Voor de bakstenen gevel van Baijot heeft het dagelijkse leven even stilgestaan. Mannen zitten met hun glas aan kleine tafeltjes, vrouwen en kinderen kijken naar de fotograaf en in de deuropening staan enkele mensen dicht bij elkaar. Links staat een fiets. Boven de ramen vertellen de opschriften waarvoor men hier terechtkon: hotel, café en restaurant. Het is een opname die de gezelligheid van een uitspanning langs een drukke verkeersroute tastbaar maakt. De naam Baijot is ook op oude postkaarten terug te vinden. Het Café-Hôtel-Restaurant Baijot was dichtbij het buurttramstation van Tournebride gelegen. De combinatie van café, hotel en restaurant paste goed bij deze ligging. Wie onderweg was, kon er iets drinken, een maaltijd gebruiken of overnachten. De tafeltjes en stoelen op de foto tonen bovendien dat het leven zich bij geschikt weer tot buiten uitstrekte. Hun aanwezigheid geeft de gevel wel iets menselijks: achter de naam Baijot ging een plaats schuil waar mensen elkaar ontmoetten.
Tournebride: een naam uit de tijd van paarden en postkoetsen
Tournebride lag aan een belangrijke verbinding door het Maasland. De naam wordt doorgaans uitgelegd als het omdraaien van de teugels. Daarbij wordt vaak verteld dat hier de paarden van een paardentram werden omgespannen. Spoorhistorisch onderzoek in Op de Rails spreekt dat tegen: in Tournebride heeft geen paardentram gereden. De naam bestond al in de achttiende eeuw en wordt daar verbonden met de postkoetsroute van Tongeren naar Maaseik via Maastricht. De tram die later kwam, was een stoomtram. Zo droeg Tournebride in 1927 nog een herinnering aan een oudere manier van reizen. Waar vroeger paarden en koetsen het vervoer bepaalden, kregen reizigers later aansluiting op het buurtspoornet.
De steenweg: de verbinding met de buitenwereld
De weg Maastricht–Maaseik werd in 1812–1813 aangelegd. Deze steenweg ontsloot onder meer Neerharen en Smeermaas en werd een belangrijke verkeersas voor de omgeving van Tournebride. Langs die verbinding ontstonden nieuwe concentraties van bebouwing. Een horecazaak bij de weg en het tramstation bevond zich daardoor op een gunstige plaats voor reizigers en bezoekers. Bij een voorstelling van de steenweg in 1927 moeten we denken aan gemengd verkeer: voetgangers, fietsen, paard en kar en het toenemende gemotoriseerde vervoer. De straat vóór het café had nog een ruwe ondergrond.
En langs die verkeersas passeerde de tram
In 1927 behoorde de buurttram al bijna dertig jaar tot de omgeving van Tournebride. De lijn Tongeren–Lanaken opende op 15 mei 1897. Op 7 januari 1898 kwam de verbinding met Tournebride tot stand, met aansluiting op de route naar Maastricht. Tournebride groeide uit tot een knooppunt met een tramstelplaats. Hier kwamen de verbindingen richting Tongeren en richting Maastricht en Maaseik samen. De tram hoorde dus bij het leven rond Baijot.
Lanaken in 1927: een dorp in verandering
Lanaken had tot het begin van de twintigste eeuw een overwegend landelijk karakter. Industrie en nieuwe werkgelegenheid veranderden dat geleidelijk. Ook de opening van de nabijgelegen steenkoolmijn van Eisden droeg bij aan de groei van de tewerkstelling en de bevolking. In 1927 leefden het oude dorpsleven en de nieuwe industriële wereld daardoor steeds sterker naast elkaar. De grote kanaalwerken die het landschap later grondig zouden wijzigen, moesten nog beginnen. De aanleg van het Albertkanaal dateert van 1929–1939; het verbindingskanaal Briegden–Neerharen volgde in de jaren dertig. Het Tournebride van deze opname behoorde dus nog tot het landschap van vóór die ingrepen. Juist daarom is deze foto zo waardevol. Zij bewaart een ogenblik waarop de geschiedenis zichtbaar wordt in gewone dingen: een fiets tegen het terras, een glas op tafel, nette kleding, een kind tussen de volwassenen en een open deur waarachter het caféleven verderging. Baijot staat hier als een herkenbaar rustpunt langs de steenweg, in een Lanaken dat steeds meer met de omliggende dorpen en steden verbonden raakte.
X


Geen opmerkingen:
Een reactie posten