dinsdag 29 september 2026

GENK (TOEN GENCK) - "KOSENHUISJE" EN VILLA "BRETHEIDE" (ARTIKEL 1972)

Upscaled

Deze foto werd gemaakt vanaf de Henri Decleenestraat, vóór 1903. Op de voorgrond bemerkt men het "Kosenhuisje"; 1834 stond er in de balk. Op de berg staat de villa "Bretheide". De "Koos" met haar man (Thijs Smits-Vancosen), zijn gaan wonen aan de Verloren Kostweg in 1881. Zij woonden er nog in 1901 waarna het huisje onbewoond bleef tot in 1919, toen er een vluchtelingenfamilie uit "de Vlaanders", de familie Seynaeve, er haar intrek nam en er bleef tot 1930. Van toen af bleef het hutje onbewoond doch het werd door het Gemeentebestuur en de C.O.O. steeds in goede staat onderhouden. Op de berg staat nu, ten huidigen dage, nog de Villa "Bretheide". Deze villa werd gebouwd door de juffrouwen Vent. Zij kwamen te Genk toe op 7 juli 1905. Hun vader was hofgeestelijke te Brussel. Koning Albert en zijn moeder, prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen (stierf in 1912), zouden er meermaals verbleven hebben.

Upscaled

Het "Kosenhuisje" werd als een herinnering aan het oude Genk in ere gehouden. Toch kon het met moeite de vooruitgang en de hoogbouw van zich afhouden. Enkele tientallen meters van de voordeur raasden de wagens over de vier vakken brede Europalaan en door de nog kale bomen zag men de zevenentachtig meter lange zuidergevel van de geriatrie, die bij het St.-Jansziekenhuis opgericht werd. Door het oprichten van de geriatrie lag de villa "Bretheide" als een kleinood gevat in een gordel van hoogbouw. De villa was op het moment van dit artikel in 1972 erg verwaarloosd. Anno 2025 zijn het "Kosenhuisje" en villa "Bretheide" voorgoed verdwenen, alsook de geriatrie op de achtergrond.

 Het Kosenhuisje stond bij de Molenvijver, en het werd ook wel het 'huisje van de Koos' genoemd. Het was een geliefd onderwerp voor kunstenaars en het huisje stond in de buurt van de Kapelaanswijer, waar het zich in het water spiegelde.

X

DE VERDWENEN BANMOLEN VAN LANAEKEN (LANAKEN)

Updated (de originele postkaart was zeer onduidelijk, vooral op de achtergrond boven de huisjes en voor de kerk. Er kunnen dus kleine afwijkingen zijn aan de historische juistheid aan de kerk).

De kerk rijst op boven de huizen, terwijl de weg in een bocht door het dorp loopt. Links vooraan staat een laag gebouw dat je gemakkelijk voorbij zou kijken. Daar was de banmolen van de heren van Pietersheim (deze molen staat net buiten de foto aan de zijkant van het  huis). Bij die molen hoorde meer dan het gebouw alleen. Aan de overkant lag een grote spaarvijver, gevoed door de Molenbeek. Het water werd er verzameld om de molen te laten draaien. Waar een voorbijganger een vijver zag, zag de molenaar de kracht die nodig was om graan te malen. Het woord banmolen voert ons terug naar de tijd van de heerlijkheid Pietersheim. Zo’n molen was verbonden aan de rechten van de heer. Voor de mensen uit de omgeving was het tegelijk een heel praktische plaats: het graan van het veld moest er worden gemalen voordat er brood van kon worden gebakken. De molen hoorde dus niet alleen bij het bezit van een adellijke familie, maar ook bij het dagelijkse leven van het dorp.  Het molenbedrijf werd na 1750 uitgebaat door: Devue, Paulussen, Carbotte, Nijsthoven en Pepels. Achter die opsomming schuilen opeenvolgende generaties molenaars. Hoe lang elke familie er werkte en in welke volgorde zij elkaar precies opvolgden is niet bekend. De prent toont een stil ogenblik. We zien de gevels, de bomen en de kerktoren; we horen het stromende water of het werk in de molen niet. De vijver aan de overzijde is buiten beeld gebleven, maar hoorde bij dezelfde plek. De molen links vooraan die eveneens buiten beeld is was een onderdeel van het landschap én van de voedselvoorziening van Lanaken. De molen werd na 1940 afgebroken en de vijver gedempt. Er is geen precieze sloopdatum of reden voor de afbraak. Wat op de prentkaart nog een herkenbare plaats was, verdween zo uit het straatbeeld. De kerk bleef als herkenningspunt boven de huizen uitsteken; de molen en zijn water verdwenen. Juist daarom is deze foto waardevol. Ze bewaart het uitzicht op een plek die later ingrijpend veranderde. Wie vandaag naar de oude kaart kijkt, ziet links niet zomaar een huis langs de weg, maar de herinnering aan graan, water en de molenaarsfamilies die hier hun werk deden.

X

maandag 28 september 2026

DE ZOO VAN ZWARTBERG - EEN DIERENTUIN OP DE GROND VAN DE MIJN











































Voor vele Limburgse gezinnen was de Zoo van Zwartberg ooit een vaste uitstap. Je trok erheen met de kinderen, wandelde van verblijf naar verblijf en bleef soms langer staan dan gepland wanneer een dier zich eindelijk liet zien. Thuis werd nog verteld over de leeuwen, de olifanten of een ontmoeting van heel dichtbij. Wie vandaag een oude foto van zo’n bezoek terugvindt, ziet vaak meer dan een dierentuin: een stukje van zijn eigen jeugd. De geschiedenis van die plek begint echter onder de grond. Zwartberg was een mijnwijk. Vanaf 1925 werd er steenkool bovengehaald en tientallen jaren lang bepaalde de mijn het leven van vele gezinnen. Toen de mijn in 1966 sloot, liet ze een terrein en een directeursvilla achter. De familie Wauters kocht de voormalige woning in 1967, met het plan er een dierentuin op te richten. Zo kreeg een plaats die verbonden was met het zware werk van de mijn een onverwachte nieuwe bestemming.

TWEE LEEUWEN OP HET STADHUIS

De officiële start was allesbehalve alledaags. Op 17 mei 1970 werd Marcel Wauters, vergezeld van twee leeuwen, op het stadhuis van Genk ontvangen voor de ondertekening van de oprichtingsakte. Kort daarna kon het publiek kennismaken met de Limburgse Zoo. Alleen al dat beeld — een man die met twee leeuwen naar het stadhuis trekt — vertelt iets over het eigenzinnige karakter van de onderneming. Het was een privéproject van de familie Wauters. Dieren kwamen er via schenkingen, maar ook uit circussen en dierentuinen die ermee ophielden. Volgens de geschiedenis van LABIOMISTA werden daarbij oude en soms mishandelde dieren opgevangen. Door die opvang en door het fokken van dieren bleef de collectie groeien. Er ontstond een zoo met een grote verscheidenheid aan soorten en een aanpak die bezoekers zich jaren later nog zouden herinneren. Sommige dieren liepen er zelfs vrij rond. Voor een kind was Zwartberg een wereld op zichzelf. De ingang voorbij, het gewone leven even achter je laten en dan maar kijken waar het volgende pad naartoe leidde. Velen herinneren zich ook restaurant Safari en Bongo, een geliefd dier uit de zoo. Dat zulke namen nog altijd opduiken in verhalen over Zwartberg, toont hoe sterk de plek in het geheugen van bezoekers is blijven zitten. Het Belang van Limburg wijdde er later een podcastaflevering aan, gebaseerd op herinneringen en gesprekken met mensen die de zoo van nabij kenden. De zoo groeide uit tot een grote trekpleister. TV Limburg spreekt over meer dan 300.000 bezoekers per jaar. Er kwamen gezinnen uit Genk en de rest van Limburg, maar ook van verder weg. Voor sommigen was het hun eerste ontmoeting met dieren die ze voordien alleen op een prent hadden gezien. Voor anderen hoorde de zoo gewoon bij het ritme van de jeugd: een schooluitstap, een zondag met de familie, een foto die later in een album verdween.

ACHTER DE HERINNERINGEN

Toch had de Zoo van Zwartberg ook een andere kant. Een grote en steeds veranderende verzameling dieren verzorgen vroeg ruimte, personeel en geld. Volgens LABIOMISTA ontving de privézoo geen subsidies. Intussen werden de eisen voor de huisvesting en het welzijn van dieren strenger. Wat de zoo bijzonder maakte — haar grote aantal dieren en eigenzinnige werking — werd daardoor steeds moeilijker vol te houden. Er gebeurden bovendien pijnlijke dingen. In 1976 kwam een dierenverzorger om het leven in de berenkuil. In 1987 ontsnapten bavianen, die volgens de latere reconstructie van Het Belang van Limburg wekenlang voor opschudding zorgden in Genk. Zulke gebeurtenissen behoren evenzeer tot de geschiedenis van de zoo als de familiefoto’s en de mooie uitstappen. In de jaren negentig werd de kritiek op de omstandigheden waarin sommige dieren leefden steeds luider. Een BBC-reportage uit 1994 bracht de toestand van de zoo internationaal onder de aandacht. Dierenrechtenorganisaties protesteerden, terwijl de financiële problemen bleven wegen. Veel bezoekers hielden warme herinneringen aan Zwartberg over; tegelijk waren er ernstige vragen over het welzijn van de dieren. Beide verhalen mogen verteld worden.

HET EINDE VAN EEN TIJDPERK

De sluiting voltrok zich dus rond 1997–1998;  In 1999 kocht de stad Genk de terreinen van de voormalige mijn en zoo. De directeursvilla bleef bewaard en werd in 2005 als monument beschermd. In 2009 opende de buurt het bewegwijzerde ZWAZOOpad, een naam die het verleden van de plek levend hield. Sinds 2019 heeft het terrein met LABIOMISTA opnieuw een bestemming. Op dezelfde grond volgen zo drie hoofdstukken elkaar op: eerst de mijn, daarna de zoo en nu een plek voor kunst, natuur en ontmoeting. Wie er vroeger kwam, zal bij de naam Zoo van Zwartberg misschien meteen weer een bepaald beeld voor zich zien: de ingang, een dier achter het hek, de hand van een ouder of grootouder tijdens de wandeling. De zoo zelf is verdwenen. Maar zolang die foto’s en verhalen worden gedeeld, blijft ook dit hoofdstuk van Zwartberg bestaan.

zondag 27 september 2026

BOORSEM EX-GRAVELCO 2011

Updated

Een laag winterlicht valt over het ondergelopen terrein. Het bord van Gravelco staat er nog, met de installaties op de achtergrond. Wie hier naar het stille water kijkt, ziet ook een stukje van het werkverleden van Boorsem.

X


zaterdag 26 september 2026

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) RIJKSKOLONIEGESTICHT 1910

Updated 

Op de foto ligt een lange houten boot stil op het water. Daarachter zien we de huizen van Reckheim, de kerktoren en rechts het imposante kasteel d’Aspremont-Lynden. Het water op de voorgrond is de Zuid-Willemsvaart, niet de Maas. Het kanaal werd tussen 1822 en 1825 aangelegd en bracht handel en bedrijvigheid naar het dorp. Achter die rustige gevels ging een minder zichtbaar verhaal schuil. In 1809 wees Napoleon het kasteel van Reckheim aan als bedelaarskolonie. Mensen zonder bestaansmiddelen kwamen er terecht. Het gesticht groeide uit tot een wereld met eigen werkplaatsen en een landbouwkolonie die voedsel leverde. Ook Rekem zelf was ermee verweven: dorpsbewoners vonden er werk en de brandweer van het gesticht rukte eveneens uit in de omgeving. Rond 1910 was het kasteel echter nog geen psychiatrische instelling. Na een periode als heropvoedingsgesticht voor jongens kreeg het in 1904 de bestemming van Maison de Refuge, een toevluchtshuis voor mannen zonder bestaansmiddelen. Pas op 20 december 1920 werd het Rijkskrankzinnigengesticht opgericht; de eerste psychiatrische patiënten arriveerden in januari 1921. Men kijkt dus op de foto naar Reckheim in de jaren van het toevluchtshuis.  In de loop van de twintigste eeuw veranderde het domein opnieuw. Er kwamen gebouwen voor het gesticht bij, terwijl de instelling lange tijd als een vrijwel zelfstandig dorp bleef functioneren. In 1974 opende het nieuwe psychiatrische zorgcentrum Daelwezeth aan de Daalbroekstraat. Het oude kasteeldomein kreeg later andere bestemmingen en bleef zo bewaard.  De boot, het kanaal en de daken geven de foto haar verstilde sfeer. Maar het kasteel vertelt ook over de mensen die achter zijn muren leefden en werkten. Dat maakt dit uitzicht op Oud-Rekem meer dan een mooi dorpsgezicht: het is een herinnering aan twee eeuwen sociale zorg, arbeid en veranderende opvattingen over wie hulp nodig had.

X


vrijdag 25 september 2026

VRACHTWAGEN VAN RUBBERFABRIEK CARIDENG

Updated en ingekleurde versie (de vrachtenwagen was donker groen)

Originele foto

Op de foto staat een vrachtwagen met sierlijke letters op de laadbak: ‘Caoutchouc Carideng Rubber – Lanaken’. Op de motorkap staat ‘Viking’. Het is een beeld uit de tijd waarin rubberverwerking voor honderden mensen in en rond Lanaken dagelijks werk betekende; achter die naam schuilt een belangrijk stuk plaatselijke industriegeschiedenis. De geschiedenis van de fabriekssite begon zelfs vóór de rubberproductie. Volgens de geschiedenispagina van opvolger Hercorub was er ooit een diamantslijperij gevestigd. Sinds 1924 was het een rubberbedrijf, aanvankelijk onder de naam NV Radium en later als Carideng. De bronnen die ik vond, geven geen exact jaar voor die naamsverandering.  Lanaken veranderde in de twintigste eeuw van een overwegend landelijke gemeente in een plaats met belangrijke industrie. Het Agentschap Onroerend Erfgoed beschrijft hoe de kanalen, het Briegdendok, de spoorlijn en het station de industriële ontwikkeling hielpen dragen. Papier, kunstvezels en rubber gingen mee het uitzicht en de werkgelegenheid in het zuiden van de gemeente bepalen. Carideng maakte deel uit van die verandering. 

Een zware klap in 1981

Tegen het einde van de jaren zeventig kwam Carideng in ernstige moeilijkheden. In een vergadering van de Vlaamse Raad op 26 maart 1981 verklaarde staatssecretaris P. Akkermans dat er al in 1978 een saneringsplan was gestart, met privaat kapitaal en een lening onder staatswaarborg. Die poging bracht geen blijvende oplossing. NV Carideng werd op 4 maart 1981 failliet verklaard.  De gevolgen waren groot. Parlementslid J. Gabriels sprak tijdens diezelfde vergadering over 415 werknemers die werkloos waren geworden en noemde de sluiting een zware klap voor het Maasland. Dat cijfer komt uit zijn parlementaire tussenkomst. Na het faillissement lieten de curatoren een rendabel deel van de activiteiten tijdelijk doorgaan terwijl naar een overname werd gezocht.  Op 7 september 1981 begon op de site een nieuw bedrijf: Hercorub, aanvankelijk met ongeveer veertig medewerkers. Daarmee bleef een deel van de kennis en rubberproductie in Lanaken aanwezig, al kon die nieuwe start het verlies van de vele Carideng-banen niet ongedaan maken. Ook gebouwen uit het Carideng-verleden bleven nog een tijd bestaan. Hercorub vermeldt dat in 1990 de 34 meter hoge bakstenen schouw en de eerste fabrieksgebouwen op de site werden afgebroken. 

X

GENK (TOEN GENCK) - "KOSENHUISJE" EN VILLA "BRETHEIDE" (ARTIKEL 1972)

Upscaled Deze foto werd gemaakt vanaf de Henri Decleenestraat, vóór 1903. Op de voorgrond bemerkt men het "Kosenhuisje"; 1834 ston...