zondag 25 oktober 2026

LAMAZE, EEN NIEUWE JEUGDCLUB TE KOTEM-BOORSEM (FOTO 1973)

Ingekleurde versie

Updated

Lamaze, een jeugdvereniging die langzaam maar zeker groeide 

Wie terugdenkt aan het vroegere dorpsleven, denkt al gauw aan de verenigingen die mensen samenbrachten. Achter iedere vereniging stonden inwoners die hun vrije tijd wilden geven om iets voor anderen te betekenen. Soms begon dat heel eenvoudig: met een gesprek, een gezamenlijk plan en een paar mensen die bereid waren de eerste stap te zetten. Ook in Kotem en Boorsem ontstond op die manier een initiatief dat de jeugd nieuwe mogelijkheden wilde bieden. We gaan terug naar het prille begin van Lamaze, een jeugdvereniging waarvan de naam was gevormd uit de woorden ‘Langzaam maar zeker’. Een toepasselijke naam voor jongeren die stap voor stap een eigen werking wilden opbouwen. Hun plannen waren ruim, hun middelen beperkt, maar de bereidheid om samen iets te ondernemen was er. Het enthousiasme na een eerste kamp, de mensen die de werking droegen en over de zorgen die bij zo’n initiatief kwamen kijken. 

Een gemis in het plaatselijke jeugdleven

Op dat moment was er noch in Kotem, noch in Boorsem een actieve jeugdbeweging. Voor jongeren die zich ter plaatse bij een jeugdvereniging wilden aansluiten, bestond dus een duidelijke leemte. In Boorsem had pastoor Willekens eerder een voorzichtige aanzet gegeven. Zijn vroegtijdige overlijden zorgde van het uitblijven van een verdere uitbouw. Wel blijkt dat het verlangen naar een eigen jeugdwerking bleef leven. Uiteindelijk waren het jongeren uit beide dorpen die besloten zelf initiatief te nemen. Zij wilden iets organiseren voor de kinderen en jongeren uit hun omgeving en tegelijk ook voor zichzelf een vereniging uitbouwen. Dat laatste verdient aandacht: ook de initiatiefnemers hadden behoefte aan een plek binnen het dorpsleven waar zij samen plannen konden maken en verantwoordelijkheid konden opnemen. Ongeveer twintig jongeren vonden elkaar rond dat voornemen. De meesten waren studenten. Vanuit die groep groeide Lamaze, met de bedoeling om de jeugd van beide parochies samen te brengen.

Een kamp in Zepperen gaf vertrouwen

Een belangrijk moment in het beginverhaal was een kamp in Zepperen. Ongeveer veertig jongens, tussen tien en veertien jaar oud, namen eraan deel. Voor een jonge groep was dat een flinke onderneming. Een kamp betekende immers veel meer dan een bestemming kiezen. Er moesten voorbereidingen worden getroffen, begeleiders beschikbaar zijn en financiële afspraken worden gemaakt. De verantwoordelijkheid voor een groep kinderen vroeg inzet, ook vóór de eigenlijke kampdagen begonnen. De eerste ervaring werd als geslaagd beschouwd. Dat succes moedigde de initiatiefnemers aan om verder te gaan. Er was nu iets tastbaars om op voort te bouwen. De groep had laten zien dat zij samen een activiteit kon organiseren waarvoor belangstelling bestond. Het kamp werd zo een vertrekpunt voor verdere plannen en voor de wens om een ruimere werking uit te bouwen.

De mensen achter de naam

De vereniging koos bewust voor een werking zonder voorzitter of secretaris. De betrokkenen wilden als kernleden samenwerken, zonder een onderlinge rangorde met vaste bestuurstitels. Dat was een opvallende keuze. De nadruk lag op de gezamenlijke inzet: de vereniging moest worden gedragen door de groep.

De namen op de foto niet in volgorde: Gerard Janssen, Jean en René Smeets, François Merlo, Tom, Jef, Leon en Thieu Lemmens, André Janssen, Jef Wijnen, Elianne Janssen, Anita en Monique Opsteyn, Mathieu Lovenich, Domien Kuypers, Mieke en Wim Delille en Jef Conaert.

Voor wie Kotem en Boorsem van toen heeft gekend, zal die opsomming wellicht herinneringen oproepen. Een naam kan voldoende zijn om opnieuw aan een dorpsgenoot, een vroegere vriend of een familielid te denken. Voor latere generaties maakt de lijst zichtbaar wie er bij het begin betrokken was. De geschiedenis van een vereniging bestaat tenslotte uit mensen. Een naam als Lamaze blijft bewaard op papier, maar zonder de inzet van de kernleden zou er geen kamp zijn geweest en geen programma om verder uit te werken.

Een vereniging met brede plannen

De initiatiefnemers wilden zich niet beperken tot één jaarlijks kamp. Hun voorgenomen programma bestreek verschillende onderdelen van het jeugdleven. Er waren plannen voor filmvoorstellingen waaraan een bespreking werd gekoppeld. Daarmee wilde men ruimte maken om na het kijken ook samen over een film na te denken en ervaringen of meningen uit te wisselen. Daarnaast werden kleinkunstavonden en discussieavonden genoemd. Ook de uitbouw van jeugdmissen behoorde tot de plannen. De band met de parochies was dus aanwezig in de werking die men voor ogen had. Verder dacht de groep aan vakanties voor kinderen, nieuwe kampperiodes en ontspanningsactiviteiten. Samen geven die voornemens een beeld van een vereniging die ontmoeting, cultuur, gesprekken en ontspanning wilde combineren. Kinderen moesten er activiteiten kunnen beleven, terwijl oudere jongeren ook gelegenheid kregen om zelf iets te organiseren en inhoud aan de vereniging te geven. Niet al die plannen mogen zonder meer als uitgevoerde activiteiten worden beschouwd. Het kamp in Zepperen had al plaatsgevonden; de andere onderdelen werden in 1973 voorgesteld als het programma waaraan men wilde bouwen.

Ook werkende jongeren moesten hun plaats vinden

Hoewel de eerste groep voornamelijk uit studenten bestond, wilde Lamaze zich uitdrukkelijk openstellen voor andere jongeren. Ook wie al werkte, moest aansluiting kunnen vinden. Die bedoeling maakte deel uit van het streven om een vereniging voor de plaatselijke jeugd te worden. De initiatiefnemers wilden hun werking verder laten groeien dan de kring waaruit zij zelf waren voortgekomen. Daarbij werkten jongeren uit Kotem en Boorsem samen aan één initiatief. De vereniging verbond zo mensen uit beide dorpen rond dezelfde behoefte: meer mogelijkheden om elkaar te ontmoeten en samen activiteiten te ondernemen.

De financiële werkelijkheid achter het enthousiasme

Wie een vereniging opricht, ontdekt al snel dat goede wil alleen de uitgaven niet dekt. Ook bij Lamaze kwam die werkelijkheid duidelijk naar voren. Het eerste kamp in Zepperen kostte 25.000 Belgische frank. Dat bedrag moest door een beginnende vereniging worden gedragen, terwijl ook andere kosten aandacht vroegen. Zo werd vermeld dat de verzekering op zichzelf al duurder was dan de gemeentelijke toelage die men ontving. De vraag om meer ondersteuning was dan ook een belangrijk onderdeel van het bericht. De kernleden vonden dat hun inzet de gemeenschap ten goede kwam en hoopten dat de gemeente hun werking sterker zou ondersteunen. Daarbij ging het ook om de opleiding van de begeleiders. Kernleden die een cursus voor monitor of monitrice volgden, moesten die tot dan toe zelf betalen. Naast hun vrije tijd staken zij dus ook eigen middelen in hun engagement. Dat detail zegt veel over de inspanning achter het initiatief. De vereniging wilde activiteiten aanbieden en tegelijk investeren in de mensen die daarvoor verantwoordelijkheid opnamen. Om dat te kunnen volhouden, waren voldoende inkomsten en ondersteuning nodig.

Belangstelling vanuit de dorpen

Volgens de verslaggever stonden heel wat inwoners van Kotem en Boorsem achter de jeugdgroep. Men hoopte dat Lamaze iets kon betekenen voor de jongeren en voor het verenigingsleven in beide dorpen. Dat vertrouwen was voor een beginnende werking van belang. Een vereniging heeft mensen nodig die deelnemen, maar ook een omgeving die haar inzet erkent en haar de kans geeft om te groeien.

Een begin dat het bewaren waard is

Ruim een halve eeuw later heeft dit bericht een andere betekenis gekregen. Wat in 1973 nieuws was over een pas begonnen jeugdvereniging, is vandaag een bron voor de geschiedenis van Kotem en Boorsem. Het bewaart de namen van de kernleden, de herinnering aan het kamp in Zepperen en de plannen waarmee jongeren aan de slag wilden. Ook de moeilijkheden zijn erin terug te vinden: de kosten van een kamp, de uitgaven voor vorming en de behoefte aan voldoende gemeentelijke steun. Daardoor krijgen we geen verhaal waarin alles vanzelf ging, maar een herkenbaar beeld van vrijwilligers die iets probeerden op te bouwen. Zij begonnen met de mogelijkheden die er waren en zochten onderweg naar middelen om verder te kunnen. De naam ‘Langzaam maar zeker’ past bij dat begin. De vereniging hoefde niet op de eerste dag volledig uitgebouwd te zijn. Er was een groep die wilde samenwerken, er was een eerste geslaagde ervaring en er waren ideeën voor de toekomst. Daar ligt de waarde van dit stukje dorpsgeschiedenis. Jongeren uit Kotem en Boorsem zagen een behoefte en besloten er samen iets aan te doen. Hun inzet verdient een plaats in de herinnering aan het verenigingsleven van beide dorpen.

X


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

LAMAZE, EEN NIEUWE JEUGDCLUB TE KOTEM-BOORSEM (FOTO 1973)

Ingekleurde versie Updated Lamaze, een jeugdvereniging die langzaam maar zeker groeide  Wie terugdenkt aan het vroegere dorpsleven, denkt al...