco jarenlang werk en welvaart. Chauffeurs, kraanmachinisten, schippers, onderhoudstechniekers en sorteerders vonden er een vaste betrekking. De bedrijvigheid langs het kanaal werd een vertrouwd onderdeel van het dorpsleven. Terwijl binnenschepen af en aan voeren, draaiden de installaties vaak van 's morgens vroeg tot laat in de avond. Toch bracht de grindwinning meer voort dan alleen bouwmaterialen. Regelmatig kwamen tijdens de ontginningen sporen uit een ver verleden aan het licht. Op enkele meters diepte werden fossielen en prehistorische resten ontdekt, waaronder in 1972 zelfs delen van een mammoetskelet. Zulke vondsten bewezen dat onder de grindlagen een landschap verborgen lag waarin tienduizenden jaren geleden mammoeten en andere dieren leefden. Na verloop van tijd veranderde ook de sector. De klassieke grindwinning maakte steeds meer plaats voor een duurzaam gebruik van grondstoffen. Moderne bedrijven in dezelfde omgeving investeren vandaag in installaties die zand, puin en granulaten reinigen en opnieuw geschikt maken voor hergebruik. Zo krijgt het industriële verleden van Boorsem een eigentijdse invulling, waarbij circulaire economie steeds belangrijker wordt.

X

UIKHOVEN (TOEN UYCKHOVEN) OVERSTROMING 1926

Ingekleurde versie

Upscaled

"Toen de soldaten over het water kwamen" 

Uyckhoven en de Maasramp van Nieuwjaar 1926


 Nieuwjaarsdag 1926 begon in Uyckhoven niet met gelukwensen, maar met angst. Al dagenlang was de Maas onrustig. Regen bleef uit de hemel vallen en het smeltwater uit de Ardennen joeg de rivier steeds hoger op. In de nacht van 31 december op 1 januari bezweek de oude leemdijk. Met oorverdovend geweld stortte een muur van water het dorp binnen. Binnen enkele ogenblikken veranderden de straten in kolkende waterlopen. Boerderijen, stallen en huizen liepen vol. Mensen vluchtten met hun kinderen naar de bovenverdieping of het dak, terwijl koeien, paarden en landbouwmateriaal door de stroming werden meegesleurd. Niemand wist hoe lang de ramp zou duren. Toen het dorp volledig van de buitenwereld was afgesneden, verscheen eindelijk hulp. Belgische soldaten van het 11de Regiment werden naar de Maasstreek gestuurd. Vanuit Rekem richtten zij een noodpost in en brachten boten, voedsel, drinkwater en dekens bijeen. Zodra de stroming het toeliet, roeiden zij het overstroomde Uyckhoven binnen. De soldaten voeren tussen de huizen door alsof het grachten waren. Soms moesten zij letterlijk via een raam of trap een woning binnengaan om brood, melk, drinkwater en andere levensmiddelen naar gezinnen op de bovenverdieping te brengen. Voor de bewoners, die al dagen in onzekerheid verkeerden, betekende de komst van de militairen een straaltje hoop in een uitzichtloze situatie. De reddingsacties duurden dagen. Ondanks de koude, de sterke stroming en het voortdurende gevaar bleven de soldaten onvermoeibaar mensen bevoorraden en helpen. Hun moed en plichtsgevoel maakten diepe indruk op de bevolking. Nog jarenlang werd gesproken over de jonge militairen die met hun bootjes door de overstroomde dorpsstraten voeren om levens te redden. Toen het water uiteindelijk langzaam zakte, bleef een dorp achter dat zwaar gehavend was. Modder bedekte de huizen, akkers waren vernield en veel vee was verloren gegaan. Toch overheerste ook een gevoel van dankbaarheid. Dankzij de gezamenlijke inzet van inwoners, buren en soldaten kon Uyckhoven zich langzaam weer oprichten. De dramatische overstroming van 1926 betekende een keerpunt voor de Maasvallei. De ramp leidde tot betere waterbeheersing en de aanleg van sterkere dijken. Tot op vandaag herinneren de vloedmerken op verschillende gevels in Uikhoven aan het water dat toen ongekend hoog stond – stille getuigen van een ramp die niemand ooit vergat. Want wanneer de ouderen vroeger over de Maas spraken, eindigde het verhaal vaak met dezelfde woorden: "Dat was het jaar waarin de soldaten over het water naar Uyckhoven kwamen."

X

woensdag 1 juli 2026

LANAKEN TOURNEBRIDE TRAMSTELPLAATS 1953

Ingekleurde versie (De kleur van de trein zou nu goed moeten zijn).

Updated

Na onderzoek van historische bronnen blijkt dat de dieselautorails (AR 290–296) die tussen Tongeren – Lanaken – Maaseik reden in de jaren 1950 niet groen of geel waren, maar een rood-crème kleurstelling droegen. Dit wordt expliciet bevestigd door historische documentatie over de lijn zelf.

De historisch meest correcte kleurstelling is:

  • Carrosserie: diep bordeauxrood / wijnrood (vergelijkbaar met RAL 3005)
  • Sierband en vensterstrook: crème / ivoor (ongeveer RAL 1015)
  • Dak: donkergrijs
  • Onderstel en draaistellen: mat zwart
  • Interieur: licht hout met crème plafonds en bruine zitbanken.

Deze kleurstelling is ook zichtbaar op een bekende historische kleurenfoto uit 1952, waarop AR 292 op de lijn Tongeren–Maaseik wordt beschreven als een "rood-crème geschilderde draaistel-autorail".

Dat sluit bovendien aan bij de inzet van de autorails 291 t.e.m. 296, die tussen 1946/1947 en 1954 specifiek op de lijn Tongeren – Lanaken – Maaseik reden.

Voor uw restauraties is deze kleur dus historisch het meest verantwoord:

  • Bordeauxrood: RAL 3005
  • Crème/ivoor: RAL 1015
  • Dak: RAL 7012–7022 (donkergrijs)
  • Onderstel: mat zwart
PS: Foto's zullen allemaal aangepast worden in de goede kleur als ze teruggeplaatst worden.
Een foto in het zwart/wit is natuurlijk altijd juist.

X

DE MUSKUSRATTENVANGER LANGS DE ZIEPBEEK - EEN BIJNA VERGETEN BEROEP

Foto's ontworpen door Jp Wie vandaag langs de kronkelende beken van het Maasland wandelt, kan zich moeilijk voorstellen dat hier ooit ma...