donderdag 9 juli 2026

ROND DE LEUVENSE STOOF - HET HART VAN HET VLAAMSE GEZIN

Ontworpen door Jp

Er was een tijd waarin het leven zich afspeelde rond één plaats in huis: de Leuvense stoof. Lang voordat centrale verwarming haar intrede deed, vormde deze robuuste gietijzeren kachel het kloppende hart van talloze woningen in Vlaanderen. Ze zorgde niet alleen voor warmte, maar ook voor licht, gezelligheid en het bereiden van de dagelijkse maaltijden. Op deze sfeervolle reconstructie zien we een ouder echtpaar dat samen plaatsneemt naast hun Leuvense stoof. Hun gezichten weerspiegelen een leven vol arbeid, eenvoud en tevredenheid. In dergelijke woonkamers speelde het dagelijkse leven zich af. Men begon er de dag met een kop koffie of cichorei, bakte er brood, warmde er de soep op en verzamelde er zich 's avonds na een lange werkdag. Op de stoof stonden meestal een geëmailleerde waterketel en koperen of gietijzeren kookpotten die voortdurend warm werden gehouden. Naast de kachel lagen houtblokken en kolen klaar om het vuur brandend te houden, terwijl een pook, kolenschop en asblik onmisbare hulpmiddelen waren voor het dagelijkse onderhoud. De warmte straalde langzaam door de kamer en zorgde voor een behaaglijke sfeer, zelfs tijdens de strengste winterdagen. De inrichting van zulke woningen was eenvoudig maar degelijk. Massief houten meubels, een tafel met een gebloemd tafelkleed, een wandklok, foto's van familieleden en religieuze voorwerpen bepaalden het interieur. Alles had zijn vaste plaats en werd met zorg onderhouden. Luxe was zeldzaam, maar orde, netheid en zuinigheid waren vanzelfsprekend. Voor veel ouderen roept de Leuvense stoof warme herinneringen op. Hier werden verhalen verteld, sokken gestopt, groenten geschild en kleding hersteld. Kinderen maakten er hun schoolwerk terwijl grootouders herinneringen ophaalden aan vroeger. Tijdens koude winteravonden luisterde men naar de radio of genoot men eenvoudig van elkaars gezelschap. De stoof bracht het gezin letterlijk en figuurlijk dichter bij elkaar. Vanaf de jaren vijftig en zestig verdwenen de Leuvense stoven geleidelijk uit de Vlaamse woningen. Olie-, gas- en later centrale verwarmingsinstallaties namen hun plaats in. Toch bleef de Leuvense stoof voor velen een symbool van huiselijkheid, eenvoud en verbondenheid. Vandaag zijn goed bewaarde exemplaren gegeerde erfgoedstukken. Ze herinneren aan een tijd waarin vakmanschap, duurzaamheid en familie centraal stonden. De Leuvense stoof was veel meer dan een verwarmingsbron; ze was het warme middelpunt van het dagelijkse leven en een stille getuige van generaties Vlaamse gezinnen.

SPELENDE KINDEREN LANGS DE MAAS

Ontworpen door Jp

Langs de oevers van de Maas speelde zich rond 1920 dagelijks een tafereel af dat vandaag haast ondenkbaar is. De rivier was niet alleen een belangrijke verkeersader voor de scheepvaart, maar ook een plaats waar het dagelijkse leven zich afspeelde. Kinderen brachten er uren door, ver weg van de drukte, zonder speelgoed of moderne voorzieningen. De natuur zelf bood alles wat nodig was voor een zorgeloze dag. Tussen het aangespoelde wrakhout bouwden jongens en meisjes hutten, dammetjes en kleine vlotten. Met stokken zochten ze naar kleine visjes, kikkers en rivierkreeftjes in het ondiepe water. De zandige oevers en kiezelbanken vormden hun speelterrein, terwijl de rijke begroeiing langs de rivier beschutting bood tegen de zomerzon. De Maas was destijds een levend landschap waar water, natuur en mens in harmonie samenkwamen. Op de achtergrond voer af en toe een vrachtschip of een eenvoudige houten boot voorbij. Deze schepen vervoerden steenkool, landbouwproducten, hout en bouwmaterialen tussen de dorpen langs de Maas en de grotere steden. Voor de kinderen was elke voorbijvarende schipper een bron van nieuwsgierigheid. Niet zelden werd er enthousiast gezwaaid, waarna de schipper vriendelijk teruggroette met een handgebaar of een korte stoot op de scheepshoorn. De oevers waren in die periode veel natuurlijker dan vandaag. Grote bomen, wilgen, populieren en dicht struikgewas bepaalden het landschap. Omgevallen bomen en aangespoeld wrakhout bleven vaak liggen en vormden een karakteristiek onderdeel van het rivierlandschap. Ze boden bovendien een schuilplaats voor vogels, vissen en andere dieren, waardoor de biodiversiteit langs de Maas bijzonder groot was. Voor de gezinnen uit de omliggende dorpen betekende de Maas veel meer dan alleen water. Ze voorzag in vis, drinkwater voor het vee, transportmogelijkheden en ontspanning. Tijdens warme zomerdagen kwamen gezinnen naar de rivier om de was te doen, water te halen of eenvoudigweg te genieten van de verkoeling. Kinderen groeiden er op met een diep respect voor de kracht en schoonheid van de rivier. Dit beeld herinnert ons aan een tijd waarin eenvoud de grootste rijkdom was. Zonder elektriciteit, televisie of digitale afleiding vonden kinderen avontuur in de natuur. Hun spel weerspiegelde de verbondenheid met het landschap waarin zij leefden. De Maas was hun speelplaats, hun ontdekkingstocht en een onmisbaar onderdeel van het dagelijks leven. Hoewel de rivier en haar omgeving in de afgelopen eeuw sterk veranderden door kanalisatie, industrialisatie en modernisering, blijven dergelijke historische taferelen een waardevolle herinnering aan het rijke verleden van het Maasland. Ze tonen hoe generaties kinderen opgroeiden aan een rivier die niet alleen het landschap vormde, maar ook het leven van duizenden mensen bepaalde.

EEN VISSER LANGS DE ZUID-WILLEMSVAART

Ontworpen door Jp

In de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog was de Zuid-Willemsvaart veel meer dan een scheepvaartkanaal. Voor de bewoners van het Maasland vormde zij een levensader waar gewerkt, gewandeld en gevist werd. Vooral in de vroege ochtend hing er een bijzondere rust langs het water. Enkel het gezang van vogels, het zachte klotsen van het kanaalwater en het geruis van de populieren doorbraken de stilte. Op deze foto zien we een visser die plaats heeft genomen op zijn gevlochten visserkorf, een onmisbaar hulpmiddel uit die tijd. De korf diende niet alleen om gevangen vis in te bewaren, maar ook als stevige zitplaats tijdens lange uren aan de waterkant. Naast hem ligt een groot sleepnet waarvan een deel nog in het kanaal hangt. Zulke netten werden gebruikt om paling, voorn, brasem en andere zoetwatervissen te vangen die destijds overvloedig voorkwamen in de Zuid-Willemsvaart. In zijn handen houdt hij een eenvoudige bamboe-vislijn, zoals vele sport- en beroepsvissers die in de jaren vijftig gebruikten. Moderne molens waren nog lang niet voor iedereen betaalbaar. Geduld en ervaring waren veel belangrijker dan dure uitrusting. De oudere vissers kenden elke bocht, elke diepe kuil en elke plaats waar de vis zich schuilhield. Achter de visser loopt het onverharde jaagpad dat vroeger diende voor de trekpaarden die binnenschepen voorttrokken. Hoewel deze manier van vervoer rond 1950 stilaan verdween door de opkomst van motorschepen, bleef het jaagpad een geliefde wandelroute voor buurtbewoners en fietsers. De hoge bomen langs het kanaal boden verkoeling tijdens warme zomerdagen en bepaalden jarenlang het vertrouwde landschap van de Zuid-Willemsvaart. Het kanaal zelf kende in die periode een druk verkeer van vrachtschepen geladen met steenkool, grind, bouwmaterialen, landbouwproducten en goederen voor de industrie in Belgisch en Nederlands Limburg. Terwijl de scheepvaart langzaam voorbijgleed, bleven de vissers onverstoorbaar aan de waterkant zitten. Ze hadden geleerd dat rust en geduld vaak rijkelijk werden beloond. Voor vele gezinnen uit het Maasland betekende vissen bovendien een welkome aanvulling op het dagelijkse voedsel. Wat vandaag vooral een ontspannende hobby is, was toen voor sommigen nog een praktische noodzaak. Elke gevangen paling of brasem vond zijn weg naar de keuken. Deze foto roept het beeld op van een tijd waarin het leven eenvoudiger leek. Geen verkeerslawaai, geen haast en geen mobiele telefoons. Enkel een man, zijn visnet, zijn hengel en het kalme water van de Zuid-Willemsvaart dat herinnert aan het dagelijkse leven van de gewone mensen die het Maasland hebben gemaakt tot wat het vandaag is.

X


REISDUIVEN OP WEG NAAR DE INKORVING - EEN VERTROUWD STRAATBEELD UIT HET MAASLAND VAN DE JAREN VIJFTIG

Ontworpen door Jp

Ontworpen door Jp

Er zijn foto's die veel meer vertellen dan wat je op het eerste gezicht ziet. Dit beeld brengt ons terug naar het Vlaanderen van omstreeks 1950, een tijd waarin de duivensport een onmisbaar onderdeel vormde van het dagelijkse leven. In haast elk dorp van Limburg, en zeker in de streek van Maasmechelen, Lanaken, Eisden, Mechelen-aan-de-Maas, Boorsem en Kotem, werden reisduiven met trots gekweekt en gespeeld. Op de foto zien we drie liefhebbers die hun zorgvuldig geselecteerde reisduiven in houten transportkorven naar de wagen brengen. De kofferklep staat open en is reeds gevuld met meerdere korven. Alles wijst erop dat de duiven onderweg zijn naar een lokaal inkorflokaal, waar ze zouden worden ingeschreven voor een wedstrijd. De houten korven zijn typerend voor die periode. Ze werden vervaardigd uit latwerk zodat de duiven voldoende frisse lucht kregen tijdens het vervoer. Kunststof transportmanden bestonden toen nog niet; hout was het vertrouwde materiaal dat iedere liefhebber gebruikte. Ook de wagen ademt de sfeer van de naoorlogse jaren. In die tijd bezat lang niet iedere duivenmelker een auto. Vaak werden de korven met de fiets, een bakfiets of zelfs met een handkar naar het lokaal gebracht. Wie over een personenwagen beschikte, kon meerdere liefhebbers tegelijk meenemen, waardoor gezamenlijk naar de inkorving rijden een vaste gewoonte werd. De kleding vertelt eveneens haar verhaal. De mannen dragen eenvoudige werkjassen en een platte pet, typische werkkledij van de jaren vijftig. De vrouw draagt een nette donkerblauwe jurk, zoals vele Vlaamse vrouwen die droegen wanneer zij hun echtgenoot hielpen bij het verzorgen of vervoeren van de duiven. De duivensport was immers vaak een echte familieaangelegenheid. Opvallend is de rustige dorpsstraat met haar bakstenen woningen en kasseibestrating. Zulke straatbeelden waren destijds heel gewoon in de Limburgse mijndorpen en landelijke gemeenten. Er reed weinig verkeer en de buren kenden elkaar. Wanneer een wagen met duiven vertrok, wist de hele straat vaak dat er een belangrijke vlucht op het programma stond. Na de Tweede Wereldoorlog kende de Belgische duivensport een ware bloeiperiode. België groeide uit tot één van de absolute toplanden in de internationale reisduivensport. Talrijke kampioensduiven uit Limburg verwierven faam tot ver buiten de landsgrenzen. Vooral de wedstrijden vanuit Quiévrain, Noyon, Orléans, Angoulême en Barcelona genoten groot aanzien. In de cafés en duivenlokalen werd na iedere vlucht druk nagepraat. Klokken werden gecontroleerd, aankomsttijden vergeleken en uitslagen besproken. Voor vele arbeiders uit de mijnen betekende de duivensport een geliefde ontspanning na een lange werkdag. De zorg voor de duiven bracht discipline, kameraadschap en vooral veel passie met zich mee.

X


woensdag 8 juli 2026

MANDENVLECHTER (STOKKEM 1957)

Ingekleurde versie

Upscaled

Een mandenvlechter aan het werk. In de Jekervallei en rond Stokkem bestond een bijzondere huisnijverheid: de strovlechterij en de korverij. In Stokkem werd zelfs een teen- en rietvlechtschool opgericht in 1923. De Maas die vlakbij lag, was een ideale voedingsbodem voor wilgen en wissen. Daaruit groeide het korversambacht en het rietvlechten.

X

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) - GEMEENTEHUIS / VREDEGERECHT 1905

Ingekleurde versie

Upscaled

Het huisje op de voorgrond werd later nog café (of dat het al was op de foto weet ik niet). Beetje verderop naast het gemeentehuis staan nog bomen en huisjes, later moesten deze plaats maken voor de meisjesschool en het klooster van de zusters van Maria Opdracht. Rechts de oprit tussen de heggen bij het witte huisje, dat al decennia geleden afgebroken is en vervangen door het gemeenteplein.

X

maandag 6 juli 2026

BIOSCOOP CLUB 115 IN MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS)

De kleine bioscoop waar film, vriendschap en gezelligheid samenkwamen 

Er zijn plaatsen die langzaam uit het straatbeeld verdwijnen, maar die in het geheugen van een hele generatie blijven voortleven. Club 115 in Mechelen-aan-de-Maas was zo'n plaats. Geen grote luxebioscoop met meerdere zalen, maar een gezellige buurtbioscoop waar filmliefhebbers jarenlang samenkwamen om de nieuwste avonturen, westerns, komedies en actiefilms te beleven. Voor vele inwoners van Maasmechelen was Club 115 veel meer dan een bioscoop. Het was een ontmoetingsplaats waar men vrienden tegenkwam, een praatje maakte en enkele uren kon ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen. De bioscoop was gevestigd aan de Koning Albertlaan 15 in Mechelen-aan-de-Maas. Volgens de historische gegevens op Cinema Belgica opende Club 115 vermoedelijk rond 1976 haar deuren en bleef de zaal actief tot ongeveer 1990. De bioscoop beschikte over een 35 mm-projectie en telde ongeveer 150 tot 158 zitplaatsen, afhankelijk van de periode. 

Een naam die iedereen kende De naam Club 115

 was jarenlang een begrip in de streek. Wie in de jaren zeventig of tachtig zei dat hij "naar de Club" ging, hoefde niets meer uit te leggen. Vooral jongeren uit Mechelen-aan-de-Maas, Eisden, Opgrimbie, Vucht, Boorsem, Leut en Maasmechelen vonden er hun weg. De bioscoop bood een gevarieerd programma aan met populaire films uit Europa en Amerika. Horrorfilms, avonturenfilms, kungfufilms en actiefilms trokken vaak volle zalen. 

Een ticket vol nostalgie 

Het afgebeelde toegangsticket vertelt vandaag een prachtig stukje lokale geschiedenis. Op het ticket lezen we onder meer: Club 115 – Mechelen a/Maas F.70 A Taks en btw inbegrepen Monti, Lier De vermelding Monti, Lier verwijst naar de drukkerij die deze bioscooptickets produceerde. Zulke voorgedrukte genummerde tickets waren destijds in vrijwel alle Belgische bioscopen in gebruik. De prijs van 70 Belgische frank roept meteen herinneringen op aan een tijd waarin een bioscoopbezoek nog betaalbaar was voor iedereen.

 De magie van 35 millimeter

 Zoals vrijwel alle bioscopen uit die periode werd ook Club 115 volledig analoog uitgebaat. Films arriveerden in zware metalen filmblikken en bestonden uit meerdere filmrollen van 35 mm. De projectiecabine was het kloppende hart van de bioscoop. De projectoren ratelden onafgebroken terwijl achteraan in de zaal het licht door de filmstrook scheen. Wanneer een filmrol bijna op zijn einde liep, moest de operateur perfect op tijd overschakelen naar de volgende projector. Dat was vakmanschap waar de bezoekers meestal niets van merkten.

 Leon Senden 

Historische gegevens vermelden dat Leon Senden in 1982 als directeur aan Club 115 verbonden was. Daarmee maakt hij deel uit van de geschiedenis van deze lokale bioscoop. 

Het einde van een tijdperk 

Zoals zoveel kleinere buurtbioscopen kreeg ook Club 115 het steeds moeilijker. De opkomst van videorecorders in de jaren tachtig veranderde het kijkgedrag ingrijpend. Mensen konden films thuis huren en bekijken wanneer ze wilden. Later kwamen ook de grotere bioscoopcomplexen met meerdere zalen en een ruimer filmaanbod. Rond 1990 verdwenen uiteindelijk de laatste filmvoorstellingen uit Club 115. Daarmee kwam een einde aan een bioscoop die gedurende bijna anderhalf decennium deel had uitgemaakt van het culturele leven in Mechelen-aan-de-Maas.

 Een stukje Maasmechelse filmgeschiedenis

 Vandaag bestaan nog slechts enkele tastbare herinneringen aan Club 115. Een oud toegangsticket, een advertentie of een vergeelde foto zijn voor verzamelaars en filmliefhebbers waardevolle documenten geworden. Ze herinneren aan een periode waarin een bioscoopavond een echt uitstapje was. Men trok zijn mooiste kleren aan, kocht een ticket aan het loket en nam plaats in een zaal waar het licht langzaam doofde en het witte doek tot leven kwam. Club 115 was misschien geen grote bioscoop, maar voor velen uit Maasmechelen en omgeving betekende ze een wereld vol avontuur, spanning en ontspanning. Want sommige bioscopen verdwijnen uit het straatbeeld, maar nooit uit het geheugen van de mensen die er ooit met verwondering naar het witte doek hebben gekeken.

X

CINÉ STUDIO MAASMECHELEN: DE BIOSCOOP DIE EEN NIEUW TIJDPERK INLUIDDE

De bioscoop Ciné Studio van eigenaar Senden opende de eerste keer zijn deuren op 25 september 1970 met de toen zeer succesvolle komische oorlogsfilm La grande vadrouille uit 1966 met o.a. Louis De Funes

MAASMECHELEN – Op vrijdag 25 september 1970 opende in Maasmechelen een nieuwe bladzijde in de plaatselijke filmgeschiedenis. Met de feestelijke opening van Ciné Studio kreeg de gemeente eindelijk een moderne bioscoop die helemaal beantwoordde aan de verwachtingen van het groeiende publiek. De advertentie waarmee de opening werd aangekondigd straalde ambitie en vertrouwen uit: Maasmechelen verdiende een cinema van niveau. De initiatiefnemers wilden meer bieden dan alleen films. Hun doel was een bioscoop waar de bezoekers zich echt thuis voelden. In de aankondiging werden drie belangrijke troeven naar voren geschoven: een aangenaam verwarmd interieur, comfortabele zetels en een onberispelijke filmprojectie. Voor die tijd waren dat moderne voorzieningen die een bioscoopbezoek aanzienlijk aangenamer maakten. Het nieuwe gebouw verrees aan de Koning Albertlaan en bood plaats aan ongeveer 200 bezoekers. De uitbaters omschreven hun cinema als een klein juweel waar men, tegen betaalbare toegangsprijzen, kon genieten van kwaliteitsfilms. Daarmee wilde Ciné Studio uitgroeien tot een vaste ontmoetingsplaats voor filmliefhebbers uit Maasmechelen en de omliggende gemeenten. Voor de openingsweek werd meteen een publieksvriendelijke film geprogrammeerd: "Een Reuze Boemel!', een Franse succesfilm met de originele titel "La Grande Vadrouille". De legendarische komieken Bourvil en Louis de Funès zorgden voor een aaneenschakeling van hilarische situaties tijdens een avontuurlijk verhaal dat zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog. De film was bovendien toegelaten voor kinderen, waardoor het een ideale keuze was voor het hele gezin. De vertoningen vonden plaats op vrijdag 25 september en zaterdag 26 september om 20.00 uur, terwijl er op zondag 27 september twee voorstellingen waren, om 15.00 uur en 20.00 uur. Daarnaast werd op woensdag 30 september om 14.00 uur een speciale kindervoorstelling georganiseerd, een traditie die jarenlang vele jonge filmliefhebbers naar de bioscoop zou lokken. De opening van Ciné Studio betekende veel meer dan de komst van een nieuwe ontspanningsgelegenheid. In een periode waarin televisie nog niet in elk huishouden aanwezig was, vormde de bioscoop hét centrum van amusement en sociaal contact. Families, vrienden en koppels verzamelden er wekelijks om samen de nieuwste films te ontdekken. Vandaag roept deze advertentie warme herinneringen op aan een tijd waarin een avondje cinema een echte belevenis was. De geur van vers gepoetste zalen, het zachte gezoem van de projectoren en het langzaam doven van de lichten maakten allemaal deel uit van een unieke bioscoopervaring. Ciné Studio Maasmechelen groeide uit tot een begrip en neemt nog altijd een bijzondere plaats in binnen het culturele erfgoed van de gemeente.

(Door Conaert Jp)

X

HET DOEK VIEL...DE TELOORGANG VAN DE BIOSCOPEN IN HET MAASLAND

Bioscoopkaartjes van Ciné Studio: Entree 30 frank, periode 1970-1975

Er was een tijd waarin een bioscoopbezoek een echte gebeurtenis was. Op zaterdagavond trokken gezinnen, verliefde koppels en groepen jongeren richting de filmzaal. De geur van vers gepofte popcorn bestond nog nauwelijks; het waren vooral sigarettenrook, het geratel van de 35 mm-projector en het zachte gezoem van de ventilatie die de sfeer bepaalden. Voor duizenden Maaslanders was de bioscoop jarenlang dé plaats waar men even kon ontsnappen aan de dagelijkse werkelijkheid. In het Maasland groeide de filmcultuur bijzonder sterk tijdens de jaren zestig en zeventig. Vooral in Maasmechelen bloeide het bioscoopleven. De Ciné Studio van de familie Senden werd een begrip en groeide uit tot een vaste ontmoetingsplaats voor jong en oud. Ook de vele buitenlandse mijnwerkers vonden er ontspanning. Italiaanse films, actiefilms, westerns en grote Hollywoodproducties lokten week na week volle zalen. De bioscoop was meer dan een gebouw; het was een sociaal trefpunt waar vriendschappen ontstonden en eerste liefdes begonnen. De gouden jaren duurden echter niet eeuwig. Vanaf de jaren tachtig veranderde het kijkgedrag langzaam maar zeker. Eerst verschenen de videorecorder en de videotheek, later kwamen kabeltelevisie, dvd's en uiteindelijk streamingdiensten. Films die vroeger maanden op zich lieten wachten, konden plots thuis bekeken worden vanuit de zetel. Voor veel kleinere bioscopen betekende dat het begin van een moeilijke strijd. Toch bleef de familie Senden geloven in de magie van het grote scherm. In 1993 opende in Lanaken de indrukwekkende Euroscoop, destijds een modern bioscoopcomplex dat bezoekers uit heel Belgisch en Nederlands Limburg aantrok. Luxezetels, meerdere filmzalen en een gezellige sfeer maakten van een filmavond opnieuw een belevenis. Vele Nederlanders staken zelfs de grens over om er films te bekijken. Maar ook deze moderne bioscopen kregen af te rekenen met steeds grotere uitdagingen. De coronapandemie bracht de sector zware klappen toe. Daarna bleef het publiek slechts langzaam terugkeren. De stijgende energieprijzen, hoge exploitatiekosten en de steeds grotere concurrentie van thuisentertainment maakten het moeilijk om rendabel te blijven. Zelfs succesvolle bioscopen moesten besparen en openingsdagen schrappen. In 2024 viel uiteindelijk ook voor Lanaken het doek. De voormalige Euroscoop sloot definitief haar deuren na dertig jaar. De Pathé Group besloot haar investeringen te concentreren in Genk en Maasmechelen, terwijl de bioscoop van Lanaken werd gesloten en te koop werd aangeboden. Daarmee verdween opnieuw een stukje cultureel erfgoed uit het Maasland. Toch leeft de herinnering voort. Wie vandaag oude bioscoopkaartjes, affiches of foto's bekijkt, voelt opnieuw iets van die unieke sfeer. De spanning wanneer het zaallicht langzaam doofde. Het geratel van de projector. Het rode fluwelen gordijn dat langzaam openging. Het applaus na een indrukwekkende film. Het zijn herinneringen die een generatie Maaslanders nooit meer zal vergeten. De geschiedenis van de bioscopen vertelt tegelijk het verhaal van een streek die voortdurend veranderde. Van de bloeiende mijnperiode, waarin duizenden gezinnen ontspanning vonden in de filmzaal, tot het digitale tijdperk waarin films met één druk op de knop beschikbaar zijn. De gebouwen verdwijnen misschien, maar de herinneringen blijven leven. Misschien is dat wel de grootste kracht van cinema: goede films verdwijnen nooit echt. Ze blijven voortbestaan in het geheugen van iedereen die ooit ademloos naar het witte doek heeft gekeken.

(Door Conaert Jp)

X

zondag 5 juli 2026

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) - STEENBAKKERIJ EYBEN


Aan de rand van Mechelen aan de Maas stond jarenlang een van de bekendste steenbakkerijen van de Maasvallei: de steenbakkerij Eyben. De foto toont een indrukwekkend industrieel landschap dat jarenlang het uitzicht van Maaswinkel bepaalde. De hoge schoorsteen, de lange droogloodsen en de grote stapels bakstenen herinneren aan een tijd waarin klei, vuur en vakmanschap het ritme van het dagelijks leven bepaalden. De steenbakkerij ontstond op een ideale plaats. Langs de Maas lagen dikke lagen Maasklei, een grondstof van uitstekende kwaliteit voor het bakken van bakstenen. De klei werd met de hand of later met eenvoudige machines uit de uiterwaarden gewonnen en naar de steenbakkerij gebracht. Daar werd ze gekneed, in houten vormen geperst en vervolgens gedurende enkele weken gedroogd voordat de stenen in de grote ovens verdwenen. Rond 1920 werd er een moderne ringoven gebouwd, die tientallen jaren in gebruik bleef. Op drukke werkdagen heerste hier een enorme bedrijvigheid. Paardenkarren reden af en aan met klei en afgewerkte stenen. Arbeiders, vaak afkomstig uit Mechelen aan de Maas, Leut, Vucht en de omliggende dorpen, werkten lange dagen in weer en wind. In de zomer begon men vaak al voor zonsopgang om de hitte voor te zijn. Het werk was zwaar, stoffig en warm, maar bood aan vele gezinnen een broodwinning in een periode waarin landbouw alleen niet voldoende inkomen opleverde. De karakteristieke hoge schoorsteen was jarenlang een herkenningspunt in de Maasvallei. Van ver zagen schippers op de Maas en inwoners uit de omliggende dorpen de rookpluimen opstijgen. De ovens brandden soms wekenlang onafgebroken om duizenden stenen gelijkmatig te bakken. De bakstenen uit Maaswinkel vonden hun weg naar woningen, boerderijen, kerken en fabrieken in Belgisch en Nederlands Limburg. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de bouwsector snel. Nieuwe productiemethoden, andere bouwmaterialen en schaalvergroting maakten het voor kleinere steenbakkerijen steeds moeilijker om te concurreren. Uiteindelijk werd de productie stopgezet en verdwenen de gebouwen geleidelijk uit het landschap. Wat ooit een bruisend industriecomplex was, werd later afgebroken. Vandaag is het voormalige terrein nauwelijks nog als steenbakkerij te herkennen. Waar vroeger klei werd afgegraven en stenen lagen te drogen, ontwikkelde zich een bijzonder natuurgebied. De oude kleiputten veranderden in poelen en moeraszones die vandaag een belangrijke leefomgeving vormen voor vogels, amfibieën en tal van andere dieren. Daarmee kreeg het gebied een nieuw leven, terwijl de geschiedenis van de steenbakkerij nog altijd voortleeft in oude foto's zoals deze. Deze foto is dan ook veel meer dan een afbeelding van een fabriek. Ze toont een belangrijk hoofdstuk uit de geschiedenis van Mechelen aan de Maas, waarin hard werk, vakmanschap en de rijkdom van de Maasgrond samenkwamen. De steenbakkerij Eyben vormde tientallen jaren een economische motor voor Maaswinkel en blijft een waardevolle herinnering aan het industriële verleden van de Maasvallei.

X

LANAKEN MARKT (KRUISPUNT NU STATIONSSTRAAT / KERKPLEIN)

Ingekleurde versie (Bij deze foto zijn mensen verwijderd of vervangen, ook fietsen en reclame op de gevel van het huis links weggelaten wegens slechte kwaliteit)

Originele

De huizen links zijn afgebroken, daar is nu het gemeentehuis. 

X

SMEERMAAS (TOEN SMEERMAES) - HOEVE DE BLAUWE GEIT LANGS DE MAAS

Ingekleurde versie (De omgeving is juist, de mensen zijn fictief)

Updated  (De omgeving is juist, de mensen zijn fictief)

Deze weg langs de Maas verbindt Smeermaas met Maastricht. De hoeve rechts ligt sedert 1938 op Nederlands grondgebied. In 1725 was het een herberg, waar op 31 januari de zogeheten 'vrede van de Blauwe Geit' werd gesloten. Dit pact stelde een einde aan een betwisting over rechtspraak tussen de graaf van Rekem en de hoogproost van Maastricht als heer van Maasmechelen. In de volksmond noemt men dit huis nog altijd 'De Blauwe Geit'.

X

zaterdag 4 juli 2026

vrijdag 3 juli 2026

TOEN DE HEMEL VOL VLEUGELS HING

Er was een tijd dat een duivenhok veel meer was dan een houten gebouw met een golfplaten dak. Het was het kloppende hart van een hobby die generaties lang duizenden mensen in het Maasland in haar ban hield. In bijna elk dorp kende men wel een duivenmelker. Van Kotem tot Boorsem, van Uikhoven tot Mechelen aan de Maas en verder: overal stonden achter de huizen eenvoudige hokken waar met liefde en toewijding kampioenen werden gekweekt. Op deze foto zien we een groep duivenliefhebbers die zwijgend naar de lucht kijkt. Hun ogen volgen de eerste stippen aan de horizon, die langzaam veranderen in een zwerm thuiskomende reisduiven. Niemand zegt een woord. Iedereen weet dat de komende minuten beslissend zijn. De spanning is bijna tastbaar. Welke duif zal als eerste over de klep schieten? Welke melker mag straks trots zijn overwinning vieren? De mannen dragen eenvoudige werkkleren, petten die al vele zomers en winters hebben meegemaakt en jassen waarin de geur van het dagelijkse boerenleven nog hangt. Hun handen verraden jarenlang hard werk op het land, maar tegelijk ook de zachtheid waarmee ze hun geliefde duiven verzorgden. Want een goede duivenmelker wist dat succes niet alleen afhing van snelheid, maar vooral van geduld, verzorging en een sterke band tussen mens en dier. Het duivenhok zelf straalt eenvoud uit. Verweerd hout, een roestig dak en open vlieggaten vertellen het verhaal van vele seizoenen. Hier werden jonge duiven grootgebracht, kampioenen gekweekt en teleurstellingen verwerkt. Achter elke plank en achter elk nestkastje schuilt een herinnering. Op zondagmorgen heerste er altijd een bijzondere sfeer. De klokken van de kerk luidden nog na, terwijl de eerste liefhebbers zich al verzamelden om de aankomst van hun gevleugelde atleten af te wachten. Wanneer de eerste duif als een pijl uit de lucht neerdaalde en rechtstreeks haar hok invloog, ging er een zucht van opluchting door de groep. Even later volgden de felicitaties, de discussies over wind en weer, en natuurlijk de eeuwige vraag: "Hoe heeft die van u gevlogen?" Duivensport was veel meer dan een wedstrijd. Ze bracht buren, vrienden en families samen. Er werden ervaringen uitgewisseld, jongen geruild en urenlang verhalen verteld over legendarische vluchten en uitzonderlijke kampioensduiven. De cafégesprekken na de inkorving of na de aankomst duurden vaak langer dan de wedstrijd zelf. Vandaag zijn zulke taferelen zeldzamer geworden. Veel oude duivenhokken verdwenen uit het dorpsbeeld, en met hen ook een stukje van het rijke verenigingsleven dat onze streek jarenlang kleur gaf. Toch leeft de herinnering voort in oude foto's zoals deze. Ze tonen niet alleen mannen die naar hun duiven kijken, maar vooral een tijd waarin kameraadschap, passie en eenvoud de mooiste prijzen waren. Deze foto is een eerbetoon aan al die duivenmelkers die met hart en ziel leefden voor het moment waarop hun duiven weer veilig uit de hemel neerstreken. Een prachtig stukje volkscultuur dat nooit vergeten mag worden.

X


MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) - BOSCHSTRAAT (NU JOSEPH SMEETSLAAN) 1919

Ingekleurde versie

Upscaled
Begin kruispunt Steenweg (nu Rijksweg) richting Boschstraat (nu Joseph Smeetslaan).

Deze foto is een bijzonder waardevol tijdsdocument van Mechelen-aan-de-Maas kort na de Eerste Wereldoorlog. Ze toont de toenmalige Boschstraat, die later werd hernoemd tot Joseph Smeetslaan. Rond 1919 was dit nog een rustige dorpsstraat waar het dagelijkse leven zich in een traag ritme afspeelde, lang voordat de mijnindustrie het dorp ingrijpend zou veranderen. Op de voorgrond staan twee jongens die trots voor de fotograaf poseren. Hun eenvoudige kleding, petten en hoge laarzen waren typerend voor kinderen uit een landbouwgemeenschap. In die tijd hielpen veel kinderen al van jongs af mee op de boerderij of in het huishouden. Hun ontspannen houding geeft de foto een menselijke en herkenbare uitstraling. De brede kasseiweg is nog vrijwel verlaten. Er is geen spoor van auto's; hooguit passeerden hier af en toe een paardenkar, een handkar of een fietser. De huizen langs de straat zijn opgetrokken in de karakteristieke donkere Maaslandse baksteen, met sobere maar verzorgde gevels. Ze weerspiegelen het landelijke karakter van Mechelen-aan-de-Maas aan het begin van de twintigste eeuw. De Boschstraat vormde het hart van het gehucht Boseinde. Dit deel van het dorp ontwikkelde zich langzamer dan de oude dorpskern aan de Maas, omdat de omliggende heidegronden minder vruchtbaar waren. Veel bewoners waren kleine landbouwers of landarbeiders die een bescheiden bestaan leidden. De bebouwing bestond daarom vooral uit langgerekte woningen en eenvoudige hoeven. Pas enkele jaren na deze opname zou alles veranderen. Vanaf 1922, met de opening van de steenkoolmijn van Eisden, groeide Mechelen-aan-de-Maas razendsnel uit van een rustig landbouwdorp tot een levendige mijnwerkersgemeente. Nieuwe woonwijken verschenen, de bevolking nam sterk toe en ook de Boschstraat veranderde geleidelijk in een belangrijke verkeersader. Uiteindelijk kreeg de straat de naam Joseph Smeetslaan ter ere van burgemeester Joseph Smeets, die van 1897 tot 1929 een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van het dorp.  Juist daarom is deze foto zo bijzonder. Ze toont een verdwenen wereld: het oude, landelijke Mechelen-aan-de-Maas van vlak na de oorlog, waar stilte, eenvoud en het boerenleven nog het straatbeeld bepaalden. De twee jongens lijken even stil te staan in de tijd en vormen vandaag een tastbare herinnering aan een dorp dat enkele jaren later voorgoed zou veranderen.

X

BREE VROEGER

Ingekleurde versie

Upscaled


GEKANTELD MILITAIR VOERTUIG OP DE JOSEPH SMEETSLAAN (NU JOZEF SMEETSLAAN) TE MAASMECHELEN 1959

 (Nummers of andere tekens die achter op de tank stonden waren onleesbaar bij de originele foto en zijn dus weggeUpscaledlaten).

n 1959 zorgde een spectaculair ongeval op de Joseph Smeetslaan in Maasmechelen voor heel wat belangstelling. Een zware tanktransport-oplegger kantelde en kwam dwars over de kasseiweg tot stilstand. Omwonenden en toevallige voorbijgangers verzamelden zich onmiddellijk rond de plaats van het ongeval vlak voor de gevel van Guill. Kuypers-Smits. De opname vormt vandaag een waardevol document van het straatbeeld, het vrachtverkeer en het dagelijks leven in het Maasmechelen van de jaren vijftig. De Joseph Smeetslaan groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot een belangrijke verkeersader in Maasmechelen, waardoor steeds meer zwaar verkeer door de gemeente reed.

X

donderdag 2 juli 2026

BOORSEM - KIEZELWASSERIJ GRAVELCO

Gedurende de ijstijden voerde de Maas onafgebroken grind, zand en keien uit de Ardennen mee. Wanneer het water rustiger werd, zette de Maas deze natuurlijke rijkdom af in de brede Maasvallei. Zo ontstonden de dikke grindlagen waarvoor Boorsem, Uikhoven, Kotem en de rest van het Maasland later bekend zouden worden. In de twintigste eeuw groeide de vraag naar bouwmaterialen enorm. Wegen, bruggen, woningen en later ook de autosnelwegen hadden miljoenen tonnen kwaliteitsgrind nodig. Dankzij de aanleg van de Zuid-Willemsvaart konden de Maasgrinden goedkoop per schip worden vervoerd. Dat maakte Boorsem tot een ideale vestigingsplaats voor grindwinning en verwerking. Gravelco ontwikkelde zich langs het kanaal tot een moderne grindwasserij. Het gewonnen materiaal werd niet zomaar afgevoerd. Eerst werd het zorgvuldig gewassen, gezeefd en gesorteerd in verschillende korrelgroottes. Via een indrukwekkend netwerk van transportbanden vonden de stenen hun weg naar hoge voorraadbergen, klaar voor verzending naar betoncentrales, wegenbouwers en aannemers in binnen- en buitenland. Voor veel inwoners van Boorsem betekende Gravelco jarenlang werk en welvaart. Chauffeurs, kraanmachinisten, schippers, onderhoudstechniekers en sorteerders vonden er een vaste betrekking. De bedrijvigheid langs het kanaal werd een vertrouwd onderdeel van het dorpsleven. Terwijl binnenschepen af en aan voeren, draaiden de installaties vaak van 's morgens vroeg tot laat in de avond. Toch bracht de grindwinning meer voort dan alleen bouwmaterialen. Regelmatig kwamen tijdens de ontginningen sporen uit een ver verleden aan het licht. Op enkele meters diepte werden fossielen en prehistorische resten ontdekt, waaronder in 1972 zelfs delen van een mammoetskelet. Zulke vondsten bewezen dat onder de grindlagen een landschap verborgen lag waarin tienduizenden jaren geleden mammoeten en andere dieren leefden. Na verloop van tijd veranderde ook de sector. De klassieke grindwinning maakte steeds meer plaats voor een duurzaam gebruik van grondstoffen. Moderne bedrijven in dezelfde omgeving investeren vandaag in installaties die zand, puin en granulaten reinigen en opnieuw geschikt maken voor hergebruik. Zo krijgt het industriële verleden van Boorsem een eigentijdse invulling, waarbij circulaire economie steeds belangrijker wordt.

X

UIKHOVEN (TOEN UYCKHOVEN) OVERSTROMING 1926

Ingekleurde versie

Upscaled

"Toen de soldaten over het water kwamen" 

Uyckhoven en de Maasramp van Nieuwjaar 1926


 Nieuwjaarsdag 1926 begon in Uyckhoven niet met gelukwensen, maar met angst. Al dagenlang was de Maas onrustig. Regen bleef uit de hemel vallen en het smeltwater uit de Ardennen joeg de rivier steeds hoger op. In de nacht van 31 december op 1 januari bezweek de oude leemdijk. Met oorverdovend geweld stortte een muur van water het dorp binnen. Binnen enkele ogenblikken veranderden de straten in kolkende waterlopen. Boerderijen, stallen en huizen liepen vol. Mensen vluchtten met hun kinderen naar de bovenverdieping of het dak, terwijl koeien, paarden en landbouwmateriaal door de stroming werden meegesleurd. Niemand wist hoe lang de ramp zou duren. Toen het dorp volledig van de buitenwereld was afgesneden, verscheen eindelijk hulp. Belgische soldaten van het 11de Regiment werden naar de Maasstreek gestuurd. Vanuit Rekem richtten zij een noodpost in en brachten boten, voedsel, drinkwater en dekens bijeen. Zodra de stroming het toeliet, roeiden zij het overstroomde Uyckhoven binnen. De soldaten voeren tussen de huizen door alsof het grachten waren. Soms moesten zij letterlijk via een raam of trap een woning binnengaan om brood, melk, drinkwater en andere levensmiddelen naar gezinnen op de bovenverdieping te brengen. Voor de bewoners, die al dagen in onzekerheid verkeerden, betekende de komst van de militairen een straaltje hoop in een uitzichtloze situatie. De reddingsacties duurden dagen. Ondanks de koude, de sterke stroming en het voortdurende gevaar bleven de soldaten onvermoeibaar mensen bevoorraden en helpen. Hun moed en plichtsgevoel maakten diepe indruk op de bevolking. Nog jarenlang werd gesproken over de jonge militairen die met hun bootjes door de overstroomde dorpsstraten voeren om levens te redden. Toen het water uiteindelijk langzaam zakte, bleef een dorp achter dat zwaar gehavend was. Modder bedekte de huizen, akkers waren vernield en veel vee was verloren gegaan. Toch overheerste ook een gevoel van dankbaarheid. Dankzij de gezamenlijke inzet van inwoners, buren en soldaten kon Uyckhoven zich langzaam weer oprichten. De dramatische overstroming van 1926 betekende een keerpunt voor de Maasvallei. De ramp leidde tot betere waterbeheersing en de aanleg van sterkere dijken. Tot op vandaag herinneren de vloedmerken op verschillende gevels in Uikhoven aan het water dat toen ongekend hoog stond – stille getuigen van een ramp die niemand ooit vergat. Want wanneer de ouderen vroeger over de Maas spraken, eindigde het verhaal vaak met dezelfde woorden: "Dat was het jaar waarin de soldaten over het water naar Uyckhoven kwamen."

X

woensdag 1 juli 2026

LANAKEN TOURNEBRIDE TRAMSTELPLAATS 1953

Ingekleurde versie (De kleur van de trein zou nu goed moeten zijn).

Updated

Na onderzoek van historische bronnen blijkt dat de dieselautorails (AR 290–296) die tussen Tongeren – Lanaken – Maaseik reden in de jaren 1950 niet groen of geel waren, maar een rood-crème kleurstelling droegen. Dit wordt expliciet bevestigd door historische documentatie over de lijn zelf.

De historisch meest correcte kleurstelling is:

  • Carrosserie: diep bordeauxrood / wijnrood (vergelijkbaar met RAL 3005)
  • Sierband en vensterstrook: crème / ivoor (ongeveer RAL 1015)
  • Dak: donkergrijs
  • Onderstel en draaistellen: mat zwart
  • Interieur: licht hout met crème plafonds en bruine zitbanken.

Deze kleurstelling is ook zichtbaar op een bekende historische kleurenfoto uit 1952, waarop AR 292 op de lijn Tongeren–Maaseik wordt beschreven als een "rood-crème geschilderde draaistel-autorail".

Dat sluit bovendien aan bij de inzet van de autorails 291 t.e.m. 296, die tussen 1946/1947 en 1954 specifiek op de lijn Tongeren – Lanaken – Maaseik reden.

Voor uw restauraties is deze kleur dus historisch het meest verantwoord:

  • Bordeauxrood: RAL 3005
  • Crème/ivoor: RAL 1015
  • Dak: RAL 7012–7022 (donkergrijs)
  • Onderstel: mat zwart
PS: Foto's zullen allemaal aangepast worden in de goede kleur als ze teruggeplaatst worden.
Een foto in het zwart/wit is natuurlijk altijd juist.

X

maandag 29 juni 2026

LANAKEN - DE PAPMOULE "DE HÖBSET OF DE HÖBSET NIT" (ARTIKEL UIT 1984)

Upscaled
"DE PAPMOULE" uit Lanaken die met het carnavalslied "DE HÖBSET OF DE HÖBSET NIT" carnavallissima wonnen.

Elk jaar richtte LIVEKE (Limburgse vereniging van carnavalsevenementen) een wedstrijd in voor het beste én het mooiste carnavalslied. Eind '83 werd deze wedstrijd georganiseerd door het Heilig Wammes van Maaseik in feestzaal St.-Jansberg Maaseik. De jury had het niet moeilijk om een winnaar aan te duiden... "DE HÖBSET OF DE HÖBSET NIT" van de PAPMOULE uit Lanaken stak immers torenhoog uit boven de mededingers en kwam met de persprijs en de eerste prijs terug naar Lanaken. Tekst-en muziekschrijver van de Lanaker carnavalschlager '84 was Jean Maesen.

X

MAASEIK - STEENBAKKERIJ THEO SCHOUTERDEN FEEST 21 JULI 1923

Ingekleurde versie

Upscaled

Theopiel Schouterden, veearts, richt in 1908 een veldoven op in Het Hamont (sectie B1272). In 1911 bouwt hij een ringoven. Het bedrijf mechaniseert met een stoommachine (1914) en een kleipers (1915). Theophile Marie Leopold Schouterden was gehuwd met Maria Theresia Augusta De Bruin. Hun zoon Camille Justin Auguste Schouterden (Maaseik, 1904-1978) zette het bedrijf verder. Hij was gehuwd met Lea Maria Alexis Denys. De oorspronkelijke schoorsteen bij de ringoven was 30 meter hoog en werd in 1923 gebouwd door de Nederlandse aannemer Peter Johannes Geelen (Neer (Nl), 1895–1964). Een aantal jaren geleden werd de gemetste schouw vervangen door een metalen exemplaar. In de loop van de jaren werd Steenbakkerij Schouterden (tot 1979 pvba Steenfabriek Schouterden, vanaf dan NV Steenfabriek Schouterden) eerst overgenomen door de Nederlandse groep Teeuwen als NV Teeuwen (1993), die in 1999 weer van naam verandert naar Terca Schouterden NV. Bij de NV Terca Bricks behoort op een bepaald moment ook de steenbakkerij van Tessenderlo. In 2001 neemt Terca Schouterden nog de steenbakkerij Ostyn uit Meulebeke over. Later (in juni 2005) werd Terca Schouterden op zijn beurt overgenomen door Wienerberger België (NV Wienerberger). Wienerberger België maakt deel uit van de internationale Wienerberger groep. Het bedrijf werd opgericht in Wenen in het jaar 1819. Intussen is de groep uitgegroeid tot één van de grootste baksteenproducenten ter wereld met ook een sterke positie in de productie van kleidakpannen. De Wienerberger groep is actief aanwezig in 30 landen en stelt in 203 fabrieken circa 14000 werknemers te werk. In 2005-2006 deed Wienerberger een herstructurering van de afdeling Schouterden in Maaseik. De herstructurering in Maaseik werd blijkbaar ingegeven door milieu-technische redenen; de veldbrandoventechnologie liet bljkbaar niet meer toe de Vlaamse emissienormen te halen. De ringovenproductie in Maaseik bleef wel actief en op de site werd in 2006 verder geïnvesteerd. De herstructurering in Maaseik trof op dat ogenblik 18 mensen. Momenteel worden er nog steeds zgn. handvorm gevelstenen geproduceerd. Tot dan toe werden op het bedrijf in een grote loods met afzuiging (en rookgaszuivering) nog steeds veldovenstenen (veldbrandstenen) gebakken, telkens in drie gestapelde veldovens. Deze activiteit was volgens het bedrijf niet langer houdbaar omwille van de steeds strengere milieunormen. Momenteel heeft de steenbakkerij een vergunning tot 2031 voor de oude ringoven (500 m²) en 2 zgn. smoorovens (180 m²). De jaarlijks capaciteit bedraagt 25000 ton. Men gebruikt grotendeels lokale klei maar de steenbakkerij beschikt niet (meer) over een eigen kleigroeve. Het is niet duidelijk vanwaar de gebruikte 'maasklei' wordt aangevoerd. Recent werd een nieuw assortiment gevelstenen, Linaqua, gelanceerd dat exclusief in de oude ringoven wordt geproduceerd. Daarnaast produceert men in Maaseik ringovenstenen op basis van roodbakkende Maasklei en witte Westerwaldklei (D), veldbrandstenen (tegenwoordig ook gebakken in de ringoven) op basis van Maasklei en Westerwaldklei (D) en strengpersstenen gebakken in de ringoven.

X


zondag 28 juni 2026

HERINNERINGEN AAN HET OUDE MAASLAND


Herinneringen aan het Oude Maasland

Er zijn foto's die meer vertellen dan woorden. Dit beeld is daar een prachtig voorbeeld van. We zien een Belgisch trekpaard dat een zwaarbeladen hooiwagen voorttrekt over het gras langs de Maas. Naast het paard stapt de voerman, een lange leidsel of zweepsteel in de hand, terwijl een klein jongetje stil aan de waterkant zit. Zijn blik volgt het tafereel alsof hij beseft dat hij getuige is van iets wat ooit zal verdwijnen. Hoewel de foto een historische sfeer oproept, toont ze vooral een manier van leven die gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw heel gewoon was in het Maasland. Dorpen zoals Uikhoven, Kotem, Meeswijk, Leut, Boorsem en Mechelen aan de Maas leefden in een ritme dat volledig werd bepaald door de seizoenen, de rivier en het land.

Het Belgisch trekpaard: de kracht van de boerderij

Het indrukwekkende paard op de foto is een typisch Belgisch trekpaard. Dit ras ontstond in de negentiende eeuw in België en groeide uit tot een van de sterkste werkpaarden ter wereld. Met zijn enorme spierkracht kon het zware karren vol hooi, bieten, graan of hout trekken over modderige wegen waar tractors toen nog niet bestonden. Op vrijwel iedere boerderij in het Maasland stond minstens één trekpaard op stal. Het dier was veel meer dan een werkkracht; het maakte deel uit van het gezin. Een goed verzorgd trekpaard betekende zekerheid voor de oogst en dus ook voor het inkomen van de familie.

Het hooi: wintervoorraad voor mens en dier

De wagen op de foto is hoog opgestapeld met hooi. Dat was geen toevallige vracht. In de zomer werd elk droog moment benut om gras te maaien, te keren en te laten drogen. Daarna werd het zorgvuldig op wagens geladen en naar de boerderij gebracht. Hooi vormde de belangrijkste wintervoorraad voor paarden en koeien. Eén regenbui op het verkeerde moment kon een groot deel van de oogst bederven. Daarom werkten gezinnen vaak van zonsopgang tot zonsondergang zodra het weer gunstig was.

De Maas als levensader

De rivier op de achtergrond is veel meer dan een decor. Eeuwenlang was de Maas de levensader van het Maasland. Ze voorzag de weilanden van vruchtbare grond, leverde vis, zorgde voor transport en bepaalde waar mensen zich vestigden. De graslanden langs de rivier waren bijzonder geschikt voor hooiwinning. Door de vochtige bodem groeide er rijk gras dat uitstekende voeding opleverde voor het vee. Juist daarom reden boeren regelmatig met paard en wagen langs de Maasdijken.

Knotwilgen: onmisbaar in het landschap

De rij knotwilgen op de achtergrond is typerend voor het traditionele Maasland. Deze bomen werden om de paar jaar geknot zodat nieuwe takken konden uitgroeien.

Hun hout kreeg allerlei toepassingen:

  • brandhout voor de kachel;
  • stelen voor gereedschap;
  • afrasteringen;
  • vlechtwerk voor manden;
  • herstel van landbouwhekken.

Bovendien hielden de wortels de oevers stevig vast en boden de bomen beschutting tegen de wind.

Een jeugd tussen werk en natuur

Misschien is het meest ontroerende detail wel het jongetje aan de waterkant. Kinderen groeiden vroeger letterlijk op tussen het werk. Na school hielpen ze vaak mee op het land, haalden koeien uit de wei of reden mee met paard en wagen. Tegelijk bood de Maas hen een wereld vol avontuur. Ze vingen stekelbaarsjes, bouwden hutten tussen de wilgen, zochten kikkers of zaten – zoals op deze foto – eenvoudigweg naar het stromende water te kijken. De rivier was hun speelplaats, maar ook een plek waar respect voor de natuur vanzelf werd aangeleerd.

Een wereld die langzaam verdween

Vanaf de jaren vijftig veranderde het plattelandsleven snel. Tractoren namen het werk van de trekpaarden over, landbouwmachines werden groter en efficiënter, en veel traditionele werkzaamheden verdwenen. Waar vroeger het ritmische geluid van paardenhoeven en houten wagenwielen klonk, hoorde men steeds vaker dieselmotoren. Met die modernisering verdween ook een stukje van het dagelijkse dorpsleven dat generaties lang onveranderd was gebleven.

Een tijdloos beeld

Deze foto brengt meer in herinnering dan alleen een boer met zijn paard. Ze vertelt het verhaal van eenvoud, hard werken, verbondenheid met de natuur en de hechte band tussen mens en dier. Het jongetje aan de Maas herinnert ons eraan hoe een jeugd eruitzag toen het leven nog werd bepaald door de seizoenen en niet door de klok. Wie vandaag langs de Maas wandelt, ziet nog altijd de rivier stromen en hier en daar een rij oude knotwilgen. Het landschap is veranderd, maar de herinnering aan het Maasland van vroeger leeft voort in beelden zoals deze – stille getuigen van een tijd waarin het Belgische trekpaard het tempo van het leven bepaalde en de Maas de ziel van het landschap vormde.

(Geschreven door Conaert Jp)

X

zaterdag 27 juni 2026

DE MAAS


Gestaag stromend, uiterlijk een kalme rivier met hier en daar eilandjes en grintbanken, grotere en kleinere stroomversnellingen, driftige draaikolken en kolkjes en over grote delen druk bevaren, heeft zij dichters en schrijvers geïnspireerd tot het in poëzie en proza bezinnen van haar schoonheid. Niet alleen biedt de Maas een lieflijke aanblik, op vele plaatsen bestaat de mogelijkheid tot het beoefenen van vakantiegenoegens als zwemmen, zeilen en vissen (Karpers, snoeken en baarzen bewegen zich met onnavolgbare wendbaarheid naast snoekbaars, voorn en blei door de snelstromende rivier). 

Er zijn maar weinig rivieren die zoveel verhalen met zich meedragen als de Maas. Al eeuwenlang kronkelt ze door het landschap, langs dorpen, weilanden, oude boerderijen en statige populieren. Ze was er al lang voordat de eerste huizen werden gebouwd en zal er nog zijn wanneer vele generaties slechts herinneringen zijn geworden. Voor de mensen van het Maasland was de Maas veel meer dan een rivier. Ze was een buur, een vriend, een broodwinner en soms ook een vijand. Vissers wierpen er hun netten uit in de vroege ochtend, terwijl de mist nog als een dunne deken over het water hing. Schippers voeren langzaam stroomopwaarts met hun zwaarbeladen aken, getrokken door paarden die moeizaam over het jaagpad stapten. Kinderen speelden tussen de Maaskeien, bouwden dammetjes en zochten naar gladde stenen die door het water in duizenden jaren waren gepolijst. In de zomer leek de Maas vredig. Het zonlicht danste op het water, vogels zweefden boven de oevers en het ruisen van de populieren mengde zich met het kabbelende geluid van de stroom. Op warme dagen waagden jongens zich in het water, vaak zonder te beseffen hoe verraderlijk de rivier kon zijn. Want achter haar rustige uiterlijk schuilde een onzichtbare kracht. Draaikolken, diepe geulen en sterke stromingen maakten van de Maas een rivier die altijd respect afdwong. Wanneer de herfststormen kwamen en de regen dagenlang bleef vallen, veranderde alles. Het water steeg langzaam maar onafwendbaar. Weiden verdwenen onder het bruine water, akkers veranderden in een eindeloze vlakte en soms moesten gezinnen hun huizen verlaten. Toch keerde het leven telkens terug. De Maas gaf niet alleen water; ze bracht ook vruchtbare grond die de velden opnieuw liet bloeien. Langs haar oevers ontstonden verhalen die van generatie op generatie werden doorverteld. Verhalen over schippers die de rivier beter kenden dan hun eigen dorp, over kinderen die hun eerste vis vingen, over geliefden die elkaar ontmoetten aan het water en over mensen die de kracht van de rivier nooit meer vergaten. Wie vandaag langs de Maas wandelt, ziet misschien een moderne rivier. Maar wie goed kijkt, ontdekt nog steeds de sporen van vroeger. De afgeronde Maaskeien, oude aanlegplaatsen, verdwenen veerponten en stille bochten waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Daar leeft de herinnering aan een Maas die het ritme van het dagelijks leven bepaalde. De Maas is daarom niet alleen een rivier. Ze is het geheugen van het Maasland. Ze bewaart de verhalen van hen die langs haar oevers leefden, werkten, speelden en droomden. Haar water stroomt voortdurend verder, maar de herinneringen blijven. Juist daarom zal de Maas voor velen altijd meer zijn dan een stroom water: ze is een stukje thuis, een bron van nostalgie en een onlosmakelijk deel van onze geschiedenis.

(Geschreven door Conaert Jp)

X

vrijdag 26 juni 2026

OVERSTROMING (KOTEM, UIKHOVEN, HERBRICHT, NEERHAREN, HOCHTER BAMPD) JULI 2021





























































  Foto's Jp

De overstromingen van juli 2021 behoren tot de zwaarste die het Maasland in tientallen jaren heeft meegemaakt. Door uitzonderlijk hevige regenval in België, Duitsland en Luxemburg steeg de Maas tot een recordpeil. De enorme watermassa bereikte op 15-17 juli 2021 ook de Limburgse Maasdorpen.

Gevolgen voor Uikhoven, Kotem en Maasland

  • Uikhoven werd gedeeltelijk omsloten door het hoogwater. Wegen kwamen onder water te staan en bewoners moesten zich voorbereiden op een mogelijke evacuatie.
  • Kotem werd zwaar bedreigd door de stijgende Maas. De overheid besliste uiteindelijk tot een verplichte evacuatie van Kotem en een deel van Boorsem (tot aan de Bampstraat).
  • Grote delen van de uiterwaarden stonden volledig onder water. Landbouwgronden, weilanden en natuurgebieden veranderden tijdelijk in één grote waterplas.
  • Brandweer, Civiele Bescherming, politie, militairen en honderden vrijwilligers werkten dag en nacht aan de bescherming van woningen en dijken.
  • Dankzij de verhoogde dijken en waterbeheersingswerken bleef de schade in het Belgische Maasland veel beperkter dan in delen van Wallonië en Duitsland, waar de ramp tientallen slachtoffers eiste.

Historisch hoogwater

Voor veel inwoners was dit het hoogste Maaswater sinds de bekende overstromingen van 1993 en 1995. Oudere bewoners herinnerden zich ook nog de grote overstroming van 1926, toen gezinnen in onder meer Uikhoven en Kotem dagenlang op hun zolders moesten verblijven.

Indrukwekkende beelden

Tijdens de piek stond:

  • de Maas kilometers breed;
  • landbouwgebied volledig onder water;
  • verschillende wegen afgesloten;
  • de omgeving van Kotem, Boorsem en Uikhoven onder voortdurende bewaking.

De overstroming van 2021 zal daarom een belangrijke plaats blijven innemen in de geschiedenis van het Maasland als een van de grootste hoogwatergebeurtenissen van de 21e eeuw.

X

ROND DE LEUVENSE STOOF - HET HART VAN HET VLAAMSE GEZIN

Ontworpen door Jp Er was een tijd waarin het leven zich afspeelde rond één plaats in huis: de Leuvense stoof. Lang voordat centrale verwarmi...