vrijdag 14 augustus 2026

SMEERMAAS - BRUG TUSSEN BEIDE LIMBURGEN GEOPEND (ARTIKEL 1968)

Updated
Minister Bertrand opent de nieuwe verbinding tussen beide Limburgen.

MR. BAETEN: SMEERMAAS IS NU DICHTER BIJ MAASTRICHT 

Brug tussen beide Limburgen geopend SMEERMAAS, 26 aug. — De Belgische minister van Verkeerswezen Bertrand heeft zaterdagmorgen onder grote belangstelling de nieuwe brug over de Zuid-Willemsvaart in het Belgische Smeermaas tevens geopend als een symbool van verbroedering tussen de beide Limburgen in het land zonder grens. „Lanaken en Smeermaas willen met Maastricht een internationaal trefpunt worden voor alle vreemdelingen. En als straks de nieuwe brug te Mechelen a.d. Maas in de E39 tot stand is gekomen, zal er geen scheiding meer bestaan tussen de beide Limburgen”, aldus minister Bertrand, die ook het woord voerde namens minister De Saeger van Openbare Werken in België. NADAT DE FANFARE van Smeermaas de „Brabançonne” had laten weerklinken en pastoor Brouwers de nieuwe brug had ingezegend trok een lange stoet van autoriteiten en genodigden naar de nieuwe gedenksteen, opgericht ter herinnering aan de gesneuvelde grenswachters. Het monument werd onthuld door mej. Mia Giddelo, dochter van de op 10 mei 1940 gesneuvelde kapitein-commandant van de Grenswacht, Henry Giddelo. Twee detachementen van het 21e bataljon R. uit Leopoldsbrug, compleet met het roemrijke bataljonsvaandel, presenteerden het geweer terwijl het militaire muziekkorps van de 16e divisie uit Antwerpen het Belgische volkslied speelde. Tevoren had eerste schepen J. Gobijn, loco-burgemeester van Lanaken, ook autoriteiten uit Nederlands-Limburg kunnen welkom heten onder wie gouverneur mr. dr. Ch. van Rooy, mr. A. Baeten, burgemeester van Maastricht en kolonel Kersjes, territoriaal commandant Limburg. Gouverneur dr. Roppe opende vervolgens het nieuwe sportterrein van Fortuna Smeermaas in het Jeugdpark. Tot besluit van de reeks openingsplechtigheden gaf het militaire muziekkorps o.l.v. tamboer-maître Albert de Smet een spectaculaire show in het nieuwe stadion, onder luid applaus van de vele belangstellenden. In de versierde „Ghe-Ha zaal” werd later de 60-jarige Koninklijke fanfare „De Grensbewoners” van Smeermaas gehuldigd. Gouverneur mr. dr. Van Rooy reikte bij die gelegenheid de gouden ere-medaille in de (Belgische) Orde van Leopold II uit aan de twee Nederlandse jubilarissen van dit korps, directeur Johan Schröder en muzikant Gerard Debeefe, beiden uit Maastricht. Gouverneur Van Rooy noemde Smeermaas een „voorstad van Maastricht”. „Maastricht verheugt zich er over dat Smeermaas nog dichterbij gekomen is,” aldus burgemeester Baeten in zijn toespraak. Gouverneur Van Rooy verzocht tenslotte alle aanwezigen een heildronk uit te brengen op de beide Limburgen en de twee koninkrijken.

X

SMEERMAAS - BOUW VAN DE NIEUWE BRUG IN 1968

Updated en ingekleurde versie

Deze bijzondere opname uit 1968 brengt ons terug naar Smeermaas, in een periode waarin het dorpsbeeld ingrijpend veranderde. Op de voorgrond zien we de werkzaamheden voor de bouw van de nieuwe brug, die de oude verbinding moest vervangen. De aanleg ging gepaard met omvangrijke grond- en constructiewerken. Tussen de huizen, werkplaatsen en oude dorpsbebouwing ontstond een grote bouwput waarin de nieuwe brug vorm begon te krijgen. De foto is daardoor niet alleen een beeld van een bouwwerk in wording, maar ook van het Smeermaas van vóór de grote veranderingen. In datzelfde jaar verdween ook de oude Baileybrug, die hier sinds 1944 dienst had gedaan. Deze noodbrug was tijdens de bevrijding door Amerikaanse genietroepen aangelegd en bleef uiteindelijk ongeveer 24 jaar in gebruik. Wat ooit als een tijdelijke oorlogsbrug bedoeld was, was voor een hele generatie inwoners een vertrouwd onderdeel van het dagelijkse leven geworden. Smeermaas, 1968: oud en nieuw ontmoeten elkaar. Terwijl de Baileybrug na bijna een kwarteeuw uit het straatbeeld verdween, kreeg de nieuwe brug langzaam vorm — een moment van verandering dat op deze foto voor altijd bewaard bleef.

X




BOORSEM SCHOOL ROND DE JAREN '50 IN DE KERKSTRAAT (NU ST.-JORISSTRAAT)

Ingekleurde versie

Updated

Deze sfeervolle opname brengt ons terug naar Boorsem rond de jaren '50 St.-Jorisstraat, naar de dorpsschool in de toenmalige Kerkstraat, de huidige St.-Jorisstraat. Een groep kinderen heeft zich voor het schoolgebouw verzameld, onder het toeziend oog van de zusters die in die tijd een belangrijke rol speelden in het onderwijs en de opvoeding. De foto ademt het dagelijkse dorpsleven van die jaren.  Schoolgaan betekende toen niet alleen leren lezen, schrijven en rekenen: orde, discipline, geloof en goede manieren maakten eveneens deel uit van de opvoeding. Voor vele oudere inwoners van Boorsem zal dit beeld herinneringen oproepen aan een tijd waarin bijna iedereen elkaar kende en de school, samen met de kerk, een centrale plaats innam in het dorpsleven. De oude Kerkstraat mag ondertussen St.-Jorisstraat heten, maar foto's als deze bewaren een stukje van het Boorsem van toen, een wereld die verdwenen is, maar in het collectieve geheugen van het dorp blijft voortleven.

X




DUITSE MILITAIREN IN HET STRAATBEELD VAN AS (TOEN ASCH) 1917

Update

Ook in het straatbeeld van As, toen nog als Asch geschreven, waren tijdens de Eerste Wereldoorlog de Duitse militairen nadrukkelijk aanwezig. Deze opname uit 1917 geeft daarvan een bijzonder beeld. Links langs de weg staan twee Duitse militairen, terwijl enkele kinderen nieuwsgierig voor de fotograaf poseren. De aanwezigheid van de militairen hield verband met het Duitse vliegplein van As, dat tijdens de oorlog in de omgeving was aangelegd en gebruikt werd door de Duitse luchtstrijdkrachten. Militairen die op of rond het vliegveld dienst deden, maakten daardoor deel uit van het dagelijkse straatbeeld. Ze verplaatsten zich tussen het vliegterrein, hun verblijven en het dorp, waardoor de plaatselijke bevolking voortdurend met de Duitse bezetting werd geconfronteerd. Juist de kinderen op de voorgrond maken deze foto zo bijzonder. Terwijl links de bezettingsmilitairen staan, lijkt het gewone dorpsleven gewoon verder te gaan. Een stil maar treffend tijdsbeeld van As in 1917, waar oorlog en het dagelijkse leven soms letterlijk naast elkaar stonden.

X




WOI BRUG NR 5 WORDT PER BOOT VERVOERD

Updated
 Brug nr. 5, onderweg van Neerharen naar Mechelen-aan-de-Maas, midden in de bewogen jaren van de Eerste Wereldoorlog.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormde de Zuid-Willemsvaart een belangrijke verkeersader door het Maasland. Op deze historische opname zien we brug nr. 5, ter hoogte van Neerharen (Lanaken). De brug werd tijdens de oorlog per boot over de Zuid-Willemsvaart vervoerd in de richting van Mechelen-aan-de-Maas. Het vervoer van dergelijke zware brugconstructies over het kanaal was in die tijd een praktische oplossing: de Zuid-Willemsvaart bood een rechtstreekse waterverbinding en maakte het mogelijk omvangrijke metalen onderdelen te verplaatsen zonder het beperkte wegennet zwaar te belasten. De mannen die voor de fotograaf poseren, geven de opname een bijzonder tijdsbeeld uit de periode 1914-1918. Op de achtergrond is de rokende schoorsteen van het vaartuig zichtbaar. Zo werd een technisch werkstuk dat normaal het kanaal overspande, zelf over datzelfde kanaal naar zijn bestemming gebracht.

X

donderdag 13 augustus 2026

GENK CENTRUM IN DE JAREN '70

Updated

Een fraaie luchtfoto van het centrum van Genk in de jaren zeventig, een periode waarin de stad volop in ontwikkeling was. Tussen de moderne hoogbouw, nieuwe verkeersassen en het oudere stadsweefsel bleef ook veel groen aanwezig. Midden rechts op de foto ligt het voetbalterrein van Genk VV, vlak bij het Molenvijverpark. Genk VV was een van de historische voetbalclubs van de stad en zou later, in 1988, samen met Waterschei SV Thor opgaan in KRC Genk. De opname vormt zo een mooi tijdsdocument van een Genk dat vandaag op heel wat plaatsen ingrijpend veranderd is.

X

GENK (TOEN GENK) 1912

Ingekleurde versie

Updated

De foto toont de kerk kort na een dramatische gebeurtenis uit 1912. Een zware windhoos had de torenspits volledig vernield en liet de kerktoren gehavend achter. Op 1 juni 1912, amper vijftien werkdagen na de ramp, kon men beginnen met de voorlopige afdekking van de toren. De werken werden aangenomen door Guillaume Bollen uit Uikhoven, die de uitvoering toevertrouwde aan L. Houben uit Genk. Voor de som van 3.880 frank, in die tijd een aanzienlijk bedrag, werd de beschadigde toren voorlopig tegen weer en wind beschermd. De foto bewaart zo niet alleen het beeld van het oude dorp, maar ook van een bijzonder moment waarop de kerk letterlijk haar vertrouwde spits had verloren.

X



CAFÉ DE GRENSDUIF IN BOORSEM (FOTO ROND DE JAREN '50)

Ingekleurde versie

Updated

Een eeuw dorpsleven aan de toog

Wie in de jaren vijftig door Boorsem wandelde, hoefde niet lang te zoeken naar het kloppende hart van het dorp. Midden in de toenmalige Kerkstraat, recht tegenover de kerk, lag Café De Grensduif. Geen groot of deftig etablissement waar men voor de vorm kwam, maar een echt volkscafé: een plaats waar arbeiders, boeren, duivenmelkers en andere dorpsbewoners elkaar ontmoetten, waar het plaatselijke nieuws sneller rondging dan via welke krant ook en waar na het werk tijd werd gemaakt voor een pint, een kaartspel of een partij biljart.

De foto brengt ons terug naar die wereld van de jaren vijftig. Achter de toog, herkenbaar aan zijn blauwe stofjas, staat Mathieu Milissen, eigenaar van het café en verbonden aan de brouwerij Milissen. Voor en naast hem staan de klanten met hun bierglas in de hand. Het is geen plechtig tafereel. Juist de vanzelfsprekendheid ervan maakt het beeld bijzonder. Hier zien we het café zoals het werkelijk deel uitmaakte van het dagelijkse dorpsleven.

De naam De Grensduif was niet zomaar gekozen. De duivensport was in de twintigste eeuw diep verankerd in het leven van vele Limburgse en Maaslandse dorpen. In het café werden duiven ingekorfd voor de wedvluchten. Op afgesproken dagen kwamen de duivenmelkers er samen met hun zorgvuldig geselecteerde wedstrijdduiven. Voor veel liefhebbers waren die dieren het resultaat van jaren kweken, selecteren en verzorgen. Een goede duif vertegenwoordigde trots en prestige. Wanneer de dieren waren ingekorfd, begon het wachten op de vlucht en uiteindelijk op hun terugkeer naar het hok.

Zo kreeg het café een functie die veel verder ging dan alleen het schenken van drank. De Grensduif was tegelijk ontmoetingsplaats, ontspanningsruimte en verzamelpunt voor de plaatselijke duivenliefhebbers. Rond de duivensport ontstond een heel sociaal leven. Er werd gesproken over afstanden, weersomstandigheden, lossingsplaatsen, aankomsttijden en natuurlijk over welke liefhebber dat weekend de beste duif op de plank had gekregen. Een overwinning kon nog dagenlang onderwerp van gesprek zijn.

Maar niet iedereen kwam voor de duiven. In een volkscafé als De Grensduif kon men ook biljarten en kaarten. Het biljart vormde voor menige bezoeker een vast onderdeel van de avond. Een partij werd met aandacht gevolgd en een gemiste stoot kon aanleiding geven tot commentaar van iedereen die eromheen stond. Kaarten was minstens zo belangrijk. Aan een tafel werden de kaarten geschud, terwijl aan de toog ondertussen het gesprek gewoon verderging. Het ging daarbij niet alleen om winnen of verliezen. Het samenzijn was minstens zo belangrijk als het spel zelf.

In de jaren vijftig was de wereld bovendien veel kleiner dan vandaag. Televisie stond nog maar aan het begin van zijn opmars en lang niet ieder gezin beschikte over een toestel. De auto was evenmin het vanzelfsprekende bezit dat hij later zou worden. Het dagelijkse leven speelde zich voor een belangrijk deel binnen het eigen dorp af. Daardoor vervulde het café een sociale functie die tegenwoordig moeilijk volledig te vergelijken is met die van een moderne horecazaak.

Men kwam er na het werk, na de mis, op zondag of wanneer men eenvoudigweg wilde weten wat er in Boorsem gaande was. Aan de toog ontmoette men bekenden. Een landbouwer stond er naast een arbeider, een duivenmelker naast een kaartspeler. Leeftijd en beroep verdwenen er voor even naar de achtergrond. De toog was het gemeenschappelijke terrein.

Ook de ligging van De Grensduif tegenover de kerk was kenmerkend voor het vroegere dorpsleven. Kerk en café lagen letterlijk dicht bij elkaar en vormden ieder op hun manier een ontmoetingsplaats. Na een kerkdienst was de stap naar het café klein. Bij kermissen, processies, huwelijken, begrafenissen en andere gebeurtenissen in het dorp speelde de plaatselijke horeca eveneens een belangrijke rol. Het café stond daardoor niet los van Boorsem; het was ermee verweven.

Op de foto trekt vooral de oude toog de aandacht. Achter Mathieu Milissen zien we de donkere houten café-inrichting, spiegels, glazen en flessen. De tapkranen staan stevig op het werkblad en ervoor strekt zich de lichte stenen toog uit. Voor de hedendaagse kijker zijn dat misschien gewoon onderdelen van een oud café-interieur. Voor wie de geschiedenis van De Grensduif kent, krijgen ze een veel grotere betekenis.

Want het bijzondere is dat Café De Grensduif anno 2026 nog altijd bestaat. Waar zoveel dorpscafés in de loop van de twintigste en eenentwintigste eeuw verdwenen, verbouwd werden of een volledig andere bestemming kregen, bleef De Grensduif voortleven. Vandaag wordt het café uitgebaat door Danny Milissen en Marina Crijns. Daarmee is niet alleen de naam blijven bestaan, maar bleef ook een tastbaar stuk van het vroegere café bewaard.

Zelfs dezelfde toog die op deze oude foto te zien is, is nog aanwezig, samen met andere originele elementen uit die tijd. Dat maakt De Grensduif bijzonder waardevol als stukje plaatselijk erfgoed. Wie er vandaag binnenstapt, komt niet terecht in een kunstmatig nagebouwd decor dat er oud moet uitzien. Men bevindt zich tussen onderdelen die daadwerkelijk deel hebben uitgemaakt van het dagelijkse caféleven van vroegere generaties Boorsemenaren.

Die oude toog heeft intussen meer gezien dan wij ooit nog kunnen achterhalen. Er zijn ontelbare pinten over geschoven. Handen van generaties bezoekers hebben erop gerust. Er werd gelachen en gediscussieerd, over duiven gepraat en over het weer geklaagd. Goed nieuws werd er verteld, maar ongetwijfeld ook verdriet gedeeld. Namen die ooit dagelijks in het café klonken, zijn inmiddels uit het straatbeeld verdwenen.

En toch staat diezelfde toog er nog.

Dat geeft deze foto een extra betekenis. We kijken niet uitsluitend naar een café-interieur uit de jaren vijftig. We kijken naar een plaats waarvan de geschiedenis niet is afgesloten. Het verleden op de foto loopt als het ware door tot in het heden.

De Grensduif vierde onlangs zijn 100-jarig bestaan. Een eeuw cafégeschiedenis op één plaats is voor een dorp als Boorsem veel meer dan een jubileum van een horecazaak. Het betekent dat verschillende generaties dezelfde deur zijn binnengegaan, aan dezelfde toog hebben gestaan en dezelfde naam hebben gekend. Het café zag Boorsem veranderen van het overwegend landelijke dorp van vroeger naar het dorp van vandaag.

In die honderd jaar veranderde bijna alles rondom het café. Het verkeer nam toe, oude beroepen verdwenen, de landbouw veranderde, televisie kwam in iedere woonkamer en later volgden computer, internet en smartphone. Mensen werden mobieler en hoefden voor hun sociale contacten niet langer binnen de grenzen van het eigen dorp te blijven. Talrijke kleine buurt- en dorpscafés kregen het daardoor moeilijk en verdwenen.

Misschien is juist daarom deze foto zo waardevol. Mathieu Milissen staat achter zijn toog zonder te kunnen weten dat vele tientallen jaren later mensen opnieuw naar dit tafereel zouden kijken. Voor hem was dit geen historische locatie. Het was zijn café, zijn werkplek en een gewone dag ergens in de jaren vijftig. De mannen met hun pint konden evenmin vermoeden dat hun eenvoudige samenzijn ooit een beeld zou worden van een verdwenen manier van dorpsleven.

Voor ons is het inmiddels geschiedenis.

De blauwe stofjas van Mathieu, de tapkranen, de bierglazen, het donkere houtwerk en vooral die lange lichte toog vertellen samen een verhaal dat geen modern decor kan nabootsen. Het zijn stille getuigen van een tijd waarin het dorpscafé nog een van de belangrijkste ontmoetingsplaatsen van de gemeenschap was.

En ergens past de naam De Grensduif daar prachtig bij. De wedstrijdduiven die hier ooit werden ingekorfd, werden weggevoerd en op grote afstand gelost. Daarna zochten ze hun weg terug naar huis. Sommige kwamen snel, andere later, maar voor de duivenmelker telde uiteindelijk dat ene moment waarop aan de horizon een vertrouwde duif verscheen en naar haar hok terugkeerde.

Ook het café zelf heeft, ondanks alle veranderingen van de afgelopen eeuw, iets van die trouw aan zijn thuis behouden.

Generaties kwamen en gingen. Mathieu Milissen achter de toog behoort inmiddels tot het verleden. De Kerkstraat van de jaren vijftig veranderde, het dorpsleven veranderde en de wereld rondom Boorsem werd onherkenbaar moderner. Maar tegenover de kerk bleef een café bestaan waarvan de naam nog altijd De Grensduif luidt.

Vandaag houden Danny Milissen en Marina Crijns die geschiedenis levend. Niet in een museum achter glas, maar in een café dat nog werkelijk gebruikt wordt. De oude toog is nog altijd een toog. De ruimte waar vroeger de verhalen van duivenmelkers, biljarters en kaartspelers klonken, is nog steeds een ontmoetingsplaats.

Daarom is deze foto meer dan nostalgie.

Ze toont een stukje levend erfgoed van Boorsem. Een plaats waar het verleden niet volledig verdwenen is, maar waar je het nog kunt aanraken. Wie vandaag aan die oude toog staat, staat op vrijwel dezelfde plek waar de mannen op deze foto in de jaren vijftig hun pint dronken en waar Mathieu Milissen achter de tap stond.

Honderd jaar betekent honderd jaar kleine verhalen die samen de geschiedenis van een dorp vormen. Niet de grote geschiedenis van koningen, oorlogen of regeringen, maar die van gewone mensen: een pint na het werk, een duif die moest worden ingekorfd, een kaart die verkeerd viel, een biljartbal die nét naast het doel rolde en een gesprek dat langer duurde dan oorspronkelijk gepland.

En misschien is juist dát de geschiedenis die het gemakkelijkst verloren gaat wanneer niemand ze meer vertelt.

En zolang de oude toog tegenover de kerk van Boorsem zijn plaats behoudt, blijft er iets tastbaars over van het volkscafé waarin Mathieu Milissen in zijn blauwe jas ooit zijn klanten bediende — een café waar de duiven werden ingekorfd, de kaarten geschud, de biljartballen rolden en waar, bovenal, Boorsem elkaar ontmoette.

X




woensdag 12 augustus 2026

BOORSEM ROND DEJAREN '50 - DE GROENTEMAN

Ingekleurde versie

Updated

Toen de winkel nog aan de deur kwam

Boorsem, jaren vijftig. In een tijd waarin de auto nog lang geen vanzelfsprekend bezit was en een grootwarenhuis voor veel gezinnen ver weg lag, kwam een deel van de dagelijkse handel gewoon tot voor de deur. Ook de groenteman trok met paard en kar door het dorp, beladen met groenten en fruit. Het was een vertrouwd beeld in het straatleven van die jaren. Zo'n rondtrekkende handelaar werd officieel tot de leurhandel gerekend: het verkopen of aanbieden van waren van deur tot deur en op de openbare weg. In België bestond hiervoor reeds vóór de oorlog een wettelijke regeling. Het Koninklijk Besluit van 28 november 1939, later bekrachtigd bij wet in 1947, regelde deze vorm van handel. In Boorsem zal zijn komst nauwelijks onopgemerkt zijn gebleven. Het hoefgetrappel van het paard, het knarsen van de wielen en het stilhouden van de kar waren voor de huisvrouwen het teken om naar buiten te komen. De groenteman hoefde niet aan iedere deur afzonderlijk binnen te gaan. De kar was zijn winkel. De klanten kwamen er rond staan en kozen wat ze nodig hadden voor de dagelijkse pot. Dat dit geen romantisch verzonnen beeld is, blijkt uit herinneringen aan het dagelijkse leven in België rond 1950. In een getuigenis over die periode wordt beschreven hoe de groenteboer met paard en kar aan huis kwam, waarna de vrouwen rond de wagen gingen staan. Groenten en fruit werden op de weegschaal afgewogen en vervolgens rechtstreeks in de boodschappentas van de klant gelegd. Verpakkingen zoals wij die tegenwoordig kennen, waren nauwelijks nodig. Op de kar lagen, afhankelijk van het seizoen, aardappelen, kolen, wortelen, prei, ajuinen en andere groenten, naast appelen, peren en ander verkrijgbaar fruit. Het seizoen bepaalde wat er te koop was. De keuze was kleiner dan vandaag, maar de waren waren eenvoudig en bestemd voor de dagelijkse keuken. Ook elders groeiden dergelijke handelsrondes uit kleine huis-aan-huisverkopen van bijvoorbeeld appelen en peren tot volledige groenten- en fruitrondes. Een onmisbaar werktuig was de weegschaal. Een kilo aardappelen, wat ajuinen of een hoeveelheid fruit werd ter plaatse afgewogen. Daarna verdween de aankoop in de eigen boodschappentas of mand. Geen plastic bakjes, geen voorverpakte porties en nauwelijks wegwerpverpakking. Men kocht wat men nodig had. En ondertussen werd er gepraat. Want de groenteman bracht meer mee dan alleen zijn koopwaar. Tijdens zijn ronde hoorde hij wat er in het dorp gebeurde. Een geboorte, een huwelijk, iemand die ziek was, een koe die gekalfd had of nieuws van een familie verderop: aan de kar werden de kleine en grote gebeurtenissen van het dorpsleven uitgewisseld. De komst van zo'n handelaar was daardoor tegelijk een klein sociaal moment. Voor de groenteman zelf was het hard werken. Zijn dag begon vroeg. De waren moesten worden verzameld, gesorteerd en op de kar geladen. Daarna volgde de ronde, straat na straat en huis na huis. In weer en wind moest hij verder. Het paard was daarbij zijn trouwe werkkracht. Het trok de zwaarbeladen wagen en kende na vele rondes wellicht even goed als zijn baas de plaatsen waar gewoonlijk werd haltgehouden. Langzaam veranderde die wereld. Bromfietsen, bestelwagens en auto's werden algemener. Winkels werden beter bereikbaar en de huis-aan-huisrondes moderniseerden of verdwenen. Waar vroeger het paard rustig langs de huizen stapte, verscheen steeds vaker een gemotoriseerde winkelwagen. Maar voor wie het Boorsem van de jaren vijftig nog gekend heeft, moet dat geluid lang herkenbaar zijn gebleven: de hoeven op de straat, het gerammel van de kar en de groenteman die weer zijn vaste ronde deed. 

X





dinsdag 11 augustus 2026

SMEERMAAS - AFSCHEID VAN DE OUDE BAILEYBRUG 1968

Updated en Ingekleurd

In 1968 verdween in Smeermaas een stukje tastbare oorlogsgeschiedenis. Bijna vierentwintig jaar lang had hier een Baileybrug dienstgedaan. Voor de inwoners was het ondertussen een vertrouwd onderdeel van het straatbeeld geworden, maar haar oorsprong voerde rechtstreeks terug naar de dramatische septemberdagen van 1944. Tijdens hun terugtocht hadden de Duitse troepen de bestaande brug vernield. Na de bevrijding werd de verbinding hersteld door Amerikaanse genietroepen, die een Baileybrug aanlegden. Dit Britse modulaire brugtype was tijdens de Tweede Wereldoorlog van onschatbare waarde: de geprefabriceerde stalen onderdelen konden betrekkelijk snel worden samengebouwd, zodat wegen en verbindingen achter het oprukkende front opnieuw bruikbaar werden.

Bijna 24 jaar trouwe dienst

Wat in 1944 als een militaire noodoplossing was bedoeld, bleef in Smeermaas opmerkelijk lang bestaan. Van september 1944 tot 1968 reden en liepen generaties inwoners over dezelfde stalen constructie. Maar het verkeer veranderde, voertuigen werden talrijker en zwaarder en het oude, smalle bruggetje werd steeds meer als een gevaarlijke hindernis beschouwd. In 1968 viel daarom definitief het doek. Een aannemingsbedrijf verwijderde eerst het houten brugdek. Daarna kwam een mobiele hijskraan eraan te pas om de zware stalen brugconstructie uit haar oude brughoofden te tillen. De foto legt precies dat bijzondere ogenblik vast. Op de achtergrond zien we de huizen van Smeermaas, met tegen de gevel duidelijk de aanduiding “BAKKERIJ”. Op de voorgrond ligt het ontmantelde stalen geraamte van de Baileybrug. Arbeiders zijn tussen de balken bezig, terwijl de hijskraan klaarstaat om het werk verder te zetten. Het is geen plechtige gebeurtenis, maar gewoon een werkdag waarop een stukje oorlogserfgoed verdwijnt.

Zonder vlaggen en zonder tranen

In het oorspronkelijke verslag werd het treffend omschreven: zonder vlagvertoon en zonder tranen nam Smeermaas afscheid van zijn oude getrouwe. Er bestond weinig nostalgie rond het verdwijnen van de brug. Na bijna een kwarteeuw was men vooral opgelucht dat het verouderde en gevaarlijk geworden bruggetje eindelijk plaatsmaakte voor een betere verbinding. De oude stalen constructie werd afgevoerd en wachtte volgens het toenmalige bericht uiteindelijk de smeltoven. Daarmee kwam een opmerkelijk lang leven ten einde voor een brug die in de oorlogsjaren waarschijnlijk nooit bedoeld was om bijna vierentwintig jaar te blijven liggen. Iets verderop was inmiddels een nieuwe brugverbinding richting Maastricht tot stand gekomen. En zo kreeg de uitdrukking uit het oude krantenbericht een bijzonder mooie dubbele betekenis:

In Smeermaas werd in 1968 niet alleen een oude brug afgebroken — er werd letterlijk en figuurlijk een nieuwe brug naar Maastricht geslagen.

X

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) KANAAL (ZUID-WILLEMSVAART) 1908

Updated en Ingekleurde versie

Op deze prachtige opname uit 1908 kijken we naar de Zuid-Willemsvaart bij Rekem, dat in oude documenten en opschriften ook als Reckheim voorkomt. Vandaag lijkt het vooral een rustig stukje kanaal, maar ruim een eeuw geleden was dit water een belangrijke economische levensader. Schepen brachten grondstoffen en goederen van dorp tot dorp en verbonden het Maasland met grotere handelscentra. Voor Rekem was de Zuid-Willemsvaart bijzonder belangrijk vanwege de plaatselijke brikken- en pannenbakkerijen. Brikken waren gebakken bakstenen, vervaardigd uit geschikte leem die in de omgeving werd gewonnen. Samen met dakpannen vormden ze een bekend Rekems product. Namen die met deze bedrijvigheid verbonden waren, zijn onder andere Kusters, Col, Dops en Calsius. Het zware werk begon bij de leem. Die moest worden uitgegraven, voorbereid en gevormd, waarna de stenen werden gedroogd en in ovens gebakken. Alles gebeurde met veel handenarbeid. Wanneer de brikken en pannen klaar waren, bood het nabijgelegen kanaal een enorme troef. Grote hoeveelheden bouwmateriaal konden immers veel goedkoper per schip worden vervoerd dan over de toenmalige wegen. Zo vertrokken vanuit Rekem scheepsladingen met brikken en dakpannen via de Zuid-Willemsvaart, met zelfs Antwerpen als bestemming. Het maakt duidelijk dat deze Rekemse nijverheid veel verder reikte dan het eigen dorp. De eens zo geprezen Rekemse brikken vonden hun weg naar plaatsen die voor de meeste inwoners in die tijd behoorlijk ver weg lagen. De foto uit 1908 toont precies de wereld waarin deze handel thuishoorde. Een schip ligt prominent in het kanaal, terwijl langs het water een met bomen omzoomde weg of jaagpad loopt. Zulke jaagpaden herinneren nog aan de tijd waarin schepen vóór de algemene invoering van gemotoriseerde vaartuigen vanaf de oever konden worden voortgetrokken. Waterwegen waren toen geen recreatieve landschapselementen, maar echte transportaders van handel en nijverheid. Toch zou deze Rekemse bedrijvigheid niet blijven bestaan. Na 1920 verdwenen de beroemde Rekemse brikken geleidelijk uit beeld. Daarvoor worden vooral twee oorzaken genoemd: het gebrek aan voldoende geschikte leemvoorraden en de voortschrijdende industrialisatie. Grotere, modernere steenfabrieken konden efficiënter en op veel grotere schaal produceren. De traditionele plaatselijke brikkenbakker kon daar uiteindelijk steeds moeilijker tegen concurreren. Wat overbleef, zijn oude vermeldingen, familienamen en foto's zoals deze. Wanneer we vandaag langs de Zuid-Willemsvaart wandelen, is het moeilijk voor te stellen dat hier ooit schepen passeerden met Rekemse bakstenen en pannen aan boord, bestemd voor verre afnemers. Oud-Rekem, 1908. Een schip op het stille kanaal, hoge bomen langs de oever en een landschap dat bijna onveranderd lijkt. Maar achter die rust schuilt een stukje vergeten industriële geschiedenis: de tijd waarin de Rekemse brikken via het water hun lange reis naar Antwerpen maakten.

X

maandag 10 augustus 2026

BOORSEM - EEN GEHAVENDE STORMVOGEL ANNO 2009

Foto Jp

Aan de Molenveldstraat in Boorsem stond De Stormvogel er in 2009 gehavend en verweerd bij. De tand des tijds had duidelijk zijn sporen nagelaten: het metselwerk was grauw geworden, de kap en het gevlucht vertoonden slijtage en rondom de molen had de natuur steeds meer terrein gewonnen. Toch bleef zijn karakter overeind. Zelfs in deze vervallen toestand was De Stormvogel nog altijd een markant stukje dorpsgeschiedenis, een stille getuige van het vroegere Boorsem en van een tijd waarin de molen een heel andere aanblik bood dan vandaag.

X

BOORSEM - DE JUDDE VAN BOORSE 1996 (MATHIEU OPDENACKER)

Updated en Ingekleurde versie 

Het originele boekje maar updated

DE JUDDE VAN BOORSEM

Enkele jaren geleden begonnen wij dit boekje, "de Judde van Boorse", te schrijven.Voor wie het niet weet, Boorsem is een klein dorpje, dat in de grote maasbocht ligt een tiental km ten Noorden van Maastricht. Sinds een veertigtal jaren maakt het deel uit van de fusiegemeente Maasmechelen aan de Belgisch-Limburgse maaskant. Onze streektaal heeft haar geschiedenis op beide maasoevers ontwikkeld en wordt o.i., en in tegenstelling met het gebruik aan de overkant van de Maas, beter Maaslands dan Limburgs genoemd. Terwijl inderdaad bijna heel Nederlands Zuid− Limburg, weliswaar met heel wat nuances, onze gemeenschappelijke taal spreekt, is het opvallend dat de Belgisch−Limburgse dorpen die nauwelijks iets méér dan 15 km westelijk van de Maas liggen, een kempisch karakter en taal hebben. Tegelijkertijd stellen we echter vast dat bv. Boorsem en Venlo, practisch dezelfde taal spreken. Ik denk daarbij geamuzeerd aan een vriend uit Tegelen bij Venlo, die mij destijds het volgende liedje leerde dat ik hier uit het hoofd weergeef: “En Miena z’ne knien haj jònge, er kroeap ’t nejmesjien ònder ; en Miena z’ne knien dèè waar zoea fien, e kroeap ònder ’t nejmesjien.” Met enkele verschillen konden wij ’t onder mekaar met veel plezier samen zingen Onze taal heeft zich dus ongetwijfeld rond en over de Maas heen ontwikkeld, en wel in een tijd toen er nog geen of haast geen oost−westelijke landverbindingen bestonden. Hoe het ook zij, wij, bewoners van de “Maaskant”, hebben allemaal ongeveer dezelfde heerlijk mooie taal waarop we fier zijn. Vóór de uitbating van de Belgisch− en Nederlands−Limburgse koolmijnen was onze streek totaal op zichzelf aangewezen. Des te méér ontwikkeld waren de contacten rond en over de Maas. Mede getuige daarvan zij, indien nog nodig, het bij ons overbekende proces van Willem Philipsen, die in 1763 Maria Albers uit Kotem (een tweede parochie van Boorsem) vermoordde. Deze man beweerde dat hij, in de namiddag van de dag na de moord naar Sittard was gegaan om laken te kopen, en ’s avonds weer in “Cothem” terug was. De contacten met de Kempen daarentegen waren zeer beperkt: zanderige duinheuvels en onherbergzame dennenbossen vormden een natuurlijke hinderpaal. We kunnen ons zonder moeite de intensieve menselijke relaties voorstellen, die destijds tussen die naar verhouding arme mensen bestonden. Dezelfde Maas, die vooral de Belgische oevers met zeer vruchtbare alluviale grond verrijkte, was tevens de oorzaak van historische overstromingen, vooral in Boorsem. Dit feit heeft er toe bijgedragen de plaatselijke solidariteit te ontwikkelen, die dan weer in alle levensomstandigheden tot uiting kon komen en ook de taal beïnvloedde. Arm waren de mensen van de Maaskant dus uitermate. Ver van alle grote verbindingswegen en van de grote handelscentrums, waren ze totaal op hun kleine landbouwuitbatingen en de verkoop van hun landbouwprodukten aangewezen. Geven al deze omstandigheden een verklaring voor de bekende Maaslandse zin voor feest, humor en gezelligheid die we bv. ook terugvinden in de destijds uiterst arme mijnstreek rond Rijsel in het Noorden van Frankrijk? Het is namelijk algemeen bekend dat in moeilijke omstandigheden alles aanleiding wordt tot feest, om de dagelijkse ellende een beetje te vergeten. Zeer duidelijk en vanzelfsprekend is onze taal, met zijn overvloed van gezellige uitdrukkingen, dezelfde richting in gegaan. Als bewoners van Boorsem nemen wij natuurlijk, en met een zeker chauvinisme, graag aan dat ons dorp in deze contekst een bizondere plaats innam. Waarom anders de ons door de omliggende dorpen gegeven benaming "de Judde van Boorse", die we, met onverholen plezier, als titel van ons werkje kozen? Tussen de "loense" Jood die er steeds op uit was de medemens te bedriegen, en de Boorsemnaar, die aan "z’ne sjuunse kal" en "ze gemeujelik dèksele van anger luj" echt plezier heeft,moet er wellicht genoeg overeenkomst (hebben) bestaan om deze bijnaam te verantwoorden. Van deze trek hebben wij dan ook het Leitmotiv van ons boekje gemaakt. Aan hand van "verhoeulkes, stökskes oet ’t leve, Kènger− en Juddekal en van alles get", trachten wij de speciale atmosfeer van vroeger jaren te doen herleven. Een aantal tekeningen zullen, zo hopen wij, het leesplezier nog verhogen. Deze speelse benadering neemt de ernst niet weg waarmee we probeerden degelijke werk te leveren. Zo gingen we systematisch terug op de 30 − veertiger jaren, periode waarin onze taal nog haar typisch Maaslands karakter had. In deze samenhang hebben we zekere bedenkingen tegen sommige auteurs die het voldoende achten aan moderne woorden een plaatselijke uitspraak te geven om er echt Maaslands van de maken. Ze buiten daardoor o.i. de mogelijkheden die ons eigen zo rijk taaleigen biedt niet voldoende uit. We vonden het nodig dit taaleigen, in het bestek van dit boekje dat vooral gezellig wil zijn, toch een klein beetje te belichten, bv. in het hoofdstukje: “Klein woeurd mèt voeul belank”, waar we in het voorbijgaan even over het typisch Maaslands gebruik van de voorzetsels spreken. Ons Maaslands heeft met het Neder−Duits te maken. Anderzijds ondergingen wij Belgen, vooral sinds de Belgische onafhankelijkheid, zeer sterke Waalse invloeden, die in heel wat woorden tot uiting komen,en het verdwijnen van de "h" meebrachten. In ons werkje hebben we deze laatste echter overal behouden, daar wij menen dat ze vroeger tot onze taal behoorde. Ook enkele Angelsaksische invloeden zijn merkbaar. Kunnen die van de Noormannen komen, die destijds zonder twijfel met hun drakenboten tot bij ons op de Maas doorstootten? We hebben ons bewust beperkt tot ons Boorsems en omstreken. Veel weten wij trouwens niet over andere Limburgse streektalen. Zodoende blijft ons werkje zonder algemene pretentie. We denken dat iedere “Maaslenger” zonder moeite zijn eigen plaatselijke nuances en veranderingen zal kunnen aanbrengen. Een betrekkelijke moeilijkheid was het de klanken van onze taal weer te geven. De enige mogelijkheid bestond erin een fonetisch schrift te ontwikkelen, waarin wij, met de Duitse schrijfwijze, maar ook met het Nederlands en het Frans rekening hielden. Ik persoonlijkj ging daarbij als een soort “buitenbeentje” te werk. Dat ben ik in heel wat opzichten. Hoe kan het ook anders voor iemand die praktisch zijn heel leven ver van de Maaskant heeft doorgebracht? Hier zij tussen haakjes gezegd dat het contact met veel vreemde talen mij ervan bewust maakte dat er misschien geen mooiere taal bestaat als het Maaslands (uit Boorsem ?!). Over andere Limburgse streektalen kan ik ook maar weinig meepraten. Dat is mijn zwakke kant. In elk geval is het hier ontwikkelde phonetische schrift trouw aan de uitspraak in onze nabije streek. Indien enkele moeilijkheden blijven bestaan is dat vooral te wijten aan de talrijke klankverschuivingen, tussenklanken en lange of korte klanken waarmee onze fantasievolle taal zo overvloedig speelt. De stam van menig Boorsems werkwoord telt bv. niet minder dan 6 verschillende klanken of klanklengten. Ik maakte pas heel onlangs kennis met de zogenaamde “Veldekespelling” maar weet er, wegens de grote verwijdering, nog te weinig van. Ik hoop nochtans echt van anderen te leren en wacht op kritieken voorstellen. Mijn zus Lieve levert in een aanhangsel de bijdrage “ Boorsese kènger ’t hiël jaor door”, dat mijns inziens goed bij het geheel past, omdat de gezellige, echt Maaslandse sfeer van de veertiger jaren er zeer fijn uitkomt. Ik neem hierbij de gelegenheid waar om haar echt gemeend te danken, want altijd kon ik op haar hulp rekenen. Ze deed voor mij, in Boorsem, Maasmechelen of Opgrimbie wonend, ook heel wat degelijk veldwerk.. In deze tijd wordt veel over eigen cultuurbewustzijn gesproken. Om de overrompelende beïnvloeding door vreemde kulturen tegen te gaan willen de mensen weer uit eigen tradities gaan putten. Vooral de Limburgse Maaslanders zijn er zich van bewust dat de huidige, toenemende migraties hun zo mooie taal steeds meer verbasteren. Binnen afzienbare tijd zal er misschien niets meer van overblijven. Hoe jammer! Op onze bescheiden wijze willen ook wij, met zovele anderen, al is het dan vanuit de verte ,daar iets aan doen.

Chazay d’Azergues (Beaujolais −France), de 24. Maart 2001

Mathieu Opdenacker


zondag 9 augustus 2026

BOORSEM - FRITUUR HILDA 1999

Updated Foto eigendom van Jp

Deze foto maakte ik in Boorsem 1999, met een eenvoudige wegwerpcamera. Toen was het gewoon een foto om een vertrouwd stukje dorpsleven vast te leggen. Vandaag, meer dan een kwarteeuw later, is het een tastbare herinnering aan een straatbeeld die langzaam verdwenen is. Op deze plaats kende men achtereenvolgens frituur Corry, frituur Suzy en uiteindelijk frituur Hilda . Hilda was zo'n echte dorpsfrituur waar niet alleen mensen uit het eigen dorp kwamen, maar ook inwoners van de omliggende dorpen vonden vlot hun weg naar deze populaire plek. Wanneer het weer het toeliet, kwam het terras tot leven. Jongeren en volwassenen zaten er samen, maakten een praatje, legden een kaartje of bleven gewoon wat hangen. Een lekkere friet met stoofvlees, een snack of hamburger erbij en ge had niet veel meer nodig. De frituur was niet alleen een plaats om eten af te halen, maar ook een kleine ontmoetingsplaats waar mensen elkaar nog werkelijk tegenkwamen.

De telefooncel – in 1999 nog heel gewoon

Wat deze foto voor mij extra bijzonder maakt, is de telefooncel naast de frituur. In 1999 keek vrijwel niemand daarvan op. Openbare telefoons behoorden nog tot het normale straatbeeld, al was hun ondergang toen eigenlijk al begonnen. De gsm was sterk in opmars en zou in de jaren daarna de telefooncel in snel tempo overbodig maken. Eind jaren negentig waren er in België nog duizenden openbare telefoontoestellen en telefooncellen . Wie in 1999 onderweg iemand wilde bellen en zelf nog geen gsm bezat, zocht een telefooncel, stak er zijn telefoonkaart of muntstukken in en belde. Voor jongeren was zo'n cel soms zelfs de manier om thuis te laten weten dat ze wat later kwamen. En moet ge u vandaag eens voorstellen dat ge vanuit zo'n telefooncel naar een instantie moest bellen en te horen kreeg: “Een ogenblik geduld, al onze medewerkers zijn in gesprek.” Een half uur wachten kon een dure grap worden, want ondertussen tikte de tijd verder en verdween uw beltegoed. Ge hield dus maar beter voldoende kleingeld of beltegoed achter de hand. De gsm veranderde dat allemaal. Naarmate bijna iedereen een mobiele telefoon op zak kreeg, werden de openbare telefoons steeds minder gebruikt. Uiteindelijk verdwenen ze uit onze straten. Veel exemplaren werden ontmanteld en gerecycleerd; andere vonden nog een tweede leven als verzamelobject, kunstproject of museumstuk. Juist daarom is deze opname uit 1999 vandaag zoveel meer dan een foto van een frituur. Ze toont onbewust een overgangsperiode: de oude telefooncel staat er nog, terwijl de gsm al klaarstond om de wereld te veranderen. Ook de dorpsfrituur vertegenwoordigt iets wat stilaan schaarser werd: een eenvoudige ontmoetingsplaats waar jong en oud samenkwamen zonder afspraak, zonder app en zonder sociale media.

X

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) RIJKSWEG (TOEN STEENWEG)

Updated en Ingekleurd

De Steenweg van Mechelen-aan-de-Maas, vandaag de Rijksweg, ergens in de jaren vijftig. Het is een beeld uit een tijd waarin het oude dorp langzaam afscheid begon te nemen van zijn vertrouwde ritme. Achteraan rechts verheft zich het monumentale Heilig-Hartcollege, jarenlang een herkenningspunt in het straatbeeld en voor generaties leerlingen een begrip. De foto ademt nog helemaal de sfeer van het naoorlogse Maasland. Langs weerszijden staan gesloten rijen bakstenen huizen, eenvoudig maar degelijk gebouwd, met hoge ramen en deuren die bijna rechtstreeks op het voetpad uitkomen. Onderaan sommige gevels bevinden zich nog de typische keldergaten, kleine openingen die licht en lucht brachten in de voorraad- en kolenkelders. Het zijn van die alledaagse details die vroeger niemand bijzonder vond, maar die vandaag bijna volledig uit het straatbeeld verdwenen zijn. Ook boven de straat is het verleden zichtbaar. De zware palen en hun opvallende constructies herinneren aan een tijd waarin telefoon- en elektriciteitsleidingen nog nadrukkelijk deel uitmaakten van het straatbeeld. Geen verkeerslichten, geen overvloed aan wegwijzers en reclameborden en vooral nog geen onafgebroken stroom auto's. De Steenweg was wel een belangrijke verkeersas, maar bleef tegelijk een straat waarin gewoond en geleefd werd. En dan zijn er de auto's. Ze zijn nog klein in aantal, maar hun aanwezigheid vertelt misschien wel het belangrijkste verhaal van deze foto. Op basis van de algemene carrosserievormen past het beeld goed bij de jaren vijftig, waarschijnlijk de tweede helft van dat decennium. De personenwagens hebben nog de afgeronde, relatief smalle vorm die zo kenmerkend is voor de Europese auto's uit die periode. Een exact merk of bouwjaar is door de afstand en onscherpte niet verantwoord vast te leggen, maar een datering omstreeks 1955-1960 lijkt op grond van het verkeer en het overige straatbeeld aannemelijk. Het waren de jaren waarin de auto stilaan binnen het bereik van een groter deel van de bevolking kwam. Eerst stond er hier en daar eentje voor de deur. Daarna werden het er ieder jaar meer. Niemand kon toen vermoeden hoe ingrijpend die ontwikkeling zou worden. Wegen werden verbreed en aangepast, oude huizen verdwenen, nieuwe handelszaken zochten de passerende automobilist op en de lintbebouwing rukte op. Een nieuwe tijd kondigde zich aan. Het Mechelen-aan-de-Maas van deze foto bestaat vandaag alleen nog in herinneringen en oude beelden. In 1971 werd de gemeente Mechelen-aan-de-Maas samengevoegd met Eisden, Leut, Meeswijk, Opgrimbie, Vucht en Uikhoven tot de nieuwe gemeente Maasmechelen. De oude Steenweg kennen we nu als de Rijksweg/N78, de grote noord-zuidverbinding die als een lange verkeersader door de gemeente loopt. Waar vroeger huizen dicht tegen de Steenweg stonden, veranderde het uitzicht in de daaropvolgende decennia ingrijpend. Oude gevelrijen verdwenen of maakten plaats voor nieuwbouw, handelszaken en parkeerplaatsen. De keldergaten verdwenen. En bovenal kwam koning auto voorgoed aan de macht. Wat op deze foto nog begint met enkele auto's op een bijna lege straat, groeide uit tot het drukke verkeer dat tegenwoordig zo vanzelfsprekend lijkt. De huidige Rijksweg wordt daardoor niet altijd als het mooiste visitekaartje van Maasmechelen ervaren. Langs de N78 ontstond in de loop der jaren een bonte verzameling van woningen, winkels, bedrijven en lintbebouwing. Tussen al die veranderingen bleef echter een monumentale getuige overeind: het Heilig-Hartcollege. Ook zijn vertrouwde naam verdween uiteindelijk uit het dagelijkse onderwijslandschap en maakte plaats voor Campus de Helix. Juist daarom is deze foto zoveel meer dan een oude opname van een straat. Ze legt een kantelmoment vast. Het oude Mechelen-aan-de-Maas is nog duidelijk aanwezig, terwijl de moderne wereld al voorzichtig door het beeld rijdt. Een fietser kan nog rustig over de Steenweg rijden. Enkele auto's zijn voldoende om op te vallen. De huizen staan nog dicht tegen de straat en achteraan waakt het Heilig-Hartcollege over het dorp. Nog even is de Steenweg van de mensen. Daarna wordt hij steeds meer het domein van de auto. En misschien schuilt precies daarin de bijzondere waarde van deze foto: niemand die daar toen liep of fietste, kon weten dat hij naar het einde van een tijdperk keek.

X


LANAKEN TREIN LIJN 20

Updated

De spoorweg in Lanaken behoort tot een stukje geschiedenis dat vandaag bijna uit het landschap verdwenen is. De rails op deze foto maakten deel uit van spoorlijn 20, Hasselt–Maastricht, een internationale verbinding die al op 1 oktober 1856 in gebruik werd genomen. De lijn liep via onder meer Beverst, Eigenbilzen, Gellik en Lanaken naar Maastricht. Lanaken kreeg daarbij een bijzondere betekenis als grensstation tussen België en Nederland. Voor generaties inwoners was de spoorweg een vertrouwd onderdeel van het dorpsbeeld. Treinen kwamen en gingen, goederen werden aangevoerd en afgevoerd en rond het station ontstond bedrijvigheid. Het oorspronkelijke reizigersverkeer hield echter geen stand tegen de groeiende concurrentie van bus en auto. Op 4 april 1954 werd het reizigersverkeer tussen Beverst en Maastricht opgeheven. Wie daarna langs het spoor woonde, zag dus vooral nog goederentreinen voorbijtrekken.

EEN SPOORLIJN DIE BLEEF LEVEN

Na 1954 werd het opvallend stil rond de perrons, maar de spoorlijn zelf bleef belangrijk voor de industrie. Vooral goederenvervoer hield de verbinding met Maastricht nog tientallen jaren in leven. Lanaken bleef een echt grenspunt waar Belgische en Nederlandse spoorwegactiviteiten elkaar ontmoetten. In de jaren tachtig kon het er zelfs nog behoorlijk druk zijn. Zo reed in 1984 onder andere de dagelijkse kolentrein Zolder–Alsdorf via Lanaken, waar de trein door de Nederlandse spoorwegen werd overgenomen. De trein op de foto past in die laatste periode waarin men nog rollend materieel op de oude lijn kon aantreffen. Het beeld is bijzonder omdat het niet alleen een trein toont, maar ook het toenmalige landschap rond het spoor: de eenvoudige overwegbeveiliging, de typische gebogen straatlantaarns, elektriciteitsmasten en het industriële karakter van de omgeving. Het is een Lanaken dat voor veel mensen nog herkenbaar zal zijn, maar dat inmiddels sterk veranderd is. Een bijzondere gebeurtenis vond plaats in 1989, toen uitzonderlijk opnieuw een Nederlandse dieseltrein tussen Hasselt en Maastricht reed ter promotie van de spoorverbinding. Zulke ritten voedden de hoop dat de oude internationale verbinding ooit opnieuw een toekomst voor reizigers zou krijgen.

HET EINDE VAN EEN TIJDPERK

Begin jaren negentig viel uiteindelijk ook voor het reguliere goederenverkeer het doek. Het verkeer richting Maastricht eindigde rond 1990 en in 1992 werd het resterende goederenverkeer aan Belgische zijde beëindigd. Daarmee kwam na meer dan een eeuw een einde aan het dagelijkse spoorwegbedrijf dat zo lang bij Lanaken had gehoord. Toch was het verhaal nog niet helemaal voorbij. Het gedeelte tussen Maastricht en Lanaken werd vele jaren later opgeknapt. Op 8 juni 2011 reed voor het eerst in jaren opnieuw een trein tussen Maastricht en Lanaken, ditmaal in het kader van goederenvervoer. Het grote herstel van de historische verbinding Hasselt–Maastricht kwam er uiteindelijk echter niet. Ook het oude station van Lanaken verdween. Het stationsgebouw, dat ooit reizigers, spoorwegpersoneel en douanediensten had ontvangen, werd op 26 maart 2006 zwaar beschadigd door brand en uiteindelijk in 2010 afgebroken. Daarmee verdween een van de meest tastbare herinneringen aan het Lanaken van de spoorwegtijd. Deze foto is daarom veel meer dan een opname van een gele trein aan een overweg. Ze bewaart een ogenblik uit de nadagen van een spoorlijn die Lanaken bijna anderhalve eeuw met Maastricht en het Belgische achterland verbond. Het geluid van de dieselmotor, het ratelen van de wielen over de spoorstaven en de waarschuwingslichten aan de overweg zijn verdwenen, maar in oude foto's leeft lijn 20 nog altijd voort – als een stukje industrieel erfgoed van Lanaken en het Maasland.

X


zaterdag 8 augustus 2026

KOTEM GROTESTRAAT OVERSTROMING 1993

Updated

Dit is Kotem, Grotestraat, tijdens de grote Maasoverstroming van december 1993, gefotografeerd vanaf de E314 . Vanuit dat hoge standpunt is bijzonder goed te zien hoe het Maaswater de straat en de omliggende erven volledig had ingenomen. Alleen de woningen, bomen en afrasteringen steken nog duidelijk boven het water uit. De foto geeft daardoor een sterk beeld van de omvang van de ramp in Kotem: de Grotestraat lijkt hier nauwelijks nog op een straat, maar eerder op een brede zijarm van de Maas. Vooral het hoge gezichtspunt vanaf de E314 maakt deze opname historisch interessant, omdat je in één blik ziet hoe diep het water het dorp was binnengedrongen tijdens de kerstoverstroming van 1993.


UIKHOVEN MAASOVERSTROMING 1993-1994

Updated en Ingekleurde versie

Updated en Ingekleurde versie

De twee luchtfoto’s tonen op indrukwekkende wijze hoe kwetsbaar de Maasdorpen waren tijdens de grote overstroming van december 1993. We zien onder meer Uikhoven, waar het water zich ver buiten de normale bedding van de Maas heeft verspreid. Akkers en weilanden zijn verdwenen onder één enorme grijze watervlakte. Bomen staan met hun stammen in het water en op sommige plaatsen lijkt het alsof huizen op kleine eilanden zijn terechtgekomen. Voor Uikhoven was hoogwater niets nieuws. Het dorp ligt midden in de oude Maasvallei en zijn geschiedenis is eeuwenlang met de grillige rivier verbonden geweest. Historische bronnen vermelden er overstromingen in onder meer 1617-1618, 1624, 1729, 1740, 1751, 1783, 1850, 1880-1881 en 1926. Zelfs de ligging van dorpen als Uikhoven, Boorsem en Kotem werd in een ver verleden beïnvloed door veranderingen in de loop van de Maas. Maar in december 1993 gebeurde iets wat een hele generatie Maaslanders opnieuw zou bijblijven. Na langdurige en overvloedige regenval in het stroomgebied begon de Maas razendsnel te stijgen. Rond 20 december trad ze op verschillende plaatsen buiten haar oevers. In de dagen daarna werd de toestand steeds ernstiger. Aan de Nederlandse kant, bij Borgharen, bereikte het water op 23 december een uitzonderlijk hoge stand. Sinds 1926 was in Limburg geen vergelijkbare winteroverstroming meer gezien. Aan de Belgische zijde voltrok zich hetzelfde drama. In het Maasland veranderden vertrouwde velden in een binnenzee. Uikhoven, Boorsem, Kotem en de andere laaggelegen plaatsen langs de Grensmaas lagen plots aan de rand van een kolkende watervlakte. De luchtfoto’s maken duidelijk wat cijfers moeilijk kunnen vertellen. Waar normaal wegen tussen de velden liepen en vee graasde, stond nu water. Alleen hogere stukken grond, wegen, dijken en bebouwing tekenden zich nog af. Vanuit de lucht was nauwelijks nog te herkennen waar de gewone bedding van de Maas eindigde en waar het overstroomde land begon. En dat allemaal vlak voor Kerstmis. Terwijl elders kerstbomen werden versierd en families zich voorbereidden op de feestdagen, werd langs de Maas naar het water gekeken. Bewoners volgden bijna uur na uur hoe hoog het kwam. Op kwetsbare plaatsen werden voorzorgen genomen en zandzakken aangevoerd. De vraag was niet langer óf de Maas hoog zou komen, maar hoe ver ze nog zou stijgen. Juist daarom zijn deze beelden zo bijzonder. Ze tonen geen gewone rivier meer. Ze tonen de oude Maasvallei die voor enkele dagen opnieuw door het water werd ingenomen. De wegen, huizen en velden die de mens in de loop der jaren had aangelegd, leken plots nietig tegenover de omvang van de rivier. Uikhoven kende dat gevaar al eeuwen. Maar Kerstmis 1993 herinnerde iedereen eraan dat de Maas, hoe rustig ze op een zomerdag ook kan lijken, haar oude overstromingsgebied nooit helemaal vergeten is. Voor de mensen van het Maasland werd Kerstmis 1993 dan ook geen gewone kerst. Het werd de kerst van zandzakken, natte kelders, afgesloten wegen en voortdurend naar het stijgende water kijken. En toen het water uiteindelijk weer zakte, bleef modder achter op straten, erven en velden. Maar ook iets anders bleef achter: de herinnering aan die dagen waarop de Maas in Uikhoven en langs de hele Grensmaas voor even het land terugnam

X



SMEERMAAS OVERSTROMING 1993 (FOTO AAN DE KLEIN GRENS)

Smeermaas, december 1993. Aan de Klein Grens worden zandzakken ingezet als noodkering tegen het uitzonderlijk hoge Maaswater. De foto toont hoe dicht de rivier bij de grensinfrastructuur en het dorp was gekomen. De overstromingen zouden later aanleiding geven tot belangrijke aanpassingen aan de riolering en de waterbescherming van Smeermaas.


 

Zandzakken aan de klein grens

In december 1993 werd Smeermaas opnieuw geconfronteerd met de macht van de Maas. Wekenlange regenval in het stroomgebied had de rivier veranderd in een enorme bruine watermassa. Vooral Smeermaas lag bijzonder kwetsbaar. Hier komt immers de Belgisch-Nederlandse grens opnieuw bij de Maas uit: vanaf grenspaal 106, Smeermaas-Borgharen, vormt de Maas weer de landsgrens. De Klein Grens lag daardoor op een strategische maar gevaarlijke plaats. Smeermaas was van oorsprong een straatdorp aan de Maas en lag rechtstreeks tegen het riviergebied aan. Toen het water in 1993 uitzonderlijk hoog kwam, werden op de lage en kwetsbare plaatsen noodmaatregelen genomen. Daarvoor dienden de zandzakken die we op deze foto zien. Ze vormden een tijdelijke waterkering: niet bedoeld om de hele Maas tegen te houden – dat was onmogelijk – maar om te verhinderen dat het water via lage doorgangen, wegen en openingen verder het dorp zou binnendringen. Op de foto is dat prachtig én dreigend vastgelegd. De Maas staat praktisch tot tegen de grensinfrastructuur. Langs de waterkant ligt een lange rij zandzakken, terwijl op de voorgrond nog een grote voorraad klaar ligt. Dat wijst erop dat men de noodkering indien nodig snel hoger, langer of sterker kon maken. De mensen die er staan, kijken uit over een landschap waarin de normale grens tussen land en rivier vrijwel verdwenen is. Maar achteraf bleek dat Smeermaas nog een andere zwakke plek had. Het Maaswater hoefde namelijk niet uitsluitend over een dijk of zandzakkenkering te komen. Volgens een lokale historische beschrijving stelde men na de overstromingen vast dat water ook via het rioleringsstelsel Smeermaas kon binnendringen. Door de hoofdriolering tijdelijk af te sluiten en het water vanuit de laatste put naar de Maas over te hevelen, kon men de wateroverlast beperken. Later werd de riolering daarom naar de kanaalzijde verlegd en werd het water via pompen naar het zuiveringsstation geleid. Ook de Nederlandse kant speelde een rol. Langs de Bosscherweg werd later de waterkering verhoogd, juist omdat hoog Maaswater anders via die zijde opnieuw richting Smeermaas kon lopen. Het maakt duidelijk waarom de omgeving van de Klein Grens zo belangrijk was: hier kwamen Maas, landsgrens, wegen, bebouwing en afwatering dicht bij elkaar.

DE FOTO VERTELT HET VERHAAL

Wat we hier in 1993 zien, is dus meer dan zomaar een stapel zandzakken. Het is een geïmproviseerde verdedigingslinie tegen het water. Zak na zak werd aangevoerd en neergelegd op plaatsen waar men vreesde dat de Maas een weg naar het achterliggende Smeermaas zou vinden. Terwijl regen en hoogwater aanhielden, kon niemand precies voorspellen waar het water uiteindelijk zou stoppen.Smeermaas stond gedeeltelijk onder water. De gebeurtenissen van 1993 en opnieuw 1995 maakten duidelijk dat zandzakken alleen geen blijvende oplossing waren. Daarna volgden structurele ingrepen aan riolering en waterkering. Volgens de lokale bron kende Smeermaas na deze maatregelen niet meer dezelfde wateroverlast. 

X

HERBRICHT - MAASOVERSTROMING 1993

Updated

Herbricht, het kleine gehucht aan de Maas bij Neerharen, kende het water. Wie hier woonde, wist dat de rivier soms buiten haar oevers trad en dat de uiterwaarden blank konden komen te staan. Maar wat zich vlak voor Kerstmis 1993 voltrok, was van een andere orde. Na bijna twee weken van aanhoudende regen moest de Maas enorme hoeveelheden water uit haar stroomgebied verwerken. De rivier zwol aan tot een kolkende, bruine watermassa en zette grote delen van de Maasvallei onder water. Het hoogwater van december 1993 behoorde tot het zwaarste sinds 1926. Deze foto uit Herbricht vertelt het verhaal zonder woorden. Waar normaal een weg lag, stroomde nu de Maas. Een wagen probeert zich langzaam door het water te bewegen. Rond de woning zijn straat, weilanden en erven nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden. Alleen de hagen, bomen, verlichtingspalen en paaltjes verraden waar het droge land ooit begon. Het water heeft het landschap als het ware uitgewist. De oorzaak lag ver stroomopwaarts. De onafgebroken regen vulde beken en zijrivieren, waarna steeds meer water richting Maas werd afgevoerd. Rond 20 december 1993 begon de toestand snel ernstiger te worden. Ook aan de overzijde, bij Itteren en Borgharen, steeg het water sneller dan aanvankelijk verwacht. Enkele dagen later bereikte de hoogwatergolf haar maximum. Ook Belgisch Limburg kreeg de volle laag. Metingen in Maaseik registreerden op 22 december 1993 een piekdebiet van ongeveer 2.811 kubieke meter water per seconde. Grote delen van de overstromingsvlakte langs de Grensmaas stonden blank. Voor Herbricht was zo'n gebeurtenis bijzonder ingrijpend. Het eeuwenoude gehucht ligt pal in het winterbed van de Maas en leefde daardoor altijd met de rivier. De overstromingen van 1993 – en opnieuw die van begin 1995 – maakten pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar die ligging was. Na het hoogwater van 1993 werd zelfs een evaluatiecommissie opgericht. In de daaropvolgende jaren werd gesproken over het verdwijnen van bebouwing uit het winterbed en het creëren van meer ruimte voor de Maas. En juist daarom is deze opname zoveel meer dan een foto van een ondergelopen straat. Ze toont het oude Herbricht op een kantelpunt in zijn geschiedenis. Een huis dat er stevig en vertrouwd bij staat, een auto die voorzichtig zijn weg zoekt, en overal daaromheen dat grijze decemberwater. Geen spectaculaire rampenfilm, maar de werkelijkheid van mensen die machteloos moesten toezien hoe de Maas opnieuw bezit nam van haar natuurlijke overstromingsgebied. Herbricht heeft eeuwenlang met die rivier geleefd. De Maas bracht vruchtbare grond, grind en werk, maar liet van tijd tot tijd ook zien wie uiteindelijk het landschap bepaalde. Na de rampzalige hoogwaters van 1993 en 1995 kwamen de grote Maaswerken en kreeg de rivier op verschillende plaatsen opnieuw meer ruimte. Die ingrepen bepalen tot vandaag hoe men langs de Grensmaas met hoogwater probeert om te gaan. December 1993 bleef in het geheugen gegrift. Voor wie erbij was, hoefde men later maar te zeggen: “de overstroming van ’93”. Men wist meteen wat ermee bedoeld werd. Het water voor de deur, de ondergelopen wegen en velden, het slib dat achterbleef en vooral het wachten tot die machtige Maas eindelijk weer zou zakken. Deze foto bewaart één stil ogenblik uit die dagen. Herbricht, winter 1993: een klein Maasdorp omringd door water, terwijl de Maas voor even haar oude land terugnam.

X


UIKHOVEN, KERSTMIS 1993 - TOEN DE MAAS TEGEN DE DIJK STOND

Updated en Ingekleurde versie

Kerstmis 1993 werd in Uikhoven geen rustige kerst van lichtjes, warmte en familiebezoek. Buiten voltrok zich langs de Maas een strijd tegen het water. Na een lange periode van aanhoudende regen was de rivier veranderd in een brede, dreigende watermassa. In Belgisch en Nederlands Limburg trad de Maas op verschillende plaatsen buiten haar oevers. De overstroming van december 1993 zou uiteindelijk de geschiedenis ingaan als een van de zwaarste Maasoverstromingen van de twintigste eeuw. In de Maasstreek werden woningen en wegen bedreigd en moesten op verschillende plaatsen mensen worden geëvacueerd. Op de foto zien we Uikhoven tijdens die bange kerstdagen van 1993. De brandweer werkt langs de dijk met zandzakken. Mannen sjouwen, stapelen en verstevigen waar dat nodig is. Aan de andere kant ligt de Maas, uitzonderlijk hoog en angstwekkend dicht bij het niveau van het land achter de waterkering. Het was zwaar en vuil werk, maar iedere zandzak had hetzelfde doel: het water buiten het dorp houden. En dan komt onvermijdelijk de gedachte op: stel je voor dat die dijk het had begeven. Een doorbraak is iets heel anders dan water dat langzaam over een lage oever loopt. Zodra op één zwakke plaats water door of over een dijk begint te stromen, kan het grondlichaam verder worden aangetast en kan een opening snel groter worden. Het achterliggende, lager gelegen gebied krijgt dan plots een enorme hoeveelheid Maaswater te verwerken. Straten, huizen, stallen en landbouwgronden kunnen in korte tijd onderlopen. Daarom was het versterken van kwetsbare plaatsen geen overdreven voorzorg, maar een verdediging tegen een scenario waarvan niemand wilde meemaken hoe het zou aflopen. Hoe uitzonderlijk 1993 was, blijkt uit latere metingen en vergelijkingen. In Lanaken wordt voor de overstroming van 1993 een historische waterstand van 47,32 METER taw vermeld en een Maasdebiet van iets meer dan 3.000 kubieke meter water per seconde. Dat is meer dan drie miljoen liter water die iedere seconde voorbijtrekt. De ramp van 1993 werd bovendien geen eenmalige waarschuwing. Amper dertien maanden later, begin 1995, kwam het Maasgebied opnieuw zwaar onder druk te staan. Juist die overstromingen vormden de aanleiding voor grote veranderingen langs de rivier. Dijken werden versterkt en de Maas kreeg op verschillende plaatsen meer ruimte, onder meer door verbreding en andere ingrepen in de vallei. Die werken verklaren mede waarom vergelijkbare hoge waterstanden tegenwoordig veel minder snel woningen bedreigen. Maar in Uikhoven, met Kerstmis 1993, bestond die zekerheid nog niet. Daar stonden mensen letterlijk tussen het dorp en de Maas. Geen grote machines of moderne waterbouwkundige projecten die het gevaar voor hen konden wegnemen, maar brandweerlieden, vrachtwagens en vooral honderden zandzakken.

Deze foto is daarom meer dan een beeld van een overstroming. Het is een herinnering aan enkele angstige dagen waarop de Maas opnieuw liet zien hoeveel kracht zij bezit. Terwijl binnen de kerstbomen brandden, werkte buiten de brandweer verder aan de dijk. Want achter die dijk lagen Uikhoven, zijn huizen en zijn bewoners.

X


SMEERMAAS - BRUG TUSSEN BEIDE LIMBURGEN GEOPEND (ARTIKEL 1968)

Updated Minister Bertrand opent de nieuwe verbinding tussen beide Limburgen. MR. BAETEN: SMEERMAAS IS NU DICHTER BIJ MAASTRICHT Brug tussen ...