Oud-Rekem, het vroegere Reckheim — herinneringen aan Sint-Pieter
Er zijn oude dorpsbeelden waarin meer bewaard bleef dan baksteen en kasseien. Deze opname van Sint-Pieter in Oud-Rekem toont zo’n plek. Links staan de gebouwen van de vroegere rijkswacht en het oude huis Delwaide. Rechts rijst het oorlogsmonument boven zijn voetstuk uit, geflankeerd door twee kanonnen. Achter de muur staan bomen die het geheel een besloten karakter geven. Een vertrouwd straatbeeld, maar tegelijk een plaats waar het verdriet van een gemeenschap een blijvende vorm kreeg. De naam Sint-Pieter voert ons nog verder terug. Hier lag de westelijke toegang tot het oude stadje Reckheim, bij het Paterskwartier. Dat stadsdeel werd afgesloten door de Bospoort, ook Maastrichterpoort genoemd. Vanaf omstreeks 1900 kregen de wegen rond de verdwenen poort de naam Sint-Pieter, naar de patroonheilige van Rekem. Zo bleef, ook nadat de poort verdween, de geschiedenis van deze toegang tot het stadje in de straatnaam voortleven. Bij het woord gendarmerie past een onderscheid tussen verschillende perioden. De rijkswachters verbleven vanaf 1904 met hun gezinnen in een voormalig hotel aan de huidige Herenstraat 18. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde de brigade naar nieuwe gebouwen op Sint-Pieter. Die kazerne, met woningen voor de rijkswachters en hun families, dateert uit de jaren vijftig. Het monument rechts werd op 20 augustus 1922 plechtig onthuld. Beeldhouwer Frans Huygelen ontwierp de bronzen soldaat; de Brusselse gieterij Verbeyst voerde het beeld uit. Met opgeheven vaandel en geweer staat de figuur op een natuurstenen sokkel. Onder het gedenkteken bevindt zich een grafkelder die al in 1919 werd aangelegd voor drie Rekemse oorlogsdoden. Het waren Kusters, Segers en Boutsen. Die combinatie van namen komt ook voor op een historische herdenkingsprentkaart, beschreven als een huldebetoon in Reckheim op 26 oktober 1919, met de vermelding van de grafkelder van de drie dapperen. Het monument was dus ook verbonden met mensen die de inwoners bij naam kenden: hun verlies behoorde tot de geschiedenis van Rekem zelf. De twee kanonnen geven de opname een bijzonder historisch belang. Het waren oorlogstrofeeën die bij het gedenkteken stonden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ze door Duitse soldaten meegenomen. Hun aanwezigheid wijst erop dat de oorspronkelijke opname vermoedelijk tussen de onthulling in 1922 en hun verwijdering tijdens de bezetting werd gemaakt. Later kreeg deze herdenkingsplek ook betekenis voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Bij het monument werden platen aangebracht voor onder meer gevallen leden van het Geheim Leger en slachtoffers van 10 mei 1940. Daarmee groeide het oorspronkelijke eerbetoon aan de oorlogsdoden van 1914–1918 uit tot een plaats van herinnering aan beide oorlogen.
Vandaag laat deze oude foto vooral voelen hoe dicht het dagelijkse leven en de herinnering aan de oorlog bij elkaar lagen. De kasseien liepen langs woningen en dienstgebouwen, maar ook langs een grafmonument. Mensen passeerden hier met hun boodschappen, op weg naar huis of naar hun werk, terwijl de namen van de doden aanwezig bleven. De kanonnen verdwenen en het straatbeeld veranderde. Toch bewaart de opname iets wat geen nieuwe bestrating kan terugbrengen: het oude Sint-Pieter, waar achter eenvoudige gevels werd geleefd en waar Rekem zijn oorlogsdoden een plaats gaf, midden in de gemeenschap.


%20SINT%20PIETER%20GENDARMERIE%20EN%20MONUMENT.jpg)


%20-%20CAF%C3%89%20%20HOTEL%20%20RESTAURANT%20BAIJOT%20%20TOURNEBRIDE.png)



.png)
%20.png)
%20W2ED.png)
%20SINT%20PIETER.png)


%20RIJKSWEG%20(%20TOEN%20STEENWEG)%201933.png)















































