Deze oude opname brengt ons terug naar het landelijke Genk van vóór de grote mijnontwikkeling. Genk werd destijds als Genck geschreven. Aan het einde van de 19de eeuw was het nog een klein Kempendorp, omringd door uitgestrekte heidevelden, akkers, bossen en verspreid liggende gehuchten. In 1900 telde Genk slechts 2.537 inwoners. De foto toont het eenvoudige hart van zo'n Kempense woning. Geen salon of pronkkamer, maar een leefruimte waarin bijna het hele dagelijkse leven samenkwam. De grote open haard vormde letterlijk en figuurlijk het middelpunt van het huis. Hier werd gestookt en gekookt en tijdens koude dagen zocht men er de warmte op. Potten, pannen, aardewerk en eenvoudig huisraad kregen hun vaste plaats dicht bij het vuur. Rechts zit de vrouw bij haar spinnewiel. Wol verwerken, spinnen, naaien en herstellen behoorden tot de vele werkzaamheden die thuis gebeurden. Links zit de man in zijn eenvoudige werkkleding en pet. Het beeld straalt geen rijkdom uit, maar het vertelt des te meer over een bestaan waarin vrijwel niets verloren mocht gaan en waarin veel zelf werd gemaakt, verbouwd of hersteld. Dat sobere leven paste bij het oude Kempense landschap. De zandgronden rond Genk waren arm. Eeuwenlang combineerden de bewoners landbouw en veeteelt met het gebruik van de uitgestrekte heide. Via het potstalsysteem werden heideplaggen en mest gebruikt om de schrale landbouwgrond vruchtbaarder te maken. Op de Genkse akkers kwamen onder meer rogge, haver, aardappelen en boekweit voor; vooral boekweit kon goed gedijen op de arme Kempense gronden. Juist daarom is zo'n interieur een bijzonder tijdsdocument. Het toont Genck aan de vooravond van een enorme omwenteling. In 1901 werd in de Limburgse Kempen steenkool ontdekt. Daarna verschenen in Genk de mijnzetels van Zwartberg, Waterschei en Winterslag. De eigenlijke grootschalige productie kwam vooral na de Eerste Wereldoorlog op gang en veranderde het oude landbouwdorp voorgoed. Tegen 1930 was de bevolking al aangegroeid tot 24.574 inwoners. Wat op deze foto nog overheerst, is dus het oude Genck van vóór de mijnen: het knetterende haardvuur, het spinnewiel, de houten meubels, het eenvoudige vaatwerk en mensen die leefden volgens het ritme van daglicht, seizoenen en landarbeid. Een stil Kempens interieur, zonder luxe en zonder haast.
Een stukje Genck uit een wereld die enkele tientallen jaren later bijna volledig verdwenen zou zijn.
X
%20KEMPENS%20INTERIEUR.png)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten