Man aan het werk in lage pijler, met lederbroek.
Deze man werkt in een lage pijler, of een zeer steile pijler, waar hij zittend zijn werk moet doen. De afbouwhamer boort de kolen los. Deze man draagt een stofmasker, als bescherming tegen het vrijgekomen stof en kolengruis. Over zijn werkbroek draagt hij een lederbroek, als extra bescherming. De leren broek beschermde je werkkleding en je zitvlak, zodat je kon schuiven over de vloer. In de pijlers was het vaak warm. Hoe verder je weg kwam van de schacht, hoe warmer het werd. De aarde is in haar binnenste niet koud. Bij de intrekkende schacht, waar de verse lucht door aangevoerd werd, was het vaak wel kouder. Bij de uittrekkende schacht was het warmer. In de gangen waren geen toiletten. De mannen konden gebruik maken van stronttonnen, ook wel kiebels genoemd.
X
Geen opmerkingen:
Een reactie posten