Aan de Zuid-Willemsvaart lag een toegang tot het oude Eisden die voor generaties dorpsbewoners een vertrouwd gezicht moet zijn geweest. Het water op de voorgrond, de huizen aan de overkant en de straat die tussen de gevels het dorp binnenloopt: samen vormen ze een herinnering aan een Maaslands dorp waarvan het leven nauw verbonden was met het kanaal. De waterweg had het landschap ingrijpend veranderd. De Zuid-Willemsvaart werd in de jaren 1820 aangelegd en vormde de westelijke begrenzing van het oude dorpscentrum. Aan de overzijde lagen de uitgestrekte heidegronden, waar later de mijngebouwen en de mijnwerkerswijk zouden verrijzen. Het kanaal bracht zo een duidelijke scheiding tussen het oude Eisden en het gebied waar de nieuwe industriële wereld gestalte kreeg. Bij het uiteinde van de vroegere Dorpstraat, de latere Langstraat, lag het Boseind. In de plaatselijke geschiedenis wordt die omgeving beschreven als de buurt bij de draaibrug. Sinds de aanleg van een brug in 1875 sprak men er ook van wonen “aan de brök”. Langs het kanaal vonden schippers onderdak in logementen en cafés. De families Ramakers, Dexters en Dedroog worden genoemd bij die bedrijvigheid. Ook de kiezelwinning aan de andere oever bood werk: de Eisdense kiezel was geschikt voor wegen en kanaaldijken. In het gerestaureerde beeld trekt vooral de horecagevel de aandacht, met de woorden CAFÉ, RESTAURANT en BIÈRES ARTOIS. Zo’n gevel maakt zichtbaar dat een dorpsingang ook een plaats van ontmoeting en handel kon zijn. Wanneer we de opgegeven datering 1918 volgen, plaatsen we het tafereel aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Tegelijk stond Eisden aan de vooravond van een grote verandering. De mijnmaatschappij was al in 1907 opgericht; de daadwerkelijke steenkoolwinning kwam pas in de vroege jaren 1920 op gang. De groei van de mijn en de cité zou het karakter en de omvang van Eisden sterk veranderen, met nieuwe woningen, handelszaken en horecagelegenheden ten westen van het kanaal. Deze dorpsingang bewaart vooral het beeld van een overgang: tussen water en straat, tussen het oude Maaslandse dorpsleven en de mijnwereld die zich verder zou ontwikkelen. De bakstenen gevels en het kanaal vertellen samen hoe wonen, werken en reizen hier dicht bij elkaar lagen.
zaterdag 3 oktober 2026
vrijdag 2 oktober 2026
OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) SINT-PIETER
OUD-REKEM — DE GRAANHANDEL VAN DANIEL DELWAIDE OP SINT-PIETER
Een paard voor een houten kar, een kip tussen de kasseien en een brede bakstenen gevel: deze oude opname bewaart een stukje van het dagelijkse leven in toendertijd Reckheim. Hier was de graanhandel van Daniel Delwaide gevestigd. De grote toegangspoort en het ruime gebouw geven het straatbeeld een uitgesproken bedrijvig karakter, al ligt alles op het ogenblik van de opname rustig.
Het paard en de kar herinneren aan de tijd waarin vervoer nog sterk op dierlijke trekkracht steunde. Wat er precies met deze kar werd vervoerd, vertelt de foto niet. Toch past het tafereel mooi bij de vermelde graanhandel: een onderneming die verbonden was met het landbouwleven van het dorp en zijn omgeving. De onregelmatige kasseien, de begroeiing langs de gevel en het kleine dier op straat maken de opname bijzonder herkenbaar. Het zijn eenvoudige details die een verdwenen dorpswereld dichtbij brengen.
De plaatsnaam Sint-Pieter heeft eveneens een lokale geschiedenis. Vanaf 1900 de wegen rond de verdwenen Bospoort, ook Maastrichterpoort genoemd, zo aangeduid, naar de patroonheilige van Rekem. Daarmee situeert deze foto zich in een omgeving waar het oude stratenpatroon en het dagelijkse dorpsleven samenkwamen.
Links, net buiten het beeld, lag café Wallon. Die naam duikt ook op in de geschiedenis van het Rekemse voetbal. De plaatselijke ploeg De Walratten had er haar clublokaal. De vereniging bestond rond de oprichting van AA Rekem in 1927 en speelde op een weide aan de Groenstraat. Café Wallon was dus ook verbonden met het verenigingsleven van Oud-Rekem.
De graanhandel werd later omgebouwd tot Rijkswachtkazerne. Daarmee kreeg het pand een heel andere bestemming: een plaats van handel werd een onderkomen voor de ordehandhaving. De precieze datum van die verandering is onbekend.
Zo bewaart deze opname meer dan een oude gevel. Ze herinnert aan de graanhandel van Daniel Delwaide, aan het nabijgelegen café Wallon en aan een straat waar werk, vervoer en dorpsleven elkaar ontmoetten. Het paard wacht voor de kar, de kip scharrelt over de stenen en het gebouw staat er nog in zijn vroegere gedaante — een bescheiden maar waardevolle getuige van het oude Rekem.
X
woensdag 30 september 2026
MAASMECHELEN (MECHELEN AD MAAS) ZICHT OP HEILIG-HARTCOLLEGE
Deze luchtfoto toont het Heilig-Hartcollege vanuit een bijzonder gezichtspunt. De indrukwekkende schoolgebouwen, de centrale kapel en de uitgestrekte speelplaats bepalen het beeld. Daaromheen herkennen we woningen, tuinen, bomenrijen en open percelen. Het is een zicht op Mechelen-aan-de-Maas waarin onderwijs en dorpsleven dicht bij elkaar lagen, maar waarin ook nog veel onbebouwde plaatsen aanwezig waren. Het college aan de Rijksweg droeg oorspronkelijk de naam “Gesticht van het H. Hart”. Een gevelsteen vermeldt het bouwjaar 1914, onder het episcopaat van bisschop Rutten. De bakstenen gevels, natuurstenen afwerking, hoge dakpartijen en talrijke vensters geven het complex zijn statige uitstraling. De architectuur verenigt verschillende historische stijlinvloeden, wat als eclecticisme wordt omschreven. Het gebouwencomplex kwam in verschillende fasen tot stand. Volgens het beschermingsdossier dateren het hoofdgebouw en de zuidelijke vleugel, bestemd voor college en normaalschool, uit 1912–1916. De technische school volgde in 1922–1924. De centrale koepelkapel werd gebouwd in 1934–1936. Architect Verlinden uit Luik tekende de ontwerpen; voor de hoofdvleugel vermeldt het dossier een inspiratie op het Rijksmuseum in Amsterdam. Op de foto trekt de kapel onmiddellijk de aandacht. Haar hoge centrale dak, roosvenster en aansluitende bouwdelen vormen het hart van het schoolcomplex. Rechts strekt zich de grote speelplaats uit. De verspreide leerlingen lijken vanuit de lucht kleine stippen, maar maken duidelijk hoe ruim het terrein was. Midden op die open plaats staat een afzonderlijk schoolgebouw. Bijzonder opvallend zijn de vele onbebouwde gronden rondom het college. Tussen en achter de huizen liggen nog tuinen, graslanden en percelen met een herkenbare indeling in kleinere teeltvakken. De bebouwing vormt geen aaneengesloten geheel: op verschillende plaatsen blijft het landschap zichtbaar tussen de woningen. Dat geeft deze opname haar open, haast landelijke karakter. Niet iedere onbebouwde plek was daarom ongebruikt. Op de foto zijn gronden te herkennen die als tuin of teeltgrond waren ingericht. Andere stukken ogen als grasland. Zonder bijkomende kaarten of gegevens kunnen we hun toenmalige bestemming niet overal met zekerheid vaststellen, maar de aanwezige open ruimte spreekt voor zichzelf. Zo bewaart deze luchtfoto meer dan alleen het uitzicht op een school. Ze toont ook een stukje Mechelen-aan-de-Maas waarin een groot onderwijscomplex omringd werd door huizen én veel groen en onbebouwde grond. Voor wie er schoolliep of in de omgeving woonde, kan dit beeld herinneringen oproepen aan de speelplaats, de vertrouwde gevels en de straten rond het college.
X
MAASMECHELEN (MECHELEN AD MAAS) RIJKSWEG ( TOEN STEENWEG) 1933
Wie deze afbeelding bekijkt, blijft vanzelf even staan bij de bakstenen gevels, de luiken en het sierlijke balkon. Boven de winkelpui lezen we ‘In den Gouden Anker’. Rechts staat een automobiel, terwijl bomen en voortuintjes het straatbeeld verzachten. Het is een beeld dat ons terugvoert naar Mechelen-aan-de-Maas, naar de weg die hier als de Steenweg bekendstond: de huidige Rijksweg.
Die weg had het dorp ingrijpend veranderd. De verbinding Maastricht–Maaseik werd in de eerste helft van de negentiende eeuw aangelegd. De bebouwing langs de weg kwam vooral vanaf het einde van die eeuw en tijdens de twintigste eeuw tot ontwikkeling. Winkels en horecazaken maakten van de verkeersweg geleidelijk ook een plaats waar mensen hun boodschappen deden en elkaar ontmoetten.
Een winkelgevel als herkenningspunt
Op de afgebeelde gevel neemt de naam ‘In den Gouden Anker’ een opvallende plaats in. Onder het opschrift trekt de etalage de aandacht. Zo’n winkelpui geeft de straat een ander karakter dan een rij woonhuizen alleen.
Het dorp groeide mee met de mijnstreek
Rond 1933 bevond Mechelen-aan-de-Maas zich in een periode van verandering. Het vroegere landbouwdorp kreeg steeds sterker de invloed van de mijnindustrie te voelen. De ontwikkeling van de mijnen in Eisden en Waterschei vanaf de jaren twintig bracht nieuwe inwoners en werkgelegenheid naar de omgeving. De erfgoedinventaris beschrijft hoe Mechelen daardoor geleidelijk uitgroeide tot een mijnwerkersdorp. Die verandering voltrok zich niet overal tegelijk. Oudere woningen, tuinen en vertrouwde dorpsgewoonten bleven bestaan, terwijl handel en verkeer toenamen. De Steenweg lag midden in die ontwikkeling. Hier raakten het dagelijkse leven van de bewoners en de beweging van de grotere streek elkaar.
Een straat om bij stil te staan
Het aantrekkelijke van dit straatbeeld zit in de kleine dingen: het ritme van de vensters, de tuinmuurtjes, het ijzeren hekwerk en de bloempotten bij de doorgang. Ze geven de huizen een eigen gezicht. Achter iedere gevel lag een huishouden, een werkdag, een leven. Zo herinnert deze afbeelding ons aan een Steenweg die steeds belangrijker werd voor Mechelen-aan-de-Maas. Een weg waar handel zich vestigde en waar de veranderingen van de twintigste eeuw zichtbaar werden.
X
dinsdag 29 september 2026
GENK (TOEN GENCK) - "KOSENHUISJE" EN VILLA "BRETHEIDE" (ARTIKEL 1972)
DE VERDWENEN BANMOLEN VAN LANAEKEN (LANAKEN)
maandag 28 september 2026
DE ZOO VAN ZWARTBERG - EEN DIERENTUIN OP DE GROND VAN DE MIJN
Voor vele Limburgse gezinnen was de Zoo van Zwartberg ooit een vaste uitstap. Je trok erheen met de kinderen, wandelde van verblijf naar verblijf en bleef soms langer staan dan gepland wanneer een dier zich eindelijk liet zien. Thuis werd nog verteld over de leeuwen, de olifanten of een ontmoeting van heel dichtbij. Wie vandaag een oude foto van zo’n bezoek terugvindt, ziet vaak meer dan een dierentuin: een stukje van zijn eigen jeugd. De geschiedenis van die plek begint echter onder de grond. Zwartberg was een mijnwijk. Vanaf 1925 werd er steenkool bovengehaald en tientallen jaren lang bepaalde de mijn het leven van vele gezinnen. Toen de mijn in 1966 sloot, liet ze een terrein en een directeursvilla achter. De familie Wauters kocht de voormalige woning in 1967, met het plan er een dierentuin op te richten. Zo kreeg een plaats die verbonden was met het zware werk van de mijn een onverwachte nieuwe bestemming.
TWEE LEEUWEN OP HET STADHUIS
De officiële start was allesbehalve alledaags. Op 17 mei 1970 werd Marcel Wauters, vergezeld van twee leeuwen, op het stadhuis van Genk ontvangen voor de ondertekening van de oprichtingsakte. Kort daarna kon het publiek kennismaken met de Limburgse Zoo. Alleen al dat beeld — een man die met twee leeuwen naar het stadhuis trekt — vertelt iets over het eigenzinnige karakter van de onderneming. Het was een privéproject van de familie Wauters. Dieren kwamen er via schenkingen, maar ook uit circussen en dierentuinen die ermee ophielden. Volgens de geschiedenis van LABIOMISTA werden daarbij oude en soms mishandelde dieren opgevangen. Door die opvang en door het fokken van dieren bleef de collectie groeien. Er ontstond een zoo met een grote verscheidenheid aan soorten en een aanpak die bezoekers zich jaren later nog zouden herinneren. Sommige dieren liepen er zelfs vrij rond. Voor een kind was Zwartberg een wereld op zichzelf. De ingang voorbij, het gewone leven even achter je laten en dan maar kijken waar het volgende pad naartoe leidde. Velen herinneren zich ook restaurant Safari en Bongo, een geliefd dier uit de zoo. Dat zulke namen nog altijd opduiken in verhalen over Zwartberg, toont hoe sterk de plek in het geheugen van bezoekers is blijven zitten. Het Belang van Limburg wijdde er later een podcastaflevering aan, gebaseerd op herinneringen en gesprekken met mensen die de zoo van nabij kenden. De zoo groeide uit tot een grote trekpleister. TV Limburg spreekt over meer dan 300.000 bezoekers per jaar. Er kwamen gezinnen uit Genk en de rest van Limburg, maar ook van verder weg. Voor sommigen was het hun eerste ontmoeting met dieren die ze voordien alleen op een prent hadden gezien. Voor anderen hoorde de zoo gewoon bij het ritme van de jeugd: een schooluitstap, een zondag met de familie, een foto die later in een album verdween.
ACHTER DE HERINNERINGEN
Toch had de Zoo van Zwartberg ook een andere kant. Een grote en steeds veranderende verzameling dieren verzorgen vroeg ruimte, personeel en geld. Volgens LABIOMISTA ontving de privézoo geen subsidies. Intussen werden de eisen voor de huisvesting en het welzijn van dieren strenger. Wat de zoo bijzonder maakte — haar grote aantal dieren en eigenzinnige werking — werd daardoor steeds moeilijker vol te houden. Er gebeurden bovendien pijnlijke dingen. In 1976 kwam een dierenverzorger om het leven in de berenkuil. In 1987 ontsnapten bavianen, die volgens de latere reconstructie van Het Belang van Limburg wekenlang voor opschudding zorgden in Genk. Zulke gebeurtenissen behoren evenzeer tot de geschiedenis van de zoo als de familiefoto’s en de mooie uitstappen. In de jaren negentig werd de kritiek op de omstandigheden waarin sommige dieren leefden steeds luider. Een BBC-reportage uit 1994 bracht de toestand van de zoo internationaal onder de aandacht. Dierenrechtenorganisaties protesteerden, terwijl de financiële problemen bleven wegen. Veel bezoekers hielden warme herinneringen aan Zwartberg over; tegelijk waren er ernstige vragen over het welzijn van de dieren. Beide verhalen mogen verteld worden.
HET EINDE VAN EEN TIJDPERK
De sluiting voltrok zich dus rond 1997–1998; In 1999 kocht de stad Genk de terreinen van de voormalige mijn en zoo. De directeursvilla bleef bewaard en werd in 2005 als monument beschermd. In 2009 opende de buurt het bewegwijzerde ZWAZOOpad, een naam die het verleden van de plek levend hield. Sinds 2019 heeft het terrein met LABIOMISTA opnieuw een bestemming. Op dezelfde grond volgen zo drie hoofdstukken elkaar op: eerst de mijn, daarna de zoo en nu een plek voor kunst, natuur en ontmoeting. Wie er vroeger kwam, zal bij de naam Zoo van Zwartberg misschien meteen weer een bepaald beeld voor zich zien: de ingang, een dier achter het hek, de hand van een ouder of grootouder tijdens de wandeling. De zoo zelf is verdwenen. Maar zolang die foto’s en verhalen worden gedeeld, blijft ook dit hoofdstuk van Zwartberg bestaan.
EISDEN-DORP (TOEN EYSDEN) / INGANG VAN HET DORP 1918
Ingekleurde versie Updated Aan de Zuid-Willemsvaart lag een toegang tot het oude Eisden die voor generaties dorpsbewoners een vertrouwd gezi...
-
2018 2018 2023 De hobby-bakkerij van bakker-op-rust Jules Milissen, de stichter van de bakkerijketen 'De Korenaar', met winkels in M...
-
De kuiper of tonnenmaker is een ambachtsman die houten kuipen of tonnen maakt. Losse stukken hout bewerkt hij tot planken en duigen. Daarna ...
-
In de zomer werden de koeien gemolken in de weilanden. Die weilanden lagen meestal niet in de directe omgeving van de boerderij. Het melken ...
%20W2ED.png)
%20SINT%20PIETER.png)


%20RIJKSWEG%20(%20TOEN%20STEENWEG)%201933.png)















































