maandag 28 september 2026

DE ZOO VAN ZWARTBERG - EEN DIERENTUIN OP DE GROND VAN DE MIJN











































Voor vele Limburgse gezinnen was de Zoo van Zwartberg ooit een vaste uitstap. Je trok erheen met de kinderen, wandelde van verblijf naar verblijf en bleef soms langer staan dan gepland wanneer een dier zich eindelijk liet zien. Thuis werd nog verteld over de leeuwen, de olifanten of een ontmoeting van heel dichtbij. Wie vandaag een oude foto van zo’n bezoek terugvindt, ziet vaak meer dan een dierentuin: een stukje van zijn eigen jeugd. De geschiedenis van die plek begint echter onder de grond. Zwartberg was een mijnwijk. Vanaf 1925 werd er steenkool bovengehaald en tientallen jaren lang bepaalde de mijn het leven van vele gezinnen. Toen de mijn in 1966 sloot, liet ze een terrein en een directeursvilla achter. De familie Wauters kocht de voormalige woning in 1967, met het plan er een dierentuin op te richten. Zo kreeg een plaats die verbonden was met het zware werk van de mijn een onverwachte nieuwe bestemming.

TWEE LEEUWEN OP HET STADHUIS

De officiële start was allesbehalve alledaags. Op 17 mei 1970 werd Marcel Wauters, vergezeld van twee leeuwen, op het stadhuis van Genk ontvangen voor de ondertekening van de oprichtingsakte. Kort daarna kon het publiek kennismaken met de Limburgse Zoo. Alleen al dat beeld — een man die met twee leeuwen naar het stadhuis trekt — vertelt iets over het eigenzinnige karakter van de onderneming. Het was een privéproject van de familie Wauters. Dieren kwamen er via schenkingen, maar ook uit circussen en dierentuinen die ermee ophielden. Volgens de geschiedenis van LABIOMISTA werden daarbij oude en soms mishandelde dieren opgevangen. Door die opvang en door het fokken van dieren bleef de collectie groeien. Er ontstond een zoo met een grote verscheidenheid aan soorten en een aanpak die bezoekers zich jaren later nog zouden herinneren. Sommige dieren liepen er zelfs vrij rond. Voor een kind was Zwartberg een wereld op zichzelf. De ingang voorbij, het gewone leven even achter je laten en dan maar kijken waar het volgende pad naartoe leidde. Velen herinneren zich ook restaurant Safari en Bongo, een geliefd dier uit de zoo. Dat zulke namen nog altijd opduiken in verhalen over Zwartberg, toont hoe sterk de plek in het geheugen van bezoekers is blijven zitten. Het Belang van Limburg wijdde er later een podcastaflevering aan, gebaseerd op herinneringen en gesprekken met mensen die de zoo van nabij kenden. De zoo groeide uit tot een grote trekpleister. TV Limburg spreekt over meer dan 300.000 bezoekers per jaar. Er kwamen gezinnen uit Genk en de rest van Limburg, maar ook van verder weg. Voor sommigen was het hun eerste ontmoeting met dieren die ze voordien alleen op een prent hadden gezien. Voor anderen hoorde de zoo gewoon bij het ritme van de jeugd: een schooluitstap, een zondag met de familie, een foto die later in een album verdween.

ACHTER DE HERINNERINGEN

Toch had de Zoo van Zwartberg ook een andere kant. Een grote en steeds veranderende verzameling dieren verzorgen vroeg ruimte, personeel en geld. Volgens LABIOMISTA ontving de privézoo geen subsidies. Intussen werden de eisen voor de huisvesting en het welzijn van dieren strenger. Wat de zoo bijzonder maakte — haar grote aantal dieren en eigenzinnige werking — werd daardoor steeds moeilijker vol te houden. Er gebeurden bovendien pijnlijke dingen. In 1976 kwam een dierenverzorger om het leven in de berenkuil. In 1987 ontsnapten bavianen, die volgens de latere reconstructie van Het Belang van Limburg wekenlang voor opschudding zorgden in Genk. Zulke gebeurtenissen behoren evenzeer tot de geschiedenis van de zoo als de familiefoto’s en de mooie uitstappen. In de jaren negentig werd de kritiek op de omstandigheden waarin sommige dieren leefden steeds luider. Een BBC-reportage uit 1994 bracht de toestand van de zoo internationaal onder de aandacht. Dierenrechtenorganisaties protesteerden, terwijl de financiële problemen bleven wegen. Veel bezoekers hielden warme herinneringen aan Zwartberg over; tegelijk waren er ernstige vragen over het welzijn van de dieren. Beide verhalen mogen verteld worden.

HET EINDE VAN EEN TIJDPERK

De sluiting voltrok zich dus rond 1997–1998;  In 1999 kocht de stad Genk de terreinen van de voormalige mijn en zoo. De directeursvilla bleef bewaard en werd in 2005 als monument beschermd. In 2009 opende de buurt het bewegwijzerde ZWAZOOpad, een naam die het verleden van de plek levend hield. Sinds 2019 heeft het terrein met LABIOMISTA opnieuw een bestemming. Op dezelfde grond volgen zo drie hoofdstukken elkaar op: eerst de mijn, daarna de zoo en nu een plek voor kunst, natuur en ontmoeting. Wie er vroeger kwam, zal bij de naam Zoo van Zwartberg misschien meteen weer een bepaald beeld voor zich zien: de ingang, een dier achter het hek, de hand van een ouder of grootouder tijdens de wandeling. De zoo zelf is verdwenen. Maar zolang die foto’s en verhalen worden gedeeld, blijft ook dit hoofdstuk van Zwartberg bestaan.

zondag 27 september 2026

BOORSEM EX-GRAVELCO 2011

Updated

Een laag winterlicht valt over het ondergelopen terrein. Het bord van Gravelco staat er nog, met de installaties op de achtergrond. Wie hier naar het stille water kijkt, ziet ook een stukje van het werkverleden van Boorsem.

X


zaterdag 26 september 2026

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) RIJKSKOLONIEGESTICHT 1910

Updated 

Op de foto ligt een lange houten boot stil op het water. Daarachter zien we de huizen van Reckheim, de kerktoren en rechts het imposante kasteel d’Aspremont-Lynden. Het water op de voorgrond is de Zuid-Willemsvaart, niet de Maas. Het kanaal werd tussen 1822 en 1825 aangelegd en bracht handel en bedrijvigheid naar het dorp. Achter die rustige gevels ging een minder zichtbaar verhaal schuil. In 1809 wees Napoleon het kasteel van Reckheim aan als bedelaarskolonie. Mensen zonder bestaansmiddelen kwamen er terecht. Het gesticht groeide uit tot een wereld met eigen werkplaatsen en een landbouwkolonie die voedsel leverde. Ook Rekem zelf was ermee verweven: dorpsbewoners vonden er werk en de brandweer van het gesticht rukte eveneens uit in de omgeving. Rond 1910 was het kasteel echter nog geen psychiatrische instelling. Na een periode als heropvoedingsgesticht voor jongens kreeg het in 1904 de bestemming van Maison de Refuge, een toevluchtshuis voor mannen zonder bestaansmiddelen. Pas op 20 december 1920 werd het Rijkskrankzinnigengesticht opgericht; de eerste psychiatrische patiënten arriveerden in januari 1921. Men kijkt dus op de foto naar Reckheim in de jaren van het toevluchtshuis.  In de loop van de twintigste eeuw veranderde het domein opnieuw. Er kwamen gebouwen voor het gesticht bij, terwijl de instelling lange tijd als een vrijwel zelfstandig dorp bleef functioneren. In 1974 opende het nieuwe psychiatrische zorgcentrum Daelwezeth aan de Daalbroekstraat. Het oude kasteeldomein kreeg later andere bestemmingen en bleef zo bewaard.  De boot, het kanaal en de daken geven de foto haar verstilde sfeer. Maar het kasteel vertelt ook over de mensen die achter zijn muren leefden en werkten. Dat maakt dit uitzicht op Oud-Rekem meer dan een mooi dorpsgezicht: het is een herinnering aan twee eeuwen sociale zorg, arbeid en veranderende opvattingen over wie hulp nodig had.

X


vrijdag 25 september 2026

VRACHTWAGEN VAN RUBBERFABRIEK CARIDENG

Updated en ingekleurde versie (de vrachtenwagen was donker groen)

Originele foto

Op de foto staat een vrachtwagen met sierlijke letters op de laadbak: ‘Caoutchouc Carideng Rubber – Lanaken’. Op de motorkap staat ‘Viking’. Het is een beeld uit de tijd waarin rubberverwerking voor honderden mensen in en rond Lanaken dagelijks werk betekende; achter die naam schuilt een belangrijk stuk plaatselijke industriegeschiedenis. De geschiedenis van de fabriekssite begon zelfs vóór de rubberproductie. Volgens de geschiedenispagina van opvolger Hercorub was er ooit een diamantslijperij gevestigd. Sinds 1924 was het een rubberbedrijf, aanvankelijk onder de naam NV Radium en later als Carideng. De bronnen die ik vond, geven geen exact jaar voor die naamsverandering.  Lanaken veranderde in de twintigste eeuw van een overwegend landelijke gemeente in een plaats met belangrijke industrie. Het Agentschap Onroerend Erfgoed beschrijft hoe de kanalen, het Briegdendok, de spoorlijn en het station de industriële ontwikkeling hielpen dragen. Papier, kunstvezels en rubber gingen mee het uitzicht en de werkgelegenheid in het zuiden van de gemeente bepalen. Carideng maakte deel uit van die verandering. 

Een zware klap in 1981

Tegen het einde van de jaren zeventig kwam Carideng in ernstige moeilijkheden. In een vergadering van de Vlaamse Raad op 26 maart 1981 verklaarde staatssecretaris P. Akkermans dat er al in 1978 een saneringsplan was gestart, met privaat kapitaal en een lening onder staatswaarborg. Die poging bracht geen blijvende oplossing. NV Carideng werd op 4 maart 1981 failliet verklaard.  De gevolgen waren groot. Parlementslid J. Gabriels sprak tijdens diezelfde vergadering over 415 werknemers die werkloos waren geworden en noemde de sluiting een zware klap voor het Maasland. Dat cijfer komt uit zijn parlementaire tussenkomst. Na het faillissement lieten de curatoren een rendabel deel van de activiteiten tijdelijk doorgaan terwijl naar een overname werd gezocht.  Op 7 september 1981 begon op de site een nieuw bedrijf: Hercorub, aanvankelijk met ongeveer veertig medewerkers. Daarmee bleef een deel van de kennis en rubberproductie in Lanaken aanwezig, al kon die nieuwe start het verlies van de vele Carideng-banen niet ongedaan maken. Ook gebouwen uit het Carideng-verleden bleven nog een tijd bestaan. Hercorub vermeldt dat in 1990 de 34 meter hoge bakstenen schouw en de eerste fabrieksgebouwen op de site werden afgebroken. 

X

BOORSEM SPORT: EEN VOETBALGESCHIEDENIS DIE AL IN 1916 BEGON

Vrije artistieke voorstelling van dorpsvoetbal vroeger. 

Toen de bal voor het eerst door Boorsem rolde

Een dorpsverhaal over de voorlopers van Boorsem Sport, de jaren van rivaliteit en de mensen die het voetbal telkens weer op gang brachten.

Wie de geschiedenis van het voetbal in Boorsem wil vertellen, moet verder teruggaan dan 1937. Al in 1916 werd er in het dorp gevoetbald. Volgens de clubhistoriek was het de jonge Jozef Zeegers die andere jongens het spel leerde. Hun terrein lag aan de Kromstraat en het café van Bet Visschers was hun clublokaal. Ze hadden zelfs een clublied: De Albrechtzonen, genoemd naar koning Albert I. Die eerste ploeg hield stand tot 1927. Haar officiële clubnaam, als die er was, wordt in de geraadpleegde historiek niet vermeld. 

Je kunt je voorstellen hoe anders zo’n voetbalzondag er toen uitzag. Er waren geen kunstgrasvelden of verlichte avondtrainingen. Het voetbal had een plek nodig om te spelen en mensen die bereid waren iets te organiseren. In Boorsem begon dat verhaal op een veld aan de Kromstraat, met een café als vaste ontmoetingsplaats.

Twee ploegen, één dorp

Na het verdwijnen van die eerste ploeg bleef de bal niet lang liggen. Er ontstonden twee nieuwe elftallen: de Standaart en de Snelle. Het waren meer dan twee namen op een wedstrijdblad. Volgens de clubhistoriek verdeelden ze de dorpsgemeenschap in twee kampen. Over een bekerwedstrijd in Lanaken bleef zelfs het verhaal bewaard dat ze eindigde in een regelrechte veldslag. Wie er won, wanneer de wedstrijd precies plaatsvond en wat er gebeurde, staat in die bron niet uitgewerkt. Het is dus een herinnering uit de cluboverlevering, geen wedstrijdverslag dat we tot in de details kunnen reconstrueren.

Die rivaliteit kreeg een keerzijde. In de jaren dertig had Boorsem een tijdlang geen vaste voetbalploeg meer. Pas in 1937 kwamen mensen opnieuw bijeen om samen een club op te bouwen. De eerste bespreking vond plaats bij Wies Kuijpers. De naam werd Boorsem Sport; de kleuren werden rood en zwart, aanvankelijk gedragen als een rode trui met een zwarte broek. 

Een nieuwe start in 1937

Mathieu Paas diende op 13 februari 1937 de aanvraag tot oprichting in. Later dat jaar werd Boorsem Sport als werkende club aanvaard. Het speelveld lag toen aan het kanaal. De club noemt een hele reeks mensen die bij haar ontstaan betrokken waren, onder wie Jan Eykelberg, Jules Houben, Jules en Mathieu Milissen, Pierre Giesen en verschillende leden van de familie Visschers. 

Een van de mooiste kleine bijzonderheden uit die begintijd gaat over Pierre Eykelberg. Hij was schatbewaarder, maar hielp ook op een heel praktische manier: met zijn bierwagen vervoerde hij de spelers. Zo’n detail vertelt bijna evenveel als een uitslag. Een dorpsclub bestond dankzij mensen die, naast hun gewone werk, tijd en middelen vrijmaakten om het voetbal mogelijk te maken. 

De eerste competities brachten wisselend succes. In 1938 werd Boorsem zevende van elf ploegen; in 1939 vierde van zes. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de club spelen. Na de oorlog volgden sterke jaren met tweede plaatsen in 1948, 1952 en 1953. De titel bleef telkens buiten bereik, maar Boorsem had zich gevestigd als een ploeg waarmee tegenstanders rekening hielden. 

Bijna bovenaan, bijna zonder veld

Rond 1960 stond Boorsem lange tijd aan de leiding. Een wedstrijd tegen Elen, die op 1–1 eindigde, werd volgens de clubhistoriek voor een massa volk gespeeld. Toch lukte het niet om een heel seizoen bovenaan te blijven. Goede spelers vertrokken en ook de belangstelling langs de lijn nam af. 

Het dieptepunt kwam in 1974. Boorsem zakte naar de toen nieuw opgerichte vierde provinciale. Volgens de eigen geschiedschrijving ontbrak het de club aan geld, spelers én een voetbalveld. Dat er daarna opnieuw een ploeg kwam die kon meedoen, was het werk van bestuursleden, teruggekeerde spelers en mensen die een nieuw terrein vonden. Er kwamen vaste trainingsuren; Mathieu Maes hielp het kameraadschap in de spelersgroep herstellen. Onder trainer Huub Palmen promoveerde Boorsem in 1976 via de eindronde weer naar derde provinciale.

De jaren die niemand vergat

In 1981–1982 vierde Boorsem Sport zijn eerste kampioenstitel. Het volgende seizoen ging de ploeg meteen opnieuw voor de hoogste plaats, nu in tweede provinciale. Boorsem en Eksel eindigden met evenveel punten, waardoor twee testwedstrijden de titel moesten beslissen. Volgens de clubhistoriek lokten die samen 8.000 toeschouwers. Eksel won de titel, maar voor Boorsem bleven het wedstrijden die een vaste plaats kregen in de dorpsherinnering. 

Ook 1984 bracht een prijs: de Schaal van Maasmechelen, na winst tegen Patro Eisden en in de finale tegen Uikhoven. Tijdens het weekend van 4 en 5 juli 1987 vierde de club haar vijftigjarig bestaan. Ze kreeg toen de titel Koninklijke. Aan het wijkcentrum in de Kannegatstraat stond een feesttent; de verjaardag was een gebeurtenis voor het hele dorp.

Daarna bleven goede en moeilijke seizoenen elkaar afwisselen. Boorsem werd op de laatste speeldag van 1992–1993 opnieuw kampioen, maar degradeerde een jaar later. Na nog een degradatie in 1995–1996 moest de club zich herpakken. Ricardo Garcia y Vilar nam daarin volgens de clubhistoriek een belangrijke rol op zich. De jeugdwerking werd van nul heropgebouwd, zodat ook een nieuwe generatie kinderen weer in Boorsem kon voetballen.

De bal bleef rollen

Een opvallend seizoen was 2007–2008: meer dan honderd doelpunten en 73 punten, maar toch geen titel. Op 13 april 2014 was het feest wél compleet. Na een spannende titelstrijd met Ven Maaseik werd Boorsem kampioen in vierde provinciale B en keerde terug naar derde provinciale. Een promotiekans tegen Heers in 2018 ging verloren na strafschoppen.

Het seizoen 2019–2020 kreeg een onverwacht einde door corona. Toen de competitie werd stilgelegd, stond Boorsem na 25 speeldagen eerste met 64 punten. In datzelfde jaar volgde promotie en begon de aanleg van een kunstgrasveld, terwijl vrijwilligers mee de accommodatie vernieuwden. Van het vroege terrein aan de Kromstraat tot een verlicht veld: het zijn heel verschillende hoofdstukken van dezelfde voetbalgeschiedenis.

Enkele weetjes op een rij

  • Het voetbal in Boorsem begon vóór Boorsem Sport: de eerste ploeg wordt al in 1916 vermeld.
  • De Standaart en de Snelle waren de twee rivaliserende ploegen vóór de oprichting van Boorsem Sport. 
  • De club kende door de jaren heen verschillende speelplekken: eerst wordt de Kromstraat genoemd, bij de oprichting in 1937 een terrein aan het kanaal.
  • Pierre Eykelbergs bierwagen deed in de beginjaren dienst als vervoer voor spelers. 
  • De twee testwedstrijden tegen Eksel in 1983 trokken volgens de clubhistoriek samen 8.000 toeschouwers.
X


donderdag 24 september 2026

LANAKEN (TOEN LANAEKEN) - KONING ALBERTLAAN (TOEN TONGERSCHE STEENWEG)

Ingekleurde versie

Updated

Een blik richting de Sint-Ursulakerk

De fotograaf staat midden op de weg. Links lopen de tramrails langs de huizenrij, terwijl de brede, nog onverharde straat naar het dorpscentrum leidt. Een tram nadert in de verte. Tussen de bomen en de gevels rijst de spits van de Sint-Ursulakerk op. Zo toont deze opname in één beeld de dorpsstraat, de buurttram en het herkenningspunt van Lanaken. De straat werd toen Tongersche Steenweg genoemd en heet tegenwoordig Koning Albertlaan. De as van de huidige Stationsstraat en Koning Albertlaan was de hoofdstraat van het oude Lanaken. De kerk lag aan die as. De verbinding richting Tongeren liep verder via de Tongersesteenweg naar Vroenhoven. De rails herinneren aan een grote verandering voor het dorp. De buurttramlijn Tongeren–Lanaken opende op 15 mei 1897; begin 1898 werd ze doorgetrokken naar Tournebride. De tram verbond Lanaken via onder meer Veldwezelt, Kesselt, Vroenhoven en Riemst met Tongeren. Voor reizigers en goederen werd de weg daardoor meer dan een plaatselijke dorpsstraat: hij maakte deel uit van een verbinding door Zuid-Limburg. Achter de tram staat de Sint-Ursulakerk. De huidige neogotische kerk werd tussen 1860 en 1864 gebouwd onder leiding van architect Herman Jaminé. Haar hoge westtoren bepaalde dus al tientallen jaren het uitzicht van Lanaken toen de tram door de straat reed. Aan deze rustige opname hangt ook een minder zichtbaar verhaal. Op 4 oktober 1914 werd het centrum van Lanaken beschoten en gedeeltelijk in brand gestoken. Vooral het eerste gedeelte van de huidige Koning Albertlaan werd zwaar getroffen.

X




DE ZOO VAN ZWARTBERG - EEN DIERENTUIN OP DE GROND VAN DE MIJN

Voor vele Limburgse gezinnen was de Zoo van Zwartberg ooit een vaste uitstap. Je trok erheen met de kinderen, wandelde van verblijf naar ver...