De mosselman ? Die kennen we niet meer! In Vlaanderen en West-Nederland gingen leurders met hun honden- of paardenkar soms dagenlang de baan op. Tochten van zeventig of tachtig kilometer per dag waren niet ongewoon en ze maakten dagen van 15 uur of meer. De mosselen werden gehaald bij de Zeeuwse 'watergeuzen'. Die heersten over de mosselbanken in de nog niet afgesloten zeearmen van de delta. Aan- en afvoer van het volksvoedsel werd bepaald door het getij, de distributie door het weer. De mosselen mochten niet bevriezen, niet verdrogen en niet te warm worden, wat een heel gedoe was omdat er geen koelwagens bestonden. De verdiensten waren goed, tussen inkoop en verkoop zat een factor vijf verschil. Er werd door sommige mosselmannen met twee maten gemeten: de armen kregen een volle emmer, bij de rijken werd er stiekem een dikke houten schijf op de bodem gelegd. De Tweede Wereldoorlog bracht het gilde der mosselmannen een zware slag toe. De bezetter legde beslag op alle mosselgronden en de oogst verdween in zijn geheel naar Duitsland. Na de oorlog deden de deltawerken de rest.
X
Geen opmerkingen:
Een reactie posten