zondag 1 november 2026

TOEN DE TANK VAN KOTEM EEN MONUMENT WERD


Van een gezonken oorlogsvoertuig tot een blijvende herinnering aan de Maas

In 1977 kreeg Kotem een bijzonder monument. Een amfibievoertuig dat sinds de laatste oorlogsmaanden op de bodem van de Maas had gelegen, werd geborgen en opgeknapt. Op 3 september kreeg de Buffalo een plaats op een sokkel bij de autosnelwegbrug. Daarmee bracht het dorp ook de herinnering boven water aan de Britse militairen die hier tijdens hun opleiding een noodlottig ongeval meemaakten. 

De geschiedenis begon in de winter van 1944–1945. Kotem was al bevrijd, maar de oorlog was nog niet voorbij. Britse militairen oefenden aan de Maas met amfibievoertuigen, ter voorbereiding op de oversteek van de Rijn. Bij hoogwater bood de rivier daarvoor geschikte omstandigheden: een brede stroom, sterke stroming en moeilijk bereikbare oevers. Volgens het historische verhaal van de Provincie Limburg verliepen de voorbereidingen in het geheim en moesten enkele Kotemse gezinnen tijdelijk hun woning verlaten.  De voertuigen waarmee de soldaten oefenden, waren Buffalo’s. Het exemplaar dat later het Kotemse monument zou worden, was een LVT-4, een amfibisch rupsvoertuig van Amerikaanse oorsprong dat ook door het Britse leger werd gebruikt. De plaatselijke benaming ‘tank’ bleef hangen, al diende dit type in de eerste plaats om militairen en materieel over water en vervolgens verder over land te vervoeren. ‘Amerikaans’ verwijst hier dus naar de oorsprong van het voertuig; de bemanning in Kotem was Brits.  Tijdens een nachtelijke oefening ging het mis. De ramp wordt in de plaatselijke geschiedschrijving gedateerd op 5 maart 1945. In een later gepubliceerde brief beschreef radio-operator John Shearer hoe de motor uitviel toen de Buffalo de oever probeerde op te rijden. Het voertuig gleed terug in het water. Na een krakend geluid stroomde water naar binnen en zonk het. Shearer overleefde; zijn kameraad Philip Harding behoorde tot de slachtoffers. Over de identiteit en het lot van de overige inzittenden lopen de gepubliceerde versies uiteen.  Meer dan dertig jaar bleef de Buffalo in de Maas liggen. In 1977 vonden leden van duikclub Jaws het voertuig terug. Volgens de geschiedenis die op het monument werd vastgelegd, hielpen aanwijzingen van Jeanne Geens bij de zoektocht. De berging wordt gedateerd op 5 juni 1977. Plaatselijke ondernemingen werkten mee om het zware voertuig uit de rivier te halen. De restauratie werd uitgevoerd door Scheepswerven Sint-Barbara in Maasmechelen.  Kotem wilde de vondst bewaren. Een tankcomité zette zich in voor een monument en de Buffalo werd gereinigd, gezandstraald en geschilderd. Tijdens de tankfeesten van 3 en 4 september 1977 kreeg het gerestaureerde voertuig een centrale plaats. Bij de inhuldiging waren John Shearer en John Harding, de broer van de omgekomen Philip Harding, aanwezig. Voor Shearer betekende het ook een terugkeer naar de mensen die hem tijdens de oorlog hadden opgevangen.  Zo kreeg een stuk oorlogsmaterieel een nieuwe betekenis. De Buffalo werd een herkenningspunt voor Kotem en een tastbare herinnering aan een ongeval dat zich vlak bij het dorp had afgespeeld. Dertig jaar later volgde opnieuw een restauratie. Op 11 november 2007 werd het voertuig heringehuldigd. Daarmee bleef behouden wat de initiatiefnemers in 1977 hadden willen doorgeven: de herinnering aan de mannen achter het monument. 

X


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

MEESWIJK - CAFÉ "OVERZET" TIJDENS DE OVERSTROMING IN 1995

Remastered Zaterdag 28 januari 1995 — Rond café Overzet heeft de Maas het landschap overgenomen. Het bruine water omringt de gebouwen, overs...