Zoeken in deze blog

vrijdag 20 februari 2026

HET MENNEKEN VAN DIEPENBEEK (1865-1956)

Ingekleurde versie

Upscaled

In de eerste helft van de twintigste eeuw zochten vele mensen voor allerlei kwalen hun heil in het gebed. Niet te verwonderenn dat de talrijke bedevaartsoorden drukker bezocht werden dan de kabinetten van de dokters. Tegen elke ziekte was er een heilige, wiens hulp men inriep om genezing of beterschap te bekomen. Daarnaast waren er de gebedsgenezers, meestal ouderen, bij wie men aanklopte omdat ze speciale gebeden kenden tegen tandpijn, oog- of oorkwalen, kinderziekten, wratten of zweren, waarvan de laatste in die tijd veel voorkwamen. De gebedsgenezer of wonderdokter die de mensen van de Hei het meeste vertrouwen inboezemde en aan wie men bovennatuurlijke gaven toechreef, was zonder twijfel Mathieuke Vanharen. Mathieuke was van Vliermaal afkomstig, waar hij op 6 september 1865 werd geboren. Na zijn huwelijk in Diepenbeek op 28 april 1899 met Jozefien Wolfs vestigde hij zich op de Dorpheide, namelijk, Alfons Jeurissenstraat 77. Het paar dat kinderloos bleef, adopteerde de zoon van de broer van Mathieuke, zijn petekind dat ook Mathieu werd genoemd. Hij verdiende de kost als kleine boer en werkte ook een tijdje in de mijn. Zijn grootste bekendheid, tot ver buiten de grenzen van Diepenbeek, verwierf hij echter gebedsgenezer of wonderdokter. Mathieuke ontving zijn talrijke patiënten in de zogenaamde "Goei" kamer. Na het aanhoren van zijn klachten, maande hij de patiënt aan om samen met hem met geloof en vertrouwen te bidden.Bij zijn vertrek stond het de klant vrij om een gift te leggen in de daartoe bestemde schaal. Over de vaak komische gesprekken tussen de wonderdokter en zijn patiënten deden er op de Hei de meest ongelofelijke verhalen de ronde. Nog meer bekendheid verwierf hij in 1948 toen hij een reporter van Het Belang van Limburg op bezoek kreeg. In de krant van 5 mei publiceerde deze reporter een uitgebreid artikel. Daarop liep het de volgende weken storm naar de Dorpheide. Zonder een gedetailleerd stratenplan was het voor de patiënten van Mathieuke een ware zoektocht naar zijn woning. Vooral omdat de krant alleen als locatie 'Dorpheide' had vermeld. Het lijdt geen twijfel dat zijn activiteiten Mathieuke geen windeieren legden, wat aan zijn sobere levenswijze absoluut niet te merken was. Hen "Menneke van Diepenbeek" bereikte de gezegende leeftijd van 91 jaar en overleed op 8 juni 1956.

XX



dinsdag 17 februari 2026

MARTENSLINDE - VERENIGING VAN KLOMPENMAKERS (FOTO 1918)

Ingekleurde versie

Upscaled

In de 19e eeuw en tot midden 20e eeuw droegen de mensen over het algemeen klompen. In de archieven van Martenslinde wordt melding gemaakt van enkele klompenmakers in het dorp. Volgens de volkstelling van 1890 zijn er twee klompenmakers. Tot midden de 20e eeuw zijn er trouwens nog diverse mensen in Martenslinde die klompen maakten.

X





STOKKEM - DE MANDENMAKERIJ







X

dinsdag 10 februari 2026

DIEPENBEEK - HENRIE STOKX 1904-1985 (ARTIKEL 1966)


Wie te Diepenbeek een niet al te grote man, type Marokkaan, met een vierkant zwart snorretje en een zwarte muts, die hem nooit verlaat, op het hoofd, tegenkomt, weet dat hij te doen heeft met boomsnoeier Henri Stokx. Boomsnoeien lijkt een beroep gelijk een ander, ware het niet dat… en Harie vertelt ons. “Op 62-jarige leeftijd ben ik een van de enige boomsnoeiers uit het land die er niet voor terugschrikken om nog in de hoogste kanadabomen te klimmen. “Bomen jagen” noemen wij dat. Wie  denkt dat het toch bepaald gevaarlijk beroep dat ik uitoefen, veel geld op brengt slaat er ver naast. Men betaalt mij voor mijn werk zeker niet slechts maar de werkelijke werkperiode bedraagt slechts drie  wintermaanden per jaar, aan een gemiddelde werktijd van drie dagen per week. Soms doe ik nog wel het een of het ander klein werkje, daar waar men het mij vraagt, maar dat brengt ook weer niet heel veel op. Ik woon op de Bent, in een zelf gefabrikeert (sic) houten huisje, waar ik feitelijk alleen slaap. Eten doe ik op een andere plaats, waar men me zeer goed behandeld. Elektriciteit heb ik niet en ik bedien mij van een petroleumlampje. Dat geeft ook licht. De zeer korte werkperiode die ik heb, wordt dan ook nog dikwijls onderbroken door de slechte weersomstandigheden zoals vorst, storm en sneeuw, die het beklimmen der bomen onmogelijk maken.” Harie beweert verder dat zijn beroep niet van gevaren ontbloot is. Gedurende zijn snoeiersloopbaan viel hij niet minder dan 8 maal uit een boom. Het enige letsel dat hij ooit  bij deze valpartijen opliep, was een ontwrichte schouder, toen hij op 1 mei 1958 van een hoogte van 12 m. viel. Hospitalisatie kwam er echter nooit bij te pas. Die val van 12 m. was trouwens nog een geluk, beweert hij, daar hij even goed vanuit de top van diezelfde boom had kunnen vallen en dat was 35 m. Dan had het erger kunnen zijn. Wie in het bezit is van bomen die door Harie Stokx gesnoeid werden, die mag zeker zijn dat hij er deugd aan heeft, beweert Harie. Hij snoeide bv. Kanadabomen, die daarna in volle zomer herplant werden, maar die niet eens uit de groei geraakten. Voor wat de toekomst betreft, wil Harie zijn beroep nog verder blijven uitoefenen zolang hij dat kan. Een mens moet toch van iets leven, beweert hij.

X

zaterdag 7 februari 2026

woensdag 4 februari 2026

HET MENNEKEN VAN DIEPENBEEK (1865-1956)

Ingekleurde versie Upscaled In de eerste helft van de twintigste eeuw zochten vele mensen voor allerlei kwalen hun heil in het gebed. Niet t...