Van een bijzondere vondst aan de Zuid-Willemsvaart tot een mysterie in Achel
BOORSEM, JANUARI 1972. Diep onder het Maasgrind, op een plaats waar de Maas duizenden jaren eerder haar grillige weg door het landschap had gezocht, kwam bij grindbedrijf Gravelco een uitzonderlijke getuige uit de ijstijd opnieuw aan het licht: de resten van een mammoet.
De ontdekking gebeurde tijdens de grindwinning langs de Zuid-Willemsvaart. Onder de teelaarde en enkele meters klei bevond zich een dikke laag Maasgrind. Op ongeveer zeven tot negen meter diepte begon een harde blauwe kleilaag. Wanneer daarvan brokken tussen het gewonnen materiaal terechtkwamen, moesten die aan de installatie worden verwijderd.
Daar stond Lambert Ebben aan de steenbreker toen plots merkwaardige beenderen tussen het materiaal verschenen. Eerst zag hij grote ribben, daarna een stuk tand en vervolgens een deel van een slagtand. Ebben besefte dat hier iets ongewoons uit de Boorsemse bodem naar boven was gekomen.
Het oorspronkelijke krantenartikel uit januari 1972 schreef de ontdekking nog toe aan Gilbert Merlo, destijds bedrijfsleider bij Gravelco. Meer dan vijftig jaar later kon het verhaal nauwkeuriger worden gereconstrueerd. Merlo bevestigde dat Lambert Ebben aan de breekinstallatie stond, terwijl Ebben zelf zich nog levendig herinnerde hoe hij de ribben, tand en slagtand zag verschijnen. Lambert Ebben mag daarom beschouwd worden als de eigenlijke ontdekker van de mammoetresten.
De installatie werd stilgelegd en Adriaan Claassen (1916–2002), toen directeur van de Normaalschool in Mechelen-aan-de-Maas en gepassioneerd door archeologie, werd verwittigd. Ook Marcel Verbeeck, die betrokken was bij de uitbouw van een natuurwetenschappelijk museum in Bokrijk, kwam naar Boorsem. Al snel werd duidelijk dat de gevonden schedel- en kaakfragmenten, kiezen, ribben en slagtand afkomstig waren van een mammoet.
De verwachtingen waren groot. Men hoopte dat diep onder het grind misschien nog een aanzienlijk deel van hetzelfde dier verborgen lag. Een volledig of grotendeels bewaard mammoetskelet uit Limburg zou een uitzonderlijke vondst zijn geweest.
Dat de resten juist daar lagen, hoeft niet te verbazen. De Maas liep vroeger veel grilliger door onze streek en liet oude rivierarmen en geulen achter die langzaam dichtslibden. Waarschijnlijk stierf de mammoet ergens in of nabij dit oude Maasland. Het karkas viel uiteen en delen ervan kwamen in rivierafzettingen terecht, waarna klei en Maasgrind ze duizenden jaren lang bedekten. Of het dier een natuurlijke dood stierf of door prehistorische jagers werd gedood, zoals het kleurrijke krantenartikel uit 1972 suggereerde, weten we niet. Daarvoor bestaat bij deze vondst geen bewijs.
Mammoetresten waren in onze streek overigens niet geheel onbekend. Het artikel uit 1972 verwees al naar vondsten die bij het graven van de Zuid-Willemsvaart in de negentiende eeuw bij Smeermaas waren gedaan. Maar in Boorsem leefde de hoop dat men deze keer veel meer dan enkele losse fossielen zou kunnen bergen.
Claassen wilde daarom graag verder laten graven. Voor Gravelco was dat echter niet eenvoudig. De harde blauwe klei veroorzaakte problemen in de was- en zeefinstallatie en de grindwinning moest doorgaan. Het volledige skelet waarop men hoopte, werd nooit gevonden.
En daarmee begon eigenlijk het tweede mysterie van de mammoet van Boorsem: waar bleven de resten die wél waren gevonden?
Een gedeelte bleef jarenlang in Boorsem. In 1983 bracht Cindy Ebben, dochter van Lambert, een mammoetkies en een stuk slagtand mee naar haar klas bij onderwijzer Erik Kortleven. Voor de kinderen werd de prehistorie plots tastbaar: geen mammoet uit een schoolboek, maar echte resten van een dier dat ooit in hun eigen streek had rondgelopen. De stukken bleven ongeveer een jaar in een vitrinekast in het klaslokaal staan en gingen daarna opnieuw mee naar huis.
Later verdween ook daarvan het spoor. Lambert Ebben herinnerde zich dat een kies lange tijd bij de leiding van Gravelco stond en dat andere resten mogelijk naar een museum waren gegaan. Zoektochten in onder meer Bokrijk, Brussel en Luik brachten echter geen zekerheid. Gravelco verdween en de mammoet van Boorsem leek langzaam uit het collectieve geheugen te verdwijnen.
Tot meer dan een halve eeuw later opnieuw de naam Adriaan Claassen opdook.
Claassen was afkomstig uit Achel en was naast priester, schooldirecteur en later inspecteur sterk actief op archeologisch en geschiedkundig gebied. Hij was nauw verbonden met de plaatselijke heemkunde. Dat spoor leidde uiteindelijk naar het Grevenbroekmuseum in Achel.
Daar bevond zich in het depot een eenvoudige witte schoendoos met drie grote bruine fossiele fragmenten. Samengelegd vormden ze een indrukwekkende mammoetkies van ongeveer 21 centimeter lang en 18 centimeter hoog.
De oorspronkelijke vindplaats was niet duidelijk geregistreerd, maar verschillende aanwijzingen maken een verband met Boorsem mogelijk. Binnen de Achelse heemkundige kring leefde bovendien de herinnering dat Claassen mammoetresten had die bij werken in de omgeving van de snelweg Genk-Maasmechelen waren gevonden. De Gravelco-vindplaats in Boorsem lag vlak bij het tracé van de latere E314, die in 1973 werd voltooid. Na meer dan vijftig jaar kunnen beide herinneringen gemakkelijk met elkaar vermengd zijn geraakt.
Of de grote mammoetkies in Achel werkelijk tot de mammoet van Boorsem behoort, is vandaag niet sluitend bewezen. Maar het spoor via Claassen, de ouderdom van de vondst en de overgeleverde herinneringen maken de mogelijkheid bijzonder interessant.
Zo blijft de mammoet van Boorsem meer dan een halve eeuw later een stukje geschiedenis én een klein mysterie van ons Maasland.
Een arbeider die aan een steenbreker plots enorme ribben tussen klei en grind zag verschijnen. Een schooldirecteur-archeoloog die onmiddellijk besefte hoe bijzonder de vondst kon zijn. Een mammoetkies die jaren later in een Boorsems klaslokaal stond. En uiteindelijk een vergeten witte schoendoos in Achel die misschien een stukje van het verhaal terug naar boven bracht.
Het volledige skelet waarop men in 1972 hoopte, kwam nooit tevoorschijn. Veel van de gevonden resten raakten door de jaren heen uit beeld.
Maar één ding staat vast: diep onder het Maasgrind van Boorsem lagen werkelijk resten van een mammoet die vele duizenden jaren geleden door het oude Maasland trok.
Van de koude vlakten van de ijstijd, via de blauwe klei en het grind van Boorsem, tot een mogelijk laatste spoor in Achel...
De mammoet verdween, maar zijn verhaal bleef.
X

%201903%20...png)













.jpg)


.png)












%20-%20DE%20STER%20IN%20HET%20MIDDEN%20(ARTIKEL%202002)%202.png)



