woensdag 12 augustus 2026

BOORSEM ROND DE JAREN '50 - DE GROENTEMAN

Ingekleurde versie

Updated

Toen de winkel nog aan de deur kwam

Boorsem, jaren vijftig. In een tijd waarin de auto nog lang geen vanzelfsprekend bezit was en een grootwarenhuis voor veel gezinnen ver weg lag, kwam een deel van de dagelijkse handel gewoon tot voor de deur. Ook de groenteman trok met paard en kar door het dorp, beladen met groenten en fruit. Het was een vertrouwd beeld in het straatleven van die jaren. Zo'n rondtrekkende handelaar werd officieel tot de leurhandel gerekend: het verkopen of aanbieden van waren van deur tot deur en op de openbare weg. In België bestond hiervoor reeds vóór de oorlog een wettelijke regeling. Het Koninklijk Besluit van 28 november 1939, later bekrachtigd bij wet in 1947, regelde deze vorm van handel. In Boorsem zal zijn komst nauwelijks onopgemerkt zijn gebleven. Het hoefgetrappel van het paard, het knarsen van de wielen en het stilhouden van de kar waren voor de huisvrouwen het teken om naar buiten te komen. De groenteman hoefde niet aan iedere deur afzonderlijk binnen te gaan. De kar was zijn winkel. De klanten kwamen er rond staan en kozen wat ze nodig hadden voor de dagelijkse pot. Dat dit geen romantisch verzonnen beeld is, blijkt uit herinneringen aan het dagelijkse leven in België rond 1950. In een getuigenis over die periode wordt beschreven hoe de groenteboer met paard en kar aan huis kwam, waarna de vrouwen rond de wagen gingen staan. Groenten en fruit werden op de weegschaal afgewogen en vervolgens rechtstreeks in de boodschappentas van de klant gelegd. Verpakkingen zoals wij die tegenwoordig kennen, waren nauwelijks nodig. Op de kar lagen, afhankelijk van het seizoen, aardappelen, kolen, wortelen, prei, ajuinen en andere groenten, naast appelen, peren en ander verkrijgbaar fruit. Het seizoen bepaalde wat er te koop was. De keuze was kleiner dan vandaag, maar de waren waren eenvoudig en bestemd voor de dagelijkse keuken. Ook elders groeiden dergelijke handelsrondes uit kleine huis-aan-huisverkopen van bijvoorbeeld appelen en peren tot volledige groenten- en fruitrondes. Een onmisbaar werktuig was de weegschaal. Een kilo aardappelen, wat ajuinen of een hoeveelheid fruit werd ter plaatse afgewogen. Daarna verdween de aankoop in de eigen boodschappentas of mand. Geen plastic bakjes, geen voorverpakte porties en nauwelijks wegwerpverpakking. Men kocht wat men nodig had. En ondertussen werd er gepraat. Want de groenteman bracht meer mee dan alleen zijn koopwaar. Tijdens zijn ronde hoorde hij wat er in het dorp gebeurde. Een geboorte, een huwelijk, iemand die ziek was, een koe die gekalfd had of nieuws van een familie verderop: aan de kar werden de kleine en grote gebeurtenissen van het dorpsleven uitgewisseld. De komst van zo'n handelaar was daardoor tegelijk een klein sociaal moment. Voor de groenteman zelf was het hard werken. Zijn dag begon vroeg. De waren moesten worden verzameld, gesorteerd en op de kar geladen. Daarna volgde de ronde, straat na straat en huis na huis. In weer en wind moest hij verder. Het paard was daarbij zijn trouwe werkkracht. Het trok de zwaarbeladen wagen en kende na vele rondes wellicht even goed als zijn baas de plaatsen waar gewoonlijk werd haltgehouden. Langzaam veranderde die wereld. Bromfietsen, bestelwagens en auto's werden algemener. Winkels werden beter bereikbaar en de huis-aan-huisrondes moderniseerden of verdwenen. Waar vroeger het paard rustig langs de huizen stapte, verscheen steeds vaker een gemotoriseerde winkelwagen. Maar voor wie het Boorsem van de jaren vijftig nog gekend heeft, moet dat geluid lang herkenbaar zijn gebleven: de hoeven op de straat, het gerammel van de kar en de groenteman die weer zijn vaste ronde deed. 

X





dinsdag 11 augustus 2026

SMEERMAAS - AFSCHEID VAN DE OUDE BAILEYBRUG 1968

Updated en Ingekleurd

In 1968 verdween in Smeermaas een stukje tastbare oorlogsgeschiedenis. Bijna vierentwintig jaar lang had hier een Baileybrug dienstgedaan. Voor de inwoners was het ondertussen een vertrouwd onderdeel van het straatbeeld geworden, maar haar oorsprong voerde rechtstreeks terug naar de dramatische septemberdagen van 1944. Tijdens hun terugtocht hadden de Duitse troepen de bestaande brug vernield. Na de bevrijding werd de verbinding hersteld door Amerikaanse genietroepen, die een Baileybrug aanlegden. Dit Britse modulaire brugtype was tijdens de Tweede Wereldoorlog van onschatbare waarde: de geprefabriceerde stalen onderdelen konden betrekkelijk snel worden samengebouwd, zodat wegen en verbindingen achter het oprukkende front opnieuw bruikbaar werden.

Bijna 24 jaar trouwe dienst

Wat in 1944 als een militaire noodoplossing was bedoeld, bleef in Smeermaas opmerkelijk lang bestaan. Van september 1944 tot 1968 reden en liepen generaties inwoners over dezelfde stalen constructie. Maar het verkeer veranderde, voertuigen werden talrijker en zwaarder en het oude, smalle bruggetje werd steeds meer als een gevaarlijke hindernis beschouwd. In 1968 viel daarom definitief het doek. Een aannemingsbedrijf verwijderde eerst het houten brugdek. Daarna kwam een mobiele hijskraan eraan te pas om de zware stalen brugconstructie uit haar oude brughoofden te tillen. De foto legt precies dat bijzondere ogenblik vast. Op de achtergrond zien we de huizen van Smeermaas, met tegen de gevel duidelijk de aanduiding “BAKKERIJ”. Op de voorgrond ligt het ontmantelde stalen geraamte van de Baileybrug. Arbeiders zijn tussen de balken bezig, terwijl de hijskraan klaarstaat om het werk verder te zetten. Het is geen plechtige gebeurtenis, maar gewoon een werkdag waarop een stukje oorlogserfgoed verdwijnt.

Zonder vlaggen en zonder tranen

In het oorspronkelijke verslag werd het treffend omschreven: zonder vlagvertoon en zonder tranen nam Smeermaas afscheid van zijn oude getrouwe. Er bestond weinig nostalgie rond het verdwijnen van de brug. Na bijna een kwarteeuw was men vooral opgelucht dat het verouderde en gevaarlijk geworden bruggetje eindelijk plaatsmaakte voor een betere verbinding. De oude stalen constructie werd afgevoerd en wachtte volgens het toenmalige bericht uiteindelijk de smeltoven. Daarmee kwam een opmerkelijk lang leven ten einde voor een brug die in de oorlogsjaren waarschijnlijk nooit bedoeld was om bijna vierentwintig jaar te blijven liggen. Iets verderop was inmiddels een nieuwe brugverbinding richting Maastricht tot stand gekomen. En zo kreeg de uitdrukking uit het oude krantenbericht een bijzonder mooie dubbele betekenis:

In Smeermaas werd in 1968 niet alleen een oude brug afgebroken — er werd letterlijk en figuurlijk een nieuwe brug naar Maastricht geslagen.

X

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) KANAAL (ZUID-WILLEMSVAART) 1908

Updated en Ingekleurde versie

Op deze prachtige opname uit 1908 kijken we naar de Zuid-Willemsvaart bij Rekem, dat in oude documenten en opschriften ook als Reckheim voorkomt. Vandaag lijkt het vooral een rustig stukje kanaal, maar ruim een eeuw geleden was dit water een belangrijke economische levensader. Schepen brachten grondstoffen en goederen van dorp tot dorp en verbonden het Maasland met grotere handelscentra. Voor Rekem was de Zuid-Willemsvaart bijzonder belangrijk vanwege de plaatselijke brikken- en pannenbakkerijen. Brikken waren gebakken bakstenen, vervaardigd uit geschikte leem die in de omgeving werd gewonnen. Samen met dakpannen vormden ze een bekend Rekems product. Namen die met deze bedrijvigheid verbonden waren, zijn onder andere Kusters, Col, Dops en Calsius. Het zware werk begon bij de leem. Die moest worden uitgegraven, voorbereid en gevormd, waarna de stenen werden gedroogd en in ovens gebakken. Alles gebeurde met veel handenarbeid. Wanneer de brikken en pannen klaar waren, bood het nabijgelegen kanaal een enorme troef. Grote hoeveelheden bouwmateriaal konden immers veel goedkoper per schip worden vervoerd dan over de toenmalige wegen. Zo vertrokken vanuit Rekem scheepsladingen met brikken en dakpannen via de Zuid-Willemsvaart, met zelfs Antwerpen als bestemming. Het maakt duidelijk dat deze Rekemse nijverheid veel verder reikte dan het eigen dorp. De eens zo geprezen Rekemse brikken vonden hun weg naar plaatsen die voor de meeste inwoners in die tijd behoorlijk ver weg lagen. De foto uit 1908 toont precies de wereld waarin deze handel thuishoorde. Een schip ligt prominent in het kanaal, terwijl langs het water een met bomen omzoomde weg of jaagpad loopt. Zulke jaagpaden herinneren nog aan de tijd waarin schepen vóór de algemene invoering van gemotoriseerde vaartuigen vanaf de oever konden worden voortgetrokken. Waterwegen waren toen geen recreatieve landschapselementen, maar echte transportaders van handel en nijverheid. Toch zou deze Rekemse bedrijvigheid niet blijven bestaan. Na 1920 verdwenen de beroemde Rekemse brikken geleidelijk uit beeld. Daarvoor worden vooral twee oorzaken genoemd: het gebrek aan voldoende geschikte leemvoorraden en de voortschrijdende industrialisatie. Grotere, modernere steenfabrieken konden efficiënter en op veel grotere schaal produceren. De traditionele plaatselijke brikkenbakker kon daar uiteindelijk steeds moeilijker tegen concurreren. Wat overbleef, zijn oude vermeldingen, familienamen en foto's zoals deze. Wanneer we vandaag langs de Zuid-Willemsvaart wandelen, is het moeilijk voor te stellen dat hier ooit schepen passeerden met Rekemse bakstenen en pannen aan boord, bestemd voor verre afnemers. Oud-Rekem, 1908. Een schip op het stille kanaal, hoge bomen langs de oever en een landschap dat bijna onveranderd lijkt. Maar achter die rust schuilt een stukje vergeten industriële geschiedenis: de tijd waarin de Rekemse brikken via het water hun lange reis naar Antwerpen maakten.

X

maandag 10 augustus 2026

BOORSEM - EEN GEHAVENDE STORMVOGEL ANNO 2009

Foto Jp

Aan de Molenveldstraat in Boorsem stond De Stormvogel er in 2009 gehavend en verweerd bij. De tand des tijds had duidelijk zijn sporen nagelaten: het metselwerk was grauw geworden, de kap en het gevlucht vertoonden slijtage en rondom de molen had de natuur steeds meer terrein gewonnen. Toch bleef zijn karakter overeind. Zelfs in deze vervallen toestand was De Stormvogel nog altijd een markant stukje dorpsgeschiedenis, een stille getuige van het vroegere Boorsem en van een tijd waarin de molen een heel andere aanblik bood dan vandaag.

X

BOORSEM - DE JUDDE VAN BOORSE 1996 (MATHIEU OPDENACKER)

Updated en Ingekleurde versie 

Het originele boekje maar updated

DE JUDDE VAN BOORSEM

Enkele jaren geleden begonnen wij dit boekje, "de Judde van Boorse", te schrijven.Voor wie het niet weet, Boorsem is een klein dorpje, dat in de grote maasbocht ligt een tiental km ten Noorden van Maastricht. Sinds een veertigtal jaren maakt het deel uit van de fusiegemeente Maasmechelen aan de Belgisch-Limburgse maaskant. Onze streektaal heeft haar geschiedenis op beide maasoevers ontwikkeld en wordt o.i., en in tegenstelling met het gebruik aan de overkant van de Maas, beter Maaslands dan Limburgs genoemd. Terwijl inderdaad bijna heel Nederlands Zuid− Limburg, weliswaar met heel wat nuances, onze gemeenschappelijke taal spreekt, is het opvallend dat de Belgisch−Limburgse dorpen die nauwelijks iets méér dan 15 km westelijk van de Maas liggen, een kempisch karakter en taal hebben. Tegelijkertijd stellen we echter vast dat bv. Boorsem en Venlo, practisch dezelfde taal spreken. Ik denk daarbij geamuzeerd aan een vriend uit Tegelen bij Venlo, die mij destijds het volgende liedje leerde dat ik hier uit het hoofd weergeef: “En Miena z’ne knien haj jònge, er kroeap ’t nejmesjien ònder ; en Miena z’ne knien dèè waar zoea fien, e kroeap ònder ’t nejmesjien.” Met enkele verschillen konden wij ’t onder mekaar met veel plezier samen zingen Onze taal heeft zich dus ongetwijfeld rond en over de Maas heen ontwikkeld, en wel in een tijd toen er nog geen of haast geen oost−westelijke landverbindingen bestonden. Hoe het ook zij, wij, bewoners van de “Maaskant”, hebben allemaal ongeveer dezelfde heerlijk mooie taal waarop we fier zijn. Vóór de uitbating van de Belgisch− en Nederlands−Limburgse koolmijnen was onze streek totaal op zichzelf aangewezen. Des te méér ontwikkeld waren de contacten rond en over de Maas. Mede getuige daarvan zij, indien nog nodig, het bij ons overbekende proces van Willem Philipsen, die in 1763 Maria Albers uit Kotem (een tweede parochie van Boorsem) vermoordde. Deze man beweerde dat hij, in de namiddag van de dag na de moord naar Sittard was gegaan om laken te kopen, en ’s avonds weer in “Cothem” terug was. De contacten met de Kempen daarentegen waren zeer beperkt: zanderige duinheuvels en onherbergzame dennenbossen vormden een natuurlijke hinderpaal. We kunnen ons zonder moeite de intensieve menselijke relaties voorstellen, die destijds tussen die naar verhouding arme mensen bestonden. Dezelfde Maas, die vooral de Belgische oevers met zeer vruchtbare alluviale grond verrijkte, was tevens de oorzaak van historische overstromingen, vooral in Boorsem. Dit feit heeft er toe bijgedragen de plaatselijke solidariteit te ontwikkelen, die dan weer in alle levensomstandigheden tot uiting kon komen en ook de taal beïnvloedde. Arm waren de mensen van de Maaskant dus uitermate. Ver van alle grote verbindingswegen en van de grote handelscentrums, waren ze totaal op hun kleine landbouwuitbatingen en de verkoop van hun landbouwprodukten aangewezen. Geven al deze omstandigheden een verklaring voor de bekende Maaslandse zin voor feest, humor en gezelligheid die we bv. ook terugvinden in de destijds uiterst arme mijnstreek rond Rijsel in het Noorden van Frankrijk? Het is namelijk algemeen bekend dat in moeilijke omstandigheden alles aanleiding wordt tot feest, om de dagelijkse ellende een beetje te vergeten. Zeer duidelijk en vanzelfsprekend is onze taal, met zijn overvloed van gezellige uitdrukkingen, dezelfde richting in gegaan. Als bewoners van Boorsem nemen wij natuurlijk, en met een zeker chauvinisme, graag aan dat ons dorp in deze contekst een bizondere plaats innam. Waarom anders de ons door de omliggende dorpen gegeven benaming "de Judde van Boorse", die we, met onverholen plezier, als titel van ons werkje kozen? Tussen de "loense" Jood die er steeds op uit was de medemens te bedriegen, en de Boorsemnaar, die aan "z’ne sjuunse kal" en "ze gemeujelik dèksele van anger luj" echt plezier heeft,moet er wellicht genoeg overeenkomst (hebben) bestaan om deze bijnaam te verantwoorden. Van deze trek hebben wij dan ook het Leitmotiv van ons boekje gemaakt. Aan hand van "verhoeulkes, stökskes oet ’t leve, Kènger− en Juddekal en van alles get", trachten wij de speciale atmosfeer van vroeger jaren te doen herleven. Een aantal tekeningen zullen, zo hopen wij, het leesplezier nog verhogen. Deze speelse benadering neemt de ernst niet weg waarmee we probeerden degelijke werk te leveren. Zo gingen we systematisch terug op de 30 − veertiger jaren, periode waarin onze taal nog haar typisch Maaslands karakter had. In deze samenhang hebben we zekere bedenkingen tegen sommige auteurs die het voldoende achten aan moderne woorden een plaatselijke uitspraak te geven om er echt Maaslands van de maken. Ze buiten daardoor o.i. de mogelijkheden die ons eigen zo rijk taaleigen biedt niet voldoende uit. We vonden het nodig dit taaleigen, in het bestek van dit boekje dat vooral gezellig wil zijn, toch een klein beetje te belichten, bv. in het hoofdstukje: “Klein woeurd mèt voeul belank”, waar we in het voorbijgaan even over het typisch Maaslands gebruik van de voorzetsels spreken. Ons Maaslands heeft met het Neder−Duits te maken. Anderzijds ondergingen wij Belgen, vooral sinds de Belgische onafhankelijkheid, zeer sterke Waalse invloeden, die in heel wat woorden tot uiting komen,en het verdwijnen van de "h" meebrachten. In ons werkje hebben we deze laatste echter overal behouden, daar wij menen dat ze vroeger tot onze taal behoorde. Ook enkele Angelsaksische invloeden zijn merkbaar. Kunnen die van de Noormannen komen, die destijds zonder twijfel met hun drakenboten tot bij ons op de Maas doorstootten? We hebben ons bewust beperkt tot ons Boorsems en omstreken. Veel weten wij trouwens niet over andere Limburgse streektalen. Zodoende blijft ons werkje zonder algemene pretentie. We denken dat iedere “Maaslenger” zonder moeite zijn eigen plaatselijke nuances en veranderingen zal kunnen aanbrengen. Een betrekkelijke moeilijkheid was het de klanken van onze taal weer te geven. De enige mogelijkheid bestond erin een fonetisch schrift te ontwikkelen, waarin wij, met de Duitse schrijfwijze, maar ook met het Nederlands en het Frans rekening hielden. Ik persoonlijkj ging daarbij als een soort “buitenbeentje” te werk. Dat ben ik in heel wat opzichten. Hoe kan het ook anders voor iemand die praktisch zijn heel leven ver van de Maaskant heeft doorgebracht? Hier zij tussen haakjes gezegd dat het contact met veel vreemde talen mij ervan bewust maakte dat er misschien geen mooiere taal bestaat als het Maaslands (uit Boorsem ?!). Over andere Limburgse streektalen kan ik ook maar weinig meepraten. Dat is mijn zwakke kant. In elk geval is het hier ontwikkelde phonetische schrift trouw aan de uitspraak in onze nabije streek. Indien enkele moeilijkheden blijven bestaan is dat vooral te wijten aan de talrijke klankverschuivingen, tussenklanken en lange of korte klanken waarmee onze fantasievolle taal zo overvloedig speelt. De stam van menig Boorsems werkwoord telt bv. niet minder dan 6 verschillende klanken of klanklengten. Ik maakte pas heel onlangs kennis met de zogenaamde “Veldekespelling” maar weet er, wegens de grote verwijdering, nog te weinig van. Ik hoop nochtans echt van anderen te leren en wacht op kritieken voorstellen. Mijn zus Lieve levert in een aanhangsel de bijdrage “ Boorsese kènger ’t hiël jaor door”, dat mijns inziens goed bij het geheel past, omdat de gezellige, echt Maaslandse sfeer van de veertiger jaren er zeer fijn uitkomt. Ik neem hierbij de gelegenheid waar om haar echt gemeend te danken, want altijd kon ik op haar hulp rekenen. Ze deed voor mij, in Boorsem, Maasmechelen of Opgrimbie wonend, ook heel wat degelijk veldwerk.. In deze tijd wordt veel over eigen cultuurbewustzijn gesproken. Om de overrompelende beïnvloeding door vreemde kulturen tegen te gaan willen de mensen weer uit eigen tradities gaan putten. Vooral de Limburgse Maaslanders zijn er zich van bewust dat de huidige, toenemende migraties hun zo mooie taal steeds meer verbasteren. Binnen afzienbare tijd zal er misschien niets meer van overblijven. Hoe jammer! Op onze bescheiden wijze willen ook wij, met zovele anderen, al is het dan vanuit de verte ,daar iets aan doen.

Chazay d’Azergues (Beaujolais −France), de 24. Maart 2001

Mathieu Opdenacker


zondag 9 augustus 2026

BOORSEM - FRITUUR HILDA 1999

Updated Foto eigendom van Jp

Deze foto maakte ik in Boorsem 1999, met een eenvoudige wegwerpcamera. Toen was het gewoon een foto om een vertrouwd stukje dorpsleven vast te leggen. Vandaag, meer dan een kwarteeuw later, is het een tastbare herinnering aan een straatbeeld die langzaam verdwenen is. Op deze plaats kende men achtereenvolgens frituur Corry, frituur Suzy en uiteindelijk frituur Hilda . Hilda was zo'n echte dorpsfrituur waar niet alleen mensen uit het eigen dorp kwamen, maar ook inwoners van de omliggende dorpen vonden vlot hun weg naar deze populaire plek. Wanneer het weer het toeliet, kwam het terras tot leven. Jongeren en volwassenen zaten er samen, maakten een praatje, legden een kaartje of bleven gewoon wat hangen. Een lekkere friet met stoofvlees, een snack of hamburger erbij en ge had niet veel meer nodig. De frituur was niet alleen een plaats om eten af te halen, maar ook een kleine ontmoetingsplaats waar mensen elkaar nog werkelijk tegenkwamen.

De telefooncel – in 1999 nog heel gewoon

Wat deze foto voor mij extra bijzonder maakt, is de telefooncel naast de frituur. In 1999 keek vrijwel niemand daarvan op. Openbare telefoons behoorden nog tot het normale straatbeeld, al was hun ondergang toen eigenlijk al begonnen. De gsm was sterk in opmars en zou in de jaren daarna de telefooncel in snel tempo overbodig maken. Eind jaren negentig waren er in België nog duizenden openbare telefoontoestellen en telefooncellen . Wie in 1999 onderweg iemand wilde bellen en zelf nog geen gsm bezat, zocht een telefooncel, stak er zijn telefoonkaart of muntstukken in en belde. Voor jongeren was zo'n cel soms zelfs de manier om thuis te laten weten dat ze wat later kwamen. En moet ge u vandaag eens voorstellen dat ge vanuit zo'n telefooncel naar een instantie moest bellen en te horen kreeg: “Een ogenblik geduld, al onze medewerkers zijn in gesprek.” Een half uur wachten kon een dure grap worden, want ondertussen tikte de tijd verder en verdween uw beltegoed. Ge hield dus maar beter voldoende kleingeld of beltegoed achter de hand. De gsm veranderde dat allemaal. Naarmate bijna iedereen een mobiele telefoon op zak kreeg, werden de openbare telefoons steeds minder gebruikt. Uiteindelijk verdwenen ze uit onze straten. Veel exemplaren werden ontmanteld en gerecycleerd; andere vonden nog een tweede leven als verzamelobject, kunstproject of museumstuk. Juist daarom is deze opname uit 1999 vandaag zoveel meer dan een foto van een frituur. Ze toont onbewust een overgangsperiode: de oude telefooncel staat er nog, terwijl de gsm al klaarstond om de wereld te veranderen. Ook de dorpsfrituur vertegenwoordigt iets wat stilaan schaarser werd: een eenvoudige ontmoetingsplaats waar jong en oud samenkwamen zonder afspraak, zonder app en zonder sociale media.

X

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D MAAS) RIJKSWEG (TOEN STEENWEG)

Updated en Ingekleurd

De Steenweg van Mechelen-aan-de-Maas, vandaag de Rijksweg, ergens in de jaren vijftig. Het is een beeld uit een tijd waarin het oude dorp langzaam afscheid begon te nemen van zijn vertrouwde ritme. Achteraan rechts verheft zich het monumentale Heilig-Hartcollege, jarenlang een herkenningspunt in het straatbeeld en voor generaties leerlingen een begrip. De foto ademt nog helemaal de sfeer van het naoorlogse Maasland. Langs weerszijden staan gesloten rijen bakstenen huizen, eenvoudig maar degelijk gebouwd, met hoge ramen en deuren die bijna rechtstreeks op het voetpad uitkomen. Onderaan sommige gevels bevinden zich nog de typische keldergaten, kleine openingen die licht en lucht brachten in de voorraad- en kolenkelders. Het zijn van die alledaagse details die vroeger niemand bijzonder vond, maar die vandaag bijna volledig uit het straatbeeld verdwenen zijn. Ook boven de straat is het verleden zichtbaar. De zware palen en hun opvallende constructies herinneren aan een tijd waarin telefoon- en elektriciteitsleidingen nog nadrukkelijk deel uitmaakten van het straatbeeld. Geen verkeerslichten, geen overvloed aan wegwijzers en reclameborden en vooral nog geen onafgebroken stroom auto's. De Steenweg was wel een belangrijke verkeersas, maar bleef tegelijk een straat waarin gewoond en geleefd werd. En dan zijn er de auto's. Ze zijn nog klein in aantal, maar hun aanwezigheid vertelt misschien wel het belangrijkste verhaal van deze foto. Op basis van de algemene carrosserievormen past het beeld goed bij de jaren vijftig, waarschijnlijk de tweede helft van dat decennium. De personenwagens hebben nog de afgeronde, relatief smalle vorm die zo kenmerkend is voor de Europese auto's uit die periode. Een exact merk of bouwjaar is door de afstand en onscherpte niet verantwoord vast te leggen, maar een datering omstreeks 1955-1960 lijkt op grond van het verkeer en het overige straatbeeld aannemelijk. Het waren de jaren waarin de auto stilaan binnen het bereik van een groter deel van de bevolking kwam. Eerst stond er hier en daar eentje voor de deur. Daarna werden het er ieder jaar meer. Niemand kon toen vermoeden hoe ingrijpend die ontwikkeling zou worden. Wegen werden verbreed en aangepast, oude huizen verdwenen, nieuwe handelszaken zochten de passerende automobilist op en de lintbebouwing rukte op. Een nieuwe tijd kondigde zich aan. Het Mechelen-aan-de-Maas van deze foto bestaat vandaag alleen nog in herinneringen en oude beelden. In 1971 werd de gemeente Mechelen-aan-de-Maas samengevoegd met Eisden, Leut, Meeswijk, Opgrimbie, Vucht en Uikhoven tot de nieuwe gemeente Maasmechelen. De oude Steenweg kennen we nu als de Rijksweg/N78, de grote noord-zuidverbinding die als een lange verkeersader door de gemeente loopt. Waar vroeger huizen dicht tegen de Steenweg stonden, veranderde het uitzicht in de daaropvolgende decennia ingrijpend. Oude gevelrijen verdwenen of maakten plaats voor nieuwbouw, handelszaken en parkeerplaatsen. De keldergaten verdwenen. En bovenal kwam koning auto voorgoed aan de macht. Wat op deze foto nog begint met enkele auto's op een bijna lege straat, groeide uit tot het drukke verkeer dat tegenwoordig zo vanzelfsprekend lijkt. De huidige Rijksweg wordt daardoor niet altijd als het mooiste visitekaartje van Maasmechelen ervaren. Langs de N78 ontstond in de loop der jaren een bonte verzameling van woningen, winkels, bedrijven en lintbebouwing. Tussen al die veranderingen bleef echter een monumentale getuige overeind: het Heilig-Hartcollege. Ook zijn vertrouwde naam verdween uiteindelijk uit het dagelijkse onderwijslandschap en maakte plaats voor Campus de Helix. Juist daarom is deze foto zoveel meer dan een oude opname van een straat. Ze legt een kantelmoment vast. Het oude Mechelen-aan-de-Maas is nog duidelijk aanwezig, terwijl de moderne wereld al voorzichtig door het beeld rijdt. Een fietser kan nog rustig over de Steenweg rijden. Enkele auto's zijn voldoende om op te vallen. De huizen staan nog dicht tegen de straat en achteraan waakt het Heilig-Hartcollege over het dorp. Nog even is de Steenweg van de mensen. Daarna wordt hij steeds meer het domein van de auto. En misschien schuilt precies daarin de bijzondere waarde van deze foto: niemand die daar toen liep of fietste, kon weten dat hij naar het einde van een tijdperk keek.

X


LANAKEN TREIN LIJN 20

Updated

De spoorweg in Lanaken behoort tot een stukje geschiedenis dat vandaag bijna uit het landschap verdwenen is. De rails op deze foto maakten deel uit van spoorlijn 20, Hasselt–Maastricht, een internationale verbinding die al op 1 oktober 1856 in gebruik werd genomen. De lijn liep via onder meer Beverst, Eigenbilzen, Gellik en Lanaken naar Maastricht. Lanaken kreeg daarbij een bijzondere betekenis als grensstation tussen België en Nederland. Voor generaties inwoners was de spoorweg een vertrouwd onderdeel van het dorpsbeeld. Treinen kwamen en gingen, goederen werden aangevoerd en afgevoerd en rond het station ontstond bedrijvigheid. Het oorspronkelijke reizigersverkeer hield echter geen stand tegen de groeiende concurrentie van bus en auto. Op 4 april 1954 werd het reizigersverkeer tussen Beverst en Maastricht opgeheven. Wie daarna langs het spoor woonde, zag dus vooral nog goederentreinen voorbijtrekken.

EEN SPOORLIJN DIE BLEEF LEVEN

Na 1954 werd het opvallend stil rond de perrons, maar de spoorlijn zelf bleef belangrijk voor de industrie. Vooral goederenvervoer hield de verbinding met Maastricht nog tientallen jaren in leven. Lanaken bleef een echt grenspunt waar Belgische en Nederlandse spoorwegactiviteiten elkaar ontmoetten. In de jaren tachtig kon het er zelfs nog behoorlijk druk zijn. Zo reed in 1984 onder andere de dagelijkse kolentrein Zolder–Alsdorf via Lanaken, waar de trein door de Nederlandse spoorwegen werd overgenomen. De trein op de foto past in die laatste periode waarin men nog rollend materieel op de oude lijn kon aantreffen. Het beeld is bijzonder omdat het niet alleen een trein toont, maar ook het toenmalige landschap rond het spoor: de eenvoudige overwegbeveiliging, de typische gebogen straatlantaarns, elektriciteitsmasten en het industriële karakter van de omgeving. Het is een Lanaken dat voor veel mensen nog herkenbaar zal zijn, maar dat inmiddels sterk veranderd is. Een bijzondere gebeurtenis vond plaats in 1989, toen uitzonderlijk opnieuw een Nederlandse dieseltrein tussen Hasselt en Maastricht reed ter promotie van de spoorverbinding. Zulke ritten voedden de hoop dat de oude internationale verbinding ooit opnieuw een toekomst voor reizigers zou krijgen.

HET EINDE VAN EEN TIJDPERK

Begin jaren negentig viel uiteindelijk ook voor het reguliere goederenverkeer het doek. Het verkeer richting Maastricht eindigde rond 1990 en in 1992 werd het resterende goederenverkeer aan Belgische zijde beëindigd. Daarmee kwam na meer dan een eeuw een einde aan het dagelijkse spoorwegbedrijf dat zo lang bij Lanaken had gehoord. Toch was het verhaal nog niet helemaal voorbij. Het gedeelte tussen Maastricht en Lanaken werd vele jaren later opgeknapt. Op 8 juni 2011 reed voor het eerst in jaren opnieuw een trein tussen Maastricht en Lanaken, ditmaal in het kader van goederenvervoer. Het grote herstel van de historische verbinding Hasselt–Maastricht kwam er uiteindelijk echter niet. Ook het oude station van Lanaken verdween. Het stationsgebouw, dat ooit reizigers, spoorwegpersoneel en douanediensten had ontvangen, werd op 26 maart 2006 zwaar beschadigd door brand en uiteindelijk in 2010 afgebroken. Daarmee verdween een van de meest tastbare herinneringen aan het Lanaken van de spoorwegtijd. Deze foto is daarom veel meer dan een opname van een gele trein aan een overweg. Ze bewaart een ogenblik uit de nadagen van een spoorlijn die Lanaken bijna anderhalve eeuw met Maastricht en het Belgische achterland verbond. Het geluid van de dieselmotor, het ratelen van de wielen over de spoorstaven en de waarschuwingslichten aan de overweg zijn verdwenen, maar in oude foto's leeft lijn 20 nog altijd voort – als een stukje industrieel erfgoed van Lanaken en het Maasland.

X


zaterdag 8 augustus 2026

KOTEM GROTESTRAAT OVERSTROMING 1993

Updated

Dit is Kotem, Grotestraat, tijdens de grote Maasoverstroming van december 1993, gefotografeerd vanaf de E314 . Vanuit dat hoge standpunt is bijzonder goed te zien hoe het Maaswater de straat en de omliggende erven volledig had ingenomen. Alleen de woningen, bomen en afrasteringen steken nog duidelijk boven het water uit. De foto geeft daardoor een sterk beeld van de omvang van de ramp in Kotem: de Grotestraat lijkt hier nauwelijks nog op een straat, maar eerder op een brede zijarm van de Maas. Vooral het hoge gezichtspunt vanaf de E314 maakt deze opname historisch interessant, omdat je in één blik ziet hoe diep het water het dorp was binnengedrongen tijdens de kerstoverstroming van 1993.


UIKHOVEN MAASOVERSTROMING 1993-1994

Updated en Ingekleurde versie

Updated en Ingekleurde versie

De twee luchtfoto’s tonen op indrukwekkende wijze hoe kwetsbaar de Maasdorpen waren tijdens de grote overstroming van december 1993. We zien onder meer Uikhoven, waar het water zich ver buiten de normale bedding van de Maas heeft verspreid. Akkers en weilanden zijn verdwenen onder één enorme grijze watervlakte. Bomen staan met hun stammen in het water en op sommige plaatsen lijkt het alsof huizen op kleine eilanden zijn terechtgekomen. Voor Uikhoven was hoogwater niets nieuws. Het dorp ligt midden in de oude Maasvallei en zijn geschiedenis is eeuwenlang met de grillige rivier verbonden geweest. Historische bronnen vermelden er overstromingen in onder meer 1617-1618, 1624, 1729, 1740, 1751, 1783, 1850, 1880-1881 en 1926. Zelfs de ligging van dorpen als Uikhoven, Boorsem en Kotem werd in een ver verleden beïnvloed door veranderingen in de loop van de Maas. Maar in december 1993 gebeurde iets wat een hele generatie Maaslanders opnieuw zou bijblijven. Na langdurige en overvloedige regenval in het stroomgebied begon de Maas razendsnel te stijgen. Rond 20 december trad ze op verschillende plaatsen buiten haar oevers. In de dagen daarna werd de toestand steeds ernstiger. Aan de Nederlandse kant, bij Borgharen, bereikte het water op 23 december een uitzonderlijk hoge stand. Sinds 1926 was in Limburg geen vergelijkbare winteroverstroming meer gezien. Aan de Belgische zijde voltrok zich hetzelfde drama. In het Maasland veranderden vertrouwde velden in een binnenzee. Uikhoven, Boorsem, Kotem en de andere laaggelegen plaatsen langs de Grensmaas lagen plots aan de rand van een kolkende watervlakte. De luchtfoto’s maken duidelijk wat cijfers moeilijk kunnen vertellen. Waar normaal wegen tussen de velden liepen en vee graasde, stond nu water. Alleen hogere stukken grond, wegen, dijken en bebouwing tekenden zich nog af. Vanuit de lucht was nauwelijks nog te herkennen waar de gewone bedding van de Maas eindigde en waar het overstroomde land begon. En dat allemaal vlak voor Kerstmis. Terwijl elders kerstbomen werden versierd en families zich voorbereidden op de feestdagen, werd langs de Maas naar het water gekeken. Bewoners volgden bijna uur na uur hoe hoog het kwam. Op kwetsbare plaatsen werden voorzorgen genomen en zandzakken aangevoerd. De vraag was niet langer óf de Maas hoog zou komen, maar hoe ver ze nog zou stijgen. Juist daarom zijn deze beelden zo bijzonder. Ze tonen geen gewone rivier meer. Ze tonen de oude Maasvallei die voor enkele dagen opnieuw door het water werd ingenomen. De wegen, huizen en velden die de mens in de loop der jaren had aangelegd, leken plots nietig tegenover de omvang van de rivier. Uikhoven kende dat gevaar al eeuwen. Maar Kerstmis 1993 herinnerde iedereen eraan dat de Maas, hoe rustig ze op een zomerdag ook kan lijken, haar oude overstromingsgebied nooit helemaal vergeten is. Voor de mensen van het Maasland werd Kerstmis 1993 dan ook geen gewone kerst. Het werd de kerst van zandzakken, natte kelders, afgesloten wegen en voortdurend naar het stijgende water kijken. En toen het water uiteindelijk weer zakte, bleef modder achter op straten, erven en velden. Maar ook iets anders bleef achter: de herinnering aan die dagen waarop de Maas in Uikhoven en langs de hele Grensmaas voor even het land terugnam

X



SMEERMAAS OVERSTROMING 1993 (FOTO AAN DE KLEIN GRENS)

Smeermaas, december 1993. Aan de Klein Grens worden zandzakken ingezet als noodkering tegen het uitzonderlijk hoge Maaswater. De foto toont hoe dicht de rivier bij de grensinfrastructuur en het dorp was gekomen. De overstromingen zouden later aanleiding geven tot belangrijke aanpassingen aan de riolering en de waterbescherming van Smeermaas.


 

Zandzakken aan de klein grens

In december 1993 werd Smeermaas opnieuw geconfronteerd met de macht van de Maas. Wekenlange regenval in het stroomgebied had de rivier veranderd in een enorme bruine watermassa. Vooral Smeermaas lag bijzonder kwetsbaar. Hier komt immers de Belgisch-Nederlandse grens opnieuw bij de Maas uit: vanaf grenspaal 106, Smeermaas-Borgharen, vormt de Maas weer de landsgrens. De Klein Grens lag daardoor op een strategische maar gevaarlijke plaats. Smeermaas was van oorsprong een straatdorp aan de Maas en lag rechtstreeks tegen het riviergebied aan. Toen het water in 1993 uitzonderlijk hoog kwam, werden op de lage en kwetsbare plaatsen noodmaatregelen genomen. Daarvoor dienden de zandzakken die we op deze foto zien. Ze vormden een tijdelijke waterkering: niet bedoeld om de hele Maas tegen te houden – dat was onmogelijk – maar om te verhinderen dat het water via lage doorgangen, wegen en openingen verder het dorp zou binnendringen. Op de foto is dat prachtig én dreigend vastgelegd. De Maas staat praktisch tot tegen de grensinfrastructuur. Langs de waterkant ligt een lange rij zandzakken, terwijl op de voorgrond nog een grote voorraad klaar ligt. Dat wijst erop dat men de noodkering indien nodig snel hoger, langer of sterker kon maken. De mensen die er staan, kijken uit over een landschap waarin de normale grens tussen land en rivier vrijwel verdwenen is. Maar achteraf bleek dat Smeermaas nog een andere zwakke plek had. Het Maaswater hoefde namelijk niet uitsluitend over een dijk of zandzakkenkering te komen. Volgens een lokale historische beschrijving stelde men na de overstromingen vast dat water ook via het rioleringsstelsel Smeermaas kon binnendringen. Door de hoofdriolering tijdelijk af te sluiten en het water vanuit de laatste put naar de Maas over te hevelen, kon men de wateroverlast beperken. Later werd de riolering daarom naar de kanaalzijde verlegd en werd het water via pompen naar het zuiveringsstation geleid. Ook de Nederlandse kant speelde een rol. Langs de Bosscherweg werd later de waterkering verhoogd, juist omdat hoog Maaswater anders via die zijde opnieuw richting Smeermaas kon lopen. Het maakt duidelijk waarom de omgeving van de Klein Grens zo belangrijk was: hier kwamen Maas, landsgrens, wegen, bebouwing en afwatering dicht bij elkaar.

DE FOTO VERTELT HET VERHAAL

Wat we hier in 1993 zien, is dus meer dan zomaar een stapel zandzakken. Het is een geïmproviseerde verdedigingslinie tegen het water. Zak na zak werd aangevoerd en neergelegd op plaatsen waar men vreesde dat de Maas een weg naar het achterliggende Smeermaas zou vinden. Terwijl regen en hoogwater aanhielden, kon niemand precies voorspellen waar het water uiteindelijk zou stoppen.Smeermaas stond gedeeltelijk onder water. De gebeurtenissen van 1993 en opnieuw 1995 maakten duidelijk dat zandzakken alleen geen blijvende oplossing waren. Daarna volgden structurele ingrepen aan riolering en waterkering. Volgens de lokale bron kende Smeermaas na deze maatregelen niet meer dezelfde wateroverlast. 

X

HERBRICHT - MAASOVERSTROMING 1993

Updated

Herbricht, het kleine gehucht aan de Maas bij Neerharen, kende het water. Wie hier woonde, wist dat de rivier soms buiten haar oevers trad en dat de uiterwaarden blank konden komen te staan. Maar wat zich vlak voor Kerstmis 1993 voltrok, was van een andere orde. Na bijna twee weken van aanhoudende regen moest de Maas enorme hoeveelheden water uit haar stroomgebied verwerken. De rivier zwol aan tot een kolkende, bruine watermassa en zette grote delen van de Maasvallei onder water. Het hoogwater van december 1993 behoorde tot het zwaarste sinds 1926. Deze foto uit Herbricht vertelt het verhaal zonder woorden. Waar normaal een weg lag, stroomde nu de Maas. Een wagen probeert zich langzaam door het water te bewegen. Rond de woning zijn straat, weilanden en erven nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden. Alleen de hagen, bomen, verlichtingspalen en paaltjes verraden waar het droge land ooit begon. Het water heeft het landschap als het ware uitgewist. De oorzaak lag ver stroomopwaarts. De onafgebroken regen vulde beken en zijrivieren, waarna steeds meer water richting Maas werd afgevoerd. Rond 20 december 1993 begon de toestand snel ernstiger te worden. Ook aan de overzijde, bij Itteren en Borgharen, steeg het water sneller dan aanvankelijk verwacht. Enkele dagen later bereikte de hoogwatergolf haar maximum. Ook Belgisch Limburg kreeg de volle laag. Metingen in Maaseik registreerden op 22 december 1993 een piekdebiet van ongeveer 2.811 kubieke meter water per seconde. Grote delen van de overstromingsvlakte langs de Grensmaas stonden blank. Voor Herbricht was zo'n gebeurtenis bijzonder ingrijpend. Het eeuwenoude gehucht ligt pal in het winterbed van de Maas en leefde daardoor altijd met de rivier. De overstromingen van 1993 – en opnieuw die van begin 1995 – maakten pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar die ligging was. Na het hoogwater van 1993 werd zelfs een evaluatiecommissie opgericht. In de daaropvolgende jaren werd gesproken over het verdwijnen van bebouwing uit het winterbed en het creëren van meer ruimte voor de Maas. En juist daarom is deze opname zoveel meer dan een foto van een ondergelopen straat. Ze toont het oude Herbricht op een kantelpunt in zijn geschiedenis. Een huis dat er stevig en vertrouwd bij staat, een auto die voorzichtig zijn weg zoekt, en overal daaromheen dat grijze decemberwater. Geen spectaculaire rampenfilm, maar de werkelijkheid van mensen die machteloos moesten toezien hoe de Maas opnieuw bezit nam van haar natuurlijke overstromingsgebied. Herbricht heeft eeuwenlang met die rivier geleefd. De Maas bracht vruchtbare grond, grind en werk, maar liet van tijd tot tijd ook zien wie uiteindelijk het landschap bepaalde. Na de rampzalige hoogwaters van 1993 en 1995 kwamen de grote Maaswerken en kreeg de rivier op verschillende plaatsen opnieuw meer ruimte. Die ingrepen bepalen tot vandaag hoe men langs de Grensmaas met hoogwater probeert om te gaan. December 1993 bleef in het geheugen gegrift. Voor wie erbij was, hoefde men later maar te zeggen: “de overstroming van ’93”. Men wist meteen wat ermee bedoeld werd. Het water voor de deur, de ondergelopen wegen en velden, het slib dat achterbleef en vooral het wachten tot die machtige Maas eindelijk weer zou zakken. Deze foto bewaart één stil ogenblik uit die dagen. Herbricht, winter 1993: een klein Maasdorp omringd door water, terwijl de Maas voor even haar oude land terugnam.

X


UIKHOVEN, KERSTMIS 1993 - TOEN DE MAAS TEGEN DE DIJK STOND

Updated en Ingekleurde versie

Kerstmis 1993 werd in Uikhoven geen rustige kerst van lichtjes, warmte en familiebezoek. Buiten voltrok zich langs de Maas een strijd tegen het water. Na een lange periode van aanhoudende regen was de rivier veranderd in een brede, dreigende watermassa. In Belgisch en Nederlands Limburg trad de Maas op verschillende plaatsen buiten haar oevers. De overstroming van december 1993 zou uiteindelijk de geschiedenis ingaan als een van de zwaarste Maasoverstromingen van de twintigste eeuw. In de Maasstreek werden woningen en wegen bedreigd en moesten op verschillende plaatsen mensen worden geëvacueerd. Op de foto zien we Uikhoven tijdens die bange kerstdagen van 1993. De brandweer werkt langs de dijk met zandzakken. Mannen sjouwen, stapelen en verstevigen waar dat nodig is. Aan de andere kant ligt de Maas, uitzonderlijk hoog en angstwekkend dicht bij het niveau van het land achter de waterkering. Het was zwaar en vuil werk, maar iedere zandzak had hetzelfde doel: het water buiten het dorp houden. En dan komt onvermijdelijk de gedachte op: stel je voor dat die dijk het had begeven. Een doorbraak is iets heel anders dan water dat langzaam over een lage oever loopt. Zodra op één zwakke plaats water door of over een dijk begint te stromen, kan het grondlichaam verder worden aangetast en kan een opening snel groter worden. Het achterliggende, lager gelegen gebied krijgt dan plots een enorme hoeveelheid Maaswater te verwerken. Straten, huizen, stallen en landbouwgronden kunnen in korte tijd onderlopen. Daarom was het versterken van kwetsbare plaatsen geen overdreven voorzorg, maar een verdediging tegen een scenario waarvan niemand wilde meemaken hoe het zou aflopen. Hoe uitzonderlijk 1993 was, blijkt uit latere metingen en vergelijkingen. In Lanaken wordt voor de overstroming van 1993 een historische waterstand van 47,32 METER taw vermeld en een Maasdebiet van iets meer dan 3.000 kubieke meter water per seconde. Dat is meer dan drie miljoen liter water die iedere seconde voorbijtrekt. De ramp van 1993 werd bovendien geen eenmalige waarschuwing. Amper dertien maanden later, begin 1995, kwam het Maasgebied opnieuw zwaar onder druk te staan. Juist die overstromingen vormden de aanleiding voor grote veranderingen langs de rivier. Dijken werden versterkt en de Maas kreeg op verschillende plaatsen meer ruimte, onder meer door verbreding en andere ingrepen in de vallei. Die werken verklaren mede waarom vergelijkbare hoge waterstanden tegenwoordig veel minder snel woningen bedreigen. Maar in Uikhoven, met Kerstmis 1993, bestond die zekerheid nog niet. Daar stonden mensen letterlijk tussen het dorp en de Maas. Geen grote machines of moderne waterbouwkundige projecten die het gevaar voor hen konden wegnemen, maar brandweerlieden, vrachtwagens en vooral honderden zandzakken.

Deze foto is daarom meer dan een beeld van een overstroming. Het is een herinnering aan enkele angstige dagen waarop de Maas opnieuw liet zien hoeveel kracht zij bezit. Terwijl binnen de kerstbomen brandden, werkte buiten de brandweer verder aan de dijk. Want achter die dijk lagen Uikhoven, zijn huizen en zijn bewoners.

X


KOTEM / BOORSEM GROTESTRAAT MAASOVERSTROMING 1993

Updated
Ook Boorsem werd een gedeelte slachtoffer van het opkomend water, je kijkt hier vanaf Boorsem richting Kotem. Op de achtergrond rechts is de Bampstraat.

Wie vandaag door de Grotestraat van Kotem richting Boorsem rijdt, kan zich moeilijk voorstellen dat deze gewone dorpsweg in december 1993 veranderde in een waterstraat. Toch behoort het hoogwater van 1993 tot de gebeurtenissen die zich diep in het geheugen van de Maaslandse dorpen hebben vastgezet. Dagenlange regenval in het stroomgebied had de Maas doen aanzwellen. De rivier die hier al eeuwen het landschap bepaalde, trad buiten haar oevers en zocht opnieuw de laaggelegen gronden op die van nature tot haar overstromingsvlakte behoorden. Kotem lag bijzonder kwetsbaar. Dat is ook geografisch goed te begrijpen. De Grotestraat is de hoofdstraat van het gehucht; bovendien sluit ze rechtstreeks aan op de Grotestraat van Boorsem. Wat eeuwenlang een voordeel was — wonen dicht bij de vruchtbare Maasgronden — werd tijdens extreem hoogwater plots een bedreiging.

En toen kwam het water:

Eerst liepen de laagste gronden onder. Daarna kroop het Maaswater verder richting woningen en straten. In Kotem stond het uiteindelijk niet alleen op de weg: getuigen herinneren zich water in kelders, garages en zelfs woonkamers. Duizenden zandzakken werden gevuld om huizen en doorgangen te beschermen. Op een bepaald ogenblik was de toestand zo ernstig dat het leger werd ingezet. Kinderen uit Kotem werden met militaire voertuigen naar school gebracht omdat normaal verkeer door het overstroomde dorp nauwelijks nog mogelijk was. De foto van de Grotestraat vertelt dat verhaal zonder grote woorden. Auto's rijden voorzichtig door het water, de stoepen zijn nauwelijks nog van de rijweg te onderscheiden en aan de kant staat het bord Maasmechelen. Het lijkt bijna een rustig winterbeeld, maar voor de bewoners was dit allesbehalve gewoon. Achter iedere voordeur werd gekeken hoe hoog het water stond en of het nog verder zou stijgen. Het meest angstige moment kwam toen gevreesd werd dat de waterkeringen het zouden begeven en vervolgens werd het hele dorp geëvacueerd. Bewoners verlieten hun huizen en namen mee wat ze konden; zelfs dieren werden in veiligheid gebracht. Sommige gezinnen verbleven meerdere nachten elders. Ook Boorsem, waarvan Kotem historisch een gehucht is, lag midden in diezelfde bedreigde Maasvlakte. Het water hield immers geen rekening met dorpsgrenzen. De Grotestraat vormde letterlijk de verbinding tussen beide woonkernen en werd zo ook een stille getuige van dezelfde ramp. De overstroming van 1993 was bovendien geen alleenstaand voorval in de geschiedenis. De gemeente beschrijft hoe de Maas vroeger vrij door haar alluviale vlakte kronkelde en regelmatig haar bedding verplaatste. De mensen van Kotem en Boorsem leefden dus al generaties lang met de rivier. Maar in 1993 liet de Maas nog één keer op indrukwekkende wijze zien hoeveel ruimte zij kon opeisen. Voor kinderen was het misschien spannend om achter in een legervoertuig door het overstroomde dorp te rijden. Voor hun ouders was het iets heel anders: zandzakken vullen, meubels hoger zetten, kelders controleren en voortdurend naar het stijgende water kijken. En vooral die ene vraag bleef door het dorp gaan:

Hoe hoog zal de Maas nog komen?

Daarom zijn foto's zoals deze zoveel meer dan oude beelden. Ze bewaren een stukje collectief geheugen van Kotem en Boorsem in 1993: de Grotestraat onder water, auto's die stapvoets door de vloed reden en bewoners die machteloos moesten toezien hoe de Maas opnieuw bezit nam van haar oude overstromingsgebied.

De Maas gaf het Maasland zijn vruchtbare grond, zijn landschap en zijn geschiedenis. Maar in december 1993 herinnerde zij Kotem en Boorsem eraan dat een rivier nooit helemaal getemd is.

X

KOTEM HAMEYWEG OVERSTROMING 1993


De Maas nam de Hameyweg

Wie in Kotem en Boorsem de overstroming van 1993 heeft meegemaakt, herinnert zich geen gewone winterse hoogwaterstand. Het was alsof de Maas plots opnieuw liet zien wie hier eeuwenlang het landschap had gevormd. Dagenlange regenval in het stroomgebied joeg enorme hoeveelheden water richting Limburg. Vanaf 19 en 20 december steeg de rivier bijzonder snel en enkele dagen later werden uitzonderlijke waterstanden bereikt. In Borgharen, niet ver stroomopwaarts van Kotem, bereikte de Maas haar hoogste peil pas na dagen van voortdurende stijging. De overstroming van 1993 werd daarmee een van de zwaarste Maasoverstromingen van de twintigste eeuw. Op de foto zien we de zwaar beschadigde Hameyweg in Kotem / Boorsem. Wat enkele dagen voordien nog een gewone asfaltweg door het Maasland was, is op verschillende plaatsen volledig doorbroken. Het kolkende, bruine Maaswater heeft de ondergrond weggeslagen en grote stukken aarde verdwijnen onder het geweld van de stroming. De rechte stukken asfalt lijken bijna als losse platen boven het water te hangen. Het beeld maakt vooral duidelijk hoeveel kracht stromend water kan ontwikkelen wanneer het eenmaal een doorgang heeft gevonden. Hier kreeg het water bovendien ruimte om naar de naastgelegen grindplas te stromen. Door het grote hoogte- en drukverschil ontstond een krachtige stroming dwars door het terrein. De Hameyweg vormde daarbij geen onneembare barrière. Zodra water over of door de berm en het weglichaam heen brak, kon de losse ondergrond onder het asfalt snel worden uitgespoeld. Het asfalt zelf bleef plaatselijk nog even liggen, maar zonder zijn fundering kon ook dat uiteindelijk niet standhouden. Zo ontstonden de diepe happen en volledige onderbrekingen die op deze opname zo indrukwekkend zichtbaar zijn. Voor Kotem was water natuurlijk niets onbekends. Het dorp ligt pal in het oude Maaslandschap en de geschiedenis van de plaats is onlosmakelijk met de rivier verbonden. Het gebied ligt waar de Maas en haar uiterwaarden het landschap generaties lang hebben bepaald. Maar december 1993 was anders. Ook mensen die eerdere hoge waterstanden hadden meegemaakt, werden verrast door de snelheid waarmee het water bleef komen. Elders langs de Maas bleek dezelfde onderschatting: men kende hoogwater, maar deze keer bleef de rivier stijgen. Juist daarom is deze foto van de Hameyweg zoveel meer dan een beeld van een kapotte weg. Zij toont een ogenblik waarop het vertrouwde landschap van Kotem in enkele uren veranderde. Waar mensen normaal reden, wandelden of fietsten, raasde nu Maaswater richting de grindplas. Graslanden werden eilanden, bermen verdwenen en een degelijke asfaltweg bleek tegenover de kracht van het water nauwelijks meer dan een dunne zwarte streep in het landschap. En daarna bleef de stilte achter. Het water zakte uiteindelijk opnieuw, zoals de Maas dat altijd doet. Maar wat zichtbaar werd toen zij zich terugtrok, waren modder, uitgespoelde gronden en een Hameyweg die op verschillende plaatsen opnieuw moest worden hersteld. Voor de inwoners van Kotem en Boorsem bleef december 1993 daardoor in het geheugen gegrift.

En wie deze foto vandaag bekijkt, ziet precies waarom men in het Maasland vroeger met zoveel respect over de Maas sprak. Ze gaf vruchtbare grond, grind en leven aan de dorpen langs haar oevers — maar in december 1993 herinnerde ze Kotem er op indrukwekkende wijze aan dat een rivier zich niet altijd laat vertellen waar ze moet stromen. 

X

vrijdag 7 augustus 2026

KOTEM OVERSTROMING 1993


Updated


Updated

Een eerste keer in december 1993 en dan een tweede keer 13 maanden later in januari-februari 1995 kreeg de Maas over haar ganse loop extreem grote hoeveelheden water te verwerken, waardoor er zich uiterst hoge waterstanden voordeden. Ook in Belgisch Limburg kwamen grote delen van de Maasvlakte onder water te staan. Naast zeer veel menselijk leed was er een enorme materiële schade. Het zou allemaal nog veel erger geweest zijn, indien het zwellende water bressen had geslagen in de dijken en de rivier uit haar winterbed was getreden; enkel daar waar de zijbeken niet afgesloten waren, is het water landinwaarts gestroomd en kwamen landerijen en huizen onder water. Voortreffelijk werk werd in Belgisch Limburg, vaak onder een onwezenlijke spanning, geleverd door het provinciaal coördinatie- en crisiscentrum van Maasmechelen, waarbij de afdeling Maas en Albertkanaal permanent aanwezig was. Een stuk uit een Engelse krant van toen : A cautious conclusion could be that the December 1993 might be the flood of the century, if another flood on the river Meuse does not occur before the end of 2000. Er is dus geen grotere geweest tot 2000 dan die van 1993 en dus waarschijnlijk de grootste van de eeuw hier bij ons indertijd.

X


donderdag 6 augustus 2026

KOTEM / ELSLOO OVERSTROMING 1940


X

PATER RAPHAEL VERBOIS (1885-1979) - DE MAN DIE HET VERLEDEN VAN REKEM VOOR DE TOEKOMST BEWAARDE

Sommige mensen laten een monument na in natuursteen. Anderen bouwen een kerk of een kasteel. Maar slechts weinigen slagen erin een volledig verleden te redden van de vergetelheid. Pater Raphaël Verbois behoorde tot die uitzonderlijke mensen. Dankzij zijn onvermoeibare inzet bleef de geschiedenis van Rekem bewaard voor de generaties die na hem kwamen. Als blijvend eerbetoon draagt een rustige laan door de boomgaarden van Rekem vandaag zijn naam: de Pater Verboislaan. Op deze prachtige foto zien we geen man die erkenning zocht, maar een bescheiden priester op leeftijd. Zijn diep getekende gezicht vertelt een verhaal van duizenden uren studie, opoffering en doorzettingsvermogen. Zijn heldere blik verraadt een scherp verstand dat jarenlang het verleden van het oude graafschap Rekem wist te ontrafelen. Zijn eenvoudige zwarte habijt en zijn rustige houding weerspiegelen de nederigheid waarmee hij zijn levenswerk verrichtte. Pater Verbois bracht ontelbare uren door in archieven, waar hij dagelijks acht tot tien uur oude documenten bestudeerde. Hij ontcijferde de moeilijk leesbare rollen van de drossaards, de notulen van de schepenbanken van Rekem en Boorsem en de vergeelde gichten waarin eeuwen geleden de eigendomsoverdrachten en rechtshandelingen werden vastgelegd. Vaak moest hij een vergrootglas gebruiken om de haast onleesbare handschriften te kunnen ontcijferen. Het was een titanenwerk waarvoor een uitzonderlijk geduld en een diep historisch inzicht nodig waren. De prijs die hij daarvoor betaalde was bijzonder zwaar. Door jarenlang intensief archiefonderzoek verloor hij uiteindelijk zijn gezichtsvermogen. Voor velen zou dat het einde van hun levenswerk hebben betekend, maar niet voor Pater Verbois. Met een fenomenaal geheugen en met de hulp van trouwe assistenten bleef hij werken aan de geschiedenis van zijn geliefde Maasland. Blindheid kon zijn geest niet verhinderen verder te zien waar anderen allang zouden zijn gestopt. Zijn inspanningen resulteerden in drie monumentale werken over de geschiedenis van Rekem. Ook de geschiedenis van Uikhoven wist hij nog op papier te zetten. Alleen de geschiedenis van Boorsem, het laatste dorp van het historische graafschap Rekem, bleef onvoltooid. De gegevens had hij zorgvuldig verzameld en een deel van zijn aantekeningen was reeds uitgetypt, maar hij kon ze zelf niet meer lezen. Vol vertrouwen gaf hij zijn werk door aan een onderwijzer, in de hoop dat het ooit zou worden voltooid. Daarmee bewees hij dat ware geschiedschrijving nooit een persoonlijk bezit is, maar een opdracht die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Misschien nog indrukwekkender dan zijn wetenschappelijke werk was zijn eenvoudige levenswijsheid. Toen men hem vroeg of hij veel spijt had van zijn blindheid, antwoordde hij met een opmerkelijke sereniteit: "Of ik er veel spijt van heb, weet ik niet. Ik heb nu in ieder geval veel tijd gekregen om te bidden. Vroeger had ik de tijd daarvoor niet." In die enkele woorden schuilt de bescheidenheid van een man die zijn lot zonder bitterheid aanvaardde en zijn leven bleef zien als een dienst aan God én aan de gemeenschap. Vandaag, vele jaren later, behoren de boeken van Pater Raphaël Verbois nog steeds tot de belangrijkste bronnen voor iedereen die zich verdiept in de geschiedenis van Rekem en het Maasland. Zijn werk vormt het fundament waarop latere generaties historici konden voortbouwen. Zonder zijn nauwgezette onderzoek zouden talloze verhalen, namen en gebeurtenissen voorgoed verloren zijn gegaan. Pater Raphaël Verbois was daarom veel meer dan een priester of een geschiedschrijver. Hij was de bewaker van het collectieve geheugen van een streek. Zijn nalatenschap leeft voort in zijn boeken, in de straat die zijn naam draagt en vooral in de geschiedenis die dankzij hem nooit vergeten zal worden. Zijn levenswerk verdient niet alleen bewondering, maar ook blijvende dankbaarheid van iedereen die het verleden van Rekem en het Maasland een warm hart toedraagt.

X

woensdag 5 augustus 2026

BOORSEM ROND DE JAREN '50 - IN EEN ELECTROWINKEL MET WASMACHINE

Updated

BOORSEM (MAASMECHELEN) MOLEN "DE STORMVOGEL"

Updated en Ingekleurde versie

Er zijn van die monumenten die de geschiedenis van een dorp bijna tastbaar maken. De stenen windmolen is daar een prachtig voorbeeld van. Door de jaren heen heeft de molen verschillende gedaantes gekend. Op oudere foto's was de romp nog zwart geteerd zoals hier, een afwerking die niet alleen een karakteristieke uitstraling gaf, maar ook diende als bescherming tegen vocht en weersinvloeden. Het teren van de buitenmuren was vroeger een beproefde techniek om het metselwerk langer te bewaren. Later werd de molen wit gekalkt, waardoor hij een veel lichtere en opvallendere verschijning kreeg in het Maaslandse landschap. Die witte afwerking sloot aan bij een bredere restauratievisie waarbij historische molens opnieuw een verzorgd en herkenbaar uitzicht kregen. Hoewel beide uitvoeringen historisch correct zijn voor hun eigen periode, roept de zwart geteerde molen bij veel liefhebbers een gevoel van authenticiteit en nostalgie op. Ze weerspiegelt de tijd waarin de molen nog volop deel uitmaakte van het dagelijkse leven van de inwoners van Boorsem. Deze prachtige foto toont "De Stormvogel" in haar donkere periode. De imposante molenromp steekt krachtig af tegen de helderblauwe hemel, terwijl de langzaam voorbijdrijvende wolken het geheel een rustige en tijdloze sfeer geven. De draaiende wieken vormen het natuurlijke middelpunt van de compositie en trekken onmiddellijk de aandacht. De landelijke voorgrond, de omliggende gebouwen en het frisse groen benadrukken de verbondenheid van de molen met het Maaslandse landschap. Het is precies die combinatie van geschiedenis, vakmanschap en eenvoud die deze opname zo bijzonder maakt. De foto legt niet alleen een monument vast, maar ook een stukje erfgoed dat generaties inwoners van Boorsem (Maasmechelen) heeft zien komen en gaan. Dankzij dergelijke beelden blijft de herinnering levend aan een tijd waarin windkracht het ritme van het dagelijkse leven bepaalde en de molen een onmisbare schakel vormde in de lokale gemeenschap.

X


dinsdag 4 augustus 2026

MAASTRICHT: PHILIPS TABAKSFABRIEK

Ingekleurde versie

Aan het werk in de Philips Tabaksfabriek aan de Tongerseweg in de jaren vijftig. Waarschijnlijk is deze jongedame bezig met het snijden van de tabak voor sigaren en sigaretten. Het merk sigaren dat hier werd vervaardigd heette Martinez. Ook pruimtabak behoorde tot het assortiment. Naar aanleiding van een bezoek aan de fabriek in 1924 stond hierover in het blad de Nedermaas: Nu moeten onze lieve lezeressen haar neusje niet ophalen en zeggen: Pruimtabak, wat vies! Eerlijk bekend wij stelden ons van deze afdeling ook niet zoveel voor want pruimen heeft nu eenmaal een reputatie van onzindelijkheid. Maar wie zoals wij de schepping en wording van een pruimrolletje gezien heeft, zal heengaan met meer verheven gedachten dan waarmee hij kwam”.

X

DE POSTBODE VAN BOORSEM IN DE JAREN VIJFTIG - DE STILLE KRACHT VAN HET DORP

Ingekleurde versie

Updated

In de jaren vijftig was de postbode in Boorsem veel meer dan iemand die de post bezorgde. Hij was een vertrouwd gezicht dat iedereen kende en dat dagelijks een vaste plaats innam in het dorpsleven. Nog voor de meeste inwoners aan hun werk begonnen, vertrok hij vanuit het plaatselijke postkantoor met een zware lederen posttas, gevuld met brieven, briefkaarten, officiële documenten, pensioenuitkeringen en soms zelfs kleine pakjes. Zijn donkerblauwe uniform, zware mantel en kepie met het Belgische postembleem straalden gezag en vertrouwen uit. Het embleem met de kroon en de posthoorn symboliseerde de Belgische Posterijen, een dienst die in die periode bekendstond om haar stiptheid en betrouwbaarheid. Vooral tijdens de koude Limburgse winters bood de dikke wollen mantel bescherming tegen regen, wind en sneeuw, terwijl stevige lederen handschoenen de handen warm hielden tijdens de lange rondes. De afgebeelde muurbrievenbus is een typisch voorbeeld van de Belgische brievenbussen uit de jaren vijftig. Ze was uitgevoerd in donker roodbruine verf en droeg bovenaan een wit geëmailleerd bordje met het woord "BRIEVENBUS". Daaronder bevond zich een tweede wit plaatje met "LICHTING", waarop de uren stonden aangegeven waarop de post werd opgehaald. Meestal gebeurde dit één of twee keer per dag, afhankelijk van de grootte van het dorp en de verbinding met het dichtstbijzijnde postkantoor. Voor veel inwoners betekende de komst van de postbode het hoogtepunt van de dag. Families wachtten op een brief van zonen die hun legerdienst vervulden, mijnwerkers ontvingen loon- of verzekeringsdocumenten, en emigranten hielden contact met hun familie via zorgvuldig geschreven brieven uit Canada, de Verenigde Staten of Frankrijk. In een tijd zonder internet, gsm of e-mail vormde de post de levensader van de communicatie. In Boorsem kende de postbode vrijwel iedereen persoonlijk. Hij wist waar oudere mensen woonden die moeilijk te been waren en nam vaak even de tijd voor een kort praatje. Wanneer iemand niet thuis was, kende hij meestal wel een buur of familielid aan wie de brief veilig kon worden toevertrouwd. Die menselijke betrokkenheid maakte het beroep bijzonder gewaardeerd. De post werd grotendeels met de fiets bezorgd, al legden sommige postboden een deel van hun ronde ook te voet af. De landelijke wegen, veldwegen en verspreid liggende hoeves maakten het werk zwaar, zeker tijdens regenachtige herfstdagen of wanneer sneeuw de wegen moeilijk begaanbaar maakte. Toch bleef de post vrijwel altijd op tijd aankomen, iets waar de Belgische Posterijen terecht trots op waren. Ook in Boorsem veranderde de samenleving langzaam. Nieuwe woningen verschenen, de mobiliteit nam toe en de economische bloei van de jaren vijftig bracht steeds meer postverkeer met zich mee. Toch bleef de dagelijkse ronde van de facteur grotendeels onveranderd: een vast ritme waarin plichtsbesef, nauwkeurigheid en persoonlijk contact centraal stonden.

Vandaag zijn dergelijke beelden een kostbare herinnering aan een tijd waarin een eenvoudige brief mensen dichter bij elkaar bracht. De facteur van Boorsem vertegenwoordigde niet alleen de Belgische Posterijen, maar ook een periode waarin vertrouwen, dienstbaarheid en gemeenschapsgevoel nog vanzelfsprekende waarden waren. Juist daarom blijft hij één van de meest herkenbare en geliefde figuren uit het Limburgse dorpsleven van de jaren vijftig.




HET ONNEEMBARE FORT VAN EBEN-EMAEL

In het dorpscafé van Eben-Emael hangt een schilderij waarop de toegang van het fort is afgebeeld. Het werd gebouwd tussen de twee wereldoorlogen en genoot de faam het sterkste op de wereld te zijn en praktisch onneembaar. De Duitsers hadden echter slechts anderhalve dag nodig om het fort te veroveren. Zij kwamen met zweefvliegtuigen. Daar hadden de Belgen geen rekening mee gehouden. De telefoondraden, die open en bloot over het fort lagen, konden direct door de Duitsers onklaar gemaakt worden. Hier in het café van Eben-Emael zal er nog vaak over verteld zijn.

X


OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) SINT-PIETER

Ingekleurde versie Updated OUD-REKEM — DE GRAANHANDEL VAN DANIEL DELWAIDE OP SINT-PIETER Een paard voor een houten kar, een kip tussen de ka...