Aan de ene kant van de muur liggen de doden van Vlijtingen voor eeuwig te rusten, aan de andere kant drinken de klanten van Griet en Giel hun pintjes. Slechts weinig zondagse kerkgangers, die niet anders kunnen dan via het kerkhof langs de Majestic passeren, gaan zonder biertje terug naar huis. Bij Griet (68) en Giel (72) zijn alle tafels, behalve die ene ronde, tegen de muur geschoven. De klanten leunen met de rug tegen diezelfde muur, de blik gericht naar de ster in het midden van het café. Soms is dat Griet, maar die kruipt na elke tapbeurt gezellig tussen de klanten en kijkt tussen het gebabbel door mee naar de andere ster, die de vloerders destijds hebben ingewerkt in het centrum van de 66 jaar oude vloer. Een Amerikaanse soldaat die tijdens de oorlog in de streek de zware gevechten meemaakte, kwam onlangs nog eens binnengesprongen. “Nothing has changed”, riep hij terwijl hij de ster fixeerde. En inderdaad: er is weinig veranderd in de Majestic sinds Bèbbe, de moeder van Griet, in 1935 de tap voor het eerst liet lopen. De eenvoudige vetplanten voor het raam zijn nieuw en de toog dateert van 1962, toen Griet de zaak overnam. De kappersstoel, die destijds in de hoek op een verhoogje stond en waarin Lom, de broer van Griet, de klanten kortwiekte, is verdwenen. Ook de houten plank met gat en de in repen gesneden kranten die het wc-papier moesten vervangen en die volgens de wat oudere klanten “letters in de onderbroek” bezorgden, werden meer dan tien jaar geleden vervangen door een moderne pot en zacht papier. Maar voor de rest bleef het café authentiek. Opvallend sober is de gelagzaal. Er hangen slechts twee affiches: een geel-zwarte voor een verkoop en een witte met de aankondiging van de volgende thuismatch van Vlijtingen VV. “Wat zou ik hier meer moeten ophangen voor die ‘ouw lui’?”, zegt Griet, die naar eigen zeggen nog nooit bier heeft gedronken. “Ze drinkt ’s nachts”, plagen Naar van Cis Schepers en Pierre van Wem van de Brek haar.
De fietsen voor het raam
Bèbbe had vijf dochters en dat lokte het mansvolk. De fietsen reikten soms van tegen het raam tot het midden van de straat, maar dat was toen nog geen probleem in het landelijke Vlijtingen. Een van die fietsen behoorde toe aan Giel. Op een zondagmorgen fietste hij vanuit Veldwezelt naar Vlijtingen omdat de pastoor een kanarievogel te koop had. Maar de pastoor was net de mis aan het doen, dus ging Giel “ne bok” drinken. Na de mis trok hij met zijn kanarie terug naar de Majestic. En daar is hij eigenlijk nooit meer echt weggegaan. Griet en Giel hebben geen kinderen, tenzij je de klanten meetelt. Die worden in de watten gelegd. “Ge krijgt alles wat hij in stock heeft”, zegt André van Mariëtte van de dikke Nele. Die “stock” bestond vroeger onder meer uit selders, andijvie en kroezelkolen uit de moestuin. Nu krijgen de klanten van Giel een snee met Herfse kaas, die hij speciaal in het nabijgelegen Wallonië gaat kopen, en soms ook wel eens spek en eieren. In de gelagzaal wordt echter alleen gedronken; wie honger heeft, moet naar de keuken.
Friettechnieker
Veel klanten van de Majestic zijn of waren bijzondere figuren – tenminste, dat zeiden ze zelf. Zo was er “Thieuke de Kantonnier”, die beweerde dat hij een knap bokser was geweest. De andere klanten hingen in het café een op het kerkhof geleende krans onder een foto van Thieuke en schreven erbij: “Thieuke was heel gelukkig. Of ‘Jef Pedal’”. Jef Pedal was een wielertoerist die wel eens langskwam en op zekere dag beweerde dat hij goed accordeon kon spelen. Dat vroeg natuurlijk om een demonstratie. Er werd een accordeon gehaald en Jef slaagde erin het café voor het eerst in zijn geschiedenis tijdens de openingsuren leeg te krijgen. Uit eerlijke schaamte kwam hij daarna nooit meer terug. Nog zo’n figuur was “Marcel de Friettechnieker”, een man die vroeger een frituur had en altijd opnieuw uitlegde hoe je de beste frieten moest maken.
Kaarten, pintjes en gendarmen
De klanten komen naar de Majestic om te kaarten. Elke avond zitten er drie tafels te kwajongen, een pintje te drinken en te “zeiveren”. Behalve op zondag. Dan komt na de hoogmis de “boerenkliek” om de problemen van de stiel te bespreken. Problemen zijn er in de Majestic nooit geweest. Toch moest de rijkswacht af en toe langskomen om orde op zaken te stellen. Zo zorgde een akkefietje tussen twee klanten die duidelijk boven hun theewater waren voor een uit de hand gelopen situatie. Het slachtoffer belde de gendarmen, die op dat moment in de Voer andere katten te geselen hadden. Alles was al lang vergeten toen de mannen van de wet ongeveer een halfuur later alsnog kwamen vragen wat er precies scheelde. “Gelukkig hebben we ze met een paar ‘bokken’ kunnen paaien,” lacht Giel. Zo bleef Café Majestic wat het altijd geweest was: een eenvoudig dorpscafé waar nauwelijks iets veranderde, waar Griet na het tappen tussen haar klanten kroop, waar verhalen sterker werden naarmate de avond vorderde en waar de vaste klanten hun vertrouwde plaats rond de ster in het midden vonden. Een café tussen kerk en kerkhof, tussen leven en dood, maar bovenal een plaats waar het oude Vlijtingen nog tastbaar aanwezig was.
X


%20-%20DE%20STER%20IN%20HET%20MIDDEN%20(ARTIKEL%202002)%202.png)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten