donderdag 22 oktober 2026

HERBRICHT - KONIKPAARDEN EN BOERDERIJ

Updated

Herbricht – konikpaarden en boerderij. Digitale aquarelillustratie met bovenstaande foto als inspiratie.

Er zijn beelden die met het verstrijken van de jaren een andere betekenis krijgen. Eerst zie je vooral de rust: enkele konikpaarden die grazen, een open weide en op de achtergrond een oude boerderij. Later wordt zo’n opname ook een herinnering aan wat verdwenen is. De boerderij die hier nog deel uitmaakt van het landschap, werd in 2021 afgebroken. Daarmee bewaart dit beeld een stukje Herbricht dat vandaag niet meer op dezelfde manier te zien is. Bij de paarden gaat het leven ondertussen verder. Ze buigen hun hoofd naar het gras, schuiven langzaam een eindje op en zoeken elkaars gezelschap. Hun aanwezigheid past bij de natuurontwikkeling langs de Maas, waar grote grazers mee vormgeven aan het landschap. In het RivierPark Maasvallei zijn vooral konikpaarden en gallowayrunderen daarvoor vertrouwde dieren geworden.  Het konikpaard komt oorspronkelijk uit Polen. De naam konik betekent letterlijk ‘paardje’. Achter dat bescheiden woord schuilt een sterk en sober paardenras, dat vroeger ook als werkpaard werd gebruikt. Het zijn dus paarden met een geschiedenis van domesticatie, die zich goed lenen voor een vrij leven in natuurgebieden. Hun gehardheid en hun vermogen om met wisselende omstandigheden om te gaan, maken hen geschikt voor natuurlijke begrazing.  Wie een kudde langere tijd bekijkt, merkt dat de dieren meer doen dan ieder afzonderlijk hun voedsel zoeken. Paarden leven in sociale verbanden. Ze onderhouden onderlinge relaties en maken deel uit van kleinere groepen, ook wanneer verschillende groepen samen een grotere kudde vormen. De rust die een grazende kudde uitstraalt, hoort bij een sociaal leven dat voor een voorbijganger maar gedeeltelijk zichtbaar is.  Ook het grazen zelf heeft betekenis. Konikpaarden eten kort gras en kruiden en vullen daarmee het graasgedrag van runderen aan. Zo ontstaan verschillen tussen kort begraasde plekken en ruigere begroeiing. Het resultaat is een afwisselend landschap met open grasland, struiken en bosjes. De paarden helpen dus mee het uitzicht van de Maasnatuur te bepalen. Elke dag opnieuw, zonder dat daar het geluid van een machine aan te pas komt. Hun leven buiten volgt het ritme van de seizoenen. In de warmere maanden kunnen ze reserves opbouwen; tegen de winter ontwikkelen ze een dikkere vacht. Ze kennen beschutte plaatsen en passen hun gedrag aan het weer aan. Natuurmonumenten beschrijft hoe de kuddes in de Maasvallei het hele jaar buiten leven en vertrouwd raken met de voedselplekken en veilige plaatsen in hun gebied. Die vrijheid gaat samen met toezicht en kuddebeheer door de verantwoordelijke organisaties. Langs de Maas blijft ook de rivier zelf een bepalende aanwezigheid. Bij laagwater steken grote grazers soms naar de andere oever over. Voor hen is het water dan een doorgang in hun leefgebied, terwijl het voor mensen tegelijk de grens tussen België en Nederland vormt. Dat natuurlijke gedrag vraagt samenwerking tussen de beheerders aan beide zijden van de rivier. De oude boerderij op de achtergrond geeft dit tafereel een bijzondere diepte. Haar muren herinneren aan het landbouwleven dat zo lang bij het Maasland hoorde. Ze vormde een herkenningspunt achter de grazende paarden, een vaste lijn in het open landschap. Nu het gebouw verdwenen is, kijken we anders naar die achtergrond. Wat vroeger vanzelfsprekend aanwezig leek, blijkt achteraf een belangrijk onderdeel van onze herinnering. Een foto bewaart zo meer dan alleen het ogenblik waarop de sluiter werd ingedrukt. Ze legt ook de verhouding vast tussen dieren, gebouwen en landschap. De paarden bewegen verder, het gras groeit opnieuw, de seizoenen keren terug. Een afgebroken boerderij keert niet terug. Haar plaats blijft bestaan, maar het vertrouwde silhouet leeft verder op beelden en in het geheugen van wie het gekend heeft. Wie de konikpaarden vandaag langs de Maas ontmoet, kan het best rustig op afstand blijven kijken. RivierPark Maasvallei vraagt minstens 25 meter afstand te houden, de dieren niet te voeren of te aaien en niet door de kudde te lopen. Zo behouden de paarden hun natuurlijke gedrag. 

X

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

LAMAZE, EEN NIEUWE JEUGDCLUB TE KOTEM-BOORSEM (FOTO 1973)

Ingekleurde versie Updated Lamaze, een jeugdvereniging die langzaam maar zeker groeide  Wie terugdenkt aan het vroegere dorpsleven, denkt al...