zondag 14 april 2024
vrijdag 12 april 2024
maandag 8 april 2024
OUDE BEROEPEN: DE KETELLAPPER
OUDE BEROEPEN: DE VODDENBOER MET HONDENKAR 1932
Zuinige huisvrouwen
De voddenman, ook wel lorrenboer genoemd ging langs de deuren om voor een paar stuivers oud textiel op te kopen. De lorren werden in een jutezak met een weeghaak gewogen en de prijs werd berekend per kilo. Sommige zuinige huisvrouwen probeerden nog een extra cent voor de kleding te krijgen, maar die ruimte was er vaak niet. Thuis sorteerde de voddenman de opbrengst van die dag die meestal bestond uit kleding en beddengoed. Maar soms haalde hij ook andere goederen op, zoals oud ijzer en metaal.
Papier en poetsdoeken
Niet alle vodden gingen meteen naar de groothandel. De nog bruikbare kledingstukken werden ook wel op straat uitgestald zodat ze weer konden worden gekocht door gezinnen die het niet zo breed hadden. Met een beetje geluk zat er ook voor de kinderen nog leuk spul bij om mee te spelen. De niet verkoopbare lorren werden doorverkocht voor de fabricage van papier of poetsdoeken.
In de jaren zeventig verdween de voddenhandelaar uit het straatbeeld en sindsdien wordt kleding op andere manieren gerecycled.
X
zondag 7 april 2024
OUDE BEROEPEN: DE TURFSTEKER
Hoe werd je een turfsteker?
Hoewel turf in grote hoeveelheden beschikbaar was, was het verkrijgen van turf allesbehalve een eenvoudige opgave. Turfsteken was fysiek zwaar en smerig werk. Met goed of slecht weer waren de arbeiders in de buitenlucht op veengrond te vinden. Over het algemeen werd het werk uitgevoerd door mannen, maar af en toe hielpen vrouwen en jonge jongens ook mee. Er werd vooral gekeken of de arbeider in kwestie fysiek in staat was om het werk uit te voeren. Het doel was uiteindelijk om zoveel mogelijk turf te winnen. Het turfsteken gebeurde zonder enige vorm van opleiding vooraf. Alles wat de arbeider moest weten, werd geleerd in de praktijk. De meeste kwamen daarom in dienst bij een veenbaas waar ze voor weinig loon het zware werk uitvoerden. Doordat het turfsteken vooral seizoenswerk was, waren er ook enkele zelfstandige turfstekers. Het was dan mogelijk om andere inkomsten te hebben en daarnaast als turfsteker aan de slag te gaan. Het werk begon namelijk rond half maart en eindigde eind juli zodat turf nog genoeg tijd had om te drogen. Tijdens de koudere dagen zochten de turfstekers vaak werk bij boeren op het land.
Het leven van een turfsteker
De werkdagen van een turfsteker waren lang. Ze waren vaak al ’s nachts aan het werk en werkten dan door tot rond het middaguur. De twaalf tot veertien uur durende werkdagen waren meer dan normaal. Rondom de veengebieden ontstonden daarom ook plaggenhutten, uitgegraven eenvoudige bouwwerken zonder zijmuren en met een dak dat op grondhoogte begon. De plaggenhut zorgde voor de mogelijkheid om met het werk mee te verhuizen. Hierdoor hoefden de turfstekers vanaf hun hut niet kilometers te lopen voordat ze aan hun werkdag begonnen. Een turfsteker mocht officieel in de hut blijven wonen wanneer de schoorsteen in de ochtend rookte, dat was namelijk een ongeschreven regel. De leefomstandigheden van het wonen in een plaggenhut waren daarentegen allesbehalve ideaal. De hut was vochtig, slecht te verwarmen en het zat vaak vol met ongedierte. Er ontstonden over het algemeen meerdere plaggenhutten bij elkaar in de buurt, omdat turfstekers met meerdere collega’s in één ploeg werkten. Samen groeven ze met de hand veenkuilen, stapelden ze de turf op, sneden ze deze in grote vierkante stukken en uiteindelijk in kleinere rechthoeken. Daarnaast verplaatsten ze kruiwagens vol naar de legakkers waar de turfblokken konden drogen. Arbeiders liepen heen en weer met massa’s turf, want per dag werden er gemiddeld 6.000 turven verplaatst. Elke kruiwagen woog bij het heenlopen zo’n zeventig kilogram. Vervolgens moesten de zware blokken met de hand ook regelmatig gedraaid worden om het droogproces nog effectiever te maken.
Een uitgestorven beroep
Rond 1950 is het werk van de turfsteker opgehouden met bestaan. Nadat turf werd overgenomen door andere fossiele energiebronnen als steenkool, olie en gas, was het winnen van turf niet meer nodig. Nadat de laatste turfsteker zijn schop neerlegde en er geen enkele machine meer op het land was te vinden, stierf het beroep uit.
X
OUDE BEROEPEN: DE LANTAARNOPSTEKER
Ongure types
In de donkere middeleeuwen waagden de mensen zich ’s avonds liever niet op straat. Wel zo veilig met al dat ongure volk en straatverlichting was er niet. Die kwam er pas in de late middeleeuwen: draagbare en vaste lantaarns met kaars in een winddichte behuizing.
De eerste lantaarnpaal
Maar wist je ook dat de eerste echte lantaarnpaal in 1663 werd uitgevonden door schilder en uitvinder Jan van der Heyden? Daarin brandde olie in een afgesloten reservoir. Dat reservoir moest wel tijdig worden gevuld en de lantaarn had ook onderhoud nodig. De speciaal geselecteerde en opgeleide lantaarnopsteker zorgde daar voor. Zodra het begon te schemeren trok hij erop uit om met behulp van een lange stok met brandende lont de olie (en later het gas) aan te steken. In de ochtend maakte hij een rondje om alle lantaarns weer te doven. Want laten branden is natuurlijk zonde.
Rotjongens
Geen baan van 9 tot 5. In de tussentijd moest er ook op een andere manier de kost worden verdiend. Vandaar dat de lantaarnaansteker meestal meerdere bijbanen had. Zo was hij daarnaast vaak de bewaker van de stad, maar ook de combinatie met barbier was niet ongewoon. En als de lampen weer eens werden gedoofd door een stel rotjochies moest hij ook nog een sprintje trekken om ze stevig bij het oor te pakken.
Inmiddels is het beroep uit het straatbeeld verdwenen.
X
zaterdag 6 april 2024
OUDE BEROEPEN: DE PORDER
Hoe irritant en gehaat wekkers ook zijn omdat ze ons ruw uit onze nachtrust halen, ze zorgen er wél voor dat we op tijd kunnen opstaan. Maar de wekker is er natuurlijk niet altijd geweest. Hoe zorgden mensen er vroeger voor dat ze op tijd ontwaakten? Een korte geschiedenis van de wekker!
Natuurlijk ritme
Misschien is je eerste gedachte bij de vraag hoe mensen vroeger op tijd wakker werden een haan. Maar meer nog dan dit werd het slaapritme bepaald door donker en licht. Omdat er nog geen binnenverlichting en straatverlichting was, gingen mensen gewoon slapen als het donker werd. Wat moest je immers anders doen? Als gevolg hiervan werd men vaak ook automatisch wakker bij de eerste zonnestralen. Mensen sliepen op vaste tijden en het lichaam raakte gewend aan dit ritme. Bij zonsopgang werd men dus ook vaak automatisch wakker en ging men aan het werk.
Meidenklokken
Wie het zich kon veroorloven, had een dienstmeid in huis die verantwoordelijk was voor het wekken van het hele gezin. Maar hoe werd deze dienstmeid zelf dan wakker? Vaak had men een speciale ‘meidenklok’ in huis: een simpele klok met één wijzer en een wekfunctie. Nadat de dienstmeid door deze klok was gewekt, bereidde ze het ontbijt en wekte ze de gezinsleden. In sommige, armere huishoudens had men geen meidenklok, maar eenvoudigweg een haan.
Porder
In de 19e eeuw werd het belangrijker om op tijd op te staan. Door de komst van de industriële revolutie ging men massaal in fabrieken werken, waar strikte werktijden golden en men dus écht op tijd moest zijn. Er ontstond dan ook een nieuw beroep: porder. Deze mensen hadden vaste klanten en gingen ’s nachts en ’s ochtends op pad om deze mensen te wekken. Met een speciale stok tikten, oftewel porden, zij tegen het raam, net zolang tot de betreffende persoon wakker was. Een heel normale, maar zeker geen goedbetaalde baan.
Opkomst van de wekker
De eerste wekkers waren vaak te duur voor het ‘gewone volk’, waardoor men op porders aangewezen was. Begin 20ste eeuw kwamen er echter eenvoudige, goedkope wekkers op de markt. Naar verhouding was een dergelijke wekker goedkoper dan een porder. Enkele oudere mensen bleven gebruik maken van een porder, omdat zij de wekker niet vertrouwden. Toch stierf het beroep langzaam uit, totdat het rond de Tweede Wereldoorlog helemaal verdwenen was.
Vandaag de dag
De rest van het verhaal is wellicht bekend: van de rinkelende, opwindbare wekker via de digitale en muzikale wekkerradio naar het alarm op de smartphone vandaag de dag. Een wekker hebben we tegenwoordig dan ook bijna altijd bij ons in de vorm van onze mobiele telefoon.
OUDE BEROEPEN: DE STRONTTONNETJESSCHEPPER
Verdwenen beroepen – Een van de meest smerige beroepen uit het verleden is toch wel de stronttonnetjesschepper. Vroeger toen er nog geen toilet en riolering was, deden de mensen hun behoefte op een emmer of po. Deze werd eens in de week opgehaald en geleegd door de stronttonnetjesschepper die de uitwerpselen vervolgens op zijn strontkar gooide en buiten de stad bracht.
Stinkende middeleeuwse straten
In de middeleeuwen kwam de ontlasting van mensen vaak in het water of in de straten terecht, waardoor de stad vaak stonk. Dit was natuurlijk slecht voor de gezondheid van de mensen en om dit op te lossen verboden de stadsbesturen om afval en uitwerpselen te lozen in de grachten. Het alternatief was de beerput (beer = poep). Dit was een put waar de uitwerpselen in werden gegooid. Vaak werden huurbazen verplicht om in de kelders of tuinen een beerput te maken. In de armere wijken werden minder beerputten gemaakt en moesten de mensen er een delen.
Strontkar
Tijdens de industrialisatie in de achttiende en negentiende eeuw kwamen steeds meer mensen in de steden wonen. Omdat de beerputten snel vol raakten en de stank dus nog steeds erg was, besloten gemeenten om de stront te komen ophalen. De strontkar kwam elke dag langs om de beerputten leeg te maken en de tonnen met stront mee te nemen. De strontkar werd ook wel spottend ‘Boldootkar’ genoemd. ‘Boldoot’ was vroeger een bekend geurenmerk. Omdat niet alles altijd netjes in de beerput of ton terecht kwam, was de taak van de stronttonnetjesschepper ook om de uitwerpselen op straat op te ruimen. Soms werden de uitwerpselen van de strontkar naar boeren gebracht, die het als mest gebruikten voor hun akkers.
Toilet en riolering
Met de komst van het riool en de toilet in de negentiende eeuw verdween de strontkar. Maar het duurde nog lang voordat alle woningen en plaatsen waren aangesloten op de riolering. Er zijn nog gevallen bekend waar de stronttonnetjesschepper zelfs na de Tweede Wereldoorlog nog door ging. Voor plaatsen die niet aangesloten waren op de riolering, werd afvalwater opgeslagen en regelmatig leeggezogen door een gierwagen; de moderne versie van de strontkar.
X
LANAKEN - VERWELKOMING GRENSWIELRIJDERS 1934
DE TIJD VAN TOEN: NEERPELT KERMIS 1895
vrijdag 5 april 2024
GENK (TOEN GENCK) - DE MOLEN
GENK (TOEN GENCK) - DE MOLEN
woensdag 3 april 2024
DE TIJD VAN TOEN: GENCK (GENK)
dinsdag 2 april 2024
maandag 1 april 2024
DE MIJN - DE MELKBAR (EISDEN)
DE TIJD VAN TOEN: DE KOLENBOER
DE MIJN - KOLENHOUWERS
DE MIJN - DE REDDER 1957
GENK – DE FEESTELIJKE OPENING VAN SHOPPING 1, 1968
Updated Op woensdag 28 augustus 1968, klokslag negen uur, begon voor Genk een nieuw hoofdstuk. Die ochtend opende Shopping 1 zijn deuren: he...
-
2018 2018 2023 De hobby-bakkerij van bakker-op-rust Jules Milissen, de stichter van de bakkerijketen 'De Korenaar', met winkels in M...
-
De kuiper of tonnenmaker is een ambachtsman die houten kuipen of tonnen maakt. Losse stukken hout bewerkt hij tot planken en duigen. Daarna ...
-
In de zomer werden de koeien gemolken in de weilanden. Die weilanden lagen meestal niet in de directe omgeving van de boerderij. Het melken ...


%201908.jpg)























.jpg)

%20-%20DE%20MOLEN.jpg)










%201912.jpg)









