Bekend café in Boorsem blaast 100 kaarsjes uit: “De pastoor dronk hier vaak een pint”
Maasmechelen Café De Grensduif in de Sint-Jorisstraat in Boorsem viert dit weekend feest. “Het eeuwfeest van het café”, weet uitbaatster Marina Crijns (67). Het is nog een echt volkscafé met een antieke toog vol vrijmetselaarssymbolen. “Maar de pastoor dronk hier vaak een pint.” Tegenover de kerk en de Lourdesgrot van Boorsem ligt nog één café. Wie binnenstapt, krijgt ook meteen het interieur te zien van honderd jaar geleden. “Alles is nog authentiek”, weet Marina Crijns, die er sinds 1989 pintjes tapt. “Enkel de vloertegels zijn vernieuwd. Al meer dan een eeuw is dit café ook in handen van de familie Milissen. Zelf ben ik met mijn echtgenoot Danny Milissen de vijfde generatie.” Marina herinnert zich nog precies de dag dat ze het café binnenstapte. “Ik was zestien en had verkering met Danny”, weet ze. “Het was kermis in Boorsem en de familie Milissen wilde dat meisje uit Opgrimbie graag eens zien. In 1989 ben ik zelf pintjes beginnen te tappen en ik doe dat vandaag nog altijd met plezier van donderdag tot en met zondag.”
Duivenbond
Het café was aanvankelijk door Mathieu Milissen De Lelie gedoopt, maar toen de Duivenbond van Boorsem zijn intrek nam in het café, veranderde Mathieu de naam in ‘De Grensduif’. In de grote ruimten van het café staan vandaag twee biljarttafels en meerdere originele kaarttafels, waaronder je je bierglas nog kan zetten. Decennialang zat het café iedere zondag na de hoogmis vol met kaarters die nog vlug een ‘buimpke’ wilden leggen met kwajongen voor het middageten. En in de zaal naast het café waren er toneelvoorstellingen en repeteerde wekelijks de fanfare. Als het kermis was in Boorsem speelde er een live orkest. Tegen de muren hangen nog foto’s van vroeger en diploma’s van de fanfare. Het lijkt wel of de tijd er is blijven stilstaan.
Ontploffing
Eigenlijk staat het pand al sinds 1763 aangegeven als een ambachtelijke brouwerij waar Boorsemse Cambrinus werd gebrouwen. “Maar op 22 december 1922 ontplofte een oververhitte ketel in de brouwerij en dat legde het volledige pand in puin”, weet geschiedkundige Erik Kortleven uit Kotem. “Het was een drama. De brouwerij was door de ontploffing volledig weggeslagen. Huizen in de straat en zelfs de kerk liepen schade op. Caféhouder Jan Milissen en knecht Pieter Gijsen overleefden de ontploffing niet. De huismeid werd uit haar bed geslingerd en viel een verdieping lager. Zoon Mathieu Milissen had een zak mout in zijn handen en vloog met mout en al door de luchtdruk tot bij de buren in de achtertuin. Mathieu moest twee jaar revalideren in een ziekenhuis in Maastricht. Jaren later vertelde hij grappend dat hij de eerste astronaut van Boorsem was.”
Buffetkast
Tussen 1924 en 1926 werd het pand heropgebouwd als café. “De familie Milissen trok naar Antwerpen om een nieuwe buffetkast te kopen”, weet Marina Crijns. “Ze kwamen terug met een buffetkast zo lang als het café breed was. Die kast was voorzien van drie spiegels en had een hoogte van 3,75 meter. Het was in 1926 al tweedehands en is dus ouder dan het café zelf. In het hout zijn sierlijke vrijmetselaarsmotieven gekerfd. Mogelijk hadden ze dat in 1926 niet goed bekeken, maar zo staat het vrijmetselaarsbuffet nu al honderd jaar met een origineel marmeren blad tegenover de kerk. Destijds dronk de pastoor van Boorsem hier ook een frisse pint aan de vrijmetselaarstoog.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten