X
Zoeken in deze blog
dinsdag 3 februari 2026
maandag 2 februari 2026
zondag 1 februari 2026
KOTEM (TOEN COTHEM) - GENEUTH (TOEN GENHEUT) MET VEERPONT
Ingekleurde versie
Upscaled
(Het onderstaande artikel is afkomstig uit Nederland)
De Maaskantdorpen waren, door hun ligging, onderling en op de dorpen aan de overzijde van de Maas georiënteerd. Voor hen was de grens tot aan WO I, toen de Duitsers bezet België met een onder stroom staande prikkeldraad omgaven slechts een formaliteit. Voor het leggen van sociale contacten was de Maas in het geheel geen belemmering, dit in tegenstelling tot de uitgestrekte Graetheide. Vanaf Elsloo tot en met Obbicht lagen er voor WO II op de Maas maar liefs zeven overzetveren die allen rendeerden. Van deze veren waren er twee grote veren (Elsloo en Berg) ten behoeve van het verkeer per as tussen België en Duitsland. In het begin van WO II is het veer van Elsloo naar Berg a/d Maas gebracht. In Elsloo is toen een voetveer gebleven tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Het is derhalve niet verwonderlijk dat menige Maaskantse stamboom met zijn wortels op beide Maasoevers staat. Vroeger was de Maas op zondag een trekpleister voor de mensen tot in Beek en Geleen toe. Als uitje fietste of wandelde men met de kinderen naar de Maas in Elsloo en maakte men graag gebruik van het veer om op de andere oever een pint te drinken (en wat te smokkelen). Er waren overigens ook genoeg Maaskanters die de Maas overtrokken en niet alleen op zondag. In de jaren twintig was het bier in België de helft goedkoper dan in Nederland, daarbij mocht men daar zondags muziek maken in cafés, wat hier niet mocht. Dat lokte natuurlijk menige jonge Maaskanter de rivier over. Aan de andere kant van de Maas zijn de Belgische dorpen het spiegelbeeld van de Nederlandse dorpen. Ingeklemd tussen de Kempen aan de Maas waren ook zij op de Maas en de dorpen aan deze zijde georiënteerd. Ook zijn de mensen in deze dorpen ook door dezelfde historische rampen zoals oorlogen (behalve WO I ), overstromingen en economische crises gehard. Ook aan de Belgische kant wordt de streek “de Maaskant” genoemd. Opgemerkt dat de naam “Maasland” al heel lang in gebruik is voor de hele streek aan weerszijden van de Maas tussen Maastricht en Thorn. Beide Maaskanten vormden feitelijk eeuwenlang een culturele eenheid.
X
vrijdag 30 januari 2026
donderdag 29 januari 2026
DIEPENBEEK - HET LEMEN HUISJE IN HET KERKSTREUTSJE (TEKST:JOS PIETERS, ILLUSTRATIE: WILLY ROGGEN, 1985)
In het Kerkstreutsje had het lemen huisje van Jobke zich veilig tegen de hoge kerkhofmuur genesteld. De Kerkhofmuur was eigenlijk de achterwand van het huisje. Dat huisje en zijn bewoners straalden voor ons, kinderen, iets mysterieus uit. Ik vroeg me vaak af, hoe gevaarlijk het wel was, bij het middageten ongekookt water te drinken uit de put vlak bij de muur, water dat door zovele lijken en geraamten gevloeid had. Ik zou het nooit gewaagd hebben, mijn handen ermee te wassen, laat staan er een druppel van te drinken. Maar Jobke en de zijnen blaakten van gezondheid. Dat was voor mij een mirakel. In mijn kinderlijke onwetendheid zag ik niet in, dat de lijken in die tijd nog <<kerngezond>> waren, voor de omwonenden althans, en dat ze er nog niet, zoals tegenwoordig, volgepropt zaten met hoogstgiftige geneesmiddelen. Wie weet functioneerden ze niet als doeltreffende drinkwaterfilters? Ik vroeg me ook af, of Jobke nooit spoken zag, als hij 's avonds, soms heel laat, van zijn werk kwam. Hij liep dan schuin over het verlaten marktpleintje, waar slechts één armoedig lampje brandde, en verdween tussen het schemerige huis Gos en de kerkhofmuur in het nachtdonkere streutsje. Als in een zwarte mollenpijp. Als je 't hem vroeg, glimlachte hij geluidloos met zijn onschuldig rond gezichtje. Ik vond zijn manier van doen op zijn minst verdacht. Maar toch bewonderde ik hem om zijn rustige vertrouwdheid met de doden. Soms lag ik 's avonds lang met mijn ogen groot open naar het zwarte plafond te staren. En dan stelde ik me levendig voor, hoe Jobke en zijn gezin aan de ene kant van de muur sliepen en de honderden doden, die daar begraven lagen, aan de andere kant. Ik griezelde gezellig, want ik voelde me in mijn eigen bed veilig ver verwijderd van die vreemde plaats, die me, zodra de deemstering viel, toch zo sinister leek. Maar de werkelijkheid overtrof mijn verbeelding in hoge mate, want toen, na de tweede wereldoorlog, de roekeloze vernieuwers samen met het nog resterende stukje oude muur ook dit schilderachtige kleinood gewetenloos sloopten en de grond eronder omwoelden, kwamen er stapels schedels en beenderen aan de oppervlakte: de bewoners van dit huisje hadden dus niet alleen naast, maar ook op de doden gewoond, gewerkt, gegeten, gepraat, gelachen en geslapen. Ik stond verbaasd te kijken naar de stoffelijke overblijfselen van onze voorouders die hier in de mulle aarde lagen. Voorzichtig stootte ik met de punt van mijn schoen tegen een gele schedel en gewillig rolde hij zijn gezicht naar me toe. Hij scheen me goedmoedig vanuit zijn donkere oogholten aan te kijken en me rustig toe te lachen met al zijn lange, nog gave tanden bloot. Ik huiverde eerbiedig. Nog even bleef ik namijmeren over dit merkwaardige woninkje en zijn bewoners en over deze zwijgende getuigenissen van wat ééns menselijk leven was geweest. Toen liep ik, langs het inmiddels ook verder afgegraven kerkhof, naar huis. En dat trieste beeld herinnerde me schrijnend aan de oorlogsjaren zelf, toen de cultuurbarbaren het grootste gedeelte van de muur rond de kerk en de twee stemmige toegangspoorten vernielden en toen de skeletresten tot voor de pui van het gemeentehuis lagen.
X
woensdag 28 januari 2026
Abonneren op:
Reacties (Atom)
-
2018 2018 2023 De hobby-bakkerij van bakker-op-rust Jules Milissen, de stichter van de bakkerijketen 'De Korenaar', met winkels in M...
-
Een vrachtstoomtram met een krachtige loc 850, een Garratt, werd 1n 1930 in gebruik genomen om op de lijn Tongeren-Lanaken mergel en suikerb...









































%20-%20OVERSTROMING%201926..jpg)








