Toen de bal voor het eerst door Boorsem rolde
Een dorpsverhaal over de voorlopers van Boorsem Sport, de jaren van rivaliteit en de mensen die het voetbal telkens weer op gang brachten.
Wie de geschiedenis van het voetbal in Boorsem wil vertellen, moet verder teruggaan dan 1937. Al in 1916 werd er in het dorp gevoetbald. Volgens de clubhistoriek was het de jonge Jozef Zeegers die andere jongens het spel leerde. Hun terrein lag aan de Kromstraat en het café van Bet Visschers was hun clublokaal. Ze hadden zelfs een clublied: De Albrechtzonen, genoemd naar koning Albert I. Die eerste ploeg hield stand tot 1927. Haar officiële clubnaam, als die er was, wordt in de geraadpleegde historiek niet vermeld.
Je kunt je voorstellen hoe anders zo’n voetbalzondag er toen uitzag. Er waren geen kunstgrasvelden of verlichte avondtrainingen. Het voetbal had een plek nodig om te spelen en mensen die bereid waren iets te organiseren. In Boorsem begon dat verhaal op een veld aan de Kromstraat, met een café als vaste ontmoetingsplaats.
Twee ploegen, één dorp
Na het verdwijnen van die eerste ploeg bleef de bal niet lang liggen. Er ontstonden twee nieuwe elftallen: de Standaart en de Snelle. Het waren meer dan twee namen op een wedstrijdblad. Volgens de clubhistoriek verdeelden ze de dorpsgemeenschap in twee kampen. Over een bekerwedstrijd in Lanaken bleef zelfs het verhaal bewaard dat ze eindigde in een regelrechte veldslag. Wie er won, wanneer de wedstrijd precies plaatsvond en wat er gebeurde, staat in die bron niet uitgewerkt. Het is dus een herinnering uit de cluboverlevering, geen wedstrijdverslag dat we tot in de details kunnen reconstrueren.
Die rivaliteit kreeg een keerzijde. In de jaren dertig had Boorsem een tijdlang geen vaste voetbalploeg meer. Pas in 1937 kwamen mensen opnieuw bijeen om samen een club op te bouwen. De eerste bespreking vond plaats bij Wies Kuijpers. De naam werd Boorsem Sport; de kleuren werden rood en zwart, aanvankelijk gedragen als een rode trui met een zwarte broek.
Een nieuwe start in 1937
Mathieu Paas diende op 13 februari 1937 de aanvraag tot oprichting in. Later dat jaar werd Boorsem Sport als werkende club aanvaard. Het speelveld lag toen aan het kanaal. De club noemt een hele reeks mensen die bij haar ontstaan betrokken waren, onder wie Jan Eykelberg, Jules Houben, Jules en Mathieu Milissen, Pierre Giesen en verschillende leden van de familie Visschers.
Een van de mooiste kleine bijzonderheden uit die begintijd gaat over Pierre Eykelberg. Hij was schatbewaarder, maar hielp ook op een heel praktische manier: met zijn bierwagen vervoerde hij de spelers. Zo’n detail vertelt bijna evenveel als een uitslag. Een dorpsclub bestond dankzij mensen die, naast hun gewone werk, tijd en middelen vrijmaakten om het voetbal mogelijk te maken.
De eerste competities brachten wisselend succes. In 1938 werd Boorsem zevende van elf ploegen; in 1939 vierde van zes. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de club spelen. Na de oorlog volgden sterke jaren met tweede plaatsen in 1948, 1952 en 1953. De titel bleef telkens buiten bereik, maar Boorsem had zich gevestigd als een ploeg waarmee tegenstanders rekening hielden.
Bijna bovenaan, bijna zonder veld
Rond 1960 stond Boorsem lange tijd aan de leiding. Een wedstrijd tegen Elen, die op 1–1 eindigde, werd volgens de clubhistoriek voor een massa volk gespeeld. Toch lukte het niet om een heel seizoen bovenaan te blijven. Goede spelers vertrokken en ook de belangstelling langs de lijn nam af.
Het dieptepunt kwam in 1974. Boorsem zakte naar de toen nieuw opgerichte vierde provinciale. Volgens de eigen geschiedschrijving ontbrak het de club aan geld, spelers én een voetbalveld. Dat er daarna opnieuw een ploeg kwam die kon meedoen, was het werk van bestuursleden, teruggekeerde spelers en mensen die een nieuw terrein vonden. Er kwamen vaste trainingsuren; Mathieu Maes hielp het kameraadschap in de spelersgroep herstellen. Onder trainer Huub Palmen promoveerde Boorsem in 1976 via de eindronde weer naar derde provinciale.
De jaren die niemand vergat
In 1981–1982 vierde Boorsem Sport zijn eerste kampioenstitel. Het volgende seizoen ging de ploeg meteen opnieuw voor de hoogste plaats, nu in tweede provinciale. Boorsem en Eksel eindigden met evenveel punten, waardoor twee testwedstrijden de titel moesten beslissen. Volgens de clubhistoriek lokten die samen 8.000 toeschouwers. Eksel won de titel, maar voor Boorsem bleven het wedstrijden die een vaste plaats kregen in de dorpsherinnering.
Ook 1984 bracht een prijs: de Schaal van Maasmechelen, na winst tegen Patro Eisden en in de finale tegen Uikhoven. Tijdens het weekend van 4 en 5 juli 1987 vierde de club haar vijftigjarig bestaan. Ze kreeg toen de titel Koninklijke. Aan het wijkcentrum in de Kannegatstraat stond een feesttent; de verjaardag was een gebeurtenis voor het hele dorp.
Daarna bleven goede en moeilijke seizoenen elkaar afwisselen. Boorsem werd op de laatste speeldag van 1992–1993 opnieuw kampioen, maar degradeerde een jaar later. Na nog een degradatie in 1995–1996 moest de club zich herpakken. Ricardo Garcia y Vilar nam daarin volgens de clubhistoriek een belangrijke rol op zich. De jeugdwerking werd van nul heropgebouwd, zodat ook een nieuwe generatie kinderen weer in Boorsem kon voetballen.
De bal bleef rollen
Een opvallend seizoen was 2007–2008: meer dan honderd doelpunten en 73 punten, maar toch geen titel. Op 13 april 2014 was het feest wél compleet. Na een spannende titelstrijd met Ven Maaseik werd Boorsem kampioen in vierde provinciale B en keerde terug naar derde provinciale. Een promotiekans tegen Heers in 2018 ging verloren na strafschoppen.
Het seizoen 2019–2020 kreeg een onverwacht einde door corona. Toen de competitie werd stilgelegd, stond Boorsem na 25 speeldagen eerste met 64 punten. In datzelfde jaar volgde promotie en begon de aanleg van een kunstgrasveld, terwijl vrijwilligers mee de accommodatie vernieuwden. Van het vroege terrein aan de Kromstraat tot een verlicht veld: het zijn heel verschillende hoofdstukken van dezelfde voetbalgeschiedenis.
Enkele weetjes op een rij
- Het voetbal in Boorsem begon vóór Boorsem Sport: de eerste ploeg wordt al in 1916 vermeld.
- De Standaart en de Snelle waren de twee rivaliserende ploegen vóór de oprichting van Boorsem Sport.
- De club kende door de jaren heen verschillende speelplekken: eerst wordt de Kromstraat genoemd, bij de oprichting in 1937 een terrein aan het kanaal.
- Pierre Eykelbergs bierwagen deed in de beginjaren dienst als vervoer voor spelers.
- De twee testwedstrijden tegen Eksel in 1983 trokken volgens de clubhistoriek samen 8.000 toeschouwers.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten