vrijdag 17 maart 2023

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) - HUIS HOUBEN.


Het huis "Houben" aan de zuidzijde van de Groenplaats, gelegen tussen de kerk en "onder de Linden". Een typisch herenhuis van 1680, dat jaren geleden werd gesloopt.

X

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) - PAROCHIEKERK 1923

De voormalige parochiekerk aan de zuidzijde van de Groenplaats, door graaf Ferdinand van Aspermont-Lynden gebouwd in 1704, is thans ingericht als museum. De kerk, in 1755 door brand zwaar beschadigd, is in haar huidige vorm hersteld in 1773.

X
 

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) - HERENSTRAAT

De Herenstraat gezien in de richting van het kanaal. Beneden rechts staat het gemeentehuis. De Herenstraat liep van de Aspermontpoort tot aan de Markt.

X

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) - HET KLOOSTER VAN DE ZUSTERS VAN HET HEILIGE KRUIS.


Het klooster was gelegen aan de noordzijde van de Groenplaats, in de volksmond "De Bleek". In 1678 werd deze woning, toen bewoond door drossaard Holtacker, als modelwoning vermeld in de urbanisatievoorschriften van graaf Frans-Gobert van Aspermont-Lynden.

X

donderdag 16 maart 2023

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) COLSON - JANSSEN

Een patriciërswoning op de markt. Nu nog is het een der best onderhouden en bewaarde woningen van het oude centrum met een prachtige binnenkoer. Vroeger was er op kermisdag een druk bezochte jaarmarkt voor vee. Aan deze markt was een wedstrijd verbonden, waarvan de uitslag door de veldwachter op de pui van het stadhuis bekendgemaakt werd. Deze oude traditie is in 1936 verloren gegaan.

X

OUD-REKEM (TOEN RECKHEIM) - WATERMOLEN

Gebouwd op de stadsgrachten naast de toegang tot het verdwenen norbertinessenklooster uit de twaalfde eeuw. De heer Mommen, stamvader van het laatste molenaarsgeslacht, poseert hier voor het molenrad dat, met hem, verdwenen is.

XX

OUDE BEROEPEN - MANDENVLECHTER


Een mandenvlechter of korver is een ambachtsman die voor zijn hobby of beroep manden vlecht met allerlei natuurlijke materialen zoals wilgentenen, rotan, stro of rietstengels. Het is een oud ambacht, dat in de westerse wereld enkel nog als hobby wordt beoefend en gedemonstreerd. Het vlechtwerk in de handel is allemaal geïmporteerd uit lageloonlanden. Vlechtwerk is zoals alle handvaardigheden arbeidsintensief en weinig concurrentieel met moderne materialen. Waar het vroeger een noodzakelijk gebruiksvoorwerp was in huis, landbouw, visserij en industrie is het verworden tot een handel in voorwerpen van voornamelijk decoratieve aard. Enkel in de ontwikkelingslanden behoudt het zijn oorspronkelijke functie.
MATERIAAL
Het materiaal waar in de Lage Landen traditioneel mee gevlochten werd, is de eenjarige scheut van de wilg (Salix), die ook wel de wis wordt genoemd. In de Ardennen werd ook wel hazelaar gebruikt. Hiervoor wordt een andere techniek gebruikt en dit werd meestal slechts toegepast voor eigen gebruik. Voordat men kan beginnen te vlechten is er reeds een jaar aan intensieve teeltzorg met veel handenarbeid gepasseerd. Dat maakt dan ook dat het materiaal niet goedkoop is. Wissen mogen gerust enige jaren overliggen. Daar worden ze alleen harder, taaier en beter van. Brute wissen bewaren minder lang. Er komen sneller insecten in. Er kan gewerkt worden met:
  • brute wissen (met de schil erop)
  • gebufte wissen (bruin, geschild na koken)
  • witte wissen (geschild)
  • gekloven wissen
  • schenen; dit zijn gekloven wissen die vlak geschaafd en eventueel op breedte getrokken werden (voor fijn werk)
Een vlechter heeft een heel assortiment wissen in verschillende lengtes, diktes en soorten nodig. Voordat men begint te vlechten, dient het materiaal te worden uitgezocht, passend naar lengte, dikte en soort voor:
  • staken voor de bodem
  • vlechters voor de bodem
  • staken voor de wand
  • volvlechters voor de wand
  • eventueel bijstekers, kimmen, cordons...
  • oren onderhengel, hengsel
Er wordt meestal een andere, betere soort gebruikt voor de staken van fijn werk, omdat hiermee ook de boord wordt gevlochten. De wissen die hiervoor gebruikt worden, dienen meer manipuleerbaar en buigzamer te zijn dan die gebruikt voor het volvlechten van de wand. Een boord met knikken of breuken oogt niet.
WEKEN VAN MATERIAAL
Om het materiaal te kunnen verwerken dient het geweekt te worden. Brute wissen dienen al naargelang de dikte, de soort en de temperatuur één tot drie weken in het water te liggen. Aan dit water wordt niets toegevoegd. Ze zijn dan enige dagen tot enkele weken verwerkbaar. Geschilde wissen hebben genoeg aan een paar uur water. Ze worden best 's avonds geweekt en 's nachts afgedekt in het gras of de dauw gelegd. Beschikt men niet over een waterbak dan volstaat soms ook wel, meestal na de zomer, een avond in de mist op gras. Ze dienen spoedig verwerkt te worden omdat ze zeer snel weer uitdrogen en dan hun buigzaamheid verliezen. Het voordeel is dat witte wissen, in tegenstelling tot brute, een paar keer geweekt kunnen worden. Vandaar overigens dat een witvlechter niet buiten werkt maar eerder voor een vochtige omgeving kiest. Soms werkte men zelfs in kelders. Oude foto's tonen dikwijls witvlechters buiten aan het werk. Dit zijn echter geposeerde opnamen die omwille van belichting enkel buiten konden plaatsvinden.
HET WERK
Werk is in te delen naar:
  • grootte: groot; gemaakt op plank, fijn; meestal gemaakt op mal
  • vorm: rond, ovaal, vierhoekig, rechthoekig, vierkant of getrokken werk
  • bodem; op kruis, op ring, met stokken voor het vierhoekige
  • fijnscheenwerk
  • dichtheid: vol of opengewerkt
  • boord: gerold, vlecht, afgelegd, ander systeem
  • materiaal: brut, buff of wit, al dan niet met inbreng van ander materiaal, zoals stro, pitriet, linnen en touw
  • gebruik: eiermand, linnenmand, eendennest, wasmand, boterkorf, vismand, fuik
GEREEDSCHAP
Een mandenvlechter heeft op zich niet veel gereedschappen nodig. In feite is een mes voldoende om zich te kunnen redden. Daarnaast is er specialistisch gereedschap dat in opdracht gemaakt wordt. Onderstaand gereedschap dient in principe om het werk makkelijker te maken:
  • plank of soort van tafeltje, zeer laag, schuin afhellend, waarop het werk wordt vastgezet
  • priem, rechte, krommen of holle om het werk vast te zetten, om te ruimen
  • gewichten om het werk te verzwaren; geeft stabiliteit
  • klopijzers rechte en kromme om het vlechtwerk aan te kloppen of om traceringen op hun plaats te kloppen
  • sikkel- en lancetvormige messen om wissen aan te scherpen, overlangs uit te snijden en te klieven
  • snoeischaar om wissen over te knippen en manden uit te kuisen
  • veegmes om manden uit te kuisen
  • kloofhoutjes om wissen in drieën of vieren te klieven
  • schaafje, al dan niet verstelbaar, om het merg te verwijderen en om gekloven wissen op dikte te trekken
  • breedte schaafje, al dan niet verstelbaar, om schenen op gelijke breedte te trekken
  • schenenstel om materiaal van dikte en breedte te maken
  • vormmateriaal
  • bodemmallen voor het maken van bodemringen
  • vormmallen uit één stuk voor open vallend werk; demonteerbaar voor versmallend werk
  • ronde en ovale spanringen
  • kruisen om bij hoekig werk de hoekstaanders(hoekposten) op hun plaats te houden.
  • rotule; verstelbaar soort draaipoot om mallenwerk op te maken
  • trekbank om met snij- of haalmes latten en stokken aan te scherpen of bij te werken
GESCHIEDENIS
Dat het maken van vlechtwerk zeer oud is, staat buiten twijfel. Door de vergankelijkheid van het materiaal is er zeer weinig van teruggevonden. Een mand van honderd jaar oud is al heel respectabel. Toch zijn er enkele archeologische vondsten van enige duizenden jaren oud bekend, onder andere een technisch perfecte fuik die gevonden werd in de Leidse Rijn in Utrecht. Ook is er keramisch materiaal gevonden met afdrukken van vlechtwerk. Dit staaft de hypothese dat de eerste gebakken potten met klei besmeerde manden geweest zouden kunnen zijn. Het vlechtwerk verbrandde natuurlijk bij het bakken maar liet zijn afdruk na op het aardewerk. De prehistorische mens vlocht de wanden van zijn woningen (bandkeramiekers). Hoe meer men zich permanent vestigde en aan landbouw ging doen, hoe meer bevattende voorwerpen men nodig had. Primitief vlechtwerk heeft ook geen werktuigen nodig. Een vak met ingewikkelde werktuigen kan nooit oud zijn. Taalkundig heeft het woord vlechten in een aantal talen dezelfde stam wat ook een teken van hoge ouderdom is.
ICONOGRAFIE
Van Gertgen tot Sint Jans (15 de eeuw) tot Salvador Dali werden duizenden manden geschilderd. Ze opsommen zou een ellenlange lijst opleveren. Bij al deze schilders zijn er vooral Joachim Beuckelaer en Frans Snyders die opvallen om de exacte weergave, tot in de technische details toe van allerhande mandenwerk dat zij in hun jacht-, keuken- en markttaferelen afbeeldden. Ze moeten kennis gehad hebben gehad van de mandenvlechterij.
LITERATUUR
De Nederlandse stichting “Wilg en mand” gaf in eigen beheer een vertaling uit van het Franse leerboek La Vannerie. Dit werk wordt door vlechters wel 'de vlechtbijbel' genoemd omdat er alles instaat over materialen, gereedschappen, vormen en maten. Over de wissenteelt bestond er een gestencileerde uitgave van Emiel Klingeleers, nl. Wissenteelt, Teen- en rietvlechtschool Stokkem. Dit werk uit Stokkem werd in 1986 door zijn familie opnieuw uitgegeven. Op taalkundig vlak is er daarnaast een uitgave van het Studiecentrum van de Vlaamse Dialecten. In het Frans en het Duits bestaan er ook technische handboeken. Dit heeft te maken met de vlechtscholen die daar waren. In Bornem (België) is ook een vlechtschool geweest, waar in 2007 de aandacht op gevestigd werd door het boek Gevlochten verleden, geschreven door Jos Winckelmans. Ook de musea van de Gaume en van het Waalse leven publiceerden enige Franstalige artikels over dit onderwerp.
X

zondag 5 maart 2023

KOTEM (DE HAL) - RUDI VRANCKX KRIJGT STANDBEELD OMDAT HIJ IN 1993 BOER ALBERT MONNISSEN UIT HET WATER REDDE. (ARTIKEL UIT 2018)



Steven Van Herreweghe vond in het archief van de openbare omroep een stukje legendarische televisie terug, daterend van tweede kerstdag 1993. De overstroming van de Maas was toen het eerste onderwerp in Het Journaal van de toenmalige BRTN.
In het Limburgse Kotem, een dorp in de buurt van Maasmechelen, spoelde het water van de Maas de grond weg rond de boerderij van landbouwer Albert Monnissen. De muren van zijn stallen begaven het, tientallen varkens verdronken.
Reporter Rudi Vranckx ging langs voor een reportage. De boer beantwoordde de vragen met veel gebaren. Toen Vranckx hem vroeg om de weggespoelde muur aan te wijzen, zette de boer een stap achteruit om de kracht van het water te laten zien. Alleen had de Maas nog meer schade aangericht dan hij kon zien, en Monnissen tuimelde in het kolkende water. De kracht van de Maas dreef hem weg, in de richting van een draaikolk.
Rudi Vranckx sprong de boer achterna terwijl een paar omstanders een menselijke ketting vormden om de twee uit de koude Maas te halen. De eerste woorden van de boer? “Maar goed dat ik kon zwemmen, anders was ik verdronken.”
Rudi Vranckx verving die dag een collega om de overstroming te verslaan. Omdat hij de streek niet kende, deed hij een beroep op een journalist van Het Belang van Limburg om samen naar de boer te rijden. Die journalist stond met twee fototoestellen rond zijn nek toe te kijken toen Vranckx de boer achterna sprong. “Ik kreeg prompt nog een camera in mijn handen geduwd van een BRTN- cameraman. Hij ging de boer en Rudi Vranckx uit het water halen. Ik heb de camera als bij toeval in de richting van de Maas gehouden zonder te beseffen dat die nog draaide. Door heel veel geluk stond alles op tape én heb ik nog foto’s kunnen nemen.”
Rudi Vranckx weet nog wat hij dacht toen hij de boer naar de draaikolk zag drijven: “Het zal toch niet waar zijn, dacht ik: nu gaat die man hier voor mijn camera verdrinken omdat ik hem gevraagd heb iets aan te wijzen. Ik ben dan maar in de Maas gesprongen.”
De VRT-reporter kreeg van de familie van de boer droge kleding en moest met een schoen minder naar Brussel, de andere lag in de Maas. “Ik besloot de beelden niet door te geven aan de nieuwsdienst. Ik wilde zelf niet in het nieuws zitten. Maar een dag later stond het verhaal in Het Belang van Limburg en moesten we de beelden wel uitzenden.”
Om de heldendaad van Vranckx te vieren, lieten de makers van het Eén-programma Van Algemeen Nut een standbeeld langs de Maas in Kotem neerpoten. Vorig weekend werd De Laars van Vranckx ingehuldigd in het bijzijn van de weduwe van boer Albert Monnissen – die in 2013 overleed – zijn dochter en kleindochter, de burgemeester en een fanfare. “Dit zou Albert zeker leuk gevonden hebben”, zegt echtgenote Paula Crijns. “Tof dat ze zoiets doen.”
Het standbeeld is intussen alweer verdwenen: er was geen vergunning om het neer te poten. Al wil de burgemeester op de plek in kwestie een blijvend beeld laten zetten, mogelijk met projectie van de beelden uit 1993.

XX

zaterdag 4 maart 2023

REKEM PAARD 2018



X

MAASMECHELEN - HET MYSTERY VAN DE WENENDE MAAGD (ARTIKEL UIT 2002)




NU VOLGT HET VOLLEDIGE INTERVIEW DAT PLAATSVOND IN 2002, 20 JAAR NA DE GEBEURTENIS IN 1982. 

Aan de deur van het gezegende villaatje hangt nog een bord: 'enkel open op weekdagen van 8 tot 20 uur. Gesloten alle weekends en feestdagen'. Het bordje is verregend: een stil aandenken aan de jaren toen hier de autocars in dubbele file in de straat stonden. Een laatste getuige van hét fenomeen van de zomer van 1982. 

MEUBELS AAN DE KANT

De eerste dag is hier driehonderd man komen kijken, zegt Cyrille Linden. Mensen uit de omtrek, die iets hadden horen vliegen. De tweede dag hebben ze van 's ochtends tot 's avonds staan aanschuiven; zeker tweeduizend mensen zijn toen gepasseerd. De auto's stonden tot in het dorp. En zo heeft het weken geduurd . We hebben alle meubels aan de kant moeten schuiven, en hebben een soort paadje door onze living gemaakt. De mensen kwamen binnen door de voordeur, schuifelden langs het beeld, en moesten door de tuin weer weg. Het was onvoorstelbaar. Er stond geen sprietje gras meer in mijn hof. Alles was kapot gelopen. 

SNEL BETERSCHAP

Wij waren in 't geheel niet zo'n super-religieuze mensen, zegt Cyrille. Wij gingen naar de kerk, ja, zoals iedereen toen, maar echt diepgelovig zou ik ons niet genoemd hebben. Maria had zeer veel gezondheidsproblemen in die tijd. Gezwellen in de benen en de knieën. Ze was moeilijk te been, en de dokters wisten eigenlijk ook geen raad meer. Na een zoveelste operatie in de Heilig Hart-Kliniek in Leuven is Maria dan via een verpleger in contact gekomen met een broeder, die erg begaan was met het werk van pater Pio. En ineens, hoewel ze daar zelf wat meewarig over was, begon ze heel snel beter te worden. Soms ging dat met ongelooflijk grote stappen. Dan moest ik haar 's ochtends nog in de auto helpen, als een stuk slappe was, en enkele uren later, na een bezoek aan die pater, kwam ze thuis en liep ze zó de trappen op. Ik stond daar toen ook nog met zulke ogen naar te kijken, van: wat is hiér in godsnaam aan de hand? Mijn vrouw woog in die periode nog amper veertig kilo. Ik was er bijna zeker van dat ze haar naar huis hadden laten komen om te sterven. En dan plots zoiets.

REIZENDE MADONNA

In die periode zijn hier twee dames langsgekomen met een zogenaamde reizende Madonna: dat waren Mariabeelden die her en der bij de mensen werden geplaatst, om er dan buurtnovenen te houden. Mijn vrouw, die nog onder de indruk was van haar genezing, heeft toen onmiddellijk ja gezegd. Op de tweede dag, aan het eind van de rozenkrans, is het gebeurd. De buren zaten hier bijeen, te bidden, en plots zei een jongetje van een jaar of tien: 'kijk, onze-lieve-vrouwke weent'. Eerst werd hij door zijn moeder berispt: zit stil, Nick. Maar toen zag iedereen het. We zijn eraan gaan voelen, en haar ogen waren wel degelijk vochtig. 'dat kan niet', denkt ge dan, maar het beeld blééf wenen, met tussenpozen.Veel van die bezoekers die hier toen voorbijschoven zijn, hebben het met hun eigen ogen kunnen zien. 

BEELD TERUG!

Na enkele weken stond plots die pater hier van wie dat beeld was. Om het op te halen. Die man is zelfs aangevallen door de bezoekers, maar hij hield het been stijf, en heeft het meegenomen. Achteraf hebben we gehoord dat het bisdom zelf beslist had dat het beeld uit de circulatie moest verdwijnen. Daar mag u zelf uw conclusies uit trekken. Een oudstrijder heeft toen een nieuw beeld gebracht, dat bijna identiek was aan het eerste, en ook dát is beginnen huilen. Van ver over de grenzen kwamen intussen mensen naar hier. De WDR heeft hier dagen aan een stuk beelden gedraaid. En in de jaren die volgden minderde de toestroom wel, maar kwamen ze van almaar verder: Amerika, Tasmanië, de Filippijnen, Siberië, Peru, Argentinië enz. Veel van die mensen hebben later beweerd dat ze door hun bezoek een gunst hebben bekomen of genezen zijn van een ziekte, maar daar hebben wij nooit veel aandacht aan besteed. 

TRANEN VAN BLOED

Vier jaar na het eerste voorval, in 1986, zijn er andere beelden tranen van bloed beginnen te wenen. Een buste van Christus, de heilige Jozef, en een klein beeldje van de Madonna van Fatima. Mensen die niet geloven moeten daar waarschijnlijk eens om glimlachen, maar ik verzeker u: het is door velen gezien, er bestaan talloze foto's van, en toen ze het bloed wetenschappelijk onderzochten, bleek het om écht bloed te gaan. Die twee beelden hebben we onder een stolp gezet, want u kent de mensen : ze willen daar eens aan voelen, en met die bloedtranen, dat is niet proper.

VEEL LIJDEN

Acht jaar lang heeft mijn vrouw geen enkel gezondheidsprobleem meer ondervonden. De dokters konden het amper geloven, dat het zo snel was gegaan, maar ze moesten toegeven dat er niets meer te vinden was. Toen is ze, vlak voor onze woning, door een wagen aangereden, en is ze opnieuw beginnen te sukkelen. Er is verkalking bijgekomen, ze heeft heel veel pijn gehad, en voor ze stierf, in juni vorig jaar, heeft ze een maand in coma gelegen. Een week voor ze is overleden heeft de Madonna van Fatima voor het laatst bloed geweend. Sindsdien heeft er geen enkele meer gehuild. (stilte) Ik vind het verschrikkelijk dat ze zo heeft moeten lijden . Ik heb me geweldig machteloos gevoeld, in die tijd. Maar ik heb nooit zoiets gehad van: waarom ik, waarom wij? Heeft Jezus zo'n simpel, pijnloos leven gehad, denkt u?

GROTE BEDRAGEN

Sommige mensen denken dat wij in de kijker wilden staan. Dat wij hier grote sommen geld aan overgehouden hebben. Maar wij hebben er geen frank aan verdiend. Er zijn ons schenkingen aangeboden, grote bedragen, en telkens opnieuw hebben wij gezegd: wij willen dit niet, geef het maar aan een goed doel. Helemaal in het begin heb ik me wel afgevraagd hoe dat allemaal kon- en waarom het óns juist overkwam. Nu doe ik dat niet meer. Vroeger was ik een gelovige mens, nu sta ik veel verder: er is zekerheid gekomen in plaats van het geloof. Ik heb God gezién- ik kán niet meer twijfelen. Een hond ruikt een konijn, maar wij mensen, wij ruiken Gods spoor niet. Wij weten niet wat hij allemaal met ons voor heeft, want alles wat hij doet is onnaspeurbaar. 

ECHTE WAARDEN

Er hebben hier vaak genoeg mensen gestaan die er eens mee kwamen lachen. Die binnenkwamen, en elkaar stonden aan te stoten: ziet daar, dat is zogezegd dat wenende beeld. Die heb ik altijd onmiddellijk buitengezet. Er is al genoeg goddeloosheid in de wereld, het geloof wordt al genoeg vertrappeld door mensen die zich nergens meer bewust van zijn. Hier, dat blijft een schrijn. Voor zij die toch nog aan de échte waarden gehecht zijn.

XXX










GENK – DE FEESTELIJKE OPENING VAN SHOPPING 1, 1968

Updated Op woensdag 28 augustus 1968, klokslag negen uur, begon voor Genk een nieuw hoofdstuk. Die ochtend opende Shopping 1 zijn deuren: he...