zondag 20 september 2026

ACHTER DE MUREN VAN HET PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS OUD-REKEM

Updated
Op deze oude groepsfoto zien we zestien mannen, opgesteld voor een statig gebouw op het domein van Oud-Rekem. Vooraan ligt een lederen voetbal. Enkele mannen dragen eenvoudige sportkleding, anderen een donker werkpak of een pet. Een van hen houdt een krant of tijdschrift vast, verschillende mannen hebben een pijp of sigaret in de mond. De man uiterst links draagt een klein rond draadbrilletje. Achter deze ogenschijnlijk eenvoudige groepsfoto gaat een veel grotere geschiedenis schuil: die van een oud grafelijk kasteel dat achtereenvolgens een bedelaarsgesticht, een heropvoedingsinstelling en uiteindelijk een psychiatrische inrichting werd.

Kleding en vermoedelijke datering

De platte petten, korte jasjes, bretels, losse werkbroeken en eenvoudige hemden passen bij de kleding van arbeiders en bewoners van instellingen tijdens het interbellum. Ook het kleine ronde draadbrilletje van de man uiterst links was in het begin van de twintigste eeuw een gebruikelijk model. De lederen voetbal lijkt te behoren tot het oudere type dat uit verschillende leren panelen werd samengesteld. Op basis van kleding, kapsels, fotografische techniek en de vroege voetbaluitrusting lijkt een datering in de jaren 1920 of 1930 aannemelijk. Dat past bij de beginperiode van het krankzinnigengesticht, dat in 1921 werd geopend. Dit blijft echter een visuele inschatting en geen bewezen datum.


Updated
Deze unieke begraafplaats, aan de rand van het  Nationaal Park Hoge Kempen in een naaldbos, werd aangelegd om overleden patiënten van het psychiatrisch ziekenhuis van Rekem te begraven.

Van residentie van graven tot staatsinstelling

Eeuwenlang was Rekem — vroeger ook Reckheim genoemd — het centrum van een klein zelfstandig rijksgraafschap. Het kasteel van d’Aspremont-Lynden vormde het bestuurlijke hart van dat gebied. Het huidige kasteelcomplex werd in hoofdzaak in de zeventiende eeuw opgetrokken door de graven van d’Aspremont-Lynden. In 1778 verliet de grafelijke familie Rekem definitief. Daarmee kwam een einde aan de periode waarin het kasteel als adellijke residentie werd gebruikt. Tijdens de Franse tijd werd het complex opgeëist en kreeg het poortgebouw tijdelijk een functie als militair hospitaal. Een deel van het kasteeldomein werd nadien afgebroken of aangepast. Vanaf 1809 kreeg het kasteel een heel andere bestemming: het werd ingericht als bedelaarsgesticht. Mensen die geen vaste woonplaats, werk of bestaansmiddelen hadden, werden in die tijd dikwijls niet als slachtoffers van armoede beschouwd, maar als een maatschappelijk probleem dat onder toezicht moest worden geplaatst. Het gesticht van Rekem maakte deel uit van een bredere negentiende-eeuwse politiek waarbij armoede, landloperij en bedelarij met opsluiting, arbeid en tucht werden bestreden. Het bedelaarsgesticht bleef tot 1891 bestaan. Daarna wisselde het complex nog enkele malen van bestemming. Tot ongeveer 1920 werd een gedeelte gebruikt voor de heropvoeding van zogenaamde “justitiekinderen”: minderjarigen die door een rechtbank waren geplaatst of die volgens de toenmalige overheid toezicht en heropvoeding nodig hadden.

Het ontstaan van het krankzinnigengesticht

In 1921 werd het kasteel officieel als krankzinnigengesticht in gebruik genomen. Het woord “krankzinnig” klinkt vandaag hard en vernederend, maar was toen de officiële juridische en medische benaming. De mensen die er terechtkwamen vormden geen homogene groep. Onder hen bevonden zich personen met ernstige psychiatrische aandoeningen, verstandelijke beperkingen, epilepsie, alcoholproblemen, dementie en mensen die door hun omgeving of de overheid als moeilijk, onaangepast of gevaarlijk werden beschouwd.

De grenzen tussen ziekte, armoede, afwijkend gedrag en maatschappelijke uitsluiting waren destijds lang niet altijd duidelijk. Een opname kon bovendien zeer lang duren. Sommige bewoners verbleven tientallen jaren in Rekem en anderen zouden het gesticht nooit meer verlaten.

De instelling ressorteerde aanvankelijk onder het Ministerie van Justitie. Dat zegt veel over de toenmalige benadering van psychiatrische patiënten: bewaking, orde en afzondering wogen dikwijls zwaarder dan behandeling of herstel. Pas in 1948 nam het Ministerie van Volksgezondheid de bevoegdheid over. Vanaf dat ogenblik werd de inrichting officieel als psychiatrisch ziekenhuis erkend. OPZC Rekem vermeldt 1921 als het begin van de psychiatrische instelling en 1948 als het belangrijke bestuurlijke keerpunt.

Een dorp binnen het dorp

Het oude gesticht was grotendeels zelfvoorzienend. Achter de muren bevonden zich niet alleen slaap- en ziekenzalen, maar ook keukens, wasplaatsen, werkhuizen, opslagruimten, een boerderij, stallen en verschillende ambachtelijke werkplaatsen. In latere gebouwen op het domein waren onder meer een wasserij, een schrijnwerkerij, schoen- en kleermakerij, werkplaatsen en patiëntenverblijven ondergebracht. Het gesticht functioneerde daardoor als een klein, afgesloten dorp binnen Oud-Rekem. De instelling produceerde een aanzienlijk deel van wat zij zelf nodig had. Brood, groenten, vlees, kleding, herstellingen en onderhoudswerk konden gedeeltelijk op het domein worden verzorgd.

Patiënten die lichamelijk sterk genoeg werden geacht, werkten mee in:

  • de landbouw en veeteelt;
  • de keuken en bakkerij;
  • de wasserij;
  • de schoonmaak en het huishoudelijke werk;
  • de tuinbouw;
  • de schoenmakerij en kleermakerij;
  • de schrijnwerkerij en andere werkhuizen.

Volgens het historische overzicht van OPZC Rekem bleven de zwakkere of ernstiger zieke patiënten vaak op hun afdeling of langdurig in bed. De werkende bewoners werden gezien als nuttig voor het functioneren van de instelling. Arbeid gold bovendien als een middel om orde, regelmaat en discipline aan te brengen. Vanuit hedendaags perspectief moeten we daar kritisch naar kijken: het was niet altijd vrije of behoorlijk betaalde arbeid en de grens tussen bezigheidstherapie en verplichte arbeid was dikwijls vaag.

De mannen op de foto

De foto toont waarschijnlijk een van de zeldzame momenten waarop de bewoners niet aan het werk of op de afdeling werden vastgelegd, maar samen deelnamen aan ontspanning of sport. De voetbal op de voorgrond is nadrukkelijk in het midden geplaatst. Dat is vermoedelijk geen toeval. Hij vertelt de kijker dat deze mannen een ploeg vormden, of minstens voor een sportief groepsportret bijeen waren gebracht. Voetbal bood beweging en afleiding, maar had binnen instellingen ook een opvoedkundige functie: het spel bracht regelmaat, samenwerking en groepsdiscipline. De mannen dragen geen volwaardige, uniforme voetbaltenues zoals we die vandaag kennen. De lichte hemden en broeken van een aantal spelers kunnen eenvoudige sport- of instellingskleding zijn. Andere mannen dragen donkere jassen, vesten en petten. Mogelijk stonden spelers, begeleiders en personeelsleden samen op de foto. Een sluitende identificatie is zonder bijkomende documentatie echter niet mogelijk. Hun houdingen zijn opvallend natuurlijk. Sommigen kijken ernstig, anderen lijken licht te glimlachen. Er wordt gerookt, een man houdt een hoofddeksel in zijn handen en rechts staat iemand met een krant of geïllustreerd blad. Het is geen medisch portret en evenmin een foto van een afdeling. De mannen worden hier voor even als ploeg en als groep afgebeeld. Juist daardoor is het beeld bijzonder. In officiële documenten werden bewoners vooral geregistreerd als patiënt, dossiernummer of diagnose. Op deze foto staan zij als personen voor de camera: met een eigen gezicht, kleding, houding en uitstraling.

De landbouwkolonie en de hoeve

De zelfvoorziening van het gesticht bouwde voort op een oudere traditie. Al in het midden van de negentiende eeuw verwierf de instelling heidegronden rond de huidige Daalbroekstraat. Daar ontstond een landbouwkolonie met een grote hoeve en omliggende akkers. Ook na de opening van het krankzinnigengesticht bleef die hoeve belangrijk voor de voedselvoorziening. Volgens historische gegevens werkten er op een bepaald moment ongeveer veertig patiënten, begeleid door een vijftal personeelsleden. Zij verzorgden het land, de dieren en verschillende onderhoudswerken. De hoeve bleef tot 1991 in dienst van de instelling. Het landbouwbedrijf was dus meer dan een nevenactiviteit. Het vormde een wezenlijk onderdeel van het dagelijkse bestaan in Rekem. De seizoenen bepaalden er het werk: zaaien, maaien, oogsten, dieren verzorgen, hout verwerken en voedsel bewaren. Voor sommige patiënten bracht dat buitenlucht en regelmaat; voor anderen zal het zwaar en verplicht werk zijn geweest.

Leven onder toezicht

Het leven in het gesticht verliep volgens een strak dagschema. Opstaan, wassen, eten, arbeid, rust en slapen gebeurden op vastgelegde tijdstippen. Privacy was gering. Veel patiënten verbleven in grote slaap- en dagzalen. Het personeel moest met beperkte middelen grote groepen mensen bewaken en verzorgen. Een voormalige bewaker en verpleger vertelde later dat er in zijn beginperiode maar één dokter voor de hele instelling was en dat ieder personeelslid minstens vijfentwintig patiënten onder zijn hoede kon hebben. Psychologen waren er toen nog niet. De instelling was gesloten en de patiënten kwamen nauwelijks buiten de muren. Die getuigenis heeft vooral betrekking op de jaren vanaf 1964, maar laat zien hoe lang het oude, sterk op bewaking gerichte systeem bleef voortbestaan Ook afzondering maakte deel uit van de vroegere psychiatrie. Op het domein bevond zich een cellenblok voor patiënten die als onhandelbaar werden beschouwd. In die tijd waren kalmerende geneesmiddelen, psychotherapie en gespecialiseerde begeleiding nog beperkt of niet beschikbaar. Rustkuren, afzondering, lichamelijke beheersing, arbeid en toezicht vormden daarom belangrijke onderdelen van de dagelijkse praktijk. Dat betekent niet dat ieder personeelslid hardvochtig was of dat iedere patiënt voortdurend slecht werd behandeld. Veel verpleegkundigen, bewakers, religieuzen en arbeiders probeerden binnen de toenmalige omstandigheden voor de bewoners te zorgen. Maar het systeem was gesloten, hiërarchisch en vooral op orde gericht. De stem van de patiënt woog nauwelijks mee.

De vergeten begraafplaats

Niet iedereen keerde naar huis terug. Patiënten die in Rekem overleden en geen contact meer hadden met hun familie, werden op de eigen begraafplaats van de instelling begraven. Deze begraafplaats lag nabij de landbouwkolonie aan de Daalbroekstraat. Van 1921 tot 1981 werden er volgens de erfgoedinventaris ongeveer 1.750 mannelijke patiënten ter aarde besteld. De graven kregen sobere betonnen kruisen met een metalen naamplaatje. Het geheel werd in zes percelen verdeeld, met een centrale dreef en een calvarie aan het uiteinde. Die eenvoudige kruisen vertellen misschien wel het aangrijpendste deel van het verhaal. Veel bewoners waren na jarenlange opname uit het zicht van hun familie en de samenleving verdwenen. Hun leven eindigde binnen dezelfde instelling waar zij soms tientallen jaren hadden verbleven. Sinds 1981 worden overleden patiënten op de openbare begraafplaats of op verzoek van de familie elders begraven. De oude patiëntenbegraafplaats bleef bewaard en wordt tegenwoordig bewust in haar natuurlijke omgeving laten verstillen.

Het bezoek van koning Boudewijn

In 1960 bezocht koning Boudewijn de instelling. Dat bezoek werd een belangrijk moment in de geschiedenis van Rekem. De verouderde gebouwen en leefomstandigheden maakten duidelijk dat ingrijpende vernieuwing nodig was. Na het bezoek kwamen extra middelen beschikbaar en werden plannen gemaakt voor een moderne nieuwbouw aan de Daalbroekstraat. De eerste steen van het nieuwe complex werd op 20 november 1967 gelegd. De verhuizing begon in 1969 en verliep in verschillende fasen. Volgens OPZC Rekem arriveerde de laatste groep patiënten pas in 1989 op de nieuwe locatie. In 1972 werd de instelling opnieuw officieel als psychiatrisch ziekenhuis erkend. Tegelijk verschoof de visie geleidelijk van levenslange opsluiting naar behandeling, begeleiding en maatschappelijke re-integratie. De oude kasteelsite verloor daarmee stap voor stap haar functie als psychiatrische instelling. Een bron over het latere domein vermeldt 1988 als het jaar waarin het Rijkspsychiatrisch Centrum er definitief werd gesloten. Daarna volgde een lange periode van leegstand, plannen, restauratie en herbestemming.

Van gesticht naar psychiatrisch zorgcentrum

In 1990 kreeg de instelling een nieuw statuut en de naam Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem, afgekort OPZ Rekem. Vanaf 1991 bestond de organisatie uit een psychiatrisch ziekenhuis en een psychiatrisch verzorgingstehuis. In de daaropvolgende jaren werden nieuwe woonvormen, beschut wonen en begeleiding buiten de instelling ontwikkeld. In 2006 werd de organisatie een extern verzelfstandigd agentschap en kreeg zij haar huidige naam: Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, of OPZC Rekem. De verandering van naam weerspiegelt een veel grotere ontwikkeling. De vroegere bewoner die achter gesloten deuren werd opgesloten, werd steeds meer gezien als een zorgvrager met rechten, mogelijkheden en een eigen stem. De hedendaagse psychiatrie legt meer nadruk op herstel, behandeling, persoonlijke begeleiding, familiecontact en deelname aan de samenleving.

Het oude domein vandaag

Veel gebouwen van het voormalige gesticht zijn later gerestaureerd of herbestemd. De wasserij, werkplaatsen, patiëntenverblijven, het koetshuis en verschillende ambachtelijke gebouwen kregen een nieuwe functie, vaak als woning. Het domein werd omgevormd tot een parkachtige woonomgeving, waarbij een aanzienlijk deel van de historische structuur behouden bleef. Daardoor zijn de sporen van het gesticht nog altijd zichtbaar. Achter de gerestaureerde gevels lagen vroeger slaapzalen, werkhuizen en dienstruimten. Waar nu mensen wonen en wandelen, leefden ooit honderden bewoners in een grotendeels afgesloten wereld.

Een foto die mensen hun gezicht teruggeeft

We mogen de mannen op deze foto niet uitsluitend bekijken door het harde woord “krankzinnigen” dat de overheid destijds gebruikte. Het waren mensen met een naam, een afkomst en een levensverhaal. Sommigen waren ziek, anderen verstandelijk beperkt of sociaal ontworteld. Sommigen verbleven tijdelijk in Rekem; anderen brachten er bijna hun hele volwassen leven door. De voetbal vooraan maakt de foto menselijk. Hij herinnert eraan dat het dagelijkse leven zelfs binnen een gesloten instelling niet alleen uit ziekte, arbeid en toezicht bestond. Er waren vermoedelijk ook wedstrijden, gesprekken, rookpauzes, kameraadschap en ogenblikken waarop men even niet uitsluitend patiënt was. Wie de mannen precies waren, weten we niet. Toch verdienen zij het om niet als anonieme curiositeit te worden bekeken. Deze foto is een getuigenis van een verdwenen wereld en van een periode waarin psychiatrische patiënten grotendeels uit de samenleving werden weggehaald. De geschiedenis van het gesticht in Oud-Rekem is daarom geen eenvoudig verhaal van goed of kwaad. Het is een geschiedenis van zorg én opsluiting, van arbeid én afhankelijkheid, van vooruitgang én menselijk leed. Het oude kasteel, de werkhuizen, de hoeve, de begraafplaats en deze voetbalploeg vormen samen het tastbare geheugen van meer dan een eeuw psychiatrie in Rekem.

X


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

KOTEM / ELSLOO - DE HAL MET OVERBLIJFSELEN RUÏNE VAN HET KASTEEL VAN ELSLOO

Updated en Ingekleurde versie De Hal met de overblijfselen van het verdronken kasteel van Elsloo Op deze bijzondere opname kijken we vanaf ...