Wie in de jaren vijftig een dorpscafé in Boorsem binnenstapte, kwam niet alleen voor een pint. Men kwam er voor een gesprek, een luisterend oor, een kaartspel, een lach of een woord van troost. Achter de blinkende koperen tapkraan stond vaak de cafébazin, en in dit geval was dat Julienne Thoné. Met een vriendelijke glimlach en een vaste hand tapte zij het bier zoals alleen een ervaren uitbaatster dat kon. Op deze foto zien we Julienne met een net versgetapte goudgele pint met een stevige, romige schuimkraag. Haar witte schort was het herkenbare symbool van een vrouw die haar leven grotendeels achter de toog doorbracht. Het café was haar werkplek, maar tegelijk ook haar tweede woonkamer. Julienne kende haar klanten door en door. Zij wist wie graag een pils dronk, wie liever een donkere tafelbier verkoos en wie na het werk eerst zwijgend aan de toog wilde zitten. Een goede cafébazin hoefde weinig te vragen; één blik was vaak voldoende. Ze schonk niet alleen drank uit, maar bouwde ook mee aan de sociale samenhang van het dorp. In die jaren straalde een dorpscafé warmte en eenvoud uit. Donker houten lambriseringen, glazen rekken achter de toog, blinkende bierkranen en de geur van vers getapt bier vormden het vertrouwde decor. Buiten passeerden fietsers, boerenkarren en af en toe een autobus, terwijl binnen de tijd even leek stil te staan. Het dorpscafé was een onmisbare ontmoetingsplaats waar vriendschappen ontstonden en verhalen werden doorverteld van generatie op generatie. Deze foto van Julienne Thoné is daarom veel meer dan een portret van een caféuitbaatster. Het is een waardevol tijdsdocument dat herinnert aan een periode waarin het dorpscafé het sociale middelpunt van Boorsem was. Achter elke perfect getapte pint schuilde de inzet van een vrouw die haar klanten met warmte ontving en zo mee de geschiedenis van het dorp schreef.
X


Geen opmerkingen:
Een reactie posten