vrijdag 2 oktober 2026

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) SINT-PIETER

Ingekleurde versie

Updated

OUD-REKEM — DE GRAANHANDEL VAN DANIEL DELWAIDE OP SINT-PIETER

Een paard voor een houten kar, een kip tussen de kasseien en een brede bakstenen gevel: deze oude opname bewaart een stukje van het dagelijkse leven in toendertijd Reckheim. Hier was de graanhandel van Daniel Delwaide gevestigd. De grote toegangspoort en het ruime gebouw geven het straatbeeld een uitgesproken bedrijvig karakter, al ligt alles op het ogenblik van de opname rustig.

Het paard en de kar herinneren aan de tijd waarin vervoer nog sterk op dierlijke trekkracht steunde. Wat er precies met deze kar werd vervoerd, vertelt de foto niet. Toch past het tafereel mooi bij de vermelde graanhandel: een onderneming die verbonden was met het landbouwleven van het dorp en zijn omgeving. De onregelmatige kasseien, de begroeiing langs de gevel en het kleine dier op straat maken de opname bijzonder herkenbaar. Het zijn eenvoudige details die een verdwenen dorpswereld dichtbij brengen.

De plaatsnaam Sint-Pieter heeft eveneens een lokale geschiedenis. Vanaf 1900 de wegen rond de verdwenen Bospoort, ook Maastrichterpoort genoemd, zo aangeduid, naar de patroonheilige van Rekem. Daarmee situeert deze foto zich in een omgeving waar het oude stratenpatroon en het dagelijkse dorpsleven samenkwamen.

Links, net buiten het beeld, lag café Wallon. Die naam duikt ook op in de geschiedenis van het Rekemse voetbal. De plaatselijke ploeg De Walratten had er haar clublokaal. De vereniging bestond rond de oprichting van AA Rekem in 1927 en speelde op een weide aan de Groenstraat. Café Wallon was dus ook verbonden met het verenigingsleven van Oud-Rekem.

De graanhandel werd later omgebouwd tot Rijkswachtkazerne. Daarmee kreeg het pand een heel andere bestemming: een plaats van handel werd een onderkomen voor de ordehandhaving. De precieze datum van die verandering is onbekend. 

Zo bewaart deze opname meer dan een oude gevel. Ze herinnert aan de graanhandel van Daniel Delwaide, aan het nabijgelegen café Wallon en aan een straat waar werk, vervoer en dorpsleven elkaar ontmoetten. Het paard wacht voor de kar, de kip scharrelt over de stenen en het gebouw staat er nog in zijn vroegere gedaante — een bescheiden maar waardevolle getuige van het oude Rekem.

X




woensdag 30 september 2026

MAASMECHELEN (MECHELEN AD MAAS) ZICHT OP HEILIG-HARTCOLLEGE

Updated

Deze luchtfoto toont het Heilig-Hartcollege vanuit een bijzonder gezichtspunt. De indrukwekkende schoolgebouwen, de centrale kapel en de uitgestrekte speelplaats bepalen het beeld. Daaromheen herkennen we woningen, tuinen, bomenrijen en open percelen. Het is een zicht op Mechelen-aan-de-Maas waarin onderwijs en dorpsleven dicht bij elkaar lagen, maar waarin ook nog veel onbebouwde plaatsen aanwezig waren. Het college aan de Rijksweg droeg oorspronkelijk de naam “Gesticht van het H. Hart”. Een gevelsteen vermeldt het bouwjaar 1914, onder het episcopaat van bisschop Rutten. De bakstenen gevels, natuurstenen afwerking, hoge dakpartijen en talrijke vensters geven het complex zijn statige uitstraling. De architectuur verenigt verschillende historische stijlinvloeden, wat als eclecticisme wordt omschreven. Het gebouwencomplex kwam in verschillende fasen tot stand. Volgens het beschermingsdossier dateren het hoofdgebouw en de zuidelijke vleugel, bestemd voor college en normaalschool, uit 1912–1916. De technische school volgde in 1922–1924. De centrale koepelkapel werd gebouwd in 1934–1936. Architect Verlinden uit Luik tekende de ontwerpen; voor de hoofdvleugel vermeldt het dossier een inspiratie op het Rijksmuseum in Amsterdam. Op de foto trekt de kapel onmiddellijk de aandacht. Haar hoge centrale dak, roosvenster en aansluitende bouwdelen vormen het hart van het schoolcomplex. Rechts strekt zich de grote speelplaats uit. De verspreide leerlingen lijken vanuit de lucht kleine stippen, maar maken duidelijk hoe ruim het terrein was. Midden op die open plaats staat een afzonderlijk schoolgebouw. Bijzonder opvallend zijn de vele onbebouwde gronden rondom het college. Tussen en achter de huizen liggen nog tuinen, graslanden en percelen met een herkenbare indeling in kleinere teeltvakken. De bebouwing vormt geen aaneengesloten geheel: op verschillende plaatsen blijft het landschap zichtbaar tussen de woningen. Dat geeft deze opname haar open, haast landelijke karakter. Niet iedere onbebouwde plek was daarom ongebruikt. Op de foto zijn gronden te herkennen die als tuin of teeltgrond waren ingericht. Andere stukken ogen als grasland. Zonder bijkomende kaarten of gegevens kunnen we hun toenmalige bestemming niet overal met zekerheid vaststellen, maar de aanwezige open ruimte spreekt voor zichzelf. Zo bewaart deze luchtfoto meer dan alleen het uitzicht op een school. Ze toont ook een stukje Mechelen-aan-de-Maas waarin een groot onderwijscomplex omringd werd door huizen én veel groen en onbebouwde grond. Voor wie er schoolliep of in de omgeving woonde, kan dit beeld herinneringen oproepen aan de speelplaats, de vertrouwde gevels en de straten rond het college.

X



MAASMECHELEN (MECHELEN AD MAAS) RIJKSWEG ( TOEN STEENWEG) 1933

Ingekleurde versie

Updated (op deze foto zijn de personen weggelaten wegens te slechte kwaliteit)

Originele foto

Wie deze afbeelding bekijkt, blijft vanzelf even staan bij de bakstenen gevels, de luiken en het sierlijke balkon. Boven de winkelpui lezen we ‘In den Gouden Anker’. Rechts staat een automobiel, terwijl bomen en voortuintjes het straatbeeld verzachten. Het is een beeld dat ons terugvoert naar Mechelen-aan-de-Maas, naar de weg die hier als de Steenweg bekendstond: de huidige Rijksweg.

Die weg had het dorp ingrijpend veranderd. De verbinding Maastricht–Maaseik werd in de eerste helft van de negentiende eeuw aangelegd. De bebouwing langs de weg kwam vooral vanaf het einde van die eeuw en tijdens de twintigste eeuw tot ontwikkeling. Winkels en horecazaken maakten van de verkeersweg geleidelijk ook een plaats waar mensen hun boodschappen deden en elkaar ontmoetten.

Een winkelgevel als herkenningspunt

Op de afgebeelde gevel neemt de naam ‘In den Gouden Anker’ een opvallende plaats in. Onder het opschrift trekt de etalage de aandacht. Zo’n winkelpui geeft de straat een ander karakter dan een rij woonhuizen alleen.

Het dorp groeide mee met de mijnstreek

Rond 1933 bevond Mechelen-aan-de-Maas zich in een periode van verandering. Het vroegere landbouwdorp kreeg steeds sterker de invloed van de mijnindustrie te voelen. De ontwikkeling van de mijnen in Eisden en Waterschei vanaf de jaren twintig bracht nieuwe inwoners en werkgelegenheid naar de omgeving. De erfgoedinventaris beschrijft hoe Mechelen daardoor geleidelijk uitgroeide tot een mijnwerkersdorp. Die verandering voltrok zich niet overal tegelijk. Oudere woningen, tuinen en vertrouwde dorpsgewoonten bleven bestaan, terwijl handel en verkeer toenamen. De Steenweg lag midden in die ontwikkeling. Hier raakten het dagelijkse leven van de bewoners en de beweging van de grotere streek elkaar.

Een straat om bij stil te staan

Het aantrekkelijke van dit straatbeeld zit in de kleine dingen: het ritme van de vensters, de tuinmuurtjes, het ijzeren hekwerk en de bloempotten bij de doorgang. Ze geven de huizen een eigen gezicht. Achter iedere gevel lag een huishouden, een werkdag, een leven. Zo herinnert deze afbeelding ons aan een Steenweg die steeds belangrijker werd voor Mechelen-aan-de-Maas. Een weg waar handel zich vestigde en waar de veranderingen van de twintigste eeuw zichtbaar werden.

X




dinsdag 29 september 2026

GENK (TOEN GENCK) - "KOSENHUISJE" EN VILLA "BRETHEIDE" (ARTIKEL 1972)

Upscaled

Deze foto werd gemaakt vanaf de Henri Decleenestraat, vóór 1903. Op de voorgrond bemerkt men het "Kosenhuisje"; 1834 stond er in de balk. Op de berg staat de villa "Bretheide". De "Koos" met haar man (Thijs Smits-Vancosen), zijn gaan wonen aan de Verloren Kostweg in 1881. Zij woonden er nog in 1901 waarna het huisje onbewoond bleef tot in 1919, toen er een vluchtelingenfamilie uit "de Vlaanders", de familie Seynaeve, er haar intrek nam en er bleef tot 1930. Van toen af bleef het hutje onbewoond doch het werd door het Gemeentebestuur en de C.O.O. steeds in goede staat onderhouden. Op de berg staat nu, ten huidigen dage, nog de Villa "Bretheide". Deze villa werd gebouwd door de juffrouwen Vent. Zij kwamen te Genk toe op 7 juli 1905. Hun vader was hofgeestelijke te Brussel. Koning Albert en zijn moeder, prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen (stierf in 1912), zouden er meermaals verbleven hebben.

Upscaled

Het "Kosenhuisje" werd als een herinnering aan het oude Genk in ere gehouden. Toch kon het met moeite de vooruitgang en de hoogbouw van zich afhouden. Enkele tientallen meters van de voordeur raasden de wagens over de vier vakken brede Europalaan en door de nog kale bomen zag men de zevenentachtig meter lange zuidergevel van de geriatrie, die bij het St.-Jansziekenhuis opgericht werd. Door het oprichten van de geriatrie lag de villa "Bretheide" als een kleinood gevat in een gordel van hoogbouw. De villa was op het moment van dit artikel in 1972 erg verwaarloosd. Anno 2025 zijn het "Kosenhuisje" en villa "Bretheide" voorgoed verdwenen, alsook de geriatrie op de achtergrond.

 Het Kosenhuisje stond bij de Molenvijver, en het werd ook wel het 'huisje van de Koos' genoemd. Het was een geliefd onderwerp voor kunstenaars en het huisje stond in de buurt van de Kapelaanswijer, waar het zich in het water spiegelde.

X

DE VERDWENEN BANMOLEN VAN LANAEKEN (LANAKEN)

Updated (de originele postkaart was zeer onduidelijk, vooral op de achtergrond boven de huisjes en voor de kerk. Er kunnen dus kleine afwijkingen zijn aan de historische juistheid aan de kerk).

De kerk rijst op boven de huizen, terwijl de weg in een bocht door het dorp loopt. Links vooraan staat een laag gebouw dat je gemakkelijk voorbij zou kijken. Daar was de banmolen van de heren van Pietersheim (deze molen staat net buiten de foto aan de zijkant van het  huis). Bij die molen hoorde meer dan het gebouw alleen. Aan de overkant lag een grote spaarvijver, gevoed door de Molenbeek. Het water werd er verzameld om de molen te laten draaien. Waar een voorbijganger een vijver zag, zag de molenaar de kracht die nodig was om graan te malen. Het woord banmolen voert ons terug naar de tijd van de heerlijkheid Pietersheim. Zo’n molen was verbonden aan de rechten van de heer. Voor de mensen uit de omgeving was het tegelijk een heel praktische plaats: het graan van het veld moest er worden gemalen voordat er brood van kon worden gebakken. De molen hoorde dus niet alleen bij het bezit van een adellijke familie, maar ook bij het dagelijkse leven van het dorp.  Het molenbedrijf werd na 1750 uitgebaat door: Devue, Paulussen, Carbotte, Nijsthoven en Pepels. Achter die opsomming schuilen opeenvolgende generaties molenaars. Hoe lang elke familie er werkte en in welke volgorde zij elkaar precies opvolgden is niet bekend. De prent toont een stil ogenblik. We zien de gevels, de bomen en de kerktoren; we horen het stromende water of het werk in de molen niet. De vijver aan de overzijde is buiten beeld gebleven, maar hoorde bij dezelfde plek. De molen links vooraan die eveneens buiten beeld is was een onderdeel van het landschap én van de voedselvoorziening van Lanaken. De molen werd na 1940 afgebroken en de vijver gedempt. Er is geen precieze sloopdatum of reden voor de afbraak. Wat op de prentkaart nog een herkenbare plaats was, verdween zo uit het straatbeeld. De kerk bleef als herkenningspunt boven de huizen uitsteken; de molen en zijn water verdwenen. Juist daarom is deze foto waardevol. Ze bewaart het uitzicht op een plek die later ingrijpend veranderde. Wie vandaag naar de oude kaart kijkt, ziet links niet zomaar een huis langs de weg, maar de herinnering aan graan, water en de molenaarsfamilies die hier hun werk deden.

X

maandag 28 september 2026

DE ZOO VAN ZWARTBERG - EEN DIERENTUIN OP DE GROND VAN DE MIJN











































Voor vele Limburgse gezinnen was de Zoo van Zwartberg ooit een vaste uitstap. Je trok erheen met de kinderen, wandelde van verblijf naar verblijf en bleef soms langer staan dan gepland wanneer een dier zich eindelijk liet zien. Thuis werd nog verteld over de leeuwen, de olifanten of een ontmoeting van heel dichtbij. Wie vandaag een oude foto van zo’n bezoek terugvindt, ziet vaak meer dan een dierentuin: een stukje van zijn eigen jeugd. De geschiedenis van die plek begint echter onder de grond. Zwartberg was een mijnwijk. Vanaf 1925 werd er steenkool bovengehaald en tientallen jaren lang bepaalde de mijn het leven van vele gezinnen. Toen de mijn in 1966 sloot, liet ze een terrein en een directeursvilla achter. De familie Wauters kocht de voormalige woning in 1967, met het plan er een dierentuin op te richten. Zo kreeg een plaats die verbonden was met het zware werk van de mijn een onverwachte nieuwe bestemming.

TWEE LEEUWEN OP HET STADHUIS

De officiële start was allesbehalve alledaags. Op 17 mei 1970 werd Marcel Wauters, vergezeld van twee leeuwen, op het stadhuis van Genk ontvangen voor de ondertekening van de oprichtingsakte. Kort daarna kon het publiek kennismaken met de Limburgse Zoo. Alleen al dat beeld — een man die met twee leeuwen naar het stadhuis trekt — vertelt iets over het eigenzinnige karakter van de onderneming. Het was een privéproject van de familie Wauters. Dieren kwamen er via schenkingen, maar ook uit circussen en dierentuinen die ermee ophielden. Volgens de geschiedenis van LABIOMISTA werden daarbij oude en soms mishandelde dieren opgevangen. Door die opvang en door het fokken van dieren bleef de collectie groeien. Er ontstond een zoo met een grote verscheidenheid aan soorten en een aanpak die bezoekers zich jaren later nog zouden herinneren. Sommige dieren liepen er zelfs vrij rond. Voor een kind was Zwartberg een wereld op zichzelf. De ingang voorbij, het gewone leven even achter je laten en dan maar kijken waar het volgende pad naartoe leidde. Velen herinneren zich ook restaurant Safari en Bongo, een geliefd dier uit de zoo. Dat zulke namen nog altijd opduiken in verhalen over Zwartberg, toont hoe sterk de plek in het geheugen van bezoekers is blijven zitten. Het Belang van Limburg wijdde er later een podcastaflevering aan, gebaseerd op herinneringen en gesprekken met mensen die de zoo van nabij kenden. De zoo groeide uit tot een grote trekpleister. TV Limburg spreekt over meer dan 300.000 bezoekers per jaar. Er kwamen gezinnen uit Genk en de rest van Limburg, maar ook van verder weg. Voor sommigen was het hun eerste ontmoeting met dieren die ze voordien alleen op een prent hadden gezien. Voor anderen hoorde de zoo gewoon bij het ritme van de jeugd: een schooluitstap, een zondag met de familie, een foto die later in een album verdween.

ACHTER DE HERINNERINGEN

Toch had de Zoo van Zwartberg ook een andere kant. Een grote en steeds veranderende verzameling dieren verzorgen vroeg ruimte, personeel en geld. Volgens LABIOMISTA ontving de privézoo geen subsidies. Intussen werden de eisen voor de huisvesting en het welzijn van dieren strenger. Wat de zoo bijzonder maakte — haar grote aantal dieren en eigenzinnige werking — werd daardoor steeds moeilijker vol te houden. Er gebeurden bovendien pijnlijke dingen. In 1976 kwam een dierenverzorger om het leven in de berenkuil. In 1987 ontsnapten bavianen, die volgens de latere reconstructie van Het Belang van Limburg wekenlang voor opschudding zorgden in Genk. Zulke gebeurtenissen behoren evenzeer tot de geschiedenis van de zoo als de familiefoto’s en de mooie uitstappen. In de jaren negentig werd de kritiek op de omstandigheden waarin sommige dieren leefden steeds luider. Een BBC-reportage uit 1994 bracht de toestand van de zoo internationaal onder de aandacht. Dierenrechtenorganisaties protesteerden, terwijl de financiële problemen bleven wegen. Veel bezoekers hielden warme herinneringen aan Zwartberg over; tegelijk waren er ernstige vragen over het welzijn van de dieren. Beide verhalen mogen verteld worden.

HET EINDE VAN EEN TIJDPERK

De sluiting voltrok zich dus rond 1997–1998;  In 1999 kocht de stad Genk de terreinen van de voormalige mijn en zoo. De directeursvilla bleef bewaard en werd in 2005 als monument beschermd. In 2009 opende de buurt het bewegwijzerde ZWAZOOpad, een naam die het verleden van de plek levend hield. Sinds 2019 heeft het terrein met LABIOMISTA opnieuw een bestemming. Op dezelfde grond volgen zo drie hoofdstukken elkaar op: eerst de mijn, daarna de zoo en nu een plek voor kunst, natuur en ontmoeting. Wie er vroeger kwam, zal bij de naam Zoo van Zwartberg misschien meteen weer een bepaald beeld voor zich zien: de ingang, een dier achter het hek, de hand van een ouder of grootouder tijdens de wandeling. De zoo zelf is verdwenen. Maar zolang die foto’s en verhalen worden gedeeld, blijft ook dit hoofdstuk van Zwartberg bestaan.

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) SINT-PIETER

Ingekleurde versie Updated OUD-REKEM — DE GRAANHANDEL VAN DANIEL DELWAIDE OP SINT-PIETER Een paard voor een houten kar, een kip tussen de ka...