vrijdag 5 juli 2024

DE TIJD VAN TOEN: SPELENDE KINDEREN 1912


X

MAASMECHELEN (MECHELEN A/D/ MAAS) - VAANDELFEEST 5 MEI 1912 (toen Boschstraat, in 1927 tot Joseph Smeetslaan omgedoopt)



Ter gelegenheid van de schenking van het vaandel aan de plaatselijke maatschappij van onderlinge bijstand, 'Voorzien is genezen' verzamelden zich 104 verenigingen. De stoet was anderhalve kilometer lang en lokte meer dan 10.000 bezoekers. Het festijn werd afgesloten met feestredes en een 'monsteruitvoering' van een Vaandellied op melodie van het Transvaals Volkslied. Opvallende afwezigen waren verenigingen uit de steden, afgezien van de delegaties uit Maastricht en Tongeren. De hele middenstand verdiende aan de manifestatie, ook de plaatselijke fotograaf. Verenigingen 'die eene afzonderlijke photografie' wensten, werden één uur voor de start verzocht zich op de stoep van het gemeentehuis te melden.
Het witte boerderijtje op de foto's dateert van de 19de eeuw. In 1845 was het de enige woning tussen het kruispunt en de Talderstraat. In 1912 was het dak nog met stro bedekt en stond het te dromen tussen hoge bomen.

Uit het gemeenteraadsverslag van 20 december 1895 distilleerde José Vanderlee de aankoop van een vaandel van wollen stof ter waarde van 25 a 35 frank (20 maal het dagloon van een planter van wishout!). Het moet op zondag 5 mei nogal een 'begankenis'geweest zijn in Mechelen. Niet minder dan 104 sociëteiten trokken door de Mechelse straten! De stoet werd gevormd op de Boschstraat om half drie. De muzieksociëteiten speelden 'marchen', andere maatschappijen zongen in koor het 'Vaandellied', 'Veloclubs' (26!) lieten hun klaroenen horen, oude en vermaarde schutterijen toonden in volle tooi vogels en vaandels. Aan het huis van de burgemeester gaven alle muzieksociëteiten een 'monsteruitvoering van den feestmarch'; daarna -rond 6 uur- werden de prijzen uitgereikt en de stoet ontbonden op het schoolplein. Het Groot Vaandelfeest was een organisatie van de 'Maatschappij van Onderlingen Bijstand Voorzien is Genezen'. Voorzitter was burgemeester J. Smeets-Hauben. Hij zal wel fier geweest zijn bij het aanhoren van die 'monsteruitvoering'.Op het einde van het Boscheinde had de overhandiging plaats van het vaandel; als we het goed begrijpen kreeg iedere deelnemer een vlag bij het vertrek van de optocht. De stoet werd afgesloten met 21 afdelingen van de Gewestlijken Christenen Bond van Limburg (alle met vaandel).

XXX



donderdag 4 juli 2024

HET BRUIN CAFÉ



Bij een bruin café denk je direct aan een authentiek café met een verhaal, zo’n traditionele, ouderwets ingerichte kroeg met schaarse verlichting en veel donkerbruin hout. Er hangt een intieme sfeer, een gevoel van huiselijke gezelligheid en geborgenheid. De bruine kroeg heeft zijn naam inderdaad te danken aan al dat donkere en rokerige. En vaak zijn het behang en de gordijnen van zo’n café ook letterlijk bruin geworden door de rook. Huiskamercafé In het begin van de 19e eeuw ontstond een nieuw fenomeen: mensen richtten een kamer van hun huis in als huiskamercafeetje. Vaak werd hiervoor de piepkleine voorkamer gebruikt. Een gezin kon zo zijn beperkte inkomen aanvullen met wat extra centen. In Vlaanderen was er tegen het einde van de 19e eeuw in één op de zes huizen zo’n huiskamercafé te vinden. In Nederland werd in diezelfde periode (1881) echter al een wet ingevoerd die een dure vergunning voor cafés vereiste. In België gebeurde dat pas in 1919, waarna ook daar de huiskamercafeetjes stilaan verdwenen. Retro accessoires Bruine kroegen zijn nooit uit het straatbeeld verdwenen, ondanks de komst van hippe horecazaken en trendy lounge- en cocktailbars. De laatste jaren zijn ze zelfs weer in opmars: de rustieke cafeetjes met een oude cementtegelvloer en een houtkachel. Aan de muren zie je een retro wielertruitje, enkele oubollige lampjes en zelfs een heuse spaarkas. Een ouderwets kleedje op tafel en wat sanseveria’s op de vensterbank maken het af. Misschien hangen er zelfs droge worsten boven de toog, naast de bel die het volgende rondje of tournée générale inluidt. Het lijkt alsof de tijd er is blijven stilstaan.

XX

DE TIJD VAN TOEN: WEEKMARKT MET BIGGEN 1959


X

OUDE BEROEPEN: VIOOLBOUWER

Voor de bouw van zijn violen gebruikt deze vioolbouwer picea excelsa (een spar) uit de Dolomieten. Aan een viool werkt hij zo'n honderdzestig uren en hij maakt er ongeveer vijftien per jaar. Vroeger was dit het dubbele.

X




OUDE BEROEPEN: MACHINIST EN STOKER

De machinist (links) had onder meer tot taak de locomotief aan de gang te brengen en te doen stoppen. De stoker bevoorraadde uiteraard de ketel en controleerde de meters. De laatste stoomtrein in België reed op 20 december 1966.

X

woensdag 3 juli 2024

OUDE BEROEPEN: STEENKOLENHANDELAAR


Men gebruikte voor de haard in de huiskamer "echte" kolen, antraciet. Voor de keukenkachel voornamelijk eierkolen en briketten. De briketten bleven namelijk "lang liggen", zoals dat werd genoemd. Zij werden voornamelijk 's nachts gebruikt, zodat de kachels 's morgens, na wat russelen met de pook, snel weer konden worden "opgestookt" (het zogenaamde oprakelen). De kolen werden thuisgebracht in zakken van een halve mud, gestapeld op een platte kar met een paard ervoor of later vrachtwagen. Iedereen wist vroeger wat een mud kolen was, ook al wist niet iedereen hoeveel zoiets woog. Het was eigenlijk een inhoudsmaat van 100 liter, maar het gewicht in kolen lag al gauw om en nabij de veertig tot vijftig kilo. Vandaar die zakken van een halve mud. Als ie die zakken op z'n schouder naar "het schòp" (de schuur) droeg met die priemende oogjes, waarin het oogwit sterk opviel, deed hij me als kind nog het meest aan een zwarte piet denken. Door de komst van het aardgas, in de jaren zestig, zijn ze praktisch allemaal verdwenen. Een aantal van hen ging nadien nog even door met het verkopen van petroleum.

X


dinsdag 2 juli 2024

DE TIJD VAN TOEN: OMA EN KIND


X

OUDE BEROEPEN: MOLENAAR


X

OUDE BEROEPEN: MOLENSTEENGIETER

Op de molenstenen zien we gleuven, deze werden scherp gehouden door middel van een speciale beitelhamer. Deze stenen waren enorm hard, omdat er geen steenbrokken in de tarwe terecht mochten komen. Oorspronkelijk kwamen deze stenen uit het Duitse Eifelgebergte, later werden deze kunstmatig gemaakt volgens een geheim procédé.




maandag 1 juli 2024

OUDE BEROEPEN: BIJENKORFMAKER


X

DE TIJD VAN TOEN: DE GHETTOBLASTER

Een ghettoblaster is een grote tot zeer grote draagbare radio-cassetterecorder, met twee flinke luidsprekers van een flink vermogen. Het was typisch een product uit eind jaren zeventig tot midden jaren tachtig. Naast netvoeding kon het apparaat ook met een flink aantal batterijen gevoed worden voor gebruik buitenshuis.

X



OUDE BEROEPEN: GLAZENIER

De glazeniers bezaten de kunst om de kleur van zon en schaduw in glasramen vast te leggen. Die kunstwerken vond men vroeger bijna alleen in kerken. Na de tweede wereldoorlog legden glazeniers zich toe op de uitbeelding van profane onderwerpen. Een der bekenden was Frans van Immerseel (1909-1978), hier gefotografeerd in zijn Antwerpse atelier in 1964.

X

zondag 30 juni 2024

OUDE BEROEPEN: DE KUIPER OF TONNENMAKER



De kuiper of tonnenmaker is een ambachtsman die houten kuipen of tonnen maakt. Losse stukken hout bewerkt hij tot planken en duigen. Daarna brengt hij ze samen met hoepels en banden. De werkplaats van de vakman wordt kuiperij genoemd. Het ambacht van kuiper is vandaag nagenoeg verdwenen omdat kuipen of vaten tegenwoordig uit metaal worden gemaakt.

Ambacht

De noodzaak om vloeistoffen en andere levensmiddelen te bewaren en te vervoeren is even oud als de mensheid zelf. Het vat en de kuip kenden in de middeleeuwen een eerste groei. Bier, boter, kaas en olie werden op de markt in kuipen aangeboden. Later leerde men dat onder invloed van vuur en water hout kon plooien. Zo ontstond het gebogen vat. Het ambacht van de kuiper evolueerde tot specialistenwerk. Er waren kuipers die zich toelegden op verpakkingsvaten en huishoudelijke kuipen. Anderen maakten stevige tonnen voor de inleg- en conservennijverheid. Nog andere kuipers produceerden bijna uitsluitend dranktonnen. Elk dorp had ook een dorpskuiper die zowat alles maakte van tonnen en kuipen: melkemmers, beerkuipen, boterkuipen, wastobbes, kaastonnen… Door de Industriële Revolutie werden tonnen en kuipen steeds meer machinaal vervaardigd. Vandaag is de traditionele kuiperij vooral hobbyistenwerk geworden. Metalen kuipen, vaten en tonnen zijn nu de norm.

Techniek

Een ton bestaat uit duigen, een reeks gebogen planken. Deze verkrijg je door een in blokken verzaagde boomstam in planken te klieven met een kliefmes. De planken worden dan verder verwerkt tot duigen. Dit gebeurt met een bijl en een trekmes, het basisinstrument van de kuiper. De duigen worden daarna geruime tijd te drogen gezet en afgewerkt op de schaafbank. Om een ton te krijgen zet de kuiper de duigen samen. Hij houdt ze op hun plaats met twee voorlopige ijzeren banden onderaan en één in het midden. Door een vuurtje binnenin de ton worden de duigen buigzaam zodat de tonnenmaker ze bovenaan kan aantrekken met een vierde voorlopige band. Die wordt aangespannen met een hoepeltrekker. De uiteinden van de duigen schaaft hij glad met een gebogen kortschaaf. Hij schuint ze af met de dissel. Daarna schuurt de kuiper ook de groef voor de bodems uit. De binnenzijde wordt gladgeschaafd met een rond snijmes en een steekschaaf. Door de bovenste band weg te nemen, kan hij de bodem plaatsen en de definitieve banden aanbrengen met hamer en drijfveer.

X




OUDE BEROEPEN: OPKOPER 1966

De huidige, bijna industriële "alles-kopers" hadden dergelijke bescheiden voorgangers, die op een hondenkarretje en met een hoorntje van dorp naar dorp reden en datgene opkochten waarvoor ze elders nog een schamele duit kregen. 

X

OUDE BEROEPEN: KONIJNENVELLEN OPKOPER 1955

Deze opkoper ging per fiets en met een bel, vooral in het kermisseizoen en met de kerstdagen werd in veel huisgezinnen een of meerdere konijnen geslacht. Hij ging dan alle dorpen in zijn omgeving af om konijnenvellen op te kopen. Daarvan werden onder meer mantels en handschoenen gemaakt. Op de foto ziet men twee knapen die hem een paar konijnenvellen verkopen.

X

donderdag 27 juni 2024

OUDE BEROEPEN: FOORREIZIGER

Onze kermissen zijn oorspronkelijk de profane vieringen van de parochiepatroons. De foorkramers trekken nog met hun "vermakelijkheden" van kermis naar kermis. Hier een typische geanimeerde schietkraam in 1975.

X


OUDE BEROEPEN: KERMISVECHTER 1977

Op de grote kermissen waren doorgaans ook niet-alledaagse dingen te zien. De beruchte boks- en worsteltent, waar de sterke, gespierde kermisvechters het "publiek" uitdaagden.

X

vrijdag 21 juni 2024

DE TIJD VAN TOEN: TAXI


X

DE TIJD VAN TOEN: DE ZINKEN TEIL

Afkoelen tijdens een warme zomerse dag in de zinken teil 1967

Hij was te vinden in de keuken of binnenplaats van elk huis, werd bijna elke dag wel gebruikt voor verschillende doeleinden en was onmisbaar in het huishouden. We hebben het natuurlijk over de oude, vertrouwde zinken teil.

Ging jij in bad in zo'n tobbe, of zag je je moeder er de was in doen? Of ken je hem vooral als speelgoed in de zomer, om heerlijk af te koelen en watergevechten te houden? Misschien wel al deze dingen, en nog meer? Met een zinken teil kun je alle kanten op.

X

donderdag 20 juni 2024

DE TIJD VAN TOEN: OOGSTEN MET DE HELE FAMILIE


X

DE TIJD VAN TOEN: WIELPLOEG GETROKKEN DOOR EEN DUBBELSPAN


Een wielploeg of karploeg is een ploeg met aan de voorzijde twee wielen.Karploegen kunnen met of zonder rister (keerbord) zijn uitgerust. De ploeg is geconstrueerd uit twee delen, de voorploeg en de achterploeg. De voorploeg bestaat uit een as met twee wielen, een groot en een klein wiel. Het grote wiel loopt door de opengeploegde bouwvoor, het kleine over het nog niet geploegde land. Voor de ploeg worden de trekdieren gespannen. Het achtergedeelte is de eigenlijke ploeg, en als ze is uitgerust met een rister wordt de akkergrond niet alleen los gemaakt maar ook gekeerd.

X


.


OUDE AMBACHTEN: RIETDEKKER



Het rietdekkers vak is een eeuwenoud ambacht dat in de loop van de tijd slechts weinig veranderingen heeft ondergaan. Een rietdekker steunt bij zijn werk op een rietdekkerstoel, dat met behulp van scherpe kromgebogen haken in het dak wordt vastgezet. Als gereedschap dienen o.a. het zetje, de goot, het drijfbord, de naald en de gaffel. Een rieten dak is circa 25 cm. dik. Het riet wordt in lagen opgebracht. Eerst wordt een dunne laag riet over de panlatten gespreid, de spreilaag. De bossen riet worden dan naast elkaar gelegd met de dikste kant naar beneden. Met behulp van het drijfbord, ook wel dekplank genoemd, wordt het riet gelijk geklopt. De bevestiging van het dekriet gebeurt door middel van een dikke gegalvaniseerde draad die met koperdraad op de panlatten wordt gebonden. De dekker heeft hierbij de hulp nodig van een jongen die de draad van binnen terugsteekt, terwijl de rietdekker hem van buiten aantrekt. Deze manier van bevestigen werd vroeger veel bij de bekleding van molens toegepast, vandaar dat men deze steek de molensteek noemt. Langs de uitholling van de goot wordt de koperdraad naar binnen geschoven in het oog van de naald. Als deze teruggetrokken wordt komt het koperdraad mee. Met het zetje, een vorkachtig instrument, wordt de staaldraad aangetrokken en wordt het koperdraadje in elkaar gedraaid. Het riet wordt met de hand en een klopper gelijkelijk verdeeld. Als het dekken klaar is wordt het gehele dak nog met een klopper afgewerkt en geëgaliseerd en de losse rietdeeltjes worden verwijderd.

X




dinsdag 18 juni 2024

SHOWBIZZ: ZWARTE LOLA (ANNIE HEUTS 1929-2019)

‘Ik ben Lola, Zwarte Lola. Ik ben Lola uit de stripteasebar.’ Volgens de legende werd de hit van Annie Heuts, die veel brave huisvaders rode oortjes bezorgde, in slechts tien minuten geschreven.

Annie Heuts werd in 1929 geboren in Maastricht. Na een danscarrière streek ze neer in Belgisch-Limburg. Zo belandde ze in 1950 in Genk waar ze trouwde met André, een ingenieur bij Ford. Annie bleef verder sleutelen aan haar showbizz-carrière: ze had succes als lid van het zangduo De Olympiazusjes en verving Jo Leemans tijdelijk als zangeres voor het orkest van Francis Bay. Maar de echte doorbraak bleef lang uit. Ze wierp de handdoek tijdelijk in de ring en maakte meer tijd om voor haar kinderen te zorgen. De Maastrichtse zangeres bracht het laatste deel van haar leven door in Bolderberg in Heusden-Zolder.

Johnny Hoes

In 1967 bedacht de man achter ‘De Vogeltjesdans’ en ‘Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven’ Johnny Hoes haar legendarische alterego ‘Lola’ door het gelijknamige nummer ‘Ik ben Lola’ naar verluidt in minder dan een kwartier neer te pennen. De rest is geschiedenis: Annie Heuts groeide uit tot bezieler van het ‘erotische smartlappengenre’. Ze reeg een succesvolle carrière aan elkaar met uitdagende smartlappen als ‘Dat ene slippertje’ en ‘Wie me betaalt, mag me bekijken’. In 1987 zette Annie Heuts een punt achter haar actieve carrière. Toch kon ze het niet laten om voor kijkend Vlaanderen nog af en toe een keer in de huid van haar personage Zwarte Lola te kruipen.

“Ik heb België minder preuts gemaakt”

De oudste stoeierige zangeres uit de Lage Landen werd vaak vergeleken met de erotische versie van de Zangeres Zonder naam en gezien als voorloper van Astrid Nijgh van ‘Ik doe wat ik doe’ en Wendy Van Wanten. Hoewel Annie het hoofd van mannen op hol deed slaan, beweerde ze altijd met klem zelf nooit te zijn vreemdgegaan. “En een stripteasebar heb ik trouwens ook nooit vanbinnen gezien", vulde ze aan. “Al denk ik wel dat ik België minder preuts heb gemaakt.”

X


DE TIJD VAN TOEN: LIMBURGSE BOERIN MET HONDENKAR

Wanneer de boerin de koeien ging melken, spande ze de hond voor de kar, waarin ze de melkemmer en -kan zette.

X

'BEIR' BECKERS DE MANDENVERKOPER

Ingekleurde versie

Upscaled

Een onvergetelijke figuur in het Maasland is 'Beir' Beckers (1915-1993) uit Stokkem. Met zijn fiets, volgeladen met manden in alle vormen en afmetingen, reisde hij de dorpen af. Hier de 'manjeleman' op de zaterdagmarkt in Eisden, waar hij een vaste stek had.

XX

zondag 16 juni 2024

OPGRIMBIE STEENWEG (NU RIJKSWEG) - VERDWENEN HUISJES

Lange tijd lag het huisje van Mathijs Maas (Ties Maos) eenzaam en alleen tussen de Kluit en de eerste huizen van Maasmechelen (Mechelen-aan-de-Maas). Later kreeg het de familie Detrez als gebuur (op de achtergrond).

Beide huisjes zouden moeten verdwijnen voor de aanleg van de autosnelweg.

XX




DE TIJD VAN TOEN: DRIE-GENERATIE-GEZINNEN

In landbouwmiddens waren drie-generatie-gezinnen eerder regel dan uitzondering. Als de landbouwer of zijn echtgenote te oud werden voor het zware boerenwerk, gaven zij het bedrijf over aan een inwonende zoon of schoonzoon.

X

vrijdag 14 juni 2024

TONGEREN: VIERING WINNAAR TOUR DE FRANCE VICTOR LENAERS 1922

Bij zijn terugkomst op 25 juli werd hij (in de koets met witte pet) door zowat gans Tongeren en omgeving feestelijk gevierd. Lenaers was nog een echte 'Flandrien', hij reed gewoon op de fiets van Tongeren naar de startplaats in Frankrijk. De ronde ging over 5300 km., zijn prijzengeld bedroeg ongeveer 4000 Frank.






In 1921 won Victor Lenaers (1893-1968) de Tour de France in de categorie van de ‘onverzorgden’. Dit waren de renners die zelf moesten instaan voor hun eten, het onderhoud van hun fiets, en hun slaapgelegenheid.  Omwille van zijn uitzonderlijke prestatie werd Lenaers triomfantelijk gehuldigd bij zijn terugkomst in Tongeren. Toch ontbrak hij achteraf vaak op erelijsten en werd hij de ‘vergeten Tourwinnaar’ genoemd. 

Victor Lenaers was een echte volksheld, een rasechte Tongenaar van op ‘de Leuren’.  Na vier zware jaren krijgsgevangenschap tijdens de Eerste Wereldoorlog krabbelde hij recht en maakte hij onze stad wielergek. Een massa volk stond hem bij zijn terugkomst op te wachten, de ‘simpele renner van bij ons’ die in Frankrijk tegen de grootste wielernamen had gevochten. 


X



OUDE BEROEPEN: DE HOEFSMID

Toen er nog veel paarden waren, was het beroep van hoefsmid een drukke bezigheid. Niet alle hoefsmeden gebruikten een travalje, de mannen op de foto hebben het paard aan de muur vastgebonden om het te beslaan.

TRAVALJE OF HOEFSTAL

Een hoefstal of travalje is een klein en open bouwwerk van hout of metaal, meestal overdekt, waarbinnen een paard of een ezel wordt vastgezet als de hoefsmid het beslaat. Het bouwwerk bestaat uit vier houten stijlen die in een rechthoekige opstelling zijn geplaatst, waarbij twee stijlen aan elkaar zijn verbonden door een schuin oplopende balk. Aan de voorkant van het laagste deel van de balk wordt de voorpoot van het dier gefixeerd. Aan de achterste twee stijlen zijn ogen bevestigd waarin een horizontale staaf wordt geschoven. Hiermee wordt de achterpoot opgeheven en vastgezet. Aan de zijkanten van de hoefstal bevinden zich twee horizontale katrollen voor één of twee riemen die onder de buik van het dier worden doorgevoerd. Door middel van een klauwijzer die in de rollen wordt gestoken, worden de katrollen opgerold, waardoor de riemen worden aangespannen en het dier immobiliseert. Het hangt van het karakter van een paard en de kundigheid van de hoefsmid af of gebruik gemaakt wordt van een hoefstal. Met de opkomst van tractoren en de mechanisatie in de landbouw werden trekpaarden minder gebruikelijk, wat leidde tot een afname van het beslaan van paarden en de geleidelijke verdwijning van travaljes uit het straatbeeld.

X




GENK – DE FEESTELIJKE OPENING VAN SHOPPING 1, 1968

Updated Op woensdag 28 augustus 1968, klokslag negen uur, begon voor Genk een nieuw hoofdstuk. Die ochtend opende Shopping 1 zijn deuren: he...