Na de Tweede Wereldoorlog veranderde ook het uitzicht van onze dorpswinkels. De tijd waarin veel kruideniers hun waren nog los uit bakken, tonnen, zakken en grote voorraadbussen verkochten, begon langzaam te verdwijnen. Steeds meer fabrikanten brachten hun producten kant-en-klaar verpakt op de markt. Merken als Spar, Fort en Limburgia werden vertrouwde namen achter de winkelruit en op de schappen. Een mooi tijdsbeeld daarvan zien we op deze foto's van de Sparwinkel in de Stationsstraat. Achter de typische bakstenen gevel, met het grote rood-witte Spar-embleem boven de etalage, bevond zich een echte buurtwinkel zoals er in de jaren vijftig nog zoveel waren. De grote etalageruit werd zorgvuldig ingericht om voorbijgangers te verleiden binnen te stappen. Binnen was vrijwel iedere beschikbare centimeter benut. De schappen stonden van onder tot boven gevuld met dozen, blikken, pakken en bokalen. We herkennen onder meer Persil, Omo, Dreft en Fort: merknamen die in vele huishoudens van die tijd een vaste plaats begonnen te krijgen. Achter de toonbank stond mevrouw Maria Eurlings-Franssen. Op de prachtige interieurfoto zien we haar tussen haar koopwaar, gekleed in haar werkschort, met voor haar de snijmachine en de uitgestalde voedingswaren. Het was nog de tijd waarin de winkelierster haar klanten persoonlijk kende, de boodschappen bijeenzocht en vleeswaren en andere producten ter plaatse afwoog of afsneed. Een bezoek aan de winkel was dan ook meer dan alleen boodschappen doen. Er werd nieuws uitgewisseld, een praatje gemaakt en men wist vaak precies wat de vaste klant nodig had. Maria Eurlings-Franssen moet bovendien een bijzonder goede winkelierster zijn geweest. In de jaren vijftig werd zij vanwege haar omzet door de firma Limburgia letterlijk „in de bloemetjes gezet” als modelwinkelierster. Een mooie erkenning voor een vrouw die achter haar toonbank lange dagen maakte en mee het gezicht van de plaatselijke middenstand bepaalde. Naast haar werk in de Sparwinkel was Maria ook elders bedrijvig. Volgens de bewaard gebleven documentatie baatte zij in de Bessemerstraat een zaadhandel annex specerijenwinkel uit. Daarmee behoorde zij tot die generatie zelfstandige middenstanders voor wie werken, handel drijven en persoonlijk contact met de klant haast vanzelfsprekend met elkaar verbonden waren. De foto's vertellen ondertussen nog veel meer dan alleen het verhaal van één winkel. Ze tonen een periode waarin het winkelen fundamenteel aan het veranderen was. De oude buurtwinkel bleef nog bestaan, maar de moderne merkproducten rukten op. De houten schappen en persoonlijke bediening stonden naast kleurrijke verpakkingen en reclame van steeds grotere firma's. Het was eigenlijk de overgang van de traditionele kruidenier naar de moderne zelfbedieningswinkel en supermarkt die enkele jaren later het straatbeeld steeds sterker zou gaan bepalen. Wie vandaag naar deze volle winkelrekken kijkt, krijgt bijna vanzelf heimwee naar een verdwenen wereld. Geen eindeloze gangen of anonieme kassa's, maar een kleine winkel waar de vrouw achter de toonbank nog wist wie er binnenkwam. De Sparwinkel in de Stationsstraat was zo'n plaats: een winkel, een ontmoetingspunt en een stukje dagelijks dorpsleven tegelijk. Het gebouw zelf bleef bestaan, maar kreeg later een andere bestemming. Waar ooit de Sparwinkel gevestigd was, bevond zich volgens de bij de foto's bewaarde beschrijving later de Melrose. De winkel verdween, de tijd veranderde en ook de manier waarop mensen hun dagelijkse boodschappen deden zou nooit meer dezelfde worden. Wat rest zijn deze bijzondere beelden: de statige bakstenen gevel met het Sparbord, de rijkgevulde etalage en vooral Maria Eurlings-Franssen achter haar toonbank, omringd door de producten van haar tijd. Geen opgevoerd tafereel uit een museum, maar een blik op het echte dagelijkse leven van de jaren vijftig – toen de winkel om de hoek nog een naam, een gezicht en vooral een verhaal had.
X




Geen opmerkingen:
Een reactie posten