zondag 13 september 2026

LANAKEN (TOEN LANAEKEN) - PANORAMA

Updated

Vanuit de hooggelegen Sint-Ursulakerk ontvouwt zich een bijzonder panorama over het oude Lanaeken. De opname voert de blik in de richting van Pietersheim en toont een dorpslandschap dat nog grotendeels bestond uit bakstenen huizen, hoeven, moestuinen, boomgaarden en uitgestrekte groene percelen. De huidige Sint-Ursulakerk werd gebouwd tussen 1860 en 1864 en domineert door haar hoge ligging nog altijd het centrum van Lanaken.

Onderaan rechts lag een oude vierkantshoeve. De hoeve stond op de hoek, met haar woonhuis, stallen en schuren rond een min of meer gesloten binnenplaats. Het woonhuis op die hoek kreeg later een heel andere bestemming: vele inwoners zouden het zich herinneren als een krantenwinkel. Op de voorgrond zien we nog de verweerde, donkerrode pannendaken van de landbouwgebouwen. Zij herinneren aan een tijd waarin landbouw en veeteelt tot diep in de dorpskern aanwezig waren.

In het midden staat het grote bakstenen gebouw van de toenmalige Gendarmerie. Het rijzige pand, met zijn hoge vensters en verzorgde gevelindeling, vormt het opvallendste herkenningspunt van het panorama. De Rijkswacht – in de volksmond meestal de gendarmerie genoemd – waakte hier over de openbare orde. Achter de muren bevonden zich niet alleen dienstlokalen, maar doorgaans ook verblijven en bijgebouwen voor het personeel.

Links van de Gendarmerie bevond zich het oude gemeentehuis van Lanaeken. Van hieruit werd het dagelijkse bestuur van de gemeente geregeld: inwoners kwamen er voor officiële documenten, aangiften en andere gemeentelijke zaken. Gemeentehuis en Gendarmerie lagen dicht bij elkaar en vormden zo het bestuurlijke hart van het toen nog landelijke Lanaken.

Achter deze openbare gebouwen lag het groene domein Alicebourg. Het oorspronkelijke kasteeldomein was verbonden met de familie Breuls-de Heusch en werd omgeven door een park in Engelse landschapsstijl. Het oude kasteel werd tijdens de Eerste Wereldoorlog vernield, maar de naam Alicebourg bleef voortleven. Op het domein ontwikkelde zich later de bekende scholencampus, tegenwoordig LINC Parc genoemd. Het nog bestaande herenhuis wordt beschreven als een bakstenen gebouw in neotraditionele stijl, gelegen in een park met oude beuken en eiken.

Verderop strekt het landschap zich uit naar Pietersheim, eeuwenlang verbonden met de adellijke familie Merode. Tussen de bomen lagen hoeven, dreven en akkers die de overgang vormden tussen de dorpskern en het uitgestrekte domein. De hoge populieren en de donkere bosrand bepalen nog het uitzicht; moderne woonwijken, brede verkeerswegen en grote gebouwen ontbreken volledig.

In de verte ligt de omgeving van het Albertkanaal. Hierbij is een historische kanttekening nodig: wanneer deze opname van vóór de jaren dertig dateert, kon het Albertkanaal zelf nog niet zichtbaar zijn. De aanleg begon pas in de jaren 1930 en het volledige kanaal tussen Luik en Antwerpen werd officieel in 1939 geopend. Nabij Lanaken werd tussen 1930 en 1934 bovendien het verbindingskanaal Briegden–Neerharen aangelegd. Het kanaal doorsneed het oude landschap en verbrak onder meer de rechtstreekse historische verbinding tussen Hocht en Pietersheim.

Dit panorama bewaart een zeldzame blik op Lanaeken vóór de grote modernisering van de twintigste eeuw: een groen en rustig dorp waarin hoeven, overheidsgebouwen en statige domeinen nog dicht bij elkaar lagen. De vierkantshoeve, het oude gemeentehuis, de Gendarmerie en Alicebourg vormden samen een herkenbaar decor voor generaties inwoners. Veel veranderde of verdween, maar dankzij deze opname kunnen we vandaag nog even over de daken van het oude Lanaeken heen kijken, in de richting van Pietersheim en het landschap dat later door het Albertkanaal voorgoed zou worden herschapen.

X


LANAKEN (TOEN LANAEKEN) - KERKPLEIN (RECONSTRUCTIE JAREN 20)

Ontworpen door Jp

Op deze oude opname kijken we uit over het Kerkplein van Lanaken, dat toen nog vaak als Lanaeken werd geschreven. Het plein oogt breed en eenvoudig. Geen druk verkeer, geen moderne reclameborden en geen haastige stroom van voorbijgangers, maar een open dorpsruimte met een onverharde, door regen en karrenwielen getekende bodem. De hoge bakstenen gevels, de kleine handelszaken en de oude woningen vormden samen het vertrouwde hart van het dorp. Aan de rechterkant lagen enkele kleine winkeltjes. Een daarvan was de zaak van Dhalmans, waar hoeden, petten en andere kledingstukken werden verkocht. Naast Dhalmans bevond zich het souvenirwinkeltje van Valkenborgh. Achter de ramen lagen kleine herinneringen en gebruiksvoorwerpen uitgestald voor inwoners, bezoekers en bedevaarders die door Lanaeken trokken. Naast de winkel van Dhalmans stond het klooster van de Eerwaarde Zusters. De kloosterzusters waren in het vroegere dorpsleven opvallend aanwezig, hoewel hun bestaan zich grotendeels achter de hoge gevels afspeelde. Zij stonden dikwijls in voor onderwijs, ziekenzorg, armenhulp en godsdienstige vorming. Het klooster en de nabijgelegen kerk (links buiten de foto) gaven het plein daardoor niet alleen een handelsfunctie, maar ook een sterk religieus karakter. Links op de foto zien we het oude Merckenhof. De witte gevel met de grote donkere poort behoort tot het gebouwencomplex. Rechts daarvan, op de hoek, staat het bijbehorende woonhuis. Dat huis zou jaren later nog dienstdoen als krantenwinkel. Waar vroeger een gezin woonde en het dagelijkse leven zich achter gesloten deuren afspeelde, kwamen later inwoners hun krant, weekblad of ander drukwerk halen. Zo veranderden gebouwen van bestemming, maar bleven zij deel uitmaken van het geheugen van het dorp. Kinderen liepen over het plein en groeiden op tussen het klooster, de kerk, de handelszaken en de oude hoevegebouwen. Deze foto bewaart een ogenblik uit een verdwenen dorpswereld. De namen Dhalmans, Valkenborgh en Merckenhof waren ooit vanzelfsprekend voor de inwoners van Lanaeken. Tegenwoordig dreigen ze langzaam uit het collectieve geheugen te verdwijnen. Oude foto’s geven hun opnieuw een plaats. Zij tonen niet alleen stenen, vensters en daken, maar herinneren ons eraan dat achter iedere gevel mensen leefden, werkten, baden en hun verhalen aan elkaar doorgaven. Het Kerkplein was toen nog een plaats waar iedereen elkaar kende en waar iedere winkel, poort en woning een herkenningspunt vormde. De wereld is sindsdien sterk veranderd.

X


LANAKEN VANUIT DE LUCHT – JAREN '77/'78

Updated

Deze luchtfoto toont het centrum van Lanaken tijdens een periode van sterke verandering. Rond de monumentale Sint-Ursulakerk, een neogotische kruisbasiliek uit 1860–1864, ligt nog het oude stratenpatroon met aaneengesloten dorpshuizen, winkels, tuinen en landbouwgronden. De kerk vormt duidelijk het historische hart van de gemeente. Tegelijkertijd verraadt het beeld de modernisering van de jaren zeventig en tachtig. Nieuwe appartementsgebouwen, bredere wegen, parkeerplaatsen en grotere handels- en bedrijfsgebouwen verschijnen tussen de oude bebouwing. Aan de rand van de dorpskern liggen nog uitgestrekte weilanden, akkers, boomgaarden en tuinbouwpercelen. Lanaken bevond zich toen duidelijk op de overgang van een landelijk Maaslands dorp naar een moderne woongemeente. Ook bestuurlijk veranderde er veel. In 1977 werd Lanaken samengevoegd met Gellik, Neerharen, Rekem en Veldwezelt. Het centrum kreeg daardoor een belangrijkere functie binnen het nieuwe Groot-Lanaken. De luchtfoto bewaart zo het beeld van een gemeente die haar landelijke verleden nog overal liet zien, maar waarin de groei en verstedelijking reeds onmiskenbaar waren begonnen.

X


LANAKEN SINT-BARBARA: HET ZIEKENHUIS TUSSEN DE DENNEN (LUCHTFOTO)

Updated

Midden in de uitgestrekte bossen van Lanaken verrees aan het einde van de jaren vijftig het Medisch Instituut Sint-Barbara. Het initiatief kwam van de zeven Limburgse steenkoolmijnen. Talrijke mijnwerkers leden door het jarenlange werk onder de grond aan stoflongen en andere ernstige aandoeningen van de luchtwegen. De gezonde boslucht en de rustige ligging maakten Lanaken tot een geschikte plaats voor hun behandeling en herstel. Architect Isia Isgour won in 1956 de ontwerpwedstrijd. Samen met Francis Bogaert ontwierp hij een modern sanatorium dat nauw aansloot bij het glooiende landschap. Op 7 juni 1957 werd de eerste steen gelegd. Het instituut kreeg de naam van Sint-Barbara, de traditionele patrones van mijnwerkers en andere gevaarlijke beroepen. Het oorspronkelijke gebouw telde zeventig bedden, maar was voorbereid op een uitbreiding tot 140 bedden. De ruime ziekenvleugel, eetzaal, administratie, laboratoria, radiografie, verpleegsterskamers, kloostervleugel en kapel vormden samen een vrijwel zelfstandig medisch complex. Door de grote ramen, terrassen en open ligging kregen de patiënten zoveel mogelijk licht, lucht en uitzicht op het omringende dennenbos. Met zijn gewapend betonskelet, baksteen, hout, glas en plaatselijke ijzerzandsteen was Sint-Barbara een opvallend voorbeeld van moderne naoorlogse ziekenhuisarchitectuur. Naarmate de Limburgse mijnen verdwenen en de geneeskunde veranderde, ontwikkelde het sanatorium zich tot een algemeen ziekenhuis. In 1995 ging Sint-Barbara samen met het Sint-Jansziekenhuis en het André Dumontziekenhuis op in het Ziekenhuis Oost-Limburg. Het gebouwencomplex werd door de jaren heen uitgebreid en verbouwd, maar het bleef een herkenbare plaats in Lanaken: een tastbare herinnering aan de mijnwerkers voor wie het ooit werd opgericht. Tegenwoordig is het voormalige sanatorium opgenomen als vastgesteld bouwkundig erfgoed. 

X


DE KINDERKOLONIE VAN REKEM

Updated

Updated

Verscholen tussen de uitgestrekte dennenbossen van Rekem lag de kinderkolonie Molenberg. De geschiedenis begon in 1946 met de oprichting van de vzw Openluchtwerken Limburg. Het centrum was aanvankelijk bestemd voor zogenoemde “verzwakte kinderen”: jongens en meisjes die door ziekte, ondervoeding of moeilijke levensomstandigheden nood hadden aan rust, gezonde voeding en frisse boslucht. Gezondheid en lichamelijk herstel stonden centraal. In 1948 werden het hoofdgebouw en een woning officieel in het kadaster geregistreerd. Rond het centrale plein verrezen vervolgens nieuwe paviljoenen. Uitbreidingen volgden in 1952, 1953, 1955, 1956 en 1968. Zo groeide de afgelegen kolonie uit tot een echt kinderdorp, omringd door groen en ver van de drukte en vervuiling van de Limburgse mijnstreek. De kinderen verbleven er gezamenlijk, aten op vaste uren, speelden buiten en volgden een geregeld dagritme. De bossen werden beschouwd als een belangrijk onderdeel van hun herstel. Vanaf 1978 verdween officieel de benaming “kolonie”. Molenberg werd een kinderopvangcentrum, waarbij naast de lichamelijke gezondheid steeds meer aandacht kwam voor opvoeding, sociale begeleiding en de thuissituatie van het kind. Tussen 1984 en 1994 werd gewerkt met kleinere leefgroepen en meer geschoold personeel. In 1995 werd Molenberg erkend als Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning met 65 plaatsen. De oude gebouwen in Rekem kwamen in 2016 leeg te staan. In 2019 begon de afbraak van een groot deel van het voormalige kinderopvanghuis. Daarmee verdween een vertrouwd complex uit het Rekemse landschap, maar in oude luchtfoto’s en in de herinneringen van vroegere bewoners blijft het kinderdorp voortleven: een stille wereld van paviljoenen, speelterreinen en zandwegen, veilig verscholen onder het groen van de Molenberg.

X


vrijdag 11 september 2026

LANAKEN STATION 1986 - TWEE DIESELLOCOMOTIEVEN AAN DE GRENS

Updated

Op 8 december 1986 werd aan het station van Lanaken een bijzonder spoorwegtafereel vastgelegd. De Nederlandse diesellocomotief NS 2330 staat met een lange gasketeltrein in de overgavebundel. Links daarvan wacht de Belgische diesellocomotief NMBS 5183 om de zware goederentrein over te nemen. Het is een prachtig beeld van de grensoverschrijdende samenwerking die hier jarenlang bijna dagelijks plaatsvond.

Lanaken lag aan spoorlijn 20, de verbinding tussen Hasselt en Maastricht die reeds in 1856 werd geopend. Het reizigersverkeer was op 4 april 1954 stopgezet, maar voor goederentreinen bleef het station nog tientallen jaren van betekenis. Vooral de plaatselijke industrie zorgde ervoor dat de spoorlijn niet onmiddellijk verdween. De bundel bij het voormalige grensstation werd gebruikt om wagons te rangeren en goederentreinen tussen de Nederlandse en Belgische spoorwegen over te dragen. 

De NS 2330 behoorde tot de Nederlandse serie 2200/2300. Deze diesel-elektrische locomotieven werden in de jaren vijftig gebouwd voor rangeerwerk en zware goederentreinen. Met hun lange, smalle motorkap, achteraan geplaatste cabine en vermogen van ongeveer 900 pk waren ze bijzonder geschikt voor het goederenvervoer. Op deze winterdag had de 2330 de gasketelwagens vanuit Nederland naar Lanaken gebracht.

Naast haar staat de veel grotere en krachtigere NMBS 5183. Deze zesassige Belgische diesellocomotief werd in 1963 door Cockerill gebouwd en droeg aanvankelijk het nummer 200.083. Na de algemene hernummering van het Belgische spoorwegmaterieel kreeg zij het nummer 5183. De locomotieven van reeks 51 beschikten over ongeveer 1.450 kW vermogen, konden 120 kilometer per uur rijden en werden voornamelijk voor zware goederen- en reizigerstreinen ingezet. De 5183 zou in 1987, nauwelijks een jaar na deze opname, bij de NMBS buiten dienst worden gesteld. Gelukkig bleef zij bewaard als historische locomotief.

De foto toont dus geen toevallige ontmoeting. De Nederlandse 2330 had de gasketeltrein naar de overgavebundel gebracht, waarna de Belgische 5183 klaarstond om de wagens verder over het Belgische spoorwegnet te trekken. Op de achtergrond zien we het grote stationsgebouw van Lanaken en de karakteristieke rij hoge spoorverlichtingsmasten. Hoewel hier al meer dan dertig jaar geen reizigers meer opstapten, was het emplacement in 1986 nog volop in gebruik voor goederenvervoer. De oorspronkelijke beschrijving van deze opname bevestigt zowel de datum als de overdracht tussen beide locomotieven. 

Lang zou dit vertrouwde spoorbeeld niet meer blijven bestaan. De goederenkoer van Lanaken werd op 24 november 1992 gesloten. Het oude stationsgebouw bleef daarna verweesd achter, werd in 2006 zwaar door brand getroffen en enkele jaren later afgebroken.

Deze opname uit 1986 bewaart daardoor een verdwenen hoofdstuk uit de geschiedenis van Lanaken: het moment waarop een Nederlandse locomotief haar vracht tot aan de grens bracht en een Belgische krachtpatser het werk overnam. Tussen de vele sporen, gasketelwagens en oude lichtmasten leefde het vroegere grensstation toen nog iedere dag verder — niet langer door reizigers, maar door het zware geronk van diesellocomotieven en het metaalachtige geluid van rangierende goederenwagens.

X


LANAKEN STATION

Updated

Het station van Lanaken bleef nog lange tijd bestaan nadat de laatste reizigerstrein er was vertrokken. Op de foto zien we hoe het emplacement er in zijn nadagen bij lag: verweerde rails liepen door en over elkaar, wissels leidden naar nauwelijks nog gebruikte zijsporen en tussen het grind kreeg de natuur langzaam vrij spel. Wat ooit een levendig grensstation was, was veranderd in een stil en enigszins rommelig spoorweglandschap. Lanaken lag aan spoorlijn 20, de verbinding tussen Hasselt en Maastricht die op 1 oktober 1856 in gebruik werd genomen. Het station speelde door zijn ligging nabij de Nederlandse grens niet alleen een rol in het reizigersvervoer, maar ook in het goederen- en douaneverkeer. Reizigers konden er tot 4 april 1954 de trein nemen. Daarna bleef het emplacement nog tientallen jaren in gebruik voor goederentreinen. Het goederenvervoer richting Maastricht stopte in 1990; in 1992 werd ook de verbinding richting Hasselt buiten dienst gesteld. Daarom maakte de omgeving in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig zo’n verlaten indruk. De perrons hadden hun betekenis verloren, verschillende sporen werden amper nog bereden en de oude infrastructuur herinnerde vooral aan betere tijden. Toch stond het royale stationsgebouw met zijn voormalige douanegedeelte nog altijd langs de baan, als een zwijgende getuige van het spoorwegverleden van Lanaken. Een kleine historische rechtzetting bij de oorspronkelijke tekst: het stationsgebouw verdween niet in de jaren negentig. Het bleef nog tot in de 21ste eeuw overeind, werd op 26 maart 2006 zwaar door brand getroffen en uiteindelijk in 2010 afgebroken. Vandaag leeft het oude station vooral voort in foto’s zoals deze. De roestige wissels, houten telefoonpalen en karakteristieke straatverlichting roepen een tijd op waarin Lanaken nog rechtstreeks met Hasselt en Maastricht verbonden was. Het spoor ligt er verlaten bij, maar wie goed kijkt, kan zich nog voorstellen hoe hier ooit locomotieven rangeerden en reizigers op weg gingen—lang voordat de stilte bezit nam van het emplacement.

X

EEN VARKEN OP DE WEG — EEN DRAMA AAN HET KANAAL TE BOORSHEIM (NAAR EEN WAARGEBEURD ARTIKEL UIT 1907)

Ontworpen door Jp
Een geanimeerd reconstructieportret, zodat men zich er toch iets bij kan voorstellen.

Dit is het originele artikel.

Hoe een jonge ambachtsman in 1907 ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapte.

Het was een gewone woensdag die voor de jonge ambachtsman A. Bernards bijna zijn laatste dag zou worden. In het Limburgse Boorsem, dat in het oude krantenbericht nog als Boorsheim werd geschreven, sprak men nog lang over de zonderlinge samenloop van omstandigheden waardoor een fietstocht langs het kanaal plotseling in een strijd op leven en dood veranderde.

Bernards had zich die dag naar Rekem begeven. Daar moest hij zich voor een examen aanbieden. Over de aard van dat examen vertelt het korte krantenbericht niets meer, maar als ambachtsman zal hij wellicht gehoopt hebben met een goed resultaat zijn vakbekwaamheid of verdere toekomst veilig te stellen. Na afloop begon hij samen met twee kameraden aan de terugweg.

De drie jongemannen verplaatsten zich per rijwiel. Aan het begin van de twintigste eeuw was de fiets op het Limburgse platteland nog geen alledaags bezit voor iedereen. Hij bood jonge arbeiders en ambachtslieden een nieuwe vrijheid. Afstanden die men vroeger te voet moest afleggen, konden voortaan aanzienlijk sneller worden overbrugd. De smalle wegen en onverharde paden maakten zo’n tocht echter lang niet zonder gevaar.

De kameraden reden achter elkaar langs het kanaal, op weg naar huis. Naast hen lag het donkere water van het kanaal. Aan de andere kant strekten de velden en weiden zich uit van het toenmalige Boorsheim.

Ter hoogte van een woning die in het krantenbericht slechts met de initialen A.B. werd aangeduid, gebeurde het onverwachte. Vanuit de omgeving van een huis sprong plotseling een varken op de weg. Het dier liep recht tegen de fiets van Bernards.

Voor de jonge wielrijder was er geen tijd meer om uit te wijken of krachtig te remmen. Zijn rijwiel raakte het varken en verloor onmiddellijk zijn evenwicht. Bernards werd samen met zijn fiets van de dijk geslingerd en kwam in het kanaal terecht.

Door de val moet hij volkomen verrast en gedesoriënteerd zijn geweest. De zware wollen kleding die men in die tijd droeg, zoog zich snel met water vol. Zijn jas, vest, hemd en broek werden binnen enkele ogenblikken een loodzware last. Ook het rijwiel verdween gedeeltelijk onder het wateroppervlak. Bernards zonk weg en dreigde in de diepte te verdwijnen.

Zijn kameraden zagen het ongeval vlak voor hun ogen gebeuren. Een van hen, die onmiddellijk achter Bernards reed, aarzelde geen ogenblik. Hij sprong hem achterna het kanaal in. In het koude en diepe water slaagde hij erin zijn verdrinkende makker te bereiken en vast te grijpen.

Het moet een bijzonder moeilijke redding zijn geweest. Bernards kon zich vermoedelijk nauwelijks nog zelf boven water houden, terwijl zijn doorweekte kleding hem naar beneden trok. Toch wist zijn kameraad hem in zijn greep te houden en naar de oever te brengen. Met de hulp van de derde gezel kon Bernards uiteindelijk uit het kanaal worden gehaald.

De redding kwam geen ogenblik te vroeg. Volgens de krant werd de jonge ambachtsman daarmee van een vrijwel zekere verdrinkingsdood gered.

Wat er daarna gebeurde, vermeldt het bericht niet. We kunnen ons voorstellen hoe Bernards druipend en bevend op de kanaaldijk heeft gezeten, omringd door zijn bezorgde kameraden. Zijn fiets lag mogelijk nog in het water of werd pas later uit het kanaal gehaald. Het varken, dat ongewild de oorzaak van het drama was geworden, zal intussen alweer naar het erf of de wegkant zijn verdwenen.

Voor de bewoners van Boorsheim moet het voorval een opmerkelijk gespreksonderwerp zijn geweest. Het was immers een verhaal met bijna ongelooflijke bestanddelen: een ambachtsman die van een examen terugkeerde, een onverwacht overstekend varken, een val met fiets en al in het kanaal en ten slotte een moedige redding door een kameraad.

Achter het eigenaardige karakter van het ongeval schuilt vooral een verhaal van kameraadschap. De gezel die Bernards achterna sprong, dacht niet aan zijn eigen veiligheid. Hij zag zijn vriend wegzinken en handelde onmiddellijk. Zijn snelle optreden maakte het verschil tussen leven en dood.

Zo bleef een klein krantenbericht uit 1907 bewaard als herinnering aan een dramatische woensdag in het oude Boorsheim. Wat begon als een rustige fietstocht naar huis, eindigde aan de kanaaloever met een redding die Bernards zijn leven schonk. Zonder het kordate optreden van zijn kameraad zou het bericht ongetwijfeld niet over een wonderlijke redding, maar over een tragisch verdrinkingsongeval hebben verteld.

Bronvermelding: historisch krantenbericht, rubriek Boorsheim, 1907. Het bericht vermeldt A. Bernards, zijn examen in Rekem, de aanrijding met een varken langs de winterdijk en zijn redding uit het kanaal door een van zijn twee gezellen. De beschrijving van de omgeving, kleding en omstandigheden is een historisch geloofwaardige, verhalende reconstructie.

X

donderdag 10 september 2026

ZAAL NOVELTY - EEN VERDWENEN ONTMOETINGSPLAATS IN HET OUDE BOORSEM IN DE JAREN 40 EN 50

Ontworpen door Jp

Deze foto brengt ons terug naar de vroegere Kerkstraat in Boorsem. Links bevond zich zaal Novelty, met ernaast Café De Grensduif. Achter deze eenvoudige bakstenen gevels ging een belangrijk deel van het vroegere dorpsleven schuil. Het was een plaats waar mensen samenkwamen, waar verenigingen onderdak vonden en waar voor enkele uren de dagelijkse zorgen werden vergeten. In een krantenartikel uit die tijd werd zaal Novelty aangeprezen als een zaal die beschikbaar was voor alle toneelgroepen en filmvertoningen. Wie meer inlichtingen wenste, kon zich wenden tot Weduwe Penders, Kerkstraat in Boorsem. Die kleine vermelding uit de krant vertelt ons vandaag veel. In de jaren veertig en vijftig beschikten de meeste gezinnen immers nog niet over een televisietoestel. Een filmvertoning in een plaatselijke zaal was daarom een echte gebeurtenis. Jong en oud trokken erheen om samen naar het witte doek te kijken. Ook de toneelvoorstellingen van plaatselijke gezelschappen brachten veel volk op de been. Familieleden, vrienden en nieuwsgierige dorpsbewoners vulden de zaal, terwijl achter het gordijn de spelers gespannen op hun beurt wachtten. Novelty was echter veel meer dan alleen een toneel- en filmzaal. Er werden eveneens biljartwedstrijden georganiseerd. Rond de biljarttafel werd geconcentreerd gekeken naar iedere stoot. Men hoorde het tikken van de ivoren ballen, het schuiven van stoelen en het gemompel van de mannen die de kansen van hun favoriete speler bespraken. In het aangrenzende Café De Grensduif werd ondertussen een pint geschonken en werd er nog lang nagepraat over winst, verlies en gemiste kansen. Een bijzonder hoofdstuk uit de geschiedenis van de zaal werd geschreven door Georges Conaert uit Boorsem. Hij bracht er het wereldrecord “fietsen op rollen” op 400 uur. Vierhonderd uren op een fiets die op rollen stond: een bijna onmenselijke krachtproef die dagen en nachten bleef voortduren. Dorpsbewoners kwamen kijken, moedigden hem aan en volgden zijn vorderingen. Wat voor Georges Conaert een uitputtingsslag moet zijn geweest, groeide voor Boorsem uit tot een gebeurtenis waarover nog jarenlang werd gesproken. De prestatie toont hoeveel doorzettingsvermogen en lichamelijke weerstand daarvoor nodig waren, maar ook hoe sterk een dorp zich rond één van zijn inwoners kon verenigen. Naast de zaal lag Café De Grensduif. De naam verwijst vermoedelijk naar de duivensport, die in Limburgse dorpen bijzonder populair was. Het café was niet alleen een plaats om iets te drinken. Het was een ontmoetingspunt waar nieuws werd uitgewisseld, afspraken werden gemaakt en verhalen van mond tot mond gingen en r werden ook de aankomsttijden en uitslagen van de duiven besproken. De gevels op de foto ogen vandaag stil, maar wie goed kijkt, kan zich de drukte van toen nog voorstellen: mensen die voor de ingang wachten, het geroezemoes vanuit het café, de spanning rond de biljarttafel, het flakkerende licht van een filmprojector en Georges Conaert die uur na uur op zijn fiets bleef voorttrappen. Veel van zulke dorpszalen zijn ondertussen verdwenen of kregen een andere bestemming. Toch blijven zij voortleven in oude foto’s, krantenberichten en in de herinneringen van de mensen van Boorsem. Zaal Novelty en Café De Grensduif waren geen grootse gebouwen, maar hun betekenis voor het plaatselijke leven was des te groter. Het waren plaatsen waar mensen elkaar vonden en waar de geschiedenis van een dorp niet door vooraanstaande heren, maar door gewone inwoners werd geschreven.

X

BOORSEM CAFÉBAAS ROND 1950

Ingekleurde versie

Updated

Achter de toog stond de cafébaas, altijd klaar om zijn klanten te bedienen en naar hun verhalen te luisteren. Het café, gelegen tegenover de fietsenhandel van Van Wijngaerden, was een geliefde ontmoetingsplaats in het dorp. Na het werk kwam men er samen voor een frisse pint, een goed gesprek of een partij biljart. Wanneer het even rustig werd, schonk de cafébaas zichzelf een glas bier in en leunde hij tevreden tegen de tapkraan. Zo genoot ook hij van een welverdiend moment van rust.

X

BOORSEM - DE SINT-ANTONIUS-ABTKAPEL AAN DE BAMPSTRAAT

Updated

X

woensdag 9 september 2026

BEWONERS VAN KOTEM ROND DE JAREN VIJFTIG

Ingekleurde versie

Updated

Ingekleurde versie

Updated

Ingekleurde versie

Updated

1ste foto= Frans (broer van Titteke van de Weef) op de vroegere Bampstraat. 2de foto= Lodewien Heyens van op de Hal. 3de foto= vrouw van Ernest Penders (de veerman) samen met haar buurvrouw Nelly van Colke.

Een dorp waar iedereen nog een gezicht en een verhaal had

Kotem was in de jaren vijftig nog een klein en hecht Maasdorp. De oorlog lag amper enkele jaren achter de rug en rijkdom was er nauwelijks, maar het gewone leven had opnieuw zijn vertrouwde gang gevonden. Achter de bakstenen gevels werd hard gewerkt, eenvoudig geleefd en veel verteld. Iedereen kende er iedereen: niet alleen bij naam, maar ook van familie, beroep en afkomst.

De drie foto’s brengen ons dicht bij die verdwenen dorpswereld. We zien geen grote gebeurtenissen of voorname personen, maar gewone inwoners tijdens herkenbare momenten uit hun dagelijks leven. Juist daardoor vertellen deze beelden zoveel over het Kotem van toen.

Op de eerste foto zit een man bij de dorpskapper. Een bezoek aan de kapper was in die jaren meer dan alleen haren laten knippen of de nek laten uitscheren. Terwijl het schaartje knipte en het scheermes werd klaargemaakt, werden de laatste berichten uit het dorp uitgewisseld. Men sprak over het werk, de oogst, de Maas, een nakend huwelijk of iemand die ziek was geworden. De kapper kende de verhalen vaak als eerste.

De inrichting was eenvoudig: een stevige houten kappersstoel, een grote spiegel, een marmeren werkblad en enkele flesjes haarwater. Een reclamebordje van Stout herinnert aan de biermerken die toen in cafés, winkels en werkplaatsen zichtbaar waren. Veel mannen droegen hun haar kort en verzorgd. Op zondag, voor de mis of een familiebezoek, moest men er netjes bij lopen. Wie zich thuis niet met een scheermes durfde scheren, liet dat eveneens door de kapper doen.

De tweede foto toont een jong paar, warm gekleed tijdens een wandeling langs de Maas. De vrouw draagt een gebloemde jurk met een kort jasje; de man een donkere wollen overjas en een handgebreide sjaal. Goede kleren werden lang gedragen, zorgvuldig versteld en alleen vervangen wanneer dat werkelijk nodig was.

Voor jonge mensen bood de Maasdijk een plaats om samen te wandelen en even aan de waakzame blikken van ouders en buren te ontsnappen. Toch bleef de sociale controle groot. Wanneer een jongen en een meisje meermaals samen werden gezien, wist het dorp het vaak al voordat zij thuis iets hadden verteld. Verkeringen verliepen doorgaans ernstig. Eerst wandelen, daarna kennismaken met de familie en, wanneer alles goed ging, volgden verloving en huwelijk.

Op de derde foto staan twee Kotemse vrouwen voor een degelijke bakstenen woning met houten luiken en fijne gordijntjes voor de ramen. Hun houding is zelfverzekerd en vertrouwd. Misschien waren het zussen, buurvrouwen of vriendinnen. Hun namen kennen we niet, maar hun gezichten vertellen genoeg: vrouwen die gewend waren verantwoordelijkheid te dragen en die tegelijk nog hartelijk konden lachen.

Het huishouden vroeg in de jaren vijftig veel handenarbeid. Water moest worden gehaald of opgepompt, kolen en hout werden aangevoerd, de was gebeurde grotendeels met de hand en groenten kwamen vaak uit de eigen tuin. Achter veel woningen stonden een kippenhok, een varkensstal of enkele fruitbomen. Inmaakpotten, aardappelen en kolen hielpen een gezin door de winter. Vrouwen werkten mee op het land, verzorgden kinderen en ouderen en hielden het huis draaiende. Hun werk werd zelden officieel vermeld, maar was onmisbaar.

Ook de nabijgelegen steenkoolmijn van Eisden drukte haar stempel op het leven in de streek. Sommige mannen uit Kotem vonden er werk, terwijl andere gezinnen verbonden bleven met landbouw, veeteelt, kleine handel of ambachten. De mijn bood een vast loon, maar het werk ondergronds was zwaar en gevaarlijk. Aan het einde van een werkdag kwamen mannen moe en zwart van het kolenstof thuis, waarna het leven de volgende ochtend opnieuw begon.

De Maas bepaalde al eeuwenlang het uitzicht en het ritme van Kotem. Zij bracht vruchtbare grond en uitgestrekte weiden, maar vormde bij hoogwater ook een voortdurende bedreiging. De bewoners kenden de rivier en hielden haar nauwlettend in het oog. Wanneer het water begon te stijgen, ging het nieuws snel van huis tot huis. Vee werd tijdig weggehaald en waardevolle bezittingen werden hoger gezet.

De kerk en de katholieke tradities vormden het vaste middelpunt van de gemeenschap. De Sint-Filomenakerk, die samen met het kerkhof in 1900 werd gewijd, begeleidde de inwoners van doopsel tot begrafenis. Zondagsmis, processies, communies, huwelijken en kermisdagen brachten het dorp samen. Wie niet aanwezig was, werd opgemerkt. Het kerkplein en de straat voor de huizen waren ontmoetingsplaatsen waar nieuws werd gedeeld en afspraken werden gemaakt.

Het leven was eenvoudiger, maar daarom niet noodzakelijk gemakkelijker. Er waren minder bezittingen, het werk was zwaar en privacy bestond nauwelijks. Toch herinneren veel oudere inwoners zich ook de sterke verbondenheid. Buren hielpen elkaar bij ziekte, geboorte, overlijden, oogstwerk of hoogwater. De deuren bleven vaker open en kinderen speelden buiten totdat moeder hen naar binnen riep.

Deze drie beelden bewaren iets wat langzaam uit het straatbeeld verdween: de kapper die alle dorpsverhalen kende, het jonge paar dat langs de Maas zijn toekomst tegemoet wandelde en de vrouwen die voor hun woning even het werk lieten rusten. Het zijn gezichten uit een tijd waarin Kotem nog leefde op het ritme van de kerkklok, de seizoenen, de mijn en de altijd aanwezige Maas.

Gewone bewoners, gewone dagen — maar samen vormden zij het geheugen en de ziel van het Kotem van de jaren vijftig.

    X














BOORSEM - DE SINT-ANTONIUS-ABTKAPEL AAN DE BAMPSTRAAT

Langs de Bampstraat, vlak bij de Ziepbeek, staat een kleine bakstenen kapel die al meer dan een eeuw over het landelijke leven van Boorsem en Kotem waakt. Ze werd in 1921 gebouwd in opdracht van Maria Hoogwaerts, weduwe van Paulus Bouveroux, als blijvende herinnering aan haar overleden echtgenoot. Wat begon als een persoonlijk gebaar van liefde en rouw, groeide uit tot een vertrouwd plaatsje van gebed en bezinning voor de mensen uit de omgeving. Historische bronnen situeren de kapel officieel in Kotem, dat vroeger nauw met Boorsem verbonden was en tegenwoordig tot Maasmechelen behoort. De kapel werd toegewijd aan de heilige Antonius Abt, geboren omstreeks het jaar 251 of 252 in Egypte. In onze streken werd hij vooral bekend als “Sint-Theunis met het verken”. Op afbeeldingen verschijnt hij dikwijls met een varken aan zijn zijde. Hij gold als beschermheilige van het vee en werd daarom bijzonder vereerd door boeren, maar ook door slagers en borstelmakers. Zijn feestdag wordt ieder jaar gevierd op 17 januari. Dat juist deze heilige hier een kapel kreeg, was geen toeval. Boorsem en Kotem waren toen nog uitgesproken landbouwgemeenschappen met vooral kleine boerenbedrijven. Het welzijn van koeien, paarden en varkens bepaalde voor vele gezinnen of er brood op tafel kwam. Wanneer een dier ziek werd of wanneer een besmettelijke veeziekte dreigde, zochten mensen niet alleen hulp bij praktische middeltjes, maar ook bij Sint-Antonius. Een stil gebed in de kapel moest bescherming brengen over stal, erf en gezin. Generaties voorbijgangers hielden hier even halt. Een boer op weg naar zijn akker, een vrouw met haar boodschappentas of kinderen die langs de Bampstraat huiswaarts keerden: allemaal kenden zij dit kleine heiligdom. Soms werd er een kaars aangestoken, soms een gebed gepreveld en soms volstond een vluchtige blik naar binnen. Vandaag staat de kapel er nog altijd: eenvoudig, bescheiden en zonder grote pracht. Toch vertelt zij een rijk verhaal over geloof, verbondenheid en het harde boerenleven van vroeger. De kleine kapel aan de Bampstraat is niet alleen een religieus gebouwtje, maar ook een tastbare herinnering aan Maria Hoogwaerts en Paulus Bouveroux, en aan alle mensen die hier gedurende meer dan honderd jaar troost, bescherming en een ogenblik van stilte kwamen zoeken.

X


BOORSEM LAGERE SCHOOL ROND 1949 (FOTO LIZZY PELSSERS)

Foto van Lizzy Pelssers, haar moeder zit in de onderste rij in het midden.

Van links naar rechts: alice Houben,Olga opdebeek, Elly milissen, Philomene Conaert, Georgette Lenders,Annie thone. Middelste rij: Bella schepers, Paula milissen, Els Kuijpers, Maes,Olga Janssen,elvire conaert. Onderste rij: Martha Kuijpers, Jeanne lovenich, Martha Ramaekers,Olga Houben,Lea Houben.

X

dinsdag 8 september 2026

BOORSEM (TOEN BOORSHEIM) - GROT O.L.V. VAN LOURDES 1932

Updated

De Lourdesgrot van Boorsem – een plaats van geloof en herinnering

Op deze bijzondere foto uit 1932 zien we de Grot van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes in Boorsem, dat op de oude prentbriefkaart nog als “Boorsheim” wordt vermeld. De grot was toen amper tien jaar oud, maar had al een vaste plaats verworven in het godsdienstige en dagelijkse leven van het dorp. Reeds in 1886 liet pastoor Reijnders een kleine Lourdesgrot oprichten in de Sint-Joriskerk. Onder pastoor Dupas werd later samen met de parochianen geld ingezameld voor een grotere grot in de openlucht. Die werd in 1922 gebouwd bij de kerk, vlak bij de toegang tot het kerkhof. In 2022 herdacht Boorsem dan ook het honderdjarige bestaan van deze bijzondere gebedsplaats. De grot werd opgetrokken uit ruwe natuurstenen en kreeg door de weelderige begroeiing al snel het uitzicht van een echte rotsformatie. Hoog boven de ingang stond het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Beneden, bij het altaar, kwamen de inwoners bidden, kaarsen branden en troost zoeken. Vooral tijdens processies en Mariavieringen moet het hier druk zijn geweest, maar ook op gewone dagen vonden mensen er een ogenblik van stilte. Opmerkelijk zijn de twee Duitse kanonnen die op deze foto naast de grot staan. Volgens de overgeleverde beschrijving waren deze wapens na de Eerste Wereldoorlog in de streek achtergebleven. Hun aanwezigheid naast een plaats van gebed vormde een bijzonder contrast: werktuigen van oorlog stonden er tegenover een symbool van vrede, hoop en bescherming. De kanonnen herinnerden de inwoners eraan dat de verschrikkingen van 1914–1918 nog niet zo lang achter hen lagen. Voor de mensen die in 1932 langs deze grot wandelden, waren de oorlogsjaren immers geen verre geschiedenis. Velen hadden de Duitse bezetting zelf meegemaakt. Zij herinnerden zich de angst, de opeisingen en de onzekerheid. Mogelijk hadden sommigen een familielid verloren of waren jonge mannen nooit meer naar huis teruggekeerd. De twee achtergelaten kanonnen waren daarom meer dan merkwaardige voorwerpen: het waren stille getuigen van een tijd die diepe sporen had nagelaten. Toch overheerst op deze oude opname geen dreiging. Rond de grot groeien bloemen en planten, vooraan staat een eenvoudig bankje en tussen de stenen heeft de klimop langzaam haar weg gevonden. Hier konden de inwoners even gaan zitten, een gebed prevelen of in stilte denken aan hen die er niet meer waren. Zo vertelt deze foto uit 1932 eigenlijk twee verhalen. Het ene is dat van het eenvoudige en diepgewortelde geloof van de Boorsemer bevolking. Het andere is dat van een dorp dat de herinnering aan de oorlog met zich meedroeg, maar opnieuw naar rust en hoop zocht.

X





BOORSEM / UIKHOVEN / OPGRIMBIE

Updated

LANAKEN - TREIN EN STATION IN DE JAREN 80

Updated

Updated

Deze twee foto’s brengen ons terug naar het Lanaken van de jaren 80, toen het spoor nog een vertrouwd onderdeel van het dagelijkse landschap was. Een gele reizigerstrein rijdt over de imposante spoorbrug, terwijl op het uitgestrekte rangeerterrein lange rijen goederenwagons wachten op hun volgende bestemming. Het geluid van dieselmotoren, piepende remmen en metalen koppelingen hoorde toen nog bij Lanaken.

X

maandag 7 september 2026

MAASMECHELEN (MECHELEN A D MAAS) - KERKPLEIN 1902

Ingekleurde versie

Updated

Op deze opname uit 1902 staat de parochiekerk van Mechelen-aan-de-Maas nog vrij en beeldbepalend in het oude dorpscentrum. Het kerkplein vormde destijds niet alleen het religieuze hart van de gemeente, maar ook een belangrijke ontmoetingsplaats waar de Mechelaren na de mis samenkwamen en het dorpsnieuws uitwisselden. De eerste kerk van Mechelen stond niet op deze plaats, maar op het oude kerkhof langs de Hemelrijkstraat. Omdat het gebouw bouwvallig was geworden, werd het omstreeks 1850 gesloopt. De nieuwe kerk moest dichter bij de woningen en midden in de dorpskern komen te staan. Zo ontstond de huidige neoclassicistische Sint-Monulfus- en Gondulfuskerk, waarvan de bouw in 1852 werd aangevat naar een ontwerp van provinciaal architect Lambert Jaminé. Het werd een hoofdzakelijk bakstenen, driebeukige kerk met een hoge westertoren, hardstenen hoekbanden en een monumentale voorgevel. De voorbereiding van de bouw begon echter al eerder. Op zondag 6 juli 1851 gingen de Mechelaren aan de slag met de voorbereidende werkzaamheden voor het bakken van de brikken. Willem Schreurs, een schipper die op de Hal in Kotem woonde, zou voor rekening van de gemeente maar liefst 1.355.000 bakstenen vervaardigen. Ook het vervoer van de bouwmaterialen werd voor een groot deel door de inwoners zelf verzorgd. Die gezamenlijke inspanning leverde de gemeente een besparing van 10.231,50 frank op. Dat was een aanzienlijk bedrag, want de totale kostprijs van de kerk bedroeg 78.254,75 frank. Om haar aandeel in de bouw te kunnen betalen, moest de gemeente bovendien 286 hectare heide en bossen verkopen. De kerk werd daardoor niet alleen met geld gebouwd, maar ook met grond, arbeid en de gezamenlijke inzet van de Mechelse bevolking. Toen deze foto in 1902 werd gemaakt, stond de kerk er ongeveer een halve eeuw. Ze was inmiddels uitgegroeid tot het vertrouwde middelpunt van het dorp. Hier kwamen de mensen samen voor de zondagse mis, huwelijken, doopsels, processies en begrafenissen. De kerk was toegewijd aan de heiligen Monulfus en Gondulfus, twee zesde-eeuwse bisschoppen van Maastricht. In het gebouw bleven ook oudere cultusvoorwerpen bewaard, waaronder een romaanse doopvont uit de twaalfde eeuw en zestiende-eeuwse beelden van beide patroonheiligen. Meer dan een eeuw later herinnert dit beeld ons niet alleen aan het vroegere Kerkplein, maar ook aan de grote offers die de Mechelaren voor hun nieuwe kerk brachten. Iedere steen droeg iets van hun arbeid. Zo werd de kerk een blijvend monument van geloof, gemeenschapszin en verbondenheid—gebouwd door en voor de inwoners van Mechelen-aan-de-Maas.

X




MAASMECHELEN - RESTANTEN VAN STEENBAKKERIJ EYBEN

Updated

Op de foto staan de laatste restanten van steenbakkerij Eyben, ooit gelegen langs de Zuid-Willemsvaart in Maasmechelen. De vervallen bakstenen gebouwen, de kapotte ramen en de oprukkende begroeiing tonen een plaats waar het werk toen al geruime tijd was stilgevallen. Toch herinnerden deze muren nog aan een periode waarin klei, vuur en zware handen het dagelijkse ritme bepaalden.

De steenbakkerij was reeds vóór 1937 actief en bleef volgens de beschikbare gegevens tot 1983 in bedrijf. In en rond Maaswinkel werd klei uit de bodem gehaald en verwerkt tot bakstenen. Het uitgraven gebeurde op grote schaal en liet diepe kuilen en laagten in het landschap achter. Voor de arbeiders betekende dit zwaar en vuil werk: klei winnen, vervoeren en vormen, waarna de stenen moesten drogen en in de ovens werden gebakken.

De ligging langs de Zuid-Willemsvaart was bijzonder gunstig. Het kanaal vormde sinds zijn opening in 1826 een belangrijke transportverbinding door Limburg. Grondstoffen, brandstoffen en afgewerkte producten konden hierdoor gemakkelijker worden aangevoerd of afgevoerd. Zo maakte steenbakkerij Eyben deel uit van het industriële verleden dat lange tijd het landschap en het leven in Maasmechelen bepaalde.

Na de sluiting bleef het gebouwencomplex nog jarenlang verlaten achter. Wind en regen kregen vrij spel, ramen verdwenen en struiken groeiden tot tegen de muren. Uiteindelijk werden ook deze laatste getuigen van het verleden opgeruimd. De restanten van steenbakkerij Eyben langs de Zuid-Willemsvaart in Maasmechelen zijn inmiddels helemaal verdwenen. Hier ligt nu het natuurreservaat Maaswinkel. 

Toch verdween het verleden niet volledig. De oude kleiputten vulden zich met water en ontwikkelden zich geleidelijk tot poelen, plassen en waardevolle leefgebieden voor amfibieën. Wat ooit door mensenhanden werd uitgegraven voor de productie van bakstenen, vormt tegenwoordig mee de basis van een natuurgebied van ongeveer 280 hectare. Industrie maakte plaats voor stilte, water en wilde begroeiing.

Deze foto bewaart daarom meer dan alleen het beeld van een verlaten fabriek. Zij toont het kantelpunt tussen twee tijden: de laatste sporen van een verdwenen nijverheid en het begin van een landschap dat langzaam door de natuur werd teruggenomen. Waar vroeger arbeiders en machines het ritme bepaalden, hoort men vandaag opnieuw vogels, wind en water.

X


SINT-KRISTOFFELBEDEVAART IN OPGRIMBIE

Updated

De M.A.N.-vrachtwagens onder de zegen van pastoor Claes

Op deze historische foto trekt de Sint-Kristoffelbedevaart door de straten van Opgrimbie. Langs de weg hebben tientallen dorpsbewoners en kinderen plaatsgenomen. Belgische vlaggen en plaatselijke vaandels wapperen boven de menigte, terwijl pastoor Claes vanaf een verhoog de voorbijrijdende voertuigen zegent.

Vooraan rijdt een imposante rode M.A.N.-vrachtwagen. Deze camions waren in die tijd een vertrouwd beeld in de streek. Dagelijks vervoerden ze duizenden tonnen wit zand naar het kanaal in Mechelen-aan-de-Maas. Het uiterst zuivere, bijna volledig uit kwarts bestaande zand was een belangrijke grondstof en maakte van het zware vrachtverkeer een vast onderdeel van het dagelijkse leven rond de Limburgse zandgroeven.

De chauffeurs en hun M.A.N.-camions behoorden tot de eerste deelnemers aan de Sint-Kristoffelbedevaart met pastoor Claes in Opgrimbie. Hun aanwezigheid was niet toevallig. Sint-Kristoffel geldt immers als de beschermheilige van reizigers, chauffeurs en andere weggebruikers. Vooral voor vrachtwagenbestuurders, die dagelijks met zwaarbeladen voertuigen onderweg waren, had de jaarlijkse zegening een bijzondere betekenis.

De bedevaart ontstond in Opgrimbie in 1956 en groeide uit tot een indrukwekkende voertuigenwijding. Fietsen, bromfietsen, auto’s, tractoren en vrachtwagens reden in lange rijen langs de priester. Ze ontvingen er de zegen voor een behouden reis en een veilige thuiskomst. De viering vond plaats rond 25 juli, de feestdag van Sint-Kristoffel. Volgens historische gegevens namen tijdens de beginjaren al tientallen vrachtwagens en tractoren deel.

De foto bewaart zo meer dan een religieuze plechtigheid. Zij vertelt ook het verhaal van het zware werk, de zandwinning en het vervoer dat jarenlang bij Mechelen-aan-de-Maas hoorde. Tegelijk toont ze hoe sterk geloof, arbeid en dorpsgemeenschap toen met elkaar verbonden waren. De rode M.A.N.-camions kwamen niet alleen voorbij om bekeken te worden: ze werden gezegend als trouwe werktuigen waarvan het levensonderhoud én de veiligheid van hun chauffeurs afhankelijk waren.

De Sint-Kristoffelbedevaart bestaat vandaag nog altijd. Tijdens het weekend rond de naamdag van de heilige worden in Opgrimbie nog steeds uiteenlopende voertuigen en gezegend. Daarmee blijft een levend stuk plaatselijk erfgoed bewaard.

X

OPGRIMBIE - EZELSKOERS 1982

Updated

Op de foto kijken we terug naar de ezelskoers van Opgrimbie in 1982. Twee mannen proberen hun koppige viervoeters vooruit te krijgen, terwijl achter de afsluiting het publiek nieuwsgierig toekijkt. Onder de grote tentzeilen heerst de sfeer van een ouderwets dorpsfeest: eenvoudig volksvermaak waarbij het plezier en de samenhorigheid vooropstonden. Ezelskoersen kwamen vroeger tijdens kermissen en plaatselijke feesten wel vaker voor. De deelnemers reden zonder veel omhaal een kort parcours, waarbij de eigenzinnigheid van de dieren dikwijls voor de grappigste taferelen zorgde. Een ezel liet zich immers niet gemakkelijk opjagen. Soms bleef hij plots staan, week hij van het parcours af of weigerde hij eenvoudigweg nog één stap te zetten. Juist die onvoorspelbaarheid maakte zulke wedstrijden bij het publiek populair. Wat men in 1982 nog als onschuldig dorpsvermaak beschouwde, werd later steeds kritischer bekeken. Dierenrechtenorganisatie GAIA omschreef dergelijke wedstrijden als “volksvermaak ten koste van de ezels”. Volgens de organisatie was het niet langer verantwoord om ezels te laten koersen te midden van een joelende menigte, soms met veel te zware personen op hun rug. Sinds 1998 zijn dergelijke wedstrijden in België verboden. De dierenwelzijnswet verbiedt wedstrijden waarbij de kracht, snelheid of behendigheid van dieren op de proef wordt gesteld, met een wettelijke uitzondering voor wedstrijden met paarden, honden en duiven. Daardoor verdwenen niet alleen de traditionele ezelskoersen, maar ook gelijkaardige wedstrijden met onder meer kamelen en struisvogels.

X

zondag 6 september 2026

DE FAMILIE BOLLEN - DIEP GEWORTELD IN UIKHOVEN -

Ontworpen door Jp

Een opmerkelijk stukje dorpsgeschiedenis

Wie in 1975 door Uikhoven wandelde, had veel kans iemand met de familienaam Bollen te ontmoeten. Maar liefst 28 procent van de ouders van de 270 gezinnen in dit kleine Maasdorp droeg die naam. Bij meer dan een kwart van de huwelijken die sinds 1935 in Uikhoven werden gesloten, was de bruid of de bruidegom een telg uit het geslacht Bollen. Hoofdonderwijzer Guillaume Kortleven herinnerde zich dat van de tachtig leerlingen die hij tijdens zijn loopbaan onderwees, vijf jongens Jan Bollen heetten. Om hen uit elkaar te houden, moesten bijna noodgedwongen bijnamen worden gebruikt.  De familie was bovendien sterk verweven met het verenigingsleven van Uikhoven. Er was haast geen vereniging waarin geen Bollen vertegenwoordigd was. Jozef Bollen was voorzitter van de Bond van Gepensioneerden, Arnold Bollen schatbewaarder van de Oud-strijdersbond en Jules Bollen voorzitter van de ziekenkas. Mevrouw Bollen-Leenders vervulde de functie van secretaresse bij de Katholieke Vereniging van Landelijke Vrouwen. Bernadette Bollen zetelde in het bestuur van de Plattelandsjongeren, terwijl Rita Bollen samen met Monique en Marie-Jeanne Bollen leiding gaf aan de meisjesgroep van Uikhoven. Nini Bollen maakte deel uit van de parochieraad. Het kerkelijk zangkoor stond onder leiding van André Bollen en Jean Bollen was ondervoorzitter van de voetbalclub. Ook bij andere verenigingen dook de naam voortdurend op. Lambert Bollen was ondervoorzitter en Jef Bollen secretaris van de wielerclub. Een andere Jef Bollen vervulde dezelfde taak bij judoclub Samurai. Jozef Bollen was voorzitter en Guillaume Bollen secretaris en ruilmeester van de postzegelclub. Zelfs bij de jaarlijkse kiezelfeesten, die rond 21 juli werden georganiseerd, stond een Jozef Bollen aan het hoofd van het comité. Geen toeval dus dat tijdens iedere editie ook een kiezelfee werd gekozen. In 1975 was die eer weggelegd voor — hoe kon het ook anders — een mejuffrouw Bollen. Zo vormden de Bollens in Uikhoven veel meer dan een grote familie. Ze waren aanwezig in het onderwijs, de kerk, de sportclubs, het verenigingsleven en de jaarlijkse dorpsfeesten. Hun naam liep als een vertrouwde draad door het dagelijkse leven. Een bijzonder dorpsverhaal uit een tijd waarin bijna iedereen elkaar nog kende en waarin Uikhoven, heel toepasselijk, werkelijk bol stond van de Bollens.

X


HERBRICHT — WAAR DE MAAS HET LAATSTE WOORD KREEG


2 Originele foto's van jp
Inmiddels zijn deze foto's een nostalgische kijk op het verleden hoe het in vroegere tijden geweest is. Deze boerderij (en heel Herbricht) hebben natuurlijk ook miserie gekend doordat het gehucht in overstromingsgebied was gelegen. Op het moment van het nemen van de foto was de boerderij al verlaten. Het is nu een verlaten plek geworden dicht tegen de Maas, waar niets meer doet vermoeden wat ooit hier was. Helaas zal dat ook het lot zijn van heel Herbricht.

Op de twee foto’s ligt Herbricht er stil en bijna tijdloos bij. Een bruin paard dwaalt door het hoge gras, oude bomen bewaken de weide en achter hun zware kruinen staat een eenzame hoeve met een rood pannendak. De zomerzon legt een warme gloed over het land. Toch schuilt achter deze landelijke rust een bewogen geschiedenis. Hier bepaalde de Maas eeuwenlang niet alleen het landschap, maar ook het leven en uiteindelijk het verdwijnen van vrijwel het gehele gehucht. Herbricht behoort tot Neerharen en ligt tussen de Zuid-Willemsvaart en de Maas, in de winterbedding van de rivier. Het is een plek van vruchtbare weiden, boomgaarden, oude hoeven en gronden waarop generaties lang vee graasde. Paarden, koeien en boeren maakten er deel uit van het dagelijkse dorpsbeeld. De dieren leverden trekkracht, melk en mest; het gras, het hooi en de kleine akkers zorgden voor het levensonderhoud. Wat men nodig had, werd zoveel mogelijk op of rondom de eigen hoeve voortgebracht. De foto’s bewaren iets van die oude verbondenheid. Het paard staat niet in een aangelegd landschap, maar in een weide die nog door gras, bomen en seizoenen wordt gevormd. De verweerde gebouwen en de verspreid staande bomen herinneren aan het vroegere Herbricht, toen het gehucht nog bewoond werd door boerenfamilies die elkaar hielpen bij het hooien, dorsen, oogsten en binnenhalen van het vee.

Van koninklijke hofplaats tot Maasgehucht

De geschiedenis van Herbricht reikt vermoedelijk terug tot de vroege middeleeuwen. Mogelijk lag hier de Karolingische burcht Harburgum, die in 922 werd vermeld. Zij gold als een van de koninklijke hoven van Lotharingen. De juiste ligging blijft onderwerp van historisch onderzoek; ook het nabijgelegen Borgharen wordt met deze burcht in verband gebracht. De naam Herbricht zou echter een verre herinnering aan Harburgum kunnen bewaren. Op de Ferrariskaart uit de periode 1770–1778 staat de nederzetting aangeduid als Hameau Herbergh. Herbricht was toen aanzienlijk groter dan men vandaag zou vermoeden. De bebouwing was er bijna even dicht als in de oude dorpskern van Neerharen. De hoeven lagen bij de vruchtbare Maasgronden, maar tegelijk gevaarlijk dicht bij het water. Voor de inwoners was de rivier vriend én vijand: zij schonk vruchtbaar slib, vis, grasland en verbindingen, maar kon in natte winters veranderen in een kolkende bedreiging. Tot in de negentiende eeuw lag voor het gehucht een vrij groot eiland in de Maas. Het landschap bestond uit rivierarmen, grindbanken, beemden en geregeld overstroomde gronden. De Maas lag niet voor altijd vast in één bedding. Zij verlegde haar loop, schuurde oevers weg en zette elders weer zand, grind en klei af. Een beslissende verandering kwam met de aanleg van de Zuid-Willemsvaart tussen 1824 en 1829. Het kanaal sneed Herbricht af van de dorpskern van Neerharen. Wat vroeger bij het dorp hoorde, kwam nu als een afgelegen landstrook tussen kanaal en rivier te liggen. Tegen de tijd dat in 1846 de Atlas van de Buurtwegen werd opgesteld, was de nederzetting teruggelopen tot ongeveer zeven hoeven.

Leven op het ritme van land en water

Het vroegere Herbricht kende geen grote kerk, markt of winkelstraat. Het leven speelde zich af op de erven, in de stallen en op de omliggende gronden. Men hield koeien, paarden, varkens en kippen. In de boomgaarden stonden hoogstammige appel-, peren- en pruimenbomen. Het voorjaar bracht bloesems, de zomer het hooiland en de herfst het binnenhalen van fruit en wintervoorraad. Paarden, zoals op de foto’s, waren vroeger onmisbare werkkrachten. Ze trokken ploeg, eg, kar en maaimachine. Na een lange werkdag werden ze uitgespannen en naar de weide gebracht. Met de komst van tractoren verloor het boerenpaard geleidelijk zijn oude taak, maar in een landschap als Herbricht bleef het een vertrouwd en haast symbolisch beeld. Ook het café speelde een belangrijke rol. Daar kwamen bewoners, boeren, jagers, vissers en toevallige passanten samen. Nieuws werd er uitgewisseld, afspraken werden gemaakt en na het werk werd er een glas gedronken. Het later bekende Café Maasvallei bleef lange tijd een van de laatste ontmoetingsplaatsen van het gehucht.

De overstromingen en de langzame leegloop

De Maas liet zich nooit volledig bedwingen. Vrijwel ieder jaar lopen delen van de huidige natuurgebieden bij Herbricht tijdens de winter onder. Het water laat daarbij telkens nieuwe lagen zand, klei of grind achter. Limburgs Landschap Vooral de grote hoogwaters van 1993 en 1995 maakten duidelijk hoe kwetsbaar de woningen in de winterbedding waren. Die overstromingen versnelden de plannen om de Maas meer ruimte te geven. Langs de Grensmaas werden uiterwaarden verlaagd, stroomgeulen verbreed en nieuwe natuurgebieden ontwikkeld om water veiliger te kunnen afvoeren. Vanaf 2004 werden woningen en gronden verworven. Aanvankelijk leek het erop dat alle bewoners Herbricht vóór 2010 zouden moeten verlaten. Later werd besloten dat de overblijvende bewoners niet gedwongen hoefden te vertrekken. Wanneer een huis vrijwillig werd verlaten, kon het echter worden aangekocht en afgebroken. Zo verdween Herbricht niet door één grote ramp, maar huis na huis, erf na erf. De grote overstroming van juli 2021 bracht opnieuw water en onzekerheid. Daarna zette de leegloop zich verder door. In september 2025 woonde er volgens de berichtgeving nog slechts één echtpaar. Ook Café Maasvallei, jarenlang het laatste sociale hart van het gehucht, werd in 2025 afgebroken. Daarmee bleven nog slechts twee bewoonde huizen over van een gemeenschap die ooit meer dan zestig inwoners telde.

Van boerengehucht naar levende riviernatuur

Waar vroeger koeien werden gemolken, paarden voor de kar stonden en kinderen tussen de boomgaarden speelden, krijgt de Maas vandaag opnieuw meer vrijheid. Herbricht sluit aan bij Hochter Bampd, het meest zuidelijke natuurgebied van het RivierPark Maasvallei. Grindbanken, bloemrijke graslanden, struwelen en ooibossen vormen er een voortdurend veranderend landschap.  De twee foto’s tonen daarom meer dan een paard en een oude hoeve. Ze bewaren het beeld van een landschap op de grens tussen bewoning en natuur, tussen herinnering en verdwijnen. De bomen staan er nog, het gras beweegt nog in de wind en ergens klinkt misschien het zachte snuiven van een paard. Maar achter die stilte leven de stemmen voort van de boerenfamilies, cafébezoekers en Maasmensen die Herbricht eeuwenlang tot hun thuis maakten. Herbricht wordt opnieuw wat het eeuwen geleden reeds was: land van de rivier. Toch zal het gehucht niet geheel verdwijnen zolang zijn naam, zijn foto’s en de verhalen van zijn bewoners worden bewaard. Want waar de huizen langzaam verdwijnen, blijft de herinnering als een oude boom aan de Maasoever staan — diep geworteld, gehavend door het water, maar nog altijd levend.

X

LANAKEN (TOEN LANAEKEN) - PANORAMA

Updated Vanuit de hooggelegen Sint-Ursulakerk ontvouwt zich een bijzonder panorama over het oude Lanaeken. De opname voert de blik in de ri...