Zoeken in deze blog

vrijdag 31 januari 2025

DE TIJD VAN TOEN: US MEM 1966

De koe draagt de onderscheiding, maar het is haar eigenaar die zich trots voelt. Terwijl zijn (achter) kleindochter lijkt weg te dromen en zijn vrouw zich verschuilt achter de prijswinnares. Al sinds de Tweede Wereldoorlog fokt hij koeien die een optimale melkproductie kunnen leveren en nu is het eindelijk zover. 
Hij is de eigenaar van een 'prijsdier' dat 100.000 liter melk heeft weten te produceren. De dag na deze fotosessie, zal de 'superkoe', zonder sjerp en zonder fotografen, weer gewoon haar liters hebben gedoneerd. 

X

DE TIJD VAN TOEN: PRAATPALEN


Tot 2017 zag je ze langs elke Nederlandse snelweg: praatpalen. Om ongeveer de twee kilometer stond zo'n gele telefoonzuil. Had je autopech, dan kon je hiermee contact zoeken met de helpdesk van de ANWB, zoals op deze foto uit 1974 gebeurde. Je vertelde bij welk hectometerplaatje je je bevond en dan was de redding - als het goed was - nabij. De opkomst van de mobiele telefonie maakte deze iconische praatpalen overbodig. Daarom besloot de ANWB ze na bijna zestig jaar met pensioen te laten gaan. In andere Europese landen zijn deze telefonische hulplijnen overigens nog niet uit het straatbeeld verdwenen.

DE TIJD VAN TOEN: VISSENDE JEUGD IN DE JAREN '70


In de jaren 70 behoorde vissen in ieder geval tot de mogelijkheden. Met een bamboehengel trok je naar de dichtst bijgelegen vijver. Plak vers brood mee, waar je balletjes uit draaide voor aan de haak. Meestal kleine visjes, maar een brasem of karper zou het hengeltje ook vervaarlijk krom trekken. Je trok de landerijen in voor een mooie stek aan een vijver, kanaal of ander plekje waar je een visje aan de haak kon slaan.

X

DE TIJD VAN TOEN: LACHGAS BIJ DE TANDARTS (FOTO 1988)


Een bezoek aan de tandarts; het is niet ieders favoriete bezigheid. Wellicht denkt deze dame in de stoel daar anders over. Zij krijgt tijdens haar bezoek een neuskapje met lachgas toegediend.
 Het verdovingsmiddel was in 1988 nog relatief nieuw. In de Verenigde Staten was het al langer onder tandartsen bekend. Halverwege de negentiende eeuw experimenteerde de tandarts Horace Wells met het verdovingsmiddel en gebruikte het op zichzelf en zijn patiënten. In 1844 gaf hij als een van de eersten een demonstratie aan de Universiteit van Harvard. De patiënt kreeg echter te weinig lachgas toegediend waardoor de toeschouwers niet geloofden dat het hulpmiddel werkte. Inmiddels weten gezondheidsprofessionals wél precies welke dosering ze moeten toepassen en hoe ze het middel het beste in kunnen zetten. Het wordt veelal gebruikt op de spoedeisende hulp, bij bevallingen en op de prikpoli.

X

DE TIJD VAN TOEN: HOELAHOEPEN 1958

Midden in de hoepel staan en hem omhoog tillen. Hoepel tegen de taille, Knieën licht buigen en met beide handen de hoepel een flinke zwieper geven. En dan snel draaien met de heupen en maar hopen dat het lukt.

X

DE TIJD VAN TOEN: MOBIELE HOEFSMID 1961

Tot in de tweede helft van de vorige eeuw was de taak van de hoefsmid vaak een nevenfunctie van een gewone smid. Men ging met de paarden naar de smederij, waar zij 'warm' werden geslagen. Naast het bekappen, het afsnijden en bijvijlen van hoefranden plaatste hij ijzers onder de hoeven om slijtage door verharde wegen te voorkomen. Met zijn mobiele hoefsmederij maakte hij de ijzers precies passend. Hoefijzer-maatwerk dus! 

X

DE TIJD VAN TOEN: DRIE PAARDEN VOOR EEN MAAIMACHINE 1933


X

DE TIJD VAN TOEN - HET BOERENPAARD: NOG SPRINGLEVEND (ARTIKEL 1982)


X

DE TIJD VAN TOEN: PAARD GETROKKEN HOOIHARK 1953

Geen gedoe meer met brede hooiharken en kromme ruggen van de vele mensen die traditiegetrouw hielpen om het hooi binnen te krijgen. Hooien was immers ’hands on deck’. Maar toen arbeid na de oorlog duurder werd en veel jongelui hun geluk buiten de landbouw gingen zoeken, moest er een andere manier komen. De mechanisatie kreeg er een boost door en in plaats van werken met grote groepen mensen, was een deel van het hooiwerk ineens te doen met één man, één paard en één hark.Vooral op het weidebedrijf was het een enorme sprong vooruit. Daar was men immers, naast melken, erg veel tijd kwijt aan de grasoogst. De vele bewerkingen maakte het arbeidsintensief: maaien, keren, nog eens keren, harken, opladen, afladen enz. De tijd die men ermee kwijt was, verschilde overigens enorm, want geen situatie was hetzelfde. Elk bedrijf had zijn eigen manier uitgevonden om het werk zo efficiënt mogelijk te kunnen doen. De een had een boomstam achter de trekker om het hooi mee bij elkaar te trekken, de ander werkte met touwen die als sleepnet fungeerden en eenmaal thuis werd van alles ingezet, van hooivork tot glijplanken en hijsinstallaties, om het hooi in de berg of op zolder te krijgen. 20 manuren per 1.000 kilo droog hooi in de schuur, was beslist geen uitzondering, helemaal als het slecht hooiweer was.

X

DE TIJD VAN TOEN: STALMEST LADEN


X

donderdag 30 januari 2025

REKEM ( BOVENWEZETH-RECKHEIM) GOEDEN DAG


X

DE TIJD VAN TOEN: TIJD VOOR EEN PRAATJE (FOTO 1955)

Deze mannen zitten op het erf op melkbussen met elkaar te praten. De melkbus was onmisbaar op het boerenerf. Een goede melkbus was van staal en had geen lasnaad in de bodem. Er kon 40 liter melk worden opgevangen in een melkbus. Na het melken werd de melk in de melkbus gegoten en daar bewaard. De melkbussen werden aan de kant van de weg gereden en bleven daar staan tot ze door de melkrijder werden opgehaald om naar de zuivelfabriek te worden vervoerd.

X

woensdag 29 januari 2025

JAZZ BILZEN- JOEPIE BRENGT BLONDIE NAAR BILZEN 1978


X

 

DE TIJD VAN TOEN: VEEMARKT (FOTO 1912)

Op de veemarkt was het gezellig. De geur van stro en warme koeienlijven gaven een speciale sfeer. Het was een plezier om te kijken naar het spel van loven en bieden via handjeklap. Zo maakten de handelaar en degene die iets wilde kopen er een mooi spektakel van. De prijs werd bepaald op de markt en later in het café werd er afgerekend en werden de laatste roddels en verhalen nog eens doorgenomen.. Elke handelaar had een vaste plek, die vaak van vader op zoon werd doorgegeven. Zo wisten andere handelaren je altijd te vinden. Veel vrije tijd kenden de boer en de boerin niet in die tijd. Als er een jaarmarkt of veemarkt werd georganiseerd dan was dat een uitje dat zijn weerga niet kende. Zo'n jaarmarkt was ook een ideale ontmoetingsplaats voor jongeren. Veel jonge boeren en boerinnen troffen op de markt hun aanstaande echtgenoot of echtgenote. Op de markt was veel te zien en te beleven, een welkome afwisseling in de meestal rustige boerendorpen. Op de vele landbouwtentoonstellingen kwamen de boeren in aanraking met het nieuwste landbouwmaterieel en konden ze genieten van de nieuwe tractoren en andere werktuigen. Zo'n markt of tentoonstelling was een feest.

X

 

DE TIJD VAN TOEN: VARKENSBOER HAALT EERSTE PRIJS MET ZIJN ZEUG EN BIGGEN 1914


X

DE TIJD VAN TOEN: KINDEREN WERKEN MEE

Opgroeien op het platteland is leuk, je hebt volop ruimte en natuur om je heen. Maar het is ook meewerken met alles wat gedaan moet worden. Melken, hooien, kippen voeren, schoonmaken, en dat is nog maar een kleine greep uit de dingen die elke dag moeten gebeuren. Deze vier kleintjes zitten in de schouw, om het warme fornuis. De twee oudsten schillen de aardappelen, de twee jongsten kijken toe, lekker warm bij het fornuis. De achterwand van de schouw is helemaal betegeld.

X

DE TIJD VAN TOEN: MARSKRAMER (FOTO 1940)

De marskramer reisde door het hele land met zijn kist of mand vol kleine waren als band, garen, knopen, lucifers en ansichtkaarten. Van markt naar markt en van deur tot deur. Voor de boerin was het een van de weinige manieren om aan spullen uit de stad te komen. Bij een kop koffie werden dan ook meteen de laatste nieuwtjes besproken. In de jaren twintig van de vorige eeuw ging de jongere generatie ook wel op zaterdagavond naar de winkel. Er was toen nog geen winkelsluitingswet. De boodschappentas met lijst werd werd in de winkel afgegeven, waarna de boerenzonen verdwenen naar de keuken waar al enkele kannen met koffie klaar stonden. De tabaKspot stond midden op tafel. Hier in de keuken werden verhitte gesprekken gevoerd, de laatste nieuwtjes doorgenomen en informatie uitgewisseld, terwijl ondertussen de boodschappentassen werden gevuld.

X

maandag 27 januari 2025

DE TIJD VAN TOEN: KOFFIEPAUZE

Het huishouden in volle gang. De boerin schenkt koffie in voor de mannen die aan tafel zitten. Bij het aanrecht staat de vaat opgestapeld, bij de haard ligt een berg wasgoed te wachten tot het water in de fornuispot warm genoeg is. 

X

DE TIJD VAN TOEN: KERSENOOGST 1910

Deze stellage is zo gebouwd, dat degene die er bovenin zat goed kon zien waar de spreeuwen zich ophielden en deze kon verjagen met een schot. Deze wachter verschoot elf pond kruit per dag. De kersenpluk was een sociaal gebeuren. Sommige bedrijven sloten zelfs hun deuren om de arbeiders de gelegenheid te geven mee te helpen met de kersenpluk. De rolverdeling was duidelijk: de mannen plukten en de vrouwen zochten de kersen uit. In de jaren vijftig ging het snel achteruit met de kersenteelt, vanwege de sterke economische groei en de industrialisatie. Mensen gingen in fabrieken werken en woonwagenbewoners mochten niet meer het hele land doortrekken. Zo werd het steeds moeilijker om aan seizoenarbeiders te komen.

X

zondag 26 januari 2025

DE TIJD VAN TOEN: ERWTENOOGST 1938

Deze twee boeren zijn de erwten aan het wannen op de wind. Wannen is het door middel van wind wegblazen van kaf en andere stof. De boer nam een schop vol gedorste erwten, waar het kaf nog omheen zat. Deze volle schop hield hij hoog in de lucht en ondertussen liet hij hem langzaam leeglopen. De erwten waren het zwaarst en vielen recht naar beneden, terwijl het stof en het kaf wegwaaiden. Een goedkope, maar arbeidsintensieve manier van wannen.

X

AS (TOEN ASCH) LIMBURGSE KEMPEN 1907

Ingekleurde versie


XX

AS (TOEN ASCH) - EEN SCHILDERACHTIG HOEKJE

Ingekleurde versie


XX

VLIJTINGEN (RIEMST) - KERKSTRAAT


X

OPGLABBEEK (TOEN OP-GLABBEEK) 1919


X

zaterdag 25 januari 2025

DE TIJD VAN TOEN: EGGEN 1941

De paarden waren van groot belang voor de boer en moesten dus ook goed verzorgd worden. Een paard moest je goed voeren en bij slecht weer op stal zetten, zodat het geen kou vatte. Na de jaren vijftig kreeg de trekker de overhand en de paarden verdwenen. Hetzelfde werk kon in minder tijd en met minder arbeidskrachten worden gedaan.

X

DE TIJD VAN TOEN: ZO HIELD MEN VROEGER KIPPEN (FOTO 1929)


Kippen waren ideaal om het inkomen aan te vullen. Ze werkten keukenrestjes weg en zorgden verder voor zichzelf.

Ruim 95 jaar geleden keek deze boerin uit over haar erf waar kippen met kuikens de zojuist uitgestrooide keukenrestjes oppikken. Verder moesten ze zelf hun kostje maar bij elkaar scharrelen. Die zelfredzaamheid was het grote voordeel van de kip en om precies diezelfde reden werd het in hokken houden heel lang als financieel oninteressant gezien. Opgehokte kippen zouden bovendien minder eieren leggen, zo was de gedachte al veranderden de inzichten daarover snel. Het enige nadeel van rondscharrelende kippen was vroeger het vinden van het nest met de eieren. Een truc was om een kip die neiging tot leggen vertoonde, een beetje zout op haar endeldarm te doen. De prikkeling zou haar meteen doen terugrennen naar het nest dat daarmee dus gevonden was.

Terrein van de vrouw

Het gevleugelde deel van de veestapel was meestal het terrein van de vrouw. Zij voerde ze, raapte eieren en verkocht die op de markt. Pluimvee was in die jaren veelal geen aparte bedrijfstak. Aan rassen en selectie werd ook nog niet heel veel gedaan, de meest voorkomende kip was het ‘boerenhoender’ dat zich hield aan het ritme van de natuur. Lampen en lichtschema’s waren er nog niet, de kippen begonnen met leggen in het voorjaar en na het verstrijken van de langste dag daalde de curve alweer snel. Zodra de eerste nachtvorst een feit was, hielden ze er zelfs meteen mee op.

Aanvulling op boereninkomen

Hoewel er verschillend gevogelte rondliep op boerenerven, vormden met name de eieren, het vlees en het dons van kippen een welkome aanvulling op het boereninkomen, zeker op de schrale zandgronden waar het vaak sappelen was. Ook de mest was daar zeer welkom, de stikstofrijke kippenpoep werd zorgvuldig verzameld en bewaard. Het was de kunstmest van toen.

X



dinsdag 21 januari 2025

DE TIJD VAN TOEN: BOERENGEZIN 1951


X

DE TIJD VAN TOEN: KOE NELLY 1903

Deze vier mannen poseren met koe Nelly, dit pronkstuk weegt negenhonderd kilo.

X

VREUGER: ER ZOU IN MECHELEN 'ELETRIC' KOMEN (MAASMECHELEN)

Niemand in Mechelen had in feite echt behoefte aan elektriciteit. Meer nog: de meesten waren ertegen! Ze vreesden dodelijke ongevallen. Geregeld kon men er over horen. Die verhalen waren zelfs geïllustreert met bliksemse tekeningen vol afschuw. Stel je voor: je verschrompelt tot een hoopje as en krijgt dan nog niet eens een fatsoenlijke begrafenis in de kerk! Tijdens de rozenkransintenties in mei en oktober bad men zelfs 'voor die duivelse eletrik, behoed ons de Heer!. Neen, men was best tevreden met de kandelaartjes tijdens de vroege morgens en de korte avonden. Petrol brandde tot heil van iedereen in allerhande lampen. Kaarslicht was nog altijd goedkoper dan petrol! In de intimiteit van weinig licht werden kleine mannen gemaakt. Als daar al licht bij nodig was! Die kindertjes werden wel meestal geboren bij een op maximum gedraaide petroleumlamp want de 'wiesvrouw' diende goed te kijken wanneer de kleine zijn knikkertje liet zien. Kwamen eerst de teentjes of het kontje, dan diende gewerkt te worden om het borelingske te draaien. Er werd bijzonder aarzelend gereageerd bij die aanschaf van electriciteit. De 'reinkove' (steenbakkerij) had wel al in 1920 aangesloten. Die nam 'hunnen eletric' af van de gemeente Boorsem deels omdat de ringoven aan de andere kant van het kanaal lag en deels omdat die aansluiting vanuit Boorsem goedkoper was. In 1928 was in meer dan de helft van de huizen de elektrische verlichting beschikbaar. Maar het heeft tot ver in de dertiger jaren geduurd vooraleer men kon zeggen 'iedereen heeft het'. Een aantal zonderlingen bleven zweren bij kaars- en petrollicht.
Niemand jonger dan negentig kan zich nog een beeld vormen van de massa draden en palen die die nieuwe energietoevoer moest realiseren. En dan kwamen er al die telefoondraden er nog bij! Alles bovengronds. Vogels, vooral duiven en kermisballonnen stierven, verstrengeld in dat dradenweb, een lange dood. De kaarsrechte telefoonpalen kwamen uit de eeuwige bossen van Siberië. Veel later kwamen betonnen palen met gaten in het karwei overnemen; de houten palen van de telefoon, bleven. En die begonnen meer en meer te zingen door het steigend aantal gesprekken en berichten die door de draden zinderden. De porseleinen potjes aan de stroompalen waren dikwijls het slachtoffer van de plaatselijke jeugd. Immers de 'katteprul' was zeer populair en stak bij menig straatbengel in zijn broekzak. Tot ergernis van hen die de potjes moesten vervangen. Die kropen dan met mestkeverhaken aan hun zware schoenen naar boven en diende de stroom tijdelijk afgesloten te worden. Overdag was dat in die tijd geen echt probleem. Alleen in de ringoven konden dan een aantal machines uitvallen maar dan bood een noodgenerator wel een oplossing. Overdag had men in de woningen van het eventuele uitvallen van stroom, geen last. Radio, koelkasten, elektrische kookhaarden, boilers...: voor ons vanzelfsprekend maar voor onze grootouders verre toekomstmuziek. Het leven zonder dat elektrische comfort, dat kan toch niet! Jawel, dat kon, maar het leven verliep dan ook anders.

X


maandag 20 januari 2025

DE TIJD VAN TOEN: BOERIN MET BINDHEMDROK

De bindhemdrok voorkwam dat de 'daagse' kleding vol kafnaalden kwam te zitten.

DE TIJD VAN TOEN: BOER MET STAARTPLOEG

Om de staartploeg door de vette aarde te zeulen waren soms drie paarden vereist.

Er wordt gebruikgemaakt van kleine wielen. De besturing kwam een stuk hoger, waardoor de boeren zich niet zo ver voorover moesten bukken. De staartploeg was veel efficiënter en gemakkelijker in gebruik en dit leidde tot een hogere voedselproductie.

X

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) HISTORIEK - DE STEENWEG (ARTIKEL GESCHREVEN IN 2006) DEEL 1






















X