dinsdag 14 juli 2026
AARDAPPELEN OOGSTTEN OP HET ERF
SINT-MAARTEN IN HET MAASLAND ANNO 1970
BELLEKETREK - KWAJONGENSSTREKEN VAN ALLE TIJDEN
Van de dorpsstraat van 1920 tot de woonwijk van 1970
Sommige herinneringen verdwijnen nooit. Ze worden van generatie op generatie doorverteld en roepen telkens weer een glimlach op. Belleketrek behoort zonder twijfel tot die oude volksgebruiken die bijna ieder dorp in het Maasland heeft gekend. Het was een eenvoudige kwajongensstreek die niets kostte, maar uren plezier opleverde. De twee foto's – één uit 1920 en één uit 1970 – tonen hoe twee generaties jongens, vijftig jaar van elkaar verwijderd, precies hetzelfde kattenkwaad uithaalden. Op de eerste foto uit 1920 zien we drie jongens in de typische kleding van die tijd. Met hun petten, kniebroeken en versleten schoenen sluipen ze door een rustige dorpsstraat met bakstenen woningen. Eén van hen staat op de dorpel en drukt voorzichtig op de mechanische deurbel. Zijn vrienden hebben zich al omgedraaid en zijn klaar om weg te sprinten. Nog voor de bewoner de deur opent, verdwijnen de drie lachend tussen de huizen. Niemand heeft hen gezien, althans dat denken ze zelf. Vijftig jaar later, op de tweede foto uit 1970, is het tafereel bijna identiek. De houten deuren hebben plaatsgemaakt voor modernere voordeuren met een elektrische drukknop. De jongens dragen korte jassen, ribfluwelen broeken en stevige schoenen zoals zoveel kinderen in die jaren. Toch is hun plan exact hetzelfde als dat van hun grootvaders. Eén jongen drukt snel op de bel, terwijl zijn twee vrienden al beginnen te lopen. Het is opnieuw een wedstrijd tegen de tijd: wie is het snelst verdwenen voordat de deur opengaat? Belleketrek was in vrijwel ieder dorp een bekend verschijnsel. In het Maasland gebeurde het in de smalle straatjes van Mechelen aan de Maas, Boorsem, Kotem, Uikhoven, Maasmechelen, Lanaken en tal van andere dorpen. Vooral op woensdagmiddag, na schooltijd of tijdens lange zomeravonden trokken groepjes jongens eropuit. Ze spraken af wie mocht aanbellen en wie op de uitkijk stond. De spannendste huizen waren die waar de bewoners razendsnel naar buiten kwamen. Juist daar lag de grootste uitdaging. Opvallend is dat deze kwajongensstreek zelden kwaad bedoeld was. Er werd niets vernield, niemand werd bedreigd en meestal bleef het bij een lach en een snelle vlucht. Veel bewoners herkenden de streken onmiddellijk. Sommigen deden alsof ze boos waren, terwijl ze diep vanbinnen moesten lachen omdat ze vroeger precies hetzelfde hadden gedaan. Anderen riepen de jongens nog na, maar tegen die tijd waren ze al lang de hoek om verdwenen. Belleketrek was vooral een spel van kameraadschap. De jongens vertrouwden op elkaar, maakten afspraken en beleefden samen een avontuur dat achteraf nog weken onderwerp van gesprek bleef. Wie ooit te laat wegliep en toch werd betrapt, moest de plagerijen van zijn vrienden nog lang aanhoren. Zulke verhalen groeiden uit tot echte dorpslegendes. De vergelijking tussen 1920 en 1970 laat mooi zien hoe weinig sommige dingen veranderen. De huizen werden moderner, de kleding veranderde en de straat kreeg een ander uitzicht, maar de jeugd bleef dezelfde. Nieuwsgierig, ondeugend en altijd op zoek naar een beetje spanning. Iedere generatie kende haar eigen kwajongens, en belleketrek hoorde daar onmiskenbaar bij. Vandaag is deze traditie vrijwel verdwenen. Moderne videodeurbellen, druk verkeer en een veranderde samenleving hebben ervoor gezorgd dat kinderen hun avonturen elders zoeken. Toch roepen deze foto's een warm gevoel van herkenning op bij velen die in de vorige eeuw opgroeiden. Ze herinneren aan een tijd waarin kinderen buiten speelden, hun fantasie gebruikten en met de eenvoudigste dingen de mooiste herinneringen maakten.
Belleketrek was meer dan een ondeugende streek. Het was een stukje volkscultuur dat generaties dorpsjongens met elkaar verbond. Van de stoffige dorpswegen van 1920 tot de woonstraten van 1970 bleef één ding onveranderd: de spanning van één druk op de bel, gevolgd door een lach, een snelle sprint en een verhaal dat nog jaren werd naverteld.
KNIKKEREN IN HET MAASLAND ANNO 1920
Wie in het Maasland rond 1920 op een zonnige lentedag door een dorp wandelde, hoorde al van ver het geroep van jongens die zich op een zandweg hadden verzameld. Op hun knieën zaten ze gebogen rond een klein kuiltje in de grond, de ogen strak gericht op de glazen knikkers die glinsterden in het zonlicht. Het was een tafereel dat in vrijwel elk dorp voorkwam en dat vandaag bijna volledig uit het straatbeeld verdwenen is. Knikkeren was veel meer dan een eenvoudig kinderspel. Voor de jeugd van toen was het een dagelijkse bezigheid waarbij behendigheid, concentratie en een vaste hand het verschil maakten tussen winnen en verliezen. Op de zandwegen, waar nauwelijks auto's reden, werd eerst zorgvuldig een klein kuiltje gegraven. Dat kuiltje vormde het middelpunt van het spel. Van op enkele meters afstand probeerden de spelers hun knikkers zo dicht mogelijk bij het kuiltje te rollen of er rechtstreeks in te schieten. Wie het beste mikte, mocht vaak als eerste verder spelen en had de grootste kans om de knikkers van zijn vrienden te winnen. Veel jongens bezaten een kleine stoffen zak of een broekzak die gevuld was met hun kostbare verzameling. De mooiste knikkers waren glazen exemplaren met kleurrijke spiralen of wervelingen erin. Daarnaast waren er ook eenvoudige aardewerken of stenen knikkers, die goedkoper waren maar even gretig gebruikt werden. Een jongen die een bijzondere knikker bezat, werd vaak met bewondering bekeken door zijn vrienden. Op de foto's zien we hoe de jongeren volledig opgaan in hun spel. Hun gezichten verraden concentratie en spanning. Niemand laat zich afleiden. Iedere worp kan immers beslissen over winst of verlies. De handen liggen laag boven het zand, klaar om met een beheerste beweging de knikker richting het kuiltje te schieten. Rondom hen strekt zich een landelijke omgeving uit met onverharde wegen, oude huizen, bomen en akkers. Het zijn beelden die perfect weergeven hoe het dagelijkse leven op het Limburgse platteland eruitzag. Het spel kende tal van plaatselijke regels. Soms speelde men "voor de eer", maar vaak ook "voor het echt". Dat betekende dat de gewonnen knikkers eigendom werden van de winnaar. Hierdoor ontstonden soms verhitte discussies of kleine ruzies, al waren die meestal snel vergeten. Nog dezelfde avond zaten dezelfde jongens opnieuw samen op straat om een nieuw spel te beginnen. Knikkeren kostte niets. Een handvol knikkers was voldoende om urenlang plezier te beleven. In een tijd waarin gezinnen vaak groot waren en speelgoed schaars was, boden zulke eenvoudige spelletjes een wereld vol avontuur. De straat was hun speelplein, het zand hun speelveld en de knikkers hun grootste schat. Deze foto's brengen die verdwenen wereld opnieuw tot leven. Ze tonen niet alleen een spel, maar ook een tijd waarin kinderen hun fantasie gebruikten, elkaar ontmoetten op straat en vriendschappen opbouwden zonder schermen of moderne technologie. Het zijn waardevolle herinneringen aan een jeugd waarin eenvoud en kameraadschap centraal stonden. Zo blijft het beeld van knikkerende jongeren rond een klein kuiltje in het zand een prachtig symbool van het Maasland van honderd jaar geleden: eenvoudig, levendig en onvergetelijk.
PS: knikkers bestonden al lang vóór 1920. Zelfs in de middeleeuwen en de Romeinse tijd werd er met knikkers gespeeld (toen vaak gemaakt van klei, steen of zelfs walnoten). In 1920 waren ze al enorm populair in de vorm van zowel handgemaakte kleiknikkers als machinaal geblazen glazen knikkers.
EEN ONVERGETELIJKE VANGST AAN DE MAAS
DORSEN MET DE DORSMACHINE
SMOKKEL IN HET MAASLAND JAREN '20 - LEVEN TUSSEN RIVIER, GRENS EN GEVAAR
DE PATER EN DE JEUGD IN DE JAREN TWINTIG
maandag 13 juli 2026
VOETBALLEN LANGS DE MAAS
KOTEM - ZICHT OP DE HAL MET VEERPONT 1978 + RELAAS VAN EEN AELSENAER (INWONER VAN ELSLOO)
VOETBALLEN LANGS DE MAAS
Er was een tijd waarin kinderen geen sporttas nodig hadden, geen scheidsrechter, geen lijnen op een grasmat en al zeker geen doelnetten. Langs de stoffige wegen van het Maasland, waar de Maas rustig door het landschap kronkelde en knotwilgen hun schaduw over de weg wierpen, ontstonden de mooiste voetbalwedstrijden met de eenvoudigste middelen. Op deze sfeervolle foto zien we een groep jongens die een partijtje voetbal speelt op een zandweg langs de Maas, zoals dat rond 1920 op talloze plaatsen tussen Lanaken, Mechelen-aan-de-Maas, Kotem, Uikhoven en Maasmechelen gebeurde. Twee grote Maaskeien vormden het doel. Meer was er niet nodig. Zodra de eerste jongen de bal meebracht, kon de wedstrijd beginnen. De weg zelf was het speelveld. Auto's waren nog een grote zeldzaamheid. Hooguit passeerde er af en toe een boerenkar, een fietser of een herder met zijn vee. Voetbal kende nauwelijks vaste regels. Er werden ploegen gemaakt op basis van wie aanwezig was. De oudste jongens kozen om beurt hun spelers en de kleinsten deden hun uiterste best om ook gekozen te worden. Discussies over een doelpunt werden ter plaatse opgelost. Een scheidsrechter was overbodig; eerlijkheid en kameraadschap waren belangrijker dan winnen. Op warme zomerdagen speelde men vaak tot de zon langzaam achter de bomen verdween. De Maas zorgde voor verkoeling en vormde een prachtig decor voor het dagelijkse leven. De geur van vers gemaaid gras, het gezang van vogels en het geluid van stromend water maakten deel uit van elke wedstrijd. Soms stonden ouders of voorbijgangers glimlachend toe te kijken, terwijl de kinderen volledig opgingen in hun spel. Kleding was eenvoudig. Korte broeken, bretellen, wollen kousen en stevige schoenen moesten jarenlang meegaan. Een gescheurde broek of versleten zool hoorde erbij. Niemand dacht eraan om speciale voetbalschoenen te kopen. Men speelde met wat men had. Voor veel kinderen waren deze wedstrijden de mooiste momenten van de dag. Niet omdat er prijzen te winnen waren, maar omdat vrijheid, vriendschap en fantasie de echte hoofdrol speelden. De weg langs de Maas werd voor even een groot voetbalstadion waar ieder kind droomde van het winnende doelpunt.
WANNEER GROOTMOEDER HET BROOD SNEED
VOGELVANGST MET HET HANGNET LANGS DE MAAS IN DE JAREN '20
zaterdag 11 juli 2026
KIKKERVISJES VANGEN IN DE ZIEPBEEK - EEN LENTEHERINNERING UIT HET MAASLAND ANNO 1920
TOEN DE LIJSTER NOG DE STEM VAN HET ERF WAS
WAAR IS DE TIJD?
Een ode aan een wereld die niet rijker was in bezit, maar vaak wel in verbondenheid.
Er zijn van die woorden die meteen een gevoel oproepen. Waar is de tijd is er zo één. Het is geen vraag waarop iemand een antwoord verwacht. Niemand kan de klok terugdraaien. Toch klinkt ze nog dagelijks in gesprekken tussen jong en oud, wanneer herinneringen bovenkomen aan een leven dat eenvoudiger leek, rustiger aanvoelde en waarin de seizoenen het ritme van het bestaan bepaalden. In het Maasland van de jaren twintig begon de dag niet met een wekker of een smartphone, maar met het kraaien van de haan en het eerste ochtendlicht boven de velden. Boeren, arbeiders en schippers kenden geen haast zoals wij die vandaag kennen. Hun dagen waren lang en zwaar, maar ze leefden dicht bij de natuur. Het weer bepaalde het werk, de Maas en de Zuid-Willemsvaart brachten leven, en de gemeenschap stond centraal. Kinderen speelden urenlang buiten zonder speelgoed uit een winkel. Een stok werd een zwaard, een oude fietsband een schat, een beek of sloot een wereld vol avontuur. Ze bouwden hutten, vingen kikkervisjes, zochten vogelnesten en leerden de natuur kennen zonder het te beseffen. Hun rijkdom zat niet in wat ze bezaten, maar in de vrijheid die ze voelden. De dorpen leefden op hun eigen tempo. De bakker kende iedere klant, de smid hoorde bij het straatbeeld en de veldwachter was een vertrouwd gezicht. Op zondag trok men zijn beste kleren aan voor de mis, waarna de mensen elkaar ontmoetten op het dorpsplein of in het café. Verhalen werden mondeling doorgegeven, herinneringen leefden voort zonder foto's of filmpjes. Men luisterde naar elkaar, omdat tijd toen nog geen kostbaar bezit leek, maar iets dat vanzelf aanwezig was. Dat betekent niet dat vroeger alleen maar mooi was. Het leven was zwaar. Veel gezinnen moesten hard werken om rond te komen. Comfort zoals centrale verwarming, auto's of moderne geneeskunde bestond nauwelijks. Toch vertellen veel ouderen niet alleen over de moeilijkheden, maar vooral over de verbondenheid. Buren hielpen elkaar zonder iets terug te verwachten. Een oogst werd samen binnengehaald en bij ziekte stond het hele dorp klaar. Misschien schuilt daarin de echte betekenis van 'Waar is de tijd?' Niet het verlangen naar armoede of hard werk, maar naar een samenleving waarin mensen elkaar vaker ontmoetten, meer geduld hadden en geluk vonden in kleine, alledaagse momenten. Een wandeling langs de rivier, het geluid van een paardenwagen op een zandweg, de geur van vers gemaaid hooi of het avondlicht dat over de velden viel – het waren gewone dingen die vandaag uitzonderlijk lijken. Herinneringen zijn kostbaar omdat ze ons verbinden met de mensen die ons voorgingen. Ze vertellen hoe onze dorpen groeiden, hoe families generaties lang hetzelfde land bewerkten en hoe het Maasland gevormd werd door water, arbeid en saamhorigheid. Elke oude foto, elk verhaal en elk bewaard gebruik is een klein stukje van dat verleden dat niet verloren mag gaan. Waar is de tijd? Misschien is ze nergens verdwenen. Ze leeft voort in de verhalen die we blijven vertellen, in oude foto's die opnieuw tot leven komen en in de herinneringen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Want zolang we het verleden blijven koesteren, blijft ook een stukje van die bijzondere tijd met ons meereizen.
X
vrijdag 10 juli 2026
DE MUSKUSRATTENVANGER LANGS DE ZIEPBEEK - EEN BIJNA VERGETEN BEROEP
LANAKEN (TOEN LANAEKEN) - BRASSERIE DE PIETERSHEIM
DRIEBANDEN IN DE JAREN TWINTIG
HET MELKMEISJE - EEN VERTROUWD BEELD UIT DE JAREN TWINTIG
Dergelijke taferelen in de jaren twintig waren in het Maasland en in vele Vlaamse dorpen dagelijkse werkelijkheid. Jonge vrouwen, vaak dochters van landbouwers, trokken in de vroege ochtend met een hondenkar vol blinkende melkbussen langs boerderijen en dorpswegen om verse melk aan huis te bezorgen. Vooral in België en Nederland waren hondenkarren jarenlang een vertrouwd onderdeel van het straatbeeld. De melk werd 's morgens onmiddellijk na het melken in grote aluminium of verzinkte melkbussen gegoten. Koelkasten bestonden nog nauwelijks, waardoor snelheid van groot belang was. Elke klant bracht zijn eigen melkkan of emmer naar buiten, waarna het melkmeisje de gewenste hoeveelheid zorgvuldig uitschonk. Zuivel hoorde tot de meest verse voedingsmiddelen van het gezin en werd dagelijks geleverd. Op de foto's zien we een jonge melkverkoopster op een eenvoudige houten hondenkar, voortgetrokken door twee krachtige honden. Dat was geen uitzonderlijk beeld. Hondenkarren werden gebruikt omdat zij goedkoper waren dan paarden en bijzonder geschikt waren voor korte afstanden tussen boerderij en dorp. De dieren moesten sterk, gehoorzaam en goed verzorgd zijn, want zij vormden letterlijk de motor van het dagelijkse bestaan. Naast het melkmeisje staat een veldwachter, een figuur die in elk dorp gezag uitstraalde. Zijn aanwezigheid is historisch geloofwaardig. Veldwachters hielden toezicht op de openbare orde, controleerden vergunningen en zagen ook toe op de kwaliteit van levensmiddelen. Melk werd regelmatig gecontroleerd omdat sommige venters de melk met water verdunden om meer winst te maken. Daarom kon een ontmoeting tussen een melkmeisje en een veldwachter heel gewoon zijn. De landelijke omgeving op de foto's ademt de sfeer van het interbellum. Afgeleefde bakstenen hoeves, onverharde wegen, houten afsluitingen en grote schaduwrijke bomen vormden het decor van het dagelijkse leven. Luxe was er nauwelijks, maar de gemeenschap leefde sterk met elkaar verbonden. Iedereen kende de melkverkoopster, de bakker, de smid en de veldwachter. Hun komst bracht niet alleen voedsel of toezicht, maar ook nieuws uit het dorp. Vanaf de jaren dertig veranderde dit vertrouwde beeld langzaam. Coöperatieve melkerijen namen steeds meer de verwerking van melk over, hygiënische voorschriften werden strenger en nieuwe technieken maakten pasteurisatie en gekoeld vervoer mogelijk. Daardoor verdwenen de melkmeisjes en hun hondenkarren geleidelijk uit het straatbeeld. Deze foto's brengen daarom veel meer in beeld dan een melkbezorging alleen. Ze vertellen het verhaal van een tijd waarin hard werken, eenvoud en vertrouwen centraal stonden. Het melkmeisje vertegenwoordigt een generatie vrouwen die, vaak nog vóór zonsopgang, een onmisbare bijdrage leverden aan het gezinsinkomen en aan de voedselvoorziening van het dorp. Samen met haar trouwe honden en de oude melkkar vormt zij een waardevol symbool van het landelijke Maasland zoals het honderd jaar geleden werkelijk geleefd werd.
donderdag 9 juli 2026
MAASMECHELEN - DE VERLATEN STEENBAKKERIJ EYBEN LANGS DE ZUID-WILLEMSVAART
SCHAFTEN TIJDENS DE KORENOOGST IN DE JAREN '20
ROND DE LEUVENSE STOOF - HET HART VAN HET VLAAMSE GEZIN
AARDAPPELEN OOGSTTEN OP HET ERF
Ontworpen door Jp In de jaren '30 was het uitdoen van aardappelen een van de zwaarste maar ook belangrijkste werkzaamheden op het boeren...
-
2018 2018 2023 De hobby-bakkerij van bakker-op-rust Jules Milissen, de stichter van de bakkerijketen 'De Korenaar', met winkels in M...
-
De kuiper of tonnenmaker is een ambachtsman die houten kuipen of tonnen maakt. Losse stukken hout bewerkt hij tot planken en duigen. Daarna ...
-
Een vrachtstoomtram met een krachtige loc 850, een Garratt, werd 1n 1930 in gebruik genomen om op de lijn Tongeren-Lanaken mergel en suikerb...



















%20-%20BRASSERIE%20DE%20PIETERSHEIM.jpg)
%20-%20BRASSERIE%20DE%20PIETERSHEIM.jpg)






