Aan de oever van de Maas staat een kudde rundvee verspreid over het gras. Sommige dieren grazen met de kop naar beneden, andere kijken in de richting van de fotograaf. Achter hen ligt de rivier, met enkele smalle bootjes dicht bij de kant. Aan de overzijde tekent zich een rij bomen af, weerspiegeld in het water. Het is een eenvoudig tafereel, maar juist daarin schuilt de waarde van deze oude prentkaart: ze bewaart een stukje dagelijks leven dat ooit vanzelfsprekend was. Bovenaan staat het opschrift: “MECHELEN a/M — Op de boorden der Maas te Genheuth.” De kaart, hier aangeduid met het jaartal 1921, voert ons naar het huidige Geneuth, bij Kotem. De oudere schrijfwijzen Genheuth en Cothem horen bij de plaatsnamen die we op historische kaarten en prentkaarten tegenkomen. Dat de kaart Mechelen-aan-de-Maas vermeldt, is betekenisvol. Geneuth was vroeger een enclave van die gemeente. Het gehucht werd pas in 1970 bij Kotem gevoegd. Op de achttiende-eeuwse Ferrariskaart staat het al aangeduid als Hameau Op Geenhuyt. Achter het bescheiden Maasgezicht gaat dus ook een geschiedenis van oude plaatsnamen en gemeentegrenzen schuil. De runderen bevinden zich volgens de aangeleverde beschrijving op de Weerd, de uitgestrekte en vruchtbare weilanden langs de Maas. Hier vormden gras, vee en rivier samen een vertrouwd landschap. Voor de landbouwende bevolking waren zulke gronden van groot belang. Ze boden ruimte om dieren te laten grazen en maakten deel uit van de bestaansmiddelen van de dorpen langs het water. De vruchtbaarheid van de Maasvallei was mede het werk van de rivier zelf. Bij overstromingen zette de Maas slib af, waardoor in de loop van de tijd rijke landbouwgronden ontstonden. De weilanden op deze foto moeten we daarom zien als onderdeel van een landschap dat door zowel de natuur als het boerenwerk werd gevormd. Vóór de Eerste Wereldoorlog hadden landbouw en veeteelt een belangrijke plaats in het leven van de Mechelaren. Mechelen-aan-de-Maas was tot in de twintigste eeuw een klein landbouwdorp. Daarbij bestond een duidelijk verschil tussen de vruchtbare gronden nabij de Maas en de armere heidegronden verder naar het westen. De ligging van een akker of weide bepaalde mee welke mogelijkheden een gezin had om zijn bestaan op te bouwen. Op de prentkaart krijgt die landbouwgeschiedenis een tastbare vorm. We zien geen cijfers of eigendomsakten, maar dieren aan het water, mensen langs de oever en bootjes die herinneren aan het gebruik van de rivier. Wie de runderen bezat en welke taak de afgebeelde personen uitvoerden, valt uit de foto alleen niet met zekerheid af te leiden. Het beeld toont wel hoe dicht het dagelijkse leven zich bij de Maas afspeelde. In de jaren na deze kaart zou de streek sterk veranderen. In Eisden begon de steenkoolontginning in 1923. De mijn bracht nieuwe werkgelegenheid en trok mensen van elders aan. Geleidelijk kreeg de omgeving een ander aanzien en veranderde ook het bestaan van vele landbouwersgezinnen. Toch bewaart dit Maasgezicht de herinnering aan het oudere land. Aan een oever waar runderen graasden, waar bootjes tegen de kant lagen en waar het werk afhankelijk bleef van grond, seizoenen en water. De kudde op de Weerd maakt die verdwenen wereld even zichtbaar: het landelijke Mechelen-aan-de-Maas, met Geneuth als een kleine plek in de grote geschiedenis van de rivier.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
COTHEM / BOORSHEIM - MOORD AAN DE MAAS 1909
De geheimzinnige dood van Th. Kortleven in Cothem en Boorsheim — 1909 Sommige gebeurtenissen blijven aan een dorp verbonden, lang nadat de m...
-
2018 2018 2023 De hobby-bakkerij van bakker-op-rust Jules Milissen, de stichter van de bakkerijketen 'De Korenaar', met winkels in M...
-
De kuiper of tonnenmaker is een ambachtsman die houten kuipen of tonnen maakt. Losse stukken hout bewerkt hij tot planken en duigen. Daarna ...
-
In de zomer werden de koeien gemolken in de weilanden. Die weilanden lagen meestal niet in de directe omgeving van de boerderij. Het melken ...

Geen opmerkingen:
Een reactie posten